VN MediagidsDe tweeverdienersrevolutie
Economie 08.02.2011

Van de uitzondering zijn ze de regel geworden: tweeverdieners. En hun opmars is nog lang niet ten einde. Na de 'anderhalfverdieners' ontstaan bij jonge paren nu echte tweeverdienershuishoudens, waarbij de dames steeds vaker meer inkomen binnenbrengen dan de heren. Noem dit de tweede tweeverdienersrevolutie.
Van de pakweg drieënhalf miljoen paren (getrouwd of anderszins samen) jonger dan vijfenzestig jaar, was in 2009 57 procent tweeverdiener. In 2005 was dit nog 51 procent. Deze spectaculaire groei zet de komende jaren onverminderd voort. In cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is duidelijk te zien dat het tweeverdienersmodel voor jongeren de standaard is geworden.
Onder vijfenvijftigplussers komt het tweeverdienerspercentage maar krap boven de veertig uit. Onder getrouwde en samenwonende stellen onder de vijfendertig jaar verdienen negen van de tien het huishoudinkomen samen.
Naarmate oudere cohorten - voor wie het tweeverdienen in hun leven iets nieuws was - met pensioen gaan, nemen jongere cohorten - voor wie tweeverdienen de normale toestand is - hun plaats in.
Deze beweging - van iets nieuws naar iets normaals - zie je ook terug in de verdiensten van beide partners. Voor de eerste generaties tweeverdieners was de 'tweede' baan die van de vrouw, veelal een kleine baan met een relatief lage beloning. In de leeftijdsgroep tussen vijfenvijftig en vijfenzestig jaar zijn mannen in vijfentachtig op de honderd gevallen dan ook de partner met het hoogste loon. Hoe jonger de partners, des te lager dit percentage. Bij de stellen onder de vijfentwintig jaar verdient de vrouw in 45 procent van de gevallen meer dan haar partner. Dit percentage, zou ik verwachten, gaat de komende jaren verder omhoog - tot boven de 50 - vooral omdat meisjes in het onderwijs dezer dagen structureel beter presteren dan jongens.
Over de gevolgen van deze tweede tweeverdienersrevolutie zijn we nog nauwelijks aan het nadenken, is mijn indruk. Laten we er eens twee verkennen.
Eén: kinderen en werk. Het geijkte patroon bij tweeverdieners is: na de geboorte van een kind gaat de vrouw minder werken. Behalve biologische en emotionele afwegingen spelen hierbij ook economische afwegingen een rol: wie van de partners verdient het meeste? Omdat de man in de regel een hoger uurloon had, was het voordeliger uren van de vrouw 'op te geven'. Na de tweede tweeverdienersrevolutie valt dit argument weg: mannen zullen vaker uren inleveren om bij de kinderen te blijven. Op de lange termijn heeft dit natuurlijk effect op (onder meer) de loopbaanperspectieven van beide seksen.
Twee: de inkomensverschillen tussen huishoudens. Die nemen sterk toe. In 2009 hadden tweeverdieners een kleine 50.000 euro te besteden, 13.000 euro meer dan een gemiddeld huishouden, 8.500 euro meer dan een eenverdienershuishouden. In dit laatste verschil (die 8.500 euro) is het effect zichtbaar van de eerste tweeverdienersrevolutie: dat is het extra inkomen uit het kleine baantje van de vrouw. De voorspelling voor de lange termijn moet zijn: het verschil tussen het gemiddelde en de eenverdienershuishoudens vergeleken met de tweeverdieners wordt - veel - groter.
Dit heeft allerlei consequenties: denk aan de toegang tot de huizenmarkt (tegen die tweeverdieners is niet op te bieden), denk aan de belastingen en sociale zekerheid (nu beide bedacht rond het individu) en zelfs de partnerkeuze (het wordt wel heel onvoordelig om single te zijn).
Die tweede tweeverdienersrevolutie - we praten er nog niet over, maar dat wordt hoog tijd.
