VN MediagidsArm en rijk in Nederland
Economie 10.01.2009
Jan Peter Schmittmann werkte zesentwintig jaar bij ABN Amro, was er in het nationalisatiejaar 2008 eventjes de baas, en liep op 31 december 2008 de bank uit met acht miljoen euro.
• Eind vorig jaar publiceerden het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het Armoedebericht 2008.
• Volgens de oude kantonrechtersformule had Schmittmann recht op ruim zestien miljoen euro, maar hij nam edelmoedig genoegen met de helft.
• De armoede in Nederland neemt af, dat is de hoofdconclusie van de onderzoekers. Achter deze conclusie gaan een hoop statistische subtiliteiten schuil. Dat komt: er is niet één definitie van armoede; er zijn er drie. De eerste en ruimste is de zogeheten ‘lage inkomensgrens’ die is afgeleid van het Bijstandsniveau in 1979, toen dat in koopkracht gemeten het hoogst was. Jaarlijks wordt deze standaard aangepast aan de inflatie. In 2005 leefde nog bijna tien procent van alle Nederlandse huishoudens onder de lage inkomensgrens. In 2008 daalt dat percentage tot 7,6 procent: een kwart minder armoede.
• Schmittmanns opvolger, de oud-minister van Financiën Gerrit Zalm, liet noteren: ‘Ik begrijp dat het bedrag in de huidige omstandigheden tot veel onbegrip leidt.’
• De tweede manier van armoede meten is via het criterium dat ‘niet-veel-maar-toereikend’ genoemd wordt. Hierbij wordt gekeken naar het budget dat huishoudens in een jaar nodig hebben voor ‘onvermijdbare uitgaven’, zoals die aan voedsel, wonen en kleden. Daar wordt een bescheiden bedrag bij opgeteld voor ‘sociale participatie’. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) doet hiervoor het rekenwerk. In 2005 leefde 6,2 procent van de huishoudens onder de niet-veel-maar-toereikend grens. In 2007 is dit gedaald naar 5,3 procent om in 2008 weer licht te stijgen naar 5,5.
• Bestuurder Carla Kiburg van FNV Bondgenoten noemt de vergoeding voor Schmittman ‘buitensporig’ vooral omdat hij min of meer vrijwillig opstapt.
• De derde definitie van armoede is de strengste. Bij het ‘basisbehoeftencriterium’ wordt alleen gekeken naar uitgaven die absoluut noodzakelijk zijn. Er zijn dus geen uitgaven voor ‘sociale participatie’ opgenomen. Deze groep huishoudens is uiteraard het kleinst, maar de afname is ook minimaal. In 2005 ging het om 3,5 procent van de huishoudens; in 2008 om 3,3 procent.
• Zalm, die zelf genoegen neemt met een voor bankbestuurders bescheiden salaris, liet weten dat hij werkt aan een nieuw beloningsbeleid voor ABN Amro.
• Voor 2009 ziet het beeld er gunstig uit. Naar verwachting daalt de armoede volgens alledrie de definities in 2009 verder. Hoewel de Nederlandse economie dit jaar zal krimpen als gevolg van de economische crisis, loopt de werkloosheid pas in 2010 snel op. De lage inflatie die voor 2009 verwacht wordt, stut de koopkracht.
• Schmittmann, schrijft de Volkskrant, had aan de overname door Fortis van ABN Amro ook al aardig verdiend. De krant beroept zich op Jeroen Smit, auteur van De Prooi; blinde trots breekt ABN Amro. Volgens Smit hebben managers als Schmittmann met hun opties en aandelen door de overname ongeveer 7,5 miljoen euro verdiend.
• In het Armoedebericht staan traditiegetrouw minimumvoorbeeldbegrotingen voor verschillende huishoudtypen. Een alleenstaande ouder met twee kids (6 en 14 jaar) krijgt bijvoorbeeld maandelijks 1510 euro binnen. Na de vaste lasten (581 euro), het huishoudgeld voor de boodschappen (450 euro), en wat het NIBUD reserveringsuitgaven noemt (zoals kleding) van 252 euro, blijft 227 euro over. Dat is dan voor de budgetposten die nog niet ingevuld zijn, bijvoorbeeld cadeautjes, huisdieren, uitgaan en vakanties, contributies en abonnementen en (openbaar) vervoer. Een stel zonder (thuiswonende) kinderen kan zo met ruim veertienhonderd euro per maand uit de voeten.
• Als Schmittmann zuinig aan doet en geen enkel rendement behaalt op zijn 8 + 7,5 miljoen = 15,5 miljoen euro, als er een mevrouw Schmittmann bestaat die geen inkomen heeft, en als de kleine Schmittmannetjes als ze bestaan het huis al uit zijn, kunnen ze nog 11.071 maanden vooruit voordat er een armoedegrens in zicht komt. Dat is 922 jaar.
