VN MediagidsDe zegeningen van het durfkapitaal
Economie 07.10.2006
Het durfkapitaal staat er gekleurd op. Grote, internationaal opererende hedgefondsen belagen zowel ’s lands grootste kruidenier, Ahold, als een van de grootste machinebouwers, Stork, en bekopen dat vooralsnog vooral met kritiek. Kortetermijndenkers zijn het, uit op het snelle gewin, zonder oog voor andere belangen dan die van de aandeelhouders.
Deze kritiek komt niet alleen van gestaalde kaders bij de vakbonden, maar ook van (gewezen) toplieden uit het Nederlandse bedrijfsleven. Handelend optreden is geboden, en de minister van Economische Zaken, Joop Wijn, ging dan ook naarstig onderzoeken welke maatregelen hij zou kunnen afkondigen, opdat de barbaren buiten de poort blijven.
Hedgefondsen (die met grote zakken geld, bijeengebracht door institutionele beleggers als pensioenfondsen, verzekeraars en banken, vooral beleggen in beursgenoteerde ondernemingen) en durfkapitalisten (die met maar iets kleinere zakken geld ondernemingen opkopen, veranderen, en na een paar jaar met winst doorverkopen) zijn in werkelijkheid een zegen voor Nederland.
Ga om dat te begrijpen eerst een paar jaar terug in de herinnering. Vanaf het midden van de jaren negentig nam het aantal fusies en overnamen drastisch toe. De (internationale) deals werden steeds groter, in omvang en aantal, en (Brits-)Nederlandse ondernemingen deden op grote schaal ‘inkopen’ in verre buitenlanden.
Die mode is destijds door een enkeling scherp bekritiseerd. Uit de wetenschappelijke, bedrijfseconomische literatuur, betoogde bijvoorbeeld hoogleraar Hans Schenk, is bekend dat een schrikbarend percentage bedrijfssamenvoegingen geen succes wordt. Drie van de vier fusies en overnamen mislukt: brengen niet de gewenste kosten-
besparingen, niet de gewenste winstgroei per aandeel, niet de gewenste strategische voordelen die bij de overnameplannen nog zo uitvoerig werden geschetst.
De reden waarom veel bestuurders en commissarissen toch voor groei door overnamen kozen, is dat ze niet wilden of konden achterblijven bij hun branchegenoten. Als iedereen fuseert en overneemt, moet je als bedrijfsbestuur extreem eigenwijs zijn om aan dat spel niet mee te doen. Kuddegedrag dus.
Het grote fusie- en overnamespel stokte na de beurskrach in 2001, en de beleggers, klanten en werknemers van de betrokken bedrijven bleven met de misgebakken ondernemingen zitten. De hedgefondsen en durfkapitalisten helpen Nederland (en de rest van de wereld) nu met het opnieuw structureren van ondernemingen, opdat zij weer klaar zijn voor een nieuwe fase van bloei.
Informatieleverancier VNU (eerder dit jaar) en Ahold (dezer dagen) zijn hiervan mooie voorbeelden. Bijeengeraapt in de afgelopen tien jaar, hebben deze ondernemingen niet kunnen brengen wat ooit was beoogd – hoe prachtig de strategische plannen van beide ondernemingen ook waren, en dat schrijf ik zonder enige ironie.
De meeste beleggers stemmen met hun voeten: de koers van zulke ondernemingen blijft achter. Dan stappen de hedgefondsen in, en leggen bestuur en commissarissen het vuur na aan de schenen. Als de onderneming haar koers wijzigt, prima. Zo niet, dan wordt aangestuurd op verkoop aan durfkapitalisten. Slaagt die transactie, dan gaat de onderneming op de pijnbank en worden harde keuzes niet (langer) geschuwd.
Stork is een ander verhaal. Deze onderneming probeert zichzelf en de buitenwacht al minstens een decennium wijs te maken dat het heel voordelig is om kippenslachtmachines, textieldrukmachines en luchtvaaronderhoud onder één dak te hebben, wat, zacht gezegd, nogal merkwaardig overkomt. Stork is, anders geformuleerd, een conglomeraat uit een eerdere economische fase, net zo rijp voor een herstructurering als Ahold. Het is toe te juichen dat daar nu eindelijk eens iets aan gedaan wordt.
Toch is het goed te begrijpen dat vakbonden en oud-topmannen eensgezind zijn in hun afkeuring. Voor de werknemers betekent de overgang naar een nieuwe eigenaar onzekerheid – en de meeste werknemers zijn risicomijdend – en die onzekerheid wordt nog groter omdat durfkapitalisten de gewoonte hebben goed naar de personeelskosten te kijken.
De oud-topmannen zien bouwwerken waaraan zij zelf jaren hebben gearbeid in een vloek en een zucht afgebroken worden, en dat doet pijn. Dat doet blijkbaar zoveel pijn dat sommigen nu met droge ogen beweren dat Nederlandse bedrijven maar het beste in Nederlandse handen kunnen blijven terwijl ze zelf jarenlang allerlei bedrijven opkochten in het buitenland.
Minister Wijn, die eerder stoer maar misplaatst sprak over een sprinkhanenplaag, presenteerde vorige week zijn voorlopige conclusies. Het Financieele Dagblad regis-treerde: Wijn ziet af van harde maatregelen. Dat is dus maar goed ook.
