VN MediagidsDe economie van ander weer

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / Milieu / klimaat 10.06.2006

Door Frank Kalshoven

Het Koninklijk Nederlands Meteo-rologisch Instituut (KNMI) publiceerde onlangs zijn scenario’s voor het weer in de rest van deze eeuw. De klimaatscenario’s zelf zijn voor een eenvoudige econoom lastig te doorgronden.

Vermenigvuldig de laatste ijstijd met El Niño en deel het geheel door de inverse van de passaatwind – zoiets. Maar de belangrijkste conclusies kan zelfs ik begrijpen: welk model ook wordt gebruikt, de toekomst ziet er nat en warm uit.

In de grafieken is duidelijk te zien dat zowel de gemiddelde temperatuur als het niveau van de zeespiegel de komende decennia gaat stijgen. De exacte toename is met onzekerheid omgeven – uiteraard – maar de kans op daling van beide grootheden is nul. We zullen rekening moeten houden met stijgingen van temperatuur en zeespiegel, net als met veranderingen in het weer in de seizoenen: nattere, warmere winters en drogere zomers.

Dit type publicaties is vaak aanleiding om een openbaar gesprek beginnen over het milieu. Gedragsveranderingen bij burgers, CO2-aandelen verhandelen, intra-Europees vliegverkeer verbieden, Kyoto-protocollen, et cetera. Daar is weinig mis mee.

Maar waar ik ook nieuwsgierig naar ben – en daarover wordt te weinig gesproken – is welke kansen dit soort veranderingen biedt. En dan graag iets inventiever dan de opkomst van de vaderlandse wijnindustrie of de bloeiende toekomst van de ijscokar.

Een mooi voorbeeld van ander weer als een kans zien, is het project ‘Nieuwe Rivier’, verzonnen door het Innovatienetwerk Groene Ruimte (www.agro.nl/innovatienet-werk).

De gedachte waaraan we gewend zijn, is dat meer regen- en rivierwater hoge kosten zullen veroorzaken. Rivierdijken moet worden verhoogd, uiterwaarden afgegraven, basaltblokken ingekocht – de overheid laat dat dezer jaren allemaal doen langs de grote rivieren. Dat gaat niet om kleingeld.

Bij het Innovatienetwerk hebben ze het den-ken omgedraaid. Water, zeggen ze daar, is in de eerste plaats plezier. Mensen wonen graag aan water, recreëren graag bij water, en dus is meer water in de eerste plaats een kans om Nederland plezieriger te maken. Het aanleggen van een nieuwe rivier (in een van de oude rivierbeddingen) kan tegelijkertijd een probleem oplossen (vervoer en opslag van ‘overtollig’ water) en een kans bieden, minimaal op aantrekkelijke woningbouw.

De economie van het overtollige water verandert hierdoor. Van een pure kostenpost (domweg dijken verhogen) verandert het water in een investeringsproject waarin tegenover de kosten (voor aanleg en onderhoud van een nieuwe rivier) ook opbrengsten staan (vooral: aantrekkelijke bouwgrond). Zelfs als er dan per saldo nog kosten overblijven, is toch slim omgegaan met de uitdagingen die het KNMI ons stelt.

In deze categorie ideeën kunnen we er dus nog een paar duizend gebruiken.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de kust. In een recent rapport van het Natuur- en Milieu Planbureau, Effecten van Klimaat-verandering in Nederland, gerelateerd aan de jongste KNMI-studie, wordt vastgesteld dat het toerisme aan de kust de komende decennia te maken krijgt met twee tegenovergestelde effecten. De warme droge zomers bieden enerzijds een kans op meer toerisme.

Anderzijds zullen er ‘grote inspanningen’ moeten worden gedaan ‘in termen van het opspuiten van zand om de breedte van stranden op peil te houden, als dit al mogelijk is’. De zee kalft het strand af.
Dat ‘opspuiten van zand’ is de pendant van het domweg verhogen van de dijken als er meer water door de rivieren moet – de klimaatverandering als kostenpost. Net als bij het rivierwater zou hier een clubje enthousiastelingen eens vrij over moeten gaan nadenken. Uitgangspunt: maak van de stijging van de zeespiegel iets moois en rendabels. Een reeks eilanden voor de kust die de golfslag breken? Of omgekeerd: de zee juist naar binnen halen waardoor er ‘binnenzeeën’ ontstaan waaraan gerecreëerd kan worden?

Het is tijd, dat is het punt, dat we niet alleen energie steken in het tegengaan van klimaatverandering – blijven doen, met veel energie – maar ook creatief gaan nadenken over manieren om ermee om te gaan. Zo’n nieuwe rivier, en zo’n reeks eilanden voor de kust, suggereren dat Nederland van de klimaatverandering niet per se slechter, lelijker of armer hoeft te worden. Beter, mooier en rijker kan ook.