VN MediagidsDubbele autobelasting ontploft niet
Economie 23.02.2008
In wat toch al een politiek lastig dossier is, werd vorige week een bom gegooid van vijftien miljard euro. Het FD opende de krant met de kop: ‘Autorijder betaalt dubbel’. Als ze dat bij de krant van wakker Nederland doen, wat geregeld voorkomt, kan het stuk rustig ongelezen blijven. Maar nu gaat het echt ergens over.
In de wereld van het rekeningrijden, de kilometerheffing en de aanschafbelasting voor nieuwe auto’s bpm, schuilt een vraagstuk waarvan ook het ministerie van Financiën zegt (blijkens het FD): ‘Het is een ingewikkelde puzzel.’
De kern van de zaak is deze. Hoofdlijn van het kabinetsplan inzake rekeningrijden is dat de kosten van het autorijden variabel worden gemaakt. Het bezitten van een auto wordt goedkoper, ermee rijden wordt duurder. Dat laatste varieert dan ook nog naar tijd en plaats. De fiscale techniek hierachter is dat de bpm en de wegenbelasting verdwijnen (of in elk geval een stuk lager worden), en dat de overheid rekeningen gaat sturen voor gemaakte kilometers.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de Rotterdamse fiscalisten Peter Kavelaars en Dirk Albregtse advies gevraagd over de belastingtechnische aspecten van dit kloeke voornemen. Hun rapport staat op de website van het ministerie. En het duo signaleert een probleem.
Wie nu een auto koopt, rekent met de bpm als het ware op voorhand het toekomstige gebruik van de auto af, stellen Kavelaars en Albregtse. Je betaalt bij de aanschaf, en geniet in de loop der jaren tijdens het autorijden van het verbruik. Vergelijk: na de aanschaf van een bioscoopkaartje ga je twee uur genieten. Wordt de bpm op enig moment vervangen door een heffing per kilometer, dan krijg je de malle situatie dat mensen die al een bioscoopkaartje hebben betaald, eenmaal in de zaal gezeten, nog eens moeten betalen (per minuut, bijvoorbeeld). Da’s niet eerlijk, da’s dubbel betalen, vindt het Rotterdamse duo. En omdat het volgens hen gaat om een bedrag van vijftien miljard euro aan ‘vooruitbetaalde’ belasting (bioscoopkaartjes), dik tweeënhalf procent van het nationaal inkomen, is het geen vuiltje dat even kan worden weggepoetst.
Het duo is overigens wel creatief aan de slag gegaan met het verzinnen van oplossingen, die erop neerkomen dat bestaande autobezitters gecompenseerd worden uit de opbrengsten van een speciale staatslening, waarvan de rente dan weer wordt verrekend in het tarief van het rekeningrijden – maar dat is allemaal van later zorg. De eerste vraag is natuurlijk: hebben ze gelijk? Heeft autorijdend Nederland straks een bpm-claim van vijftien miljard op de overheid?
Dat is nog niet zo evident.
Neem een btw-verhoging. De overheid kondigt aan: volgend jaar gaat de btw met een procentpunt omhoog. De dvd-speler van, zeg, honderd euro, kost daarom vanaf komend jaar geen 119 euro, maar 120 euro. Zo’n dvd-speler gaat drie jaar mee. Volgen we de redenering van Kavelaars en Albregtse, dan heeft de overheid met de btw-verhoging bestaande bezitters van een dvd-speler een geweldig plezier gedaan. De waarde van hun oude dvd-speler stijgt omdat de toekomstige prijs inclusief btw is gestegen. Om de bioscoopmetafoor nog even te gebruiken: sinds zij hun kaartje in de voorverkoop goedkoop hebben bemachtigd, zijn de prijzen gestegen. Er ontstaat dus, in de redenering van het Rotterdamse duo, een btw-claim van de overheid op de huidige bezitters van een dvd-speler: ze moeten dokken. In de bioscoopvariant: wie in de voorverkoop goedkoop heeft gekocht, moet alsnog bijbetalen.
Als bovenstaand voorbeeld evident onzinnig is (en bij voorgaande btw-verhogingen trouwens ook niet in de praktijk is gebracht), waarom zou de redenering van Kavelaars en Albregtse dan wel opgeld doen?
Algemener gesteld: het staat de overheid vrij belastingtarieven te wijzigen, of belastingen te vervangen, zonder dat hierdoor tussen burgers en de overheid over en weer claims ontstaan. Op vooraf aangekondigde belastingwijzigingen kan en wordt door burgers bovendien volop geanticipeerd. Wie de komende jaren een auto koopt, weet dat de bpm verdwijnen zal, dat de aanschafprijs van auto’s in de toekomst zal dalen, en dat daarmee ook de waarde van zijn bezit afneemt. Burgers hebben een alternatief: wachten met de aankoop.
Het is dus wel een bom die Kavelaars en Albregtse in het dossier rekeningrijden hebben gegooid, maar ik betwijfel of die tot ontploffing zal komen.
