VN MediagidsArmoede is een keuze
Economie 09.09.2006
Het Sociaal Cultureel Planbureau presenteerde vorige week een nieuwe, experimentele definitie van armoede, gebaseerd op het minimaal noodzakelijke budget dat huishoudens nodig hebben om te (over)leven. Voor een alleenstaande kwam dit in 2000 uit op een jaarbudget van achtduizend euro, voor paren en paren met kinderen zijn de bedragen uiteraard iets hoger.
Door deze nieuwe aanwinst neemt het aantal armoededefinities verder toe, zodat het percentage Nederlandse armen nu helemaal naar believen kan worden vastgesteld. Volgens de nieuwe ‘low cost budget’ variant waren in 2000 3,6 op de honderd Nederlanders arm.
De iets ruimere ‘modest but adequate’-definitie prikt het aantal arme Nederlanders op 6,4 per honderd.
Volgens de al langer bestaande ‘beleidsmatige armoedegrens’ zijn 7,5 van de honderd Nederlanders arm. De ‘lage inkomensgrens’ komt op 9,8 per honderd, terwijl een Europese definitie van armoede de score zelfs opvoert tot 10,7 procent van de Nederlandse bevolking in 2000.
Het antwoord op de vraag hoeveel armen Nederland telt, kan nu dus worden beantwoord met ‘ruim minder dan vier op de honderd’ – het antwoord van politici ter rechterzijde – of met ‘bijna elf op de honderd’ – het antwoord van, bijvoorbeeld, een SP-politicus. Armoede is een keuze.
In de loop der tijd treedt wel enige convergentie op, zoals de grafiek duidelijk maakt. Beliep de spreiding tussen de ruimste en krapste armoededefinitie in 1985 nog 17 procentpunt, voor 2000 is die spreiding teruggebracht tot 6 à 7 procentpunt.
Hiermee is niet gezegd dat het SCP-rapport – dat de titel kreeg Naar een nieuwe armoedegrens? Basisbestedingen als maatstaf voor een tekortschietend inkomen (www.scp.nl) – een nutteloze exercitie is. Het kan erg nuttig zijn om naar krappe budgetten te kijken – al was het maar om de grootverdienende lezers van linkse weekbladen (en hun grootverdienende columnisten) weer eens met de neus op de feiten te drukken.
Kijk eens naar het minimumbudget voor het huishoudtype dat bij uw eigen situatie past. In mijn situatie (paar, twee kinderen) was de conclusie dat het genoemde budget wel zo’n beetje klopt, met daarbij de aantekening dat het budgetten per maand betreft terwijl die bedragen er bij mij thuis per week doorheen gaan. Het maandelijkse kledingbudget voor een heel gezin (123 euro), toucheren mijn kinderen per maand per kop, en dat gaat schoon op. Hoeveel van de gezinnen met een maandbudget van 1182 euro zouden elke donderdag naar de kiosk snellen om voor 3,80 euro de nieuwe Vrij Nederland te kopen?
Wat doen we met zulke informatie?
Gerrit Zalm, minister van Financiën en prominent VVD’er, heeft, naar aanleiding van de publicatie van een ander armoederapport, wel eens opgemerkt dat de onderste tien procent van de inkomensverdeling nu eenmaal per definitie arm is, ten opzichte namelijk van die andere negentig procent. Al was dat een waarheid als een koe, veel mensen vonden dat een vervelende opmerking, omdat die armoede zou relativeren, zelfs bagatelliseren.
Het nieuwe ‘low cost’- budget van het SCP zou in principe een einde kunnen maken aan dergelijke discussies. Deze maatstaf is namelijk (min of meer) absoluut. Als deze maatstaf tot (beleids)norm wordt verheven, kan het aantal arme Nederlanders met de nodige inspanning tot nul worden teruggedrongen. Een (nieuw links?) kabinet kan dit zo noteren als een van zijn beleidsdoelen.
Daarmee is nog niets gezegd over hoe dat dan zou moeten. Er staan twee wegen open. Op de ene weg staan allerlei inkomens- , belasting- en subsidiemaatregelen. Door aan Haagse knoppen te draaien, kunnen de beschikbare budgetten van de armen worden verhoogd. In eerste instantie lijkt dit de makkelijkste weg. 3,6 Procent van de Nederlanders, dat zijn grofweg zeshonderdduizend personen. Laten die per jaar gemiddeld duizend euro te kort komen. Dan zijn we voor zeshonderd miljoen euro verlost van armoede in Nederland. Wie tekent daar nou niet voor?
Het lastige is dat Den Haag niet beslist over individuele gevallen, maar (algemene) regels moet maken. Welke maatregel ook bedacht wordt: naast de armen zullen ook andere groepen meeprofiteren. Om die zeshonderd miljoen bij de juiste personen te brengen, moet misschien wel drie miljard worden overgemaakt. Dat is toch een wat serieuzer bedrag.
Op de tweede weg staan werk en (bij-)scholing. Ook met maatregelen op dit terrein wordt niet alleen de arme doelgroep bereikt, maar het grote verschil met inko-mens-maatregelen is dat het juist profijtelijk is als andere groepen ook (terug) naar school gaan en een baan vinden. Daarom is dit een betere keuze dan inkomensondersteuning.
Zegt het voort, juist aan de minder kapitaalkrachtigen in uw vriendenkring.
