VN MediagidsAfscheid van de groei

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 28.07.2007

Door Frank Kalshoven

Afbeelding bij Afscheid van de groei

Eerst Londen, daarna Schotland, zo zag mijn zomervakantie eruit. Veel groter worden de contrasten niet.

Londen is een mierenhoop met mensen, een snel groeiende metropool, en buiten de grote steden is Schotland zeer dunbevolkt. In het Trossachs and Loch Lomond National Park boven Glasgow is er, naast de verhuur van vakantiehuizen, geen economie, op een enkele schapenhoeder en bosbouwer na dan. In plaats van economie is er natuur: bergen, meren, varens – van minuut tot minuut anders uitgelicht door het spel van zon en wolken.

De kern van het verschil is de bevolkingsdichtheid. Het samenklonteren van mensen is tegelijkertijd oorzaak en gevolg van economische voorspoed. In Londen is alles te koop, in de dorpen van Schotland alleen het hoogstnoodzakelijke. In Londen kun je elk denkbaar beroep uitoefenen (of er zelf een verzinnen), in Aberfoyle in het voornoemde Nationale Park zijn hooguit twintig verschillende beroepen te bedenken. In Londen, kortom, zijn zowel de product-, arbeids-, als kapitaalmarkten zeer goed ontwikkeld – met welvaartsgroei als uitkomst – terwijl in Schotland de flora en de fauna beter ontwikkeld zijn dan de economie waardoor – relatieve – armoede ontstaat.

Maar het moet gezegd: ik zou liever in relatieve armoede in Schotland wonen dan mijn dagen moeten slijten in Londen. De voortdurende opeenhoping van mensen mag Londen geen windeieren leggen – het gebied behoort tot de snelst groeiende regio’s in Europa –, maar naar mijn smaak zijn de nadelen van de conglomeraatvorming reusachtig: congestie (op de weg, in het openbaar vervoer én wandelend op straat), extreme prijzen (niet alleen van dagelijkse boodschappen maar bijvoorbeeld ook van huizen), en alom aanwezige smerigheid. De prachtige openbare parken van de stad compenseren deze nadelen onvoldoende.

Na zo’n reisje surf ik altijd even naar de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS, zie www.cbs.nl) om te kijken op de bevolkingsteller van Nederland. Die staat nu op 16.373.726 Nederlanders. Ik schud dan met het hoofd.

Rond de vorige eeuwwisseling, in 1900, telde Nederland iets meer dan vijf miljoen inwoners, qua bevolkingsdichtheid een soort Schotland. In vijftig jaar verdubbelde het aantal Nederlanders tot tien miljoen. Veertig jaar later, in 1991, woonden we hier met vijftien miljoen mensen – daar is ook een liedje van. En nu staat de teller dus op 16,4 miljoen. Wordt Nederland een soort Londen?

Vermoedelijk niet. Want de onafgebroken groei van de bevolking in Nederland (zie grafiek) loopt op zijn laatste benen. Volgens de bevolkingsprognose van het CBS is het groeitempo er nu al uit. In 2015 wordt naar verwachting de 17 miljoenste Nederlander verwelkomd, en 25 jaar later in 2050 bereikt de omvang van de bevolking zijn piek: 17,7 miljoen mensen. Daarna zet de krimp in. Lang voor die tijd zijn delen van Nederland al aan het krimpen gegaan. Limburg krimpt al, en Drenthe en Zeeland zijn net begonnen of schurken er tegenaan.

Is dat enerzijds een geruststellende gedachte – het leefklimaat in Nederland zal niet zo verzieken als in Londen – anderzijds is het een feit dat nog de nodige hoofdbrekens zal kosten. Nederland is gewend aan onafgebroken bevolkingsgroei. Het land, de economie, de overheid, het bedrijfsleven: we weten niet beter dan dat de bevolking relatief snel in omvang toeneemt. En die bevolkingsgroei heeft allerlei consequenties: meer huizen, meer wegen, meer arbeidsplaatsen, meer omzet, meer treinen, enzovoort. Als de bevolkingsgroei stagneert, en dat doet ie, moeten we leren leven in een ander land.

Het lastige daarbij is dat er nauwelijks voorbeelden zijn van succesvolle krimp. Het is makkelijker een achtergebleven gebied of land op te stoten in de vaart der volkeren – daar zijn de afgelopen decennia ook vele voorbeelden van geweest, denk alleen al aan Ierland of China en India – dan een hoogontwikkelde economie in bevolkingsomvang netjes te stabiliseren met behoud van economische dynamiek. Een krimpende bevolking betekent gewoonlijk: achteruitgang, emigratie van talentvolle mensen, verkrotting van de bebouwing, inkomensverlies.

Met veel andere Europese landen – waar de krimp veelal nog harder toeslaat dan hier – staat Nederland dus voor een lastige opgave. Een heldere strategie ontbreekt, om niet te zeggen dat het nadenken feitelijk nog moet beginnen. Daarmee is het vakantiegevoel wel verdwenen: we moeten weer lekker aan het werk – nadenken over een krimpend Nederland.