VN MediagidsGrunberg week 49 2010
15.12.2010
Als mensendokter heeft u enige weet van onze constitutie. Bliksem, waterstof, zuurstof, stikstof, fosfor en zwavel blijken aminozuren als oergrondstof van het reproducerend organisch leven te vormen (Labyrinth, VPRO televisie, 24 november 2010). In onze wording een heikele fase naar het delen van cellen. Hierop volgde na 3.000.000.000 jaar evolutie de geslachtsdifferentiatie: geslachtelijke uitwisseling met als ken-merk unieke individuele recombinatie in het genenpatroon (en het individuele sterven hiervan). Nog zo'n heikele fase: ongeslachtelijke (flauw begrip) bio-reproductie werd het vrouwtje-mannetje koppelverkeer. Nu is mijn vraag aan u: welk reproducerend oergeslacht gaat aan het tweede vooraf? Als mannetje herbronnend de strengen volgend, zie ik mijzelf wel als gelijkwaardig, maar toch de toegevoegde partner aan dat oergeslacht.
- To Baarda, Velp
Zonder te willen veinzen kennis van zaken te hebben op dit gebied lijkt het mij voor ieder mens gezond om zichzelf als gelijkwaardige maar toegevoegde partner te zien van het oergeslacht.
Wat u 'ongeslachtelijke reproductie' noemt, is voor de literatuur een ramp, maar voor het pacifisme een zegen.
Het is voor mij niet zeker of datgene wat wij door de loop der jaren geworden zijn, namelijk het product van een plaatselijke cultuur, werkelijk iets met ons te maken heeft - er is nu eenmaal een enorm verschil tussen het goedgetrainde brein en onze ziel die eeuwig is - zoals er buiten de liefde om nog een andere liefde is die wij niet zo noemen, of beter gezegd, die wij nog niet als liefde herkennen. Herkent u dit fenomeen?
- Willem Milo, Blija
Over de eeuwige ziel, zelfs over de tijdelijke ziel, bestaat geen eenduidige mening. Sommige geleerden zeggen dat onze ziel weinig anders is dan een intern godje. Wie over de ziel spreekt, zou ook over god kunnen spreken.
Dat er liefde is die wij niet als liefde herkennen, is waar.
De een zal zeggen: 'Het was liefde maar het kwam eruit als een klap.'
De ander zal zeggen: 'Het was een klap.'
Wij zouden ons meer moeten bekommeren om de effecten van onze daden dan om onze bedoelingen. Daarom zeg ik: als iets niet als liefde wordt herkend, zal het wel geen liefde zijn.
Mocht uw briefje bedoeld zijn als liefdesverklaring, dan moet ik bekennen dat ik er wegens tijdgebrek niet op in kan gaan.
Beseft U wel dat U een aandoenlijke romanticus bent? U betoogt dat het kwaad niet altijd banaal is. Fijngevoelige misdaden komen, volgens mij, echter alleen in de kunsten of in Amerikaanse speelfilms voor. In de dagelijkse praktijk is het kwaad armetierig. (Als we dat vergeten, zullen we er door verrast blijven worden.) De heer Goebbels was belezen, welbespraakt en intelligent. De misdadiger is inderdaad soms fijnbesnaard, zijn misdaden zijn echter nooit gecultiveerd. Zelfs de gruweldaden van de Duitse kannibaal Armin M. of de ridderlijke pedofiel Gilles de Rais blijven platvloers.
U betoogt dat een misdadiger kan genieten van John Barth, Chopin en Tsjechov. Het kwaad zit hem echter in de daad, niet in de hobby's van de dader. U stapt in dezelfde romantische valkuil als mevrouw Arendt. U denkt dat het kwaad kwaliteitsverschillen kent. De misdaden zijn echter bijna altijd geworteld in armoedige psychische defecten of ordinaire hebzucht. Slechts een klein percentage van het kwaad boort een ongebreidelde verleidelijke krankzinnigheid aan.
- J. Mara
Als ik in dezelfde valkuil stap als Hannah Arendt, dan bevind ik mij in goed gezelschap. U doet alsof fijngevoeligheid tegenover banaliteit staat. Dat lijkt mij onjuist. Het Franse rechtssysteem kent, voor zover ik weet, de verzachtende omstandigheid van de crime passionnel. Sommige romantische valkuilen zijn beschaafd.
De daad kan niet worden gescheiden van de dader en de hobby's van de dader kunnen niet geheel worden gescheiden van de dader. Of denkt u dat uw hobby's niets over u zeggen?
