VN MediagidsBekommerd feest vieren
Economie / arbeidsmarkt / huizenmarkt 20.05.2006
Het is feest in de economie. Vorige week meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het nationaal inkomen in het eerste kwartaal van dit jaar met 2,9 procent gegroeid is ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2005: ‘De hoogste groei in vijf jaar,’ zeiden de nationale optellers en aftrekkers er vrolijk bij.
De groei wordt, zoals dat heet, ‘breed gedragen’: niet alleen de uitvoer steeg door (plus 7,1 procent), ook de gezinnen consumeerden erop los (plus 2,9 procent) en bedrijven investeerden meer (plus 3,4 procent). Alleen de overheidsconsumptie blijft wat achter, maar dat is in deze fase van de conjunctuur alleen maar fijn.
Wat bedreigt de groei?
Ik durf het eerlijk gezegd nauwelijks te vragen. Dat komt: de stemming in Nederland is de afgelopen jaren zo grauw en grijs geweest – als de depressieve periode volgend op de manische jaren negentig – dat het onverantwoordelijk lijkt de patiënt na het eerste glimlachje al weer naar bedreigingen te vragen. Anderzijds zou het een zegen zijn als het nationale humeur (zoals gemeten in consumenten- en producentenvertrouwen) gedurende de komende conjunctuurgolf wat gelijkmatiger zou blijven, dus misschien is het juist wel goed de vrolijkheid wat te beteugelen.
Ik zie twee bedreigingen van geheel verschillende aard: een crash op de huizenmarkt en krapte op de arbeidsmarkt.
De gemiddelde huizenprijs is, ondanks de moeilijke tijd, de afgelopen jaren gewoon doorgestegen; minder uitbundig dan in de jaren negentig, maar toch. Gegeven de inmiddels hoge huizenprijzen maakt een combinatie van vier factoren de huizenmarkt de komende tijd kwetsbaar. Ten eerste is het aanbod van huizen ruim. Op Funda.nl staan bijna honderdduizend huizen te koop. Ten tweede is de (hypotheek)rente sinds januari vrij spectaculair aan het stijgen. De lage rente in de afgelopen jaren is de belangrijkste verklaring voor het doorstijgen van de huizenprijs; bij een gegeven budget kan bij een lage rente meer worden betaald voor een huis dan bij een hoge rente. Anders gezegd: het stijgen van de rente heeft direct gevolg op de prijs die gezinnen kunnen betalen. Ten derde is een einde gekomen aan de snelle groei van de bevolking die de jaren negentig kenmerkte. En ten vierde lijkt het onafwendbaar dat een volgend kabinet maatregelen aankondigt om de aftrek van de hypotheekrente (verder) te beperken.
Als de klap komt – en dat is geen zekerheid, maar een risico – dan is de impact groot. Op deze plek is onlangs gesproken over een studie van economen van het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank, die liet zien dat mensen heel anders omgaan met vermogenswinst (huizenprijzen stijgen) dan met vermogensverlies (huizenprijzen dalen). Daaruit kan worden afgeleid dat een crash op de huizenmarkt Nederlanders zal aanzetten tot ongekend spaargedrag, wat ten koste gaat van hun – net zo plezierig groeiende – consumptie. De aantrekkende groei zal hier zeker door gefrustreerd worden.
Krapte op de arbeidsmarkt – de tweede grote bedreiging – hoort bij aantrekkende economieën. Bedrijven krijgen meer orders en gaan op zoek naar werknemers om de productie te verhogen. Dat is op zichzelf goed nieuws, omdat de werkloosheid dan kan dalen. Maar als er al vroeg in de conjuncturele opleving schaarste aan werknemers ontstaat – en de metaalbedrijven klagen nu al – gaan vakbonden hoge looneisen stellen, worden de kosten van de productie hoger, en zakt de hele boel weer in elkaar.
Er is alle aanleiding om hierover bezorgd te zijn. Tijdens de vorige hoogconjunctuur nam het aantal banen met een miljoen toe, maar bleef het aantal uitkeringen gelijk. Dat kon alleen maar doordat nieuwe groepen zich meldden op de arbeidsmarkt: schoolverlaters, herintredende vrouwen, immigranten. Zulk ruim extra arbeidsaanbod is er nu niet. Sterker nog: de beroepsbevolking gaat – als bijproduct van de vergrijzing – krimpen.
Er zijn drie mogelijke uitkomsten. Eén: uitkeringsinstanties slagen er (deze keer wel) in honderdduizenden mensen aan werk te helpen – dat zou het allermooiste zijn, en eerlijk is eerlijk, het kabinet heeft er veel aan gedaan om dit te bevorderen. Twee: de vraag naar werknemers wordt vervuld door de nieuwe immigranten uit Oost-Europa. Drie: de lonen stijgen zo snel dat de economische lente in de knop wordt gebroken.
Laten we hopen dat deze bedreigingen zich niet zullen voordoen. Dat de huizenprijzen stabiel blijven en dat de uitkeringsinstanties zichzelf overtreffen. Dan is er niet zoveel dat een langdurige periode van mooie groeicijfers in de weg staat.
