VN MediagidsAfstand doet er toe
Economie 19.05.2007
Afstand doet er niet meer toe. Door de opkomst van informatie- en communicatietechnologie en de daling van internationale transportkosten is de wereld een dorp geworden. Of in de woorden van Thomas Friedman: plat. We doet net zo makkelijk zaken met Biddinghuizen als met Beijing. Globalisering is het patroon van de eenentwintigste eeuw.
Afstand doet er toe
Tot zover het voor sommigen angstaanjagende, voor anderen juist aanlokkelijke, maar in elk geval populaire beeld van de wereldeconomie.
De feiten vertellen een ander verhaal. Onlangs schreven twee van die vermaledijde beleidsambtenaren, Peter van Bergeijk van Economische Zaken en Heleen van Gorcum die de Bofeb-opleiding volgt, hierover een artikel in het beleidseconomenvakblad ESB. ‘Afstand en globalisering’, heet hun stuk. De strekking: afstand is niet dood (en de aarde is niet plat).
Het tweetal bewijst de lezer twee diensten. Het samenvatten van de literatuur; en het maken van een som.
Over die internationale vakliteratuur merken de twee simpelweg op: ‘Een belangrijke, contra-intuïtieve bevinding van het moderne empirische handelsonderzoek is dat afstand in de naoorlogse periode waarschijnlijk niet in belang is afgenomen.’ Gezien de toename van de transportmogelijkheden en het dalen van de kosten hiervan is dat een paradoxale uitkomst, maar als dat de samenvattende conclusie is van honderddrie econometrische studies, dan kunnen we dat toch maar beter als feit accepteren. Om geografische handelspatronen te verklaren, wordt afstand belangrijker, niet minder belangrijk.
Van Bergeijk en Van Gorcum maken zelf ook nog een paar sommen, vooral om te kijken naar de meest recente gegevens. Het gaat daarbij om handelspatronen tussen landen. Als de uitvoer van een land ten opzichte van het nationaal inkomen toeneemt, wordt de economie opener. Deze uitvoerquote kan worden vastgesteld voor verschillende landen. Bijvoorbeeld: de Nederlandse uitvoer naar China in relatie tot het Nederlandse inkomen. Of: de Poolse export naar Duitsland in relatie tot het Poolse inkomen. Globaliseringsgelovigen zijn eenduidig in hun oordeel: de mate van openheid van economieën neemt toe.
In de bijgevoegde figuur is te zien dat deze vlieger helemaal niet altijd opgaat. Voor de landen rechts van de verticale as geldt inderdaad dat de uitvoerquote tussen 1994 en 2005 stijgt, maar voor de landen links ervan – en dat zijn met de Verenigde Staten, China en Japan niet de minst belangrijke – geldt juist het omgekeerde. Zij raken, ten opzichte van hun inkomen, juist meer gesloten. China gesloten? Ja, het inkomen van de Chinezen groeit sneller dan hun uitvoer.
De boven- en onderkant van de figuur gaan over afstand. Boven de streep bevinden zich de landen die meer zaken zijn gaan doen over een grotere afstand – de globaliseringshypothese. Onder de streep landen die het juist dichter bij huis zochten, ondanks de ict en de lagere transportkosten.
Zo ontstaan dus vier kwadranten, met rechtsboven de ‘globaliseringsgroep’ die zowel meer is gaan exporteren als dat over steeds grotere afstanden doet: Denen bijvoorbeeld, en Polen en Zwitsers. Linksonder staan landen die feitelijk anti-globalisering zijn: Italië bijvoorbeeld handelt minder met het buitenland en zoekt de overblijvende handel ook nog eens dicht bij huis. Nederland bevindt zich in het kwadrant rechtsonder: wel meer handel, maar geconcentreerd op nabije markten.
Hoe deze patronen te verklaren? De heterogeniteit in de uitkomsten, stellen de auteurs, is in elk geval een nieuwe klap in het gezicht van de mensen die afstand irrelevant hebben verklaard. Als het dalen van de transportkosten de drijvende kracht is achter geografische handelspatronen, zouden alle landen over grotere afstanden handel moeten drijven. Quod non.
Ligt het, wat Nederland betreft, aan de wederuitvoer via de mainports Rotterdam en Schiphol – Nederland als Gateway to Europe? Dat zou geruststellend zijn, zeggen de auteurs, maar de hypothese verhoudt zich slecht tot een recente conclusie van het Centraal Planbureau dat ook andere Europese landen snel groeien in de wederuitvoer. Toch is dit het zwakste onderdeel van het artikel. De mainport-hypothese kan, op basis van de door de auteurs aangevoerde argumenten, in elk geval niet worden verworpen.
Van Bergeijk en Van Gorcum kiezen een andere conclusie: Nederland mist de boot. ‘Juist op verafgelegen markten waar de economische dynamiek groot is, kan de winst van globaliseren worden geplukt door het Nederlandse bedrijfsleven.’ Het duo pleit daarom voor meer ‘economische diplomatie’ in die landen.
Ook dat is helaas een conclusie die niet door het artikel wordt onderbouwd. Welk marktfalen gaat EZ hiermee dan oplossen, zou je de auteurs willen vragen?
Maar de hoofdconclusie staat als een huis: afstand is en blijft belangrijk.
