VN MediagidsAfhankelijkheid

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 08.08.2009

Door Frank Kalshoven

In Nederland stijgen de uitgaven aan sociale bescherming sneller dan de welvaart. Waarom eigenlijk? Eerst even zelf nadenken: als een land welvarender wordt, neemt de sociale bescherming dan toe of af? Gaan de steeds rijker wordende burgers van dat land steeds meer zelf sparen, zelf regelen en zelf verzekeren? Of neemt het aandeel van de collectieve sociale bescherming in het nationaal inkomen juist toe? Het feitelijk juiste antwoord: de uitgaven aan sociale bescherming stijgen sneller dan de welvaart. En dat is eigenlijk raar.

De aanleiding voor deze gedachte zijn cijfers die eind juli zijn gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2008 gaf Nederland 159 miljard euro, ruim een kwart van het nationaal inkomen, uit aan sociale bescherming, een verdubbeling (van het bedrag) sinds 1994. Onder sociale bescherming wordt verstaan: alle uitkeringen die het doel hebben de lasten van huishoudens te verlichten. Dat varieert dus van puur publieke uitkeringen als de kinderbijslag (een volksverzekering, uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank) tot collectieve geldstromen als het aanvullend pensioen. In feite gaat het dus om uitkeringen die de functie hebben bescherming te bieden tegen omstandigheden als ziekte, werkloosheid, ouderdom, overlijden en sociale uitsluiting.

Niet alleen in Nederland geven we steeds meer geld uit aan sociale bescherming, vergelijking met andere Europese landen leert: hoe rijker een land, des te hoger de beschermende uitgaven. Het Nederlandse niveau van ongeveer tienduizend euro per persoon in 2008, wordt nipt overtroffen door Zweden, terwijl Europees kampioen Luxemburg zo’n dertien mille per kop aan bescherming uitgeeft. Denen, Oostenrijkers, Belgen, Fransen en Duitsers: ook grote beschermers volgens het CBS. Aan de staart van het beschermingsklassement vinden we juist de relatief arme Oost-Europese landen (nog geen duizend euro per kop) en dan de Zuid-Europese landen die, per hoofd van de bevolking, weer wat armer zijn dat de Noord-Europeanen.

Zowel voor Nederland in de loop der tijd als voor Nederland in relatie met andere Europese landen geldt dus: meer rijkdom leidt tot (meer dan evenredig) hogere beschermingsuitgaven.

Zeker als u wel eens op de SP heeft gestemd, zult u wellicht geneigd zijn om te zeggen: dat is toch gewoon een kwestie van beschaving? Mensen delen hun rijkdom, zoals het hoort. Maar de zaak ligt wat ingewikkelder.

Beschermingsuitgaven gaan namelijk niet per se over herverdeling van rijk naar arm. Kinderbijslag, bijvoorbeeld, gaat over herverdeling van mensen zonder kinderen onder de achttien jaar naar mensen met jonge kinderen – ook van arme kinderloze stellen naar welvarende huishoudens die een derde of vierde kind verwekken voor de gezelligheid. En uitgaven die de bescherming tegen de ouderdom regelen – AOW en pensioen – komen niet alleen terecht bij lage inkomens, maar óók bij mensen die hun hele leven goed hebben verdiend.

Ik zou het sterker willen zeggen: het positieve verband tussen welvaart en uitgaven aan sociale bescherming illustreert in feite een afhankelijkheidsparadox. Naarmate mensen (door de toename van het inkomen) beter hun eigen bonen kunnen doppen, en minder collectieve bescherming nodig hebben, creëren we in rijke landen steeds meer afhankelijkheid. Het hangt natuurlijk af van het gekozen ‘beschavingsideaal’, maar in mijn ogen is vermindering van afhankelijkheid van de staat en van collectiviteiten – en dus meer zelfredzaamheid en economische zelfstandigheid voor individuen en huishoudens – te prefereren.

Emancipatie betekent vrijmaking – ook van de staat. Herverdeling van hoge naar lage inkomens is juist in rijke landen als Nederland zeer welkom, maar vooral als er tegelijkertijd naar wordt gestreefd het aantal ‘afhankelijken’ te verminderen.

In plaats van een kwestie van beschaving kan het positieve verband tussen welvaart en uitgaven aan sociale beschaving dus ook worden gezien als het omgekeerde: afbraak van de beschaving. Publieke bescherming aanbieden aan mensen die prima in hun eigen ‘bescherming’ kunnen voorzien, is het nodeloos cultiveren van staatsafhankelijkheid.

 

[reageren]