VN MediagidsGroeiende economie dankzij landen als China. Waarom doet het dan tóch pijn?
Economie 18.09.2010

Tel het inkomen van alle bewoners van de aarde bij elkaar op en je hebt het wereldinkomen. Hoe is dat wereldinkomen (geografisch) verdeeld? Op deze vraag geeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) antwoord in De Nederlandse economie in 2009, dat vorige week verscheen. Europa, is een van de conclusies, krijgt een steeds kleiner aandeel van de koek. Sterk inzoomen of juist uitzoomen verandert onze kijk op dingen. Uit de dagelijkse krantenberichten weet iedereen dat er landen zijn, zoals Brazilië, Rusland, India en China (de zogenoemde BRIC-landen), die een periode van bloei doormaken. Maar pas als je uitzoomt zie je hoe spectaculair dat uitpakt op een iets langere termijn.
Neem 1980. Europa (even net doen alsof dat al zevenentwintig landen waren) had een aandeel van dertig procent in het wereldinkomen. De Verenigde Staten hadden tweeëntwintig procent, het viertal landen hierboven, afgekort tot BRIC-landen, hadden een aandeel van acht procent. Japan ook. De rest had dus samen tweeëndertig procent.
Dertig jaar later is het aandeel van Europa gekelderd tot eenentwintig procent - negen procentpunten eraf. De VS leveren iets in en staan op twintig; Japan daalt naar zes procent. De BRIC-landen zagen hun aandeel in het wereldinkomen stijgen van acht tot een duizelingwekkende drieëntwintig procent.
Rekenkundig is het zo logisch als wat. Stagnatie is de typering van de Japanse economie; Europa is, bekeken over de afgelopen decennia, blij met tweeënhalve procent groei per jaar; de Amerikanen juichen bij vier procent. En in de BRIC landen neemt het inkomen al jaren toe met acht, negen, tien procent. Over een langere periode bekeken leiden deze verschillen in groeitempo tot spectaculaire verschuivingen van ieders aandeel in de koek.
- Hoe wordt de koek wereldwijd verdeeld?
Het einde hiervan is niet in zicht. Ofschoon snel groeiend, zijn de inkomens in de BRIC-landen nog laag. Deel je het nationaal inkomen van de Verenigde Staten in 2009 door alle Amerikanen, dan kom je op zo'n vijfenveertigduizend dollar. Voor Europa is de uitkomst grofweg tweeëndertigduizend dollar. Maar de Rus komt slechts tot vijftienduizend, de Braziliaan tot tien, de Chinees tot zes en de Indiër is nog niet eens bij drie. Nu de groeimotor in de BRIC-landen is aangezet, moet de langetermijnverwachting zijn dat zij minimaal naar het gemiddelde inkomen in de thans ontwikkelde landen kunnen groeien. Dan verschrompelen de aandelen van Europa, Japan en de VS.
Door deze beweging wordt de verdeling van het wereldinkomen gelijker. De verdeling van inkomen komt meer in lijn te liggen met de verdeling van bevolkingsaantal. Omdat er grofweg zes keer zoveel Chinezen zijn als Amerikanen, impliceert een gelijke verdeling van inkomen dat het nationaal inkomen van China zes keer groter is dan dat van de VS.
Wordt Europa, wordt Nederland slechter van deze ontwikkeling? Het hoofdantwoord moet een luid uitgesproken 'nee!' zijn. De groei van de BRIC-landen gaat niet ten koste van de groei in Europa of Nederland. Wij profiteren ervan, zowel via de internationale handel als via directe investeringen en beleggingen. De groei in Europa is hoger dan het geval zou zijn als de BRIC-landen niet waren komen opstomen.
Maar achter dit hoofdantwoord gaan wel stevige veranderingen schuil, vooral in de mondiale machtspositie, die nu eenmaal sterk verbonden is met de op zichzelf kinderachtige vraag: wie is de grootste? Onze internationale instituties zijn gebouwd op de oude economische verhoudingen, en die gaan de komende decennia dus fundamenteel verschuiven. In de wereld krijgt Europa steeds minder te zeggen. Het minste wat je hierover kunt zeggen is: dat wordt wel even wennen.
