Vrij Nederland Grunberg helpt - week 30
Voor al uw vraagstukken van relationele, levensbeschouwelijke of andere aard
Illustratie: Joost Swarte
Grunberg helpt - week 30
Voor al uw vraagstukken van relationele, levensbeschouwelijke of andere aard
Hoe vertel ik mijn moeder dat ze naar een bejaardentehuis moet?
Moet ze echt naar een bejaardentehuis? Kan ze niet thuis wat meer zorg en oppas krijgen?
Uw vraag wekt de indruk dat uw moeder niet naar het bejaardentehuis wil. En terecht. Als ik uw moeder was, zou ik ook niet naar het bejaardentehuis willen. Kunt u uw moeder niet bij u in huis nemen? Gesteld dat ze dat wil. U moet uw moeder vertellen dat het erop lijkt dat ze meer zorg nodig heeft dan dat ze momenteel krijgt maar u moet haar geen bejaardentehuis opleggen. U moet vragen hoe zij zich die zorg voorstelt. Of ze wil dat iemand bij haar thuis komt om haar te verzorgen, of ze bij haar kinderen wil intrekken, of misschien wil ze toch naar een bejaardentehuis. Het kan zijn dat uw partner geen trek heeft in uw moeder. Dat is dan jammer voor uw partner. Bovendien, zo vertelde een Oostenrijkse vriendin mij onlangs, wordt elke langdurige relatie een ouder-kindrelatie. Dus feitelijk hebt u al een relatie met uw vader of moeder, daar kan uw echte moeder ook nog wel bij. Wie zich zorgen maakt om de 'individualisering' in de samenleving - wat ik overigens niet of nauwelijks doe - moet bij zijn eigen ouders beginnen. Misschien wordt uw huwelijk er zelfs beter van als uw moeder elke avond aan tafel zit.
Mijn achttienjarige zoon kan niet goed omgaan met geld. Hij maakt schulden en wil na de zomervakantie gaan studeren. Wij hebben beloofd zijn studiegeld en kamerhuur te betalen. Hoe breng ik hem bij dat hij zich niet zo diep in de schulden moet steken?
U dient uw zoon duidelijk te maken dat u garant staat voor studiegeld en kamerhuur en dat hij altijd langs kan komen voor een warme maaltijd. Maar verder moet u hem uitleggen dat banken geld lenen tegen een hoge prijs en dat zij daarmee ophouden als er niet wordt afgelost. Banken zijn wat dat betreft bikkelhard. U dient uw zoon daarom de film Monsieur Verdoux van Chaplin te laten zien en hem te onderwijzen in de schone kunst van de huwelijkszwendel. Als hij meer wil uitgeven dan hij heeft, dient hij zich namelijk toe te leggen op het charmeren en behagen van rijkere, oudere dames. Een kunst die hem ook later in het leven van pas zal komen.
U vindt kennelijk niet dat u in de gaten moet worden gehouden
Ik probeer contact te houden met mijn vijftienjarige puberzoon. Zijn vrienden komen over de vloer en doen heel stoer, ze moeten zich natuurlijk afzetten tegen een vader, maar hoe blijf ik in contact met ze?
U hoeft geen contact te onderhouden met de vrienden van uw puberende zoon, tenzij u er plezier aan beleeft uzelf belachelijk te maken. Probeert u contact te onderhouden met uw puberzoon door hem nu en dan argeloos een vraag te stellen. Vergeet niet dat uw zoon gevoelig is en de afwijzing vreest. Daarom dient u uw oordeel uit te stellen als u met hem spreekt. Uw oordeel zit de conversatie in de weg. U hoeft niet de beste vriend van uw zoon te worden, maar u kunt uw zoon wel de zekerheid geven dat hij, wat hij ook doet, op u kan rekenen. Wat zijn vrienden betreft: daar moet u wat strenger tegen optreden. Bij het binnenkomen en het weggaan zeggen ze netjes gedag en als ze de voorraadkast hebben geplunderd, horen ze een briefje in de voorraadkast neer te leggen waarop staat: 'Sorry, voorraadkast weer geplunderd. We hadden geblowd en kregen enorme honger. Hier is één euro voor de moeite.'
Ik doe niet aan Facebook, is dat erg?
Vroeger had je de Stasi, althans in de DDR, tegenwoordig heb je Facebook. We zijn allemaal onze eigen Stasi geworden. U vindt kennelijk niet dat u in de gaten moet worden gehouden, u ziet zichzelf niet als staatsvijand. Soit. Misschien hebt u daar goede redenen voor. Facebook is voor mensen die vrezen een vijand van de staat te zullen worden maar de staat toch behulpzaam willen zijn bij het opsporen van de vijand.
Ik ben zo jaloers op collega's die wel promotie krijgen. Wat doe ik hiertegen?
Schrijf verhalen waarin de collega's enkele vingers verliezen door de frituurpan. Verleid hun partners. Wees overdreven vriendelijk. Analyseer uw eigen jaloezie. Neem ontslag. Zeg tegen uzelf: 'Je bent een knecht, maar een meesterknecht.' Vraag een gesprek aan bij de baas. Neem contact op met de bedrijfsarts. Meld u langdurig ziek. Ga na of u niet tot een of andere minderheid behoort en zeg dan tegen uw meerdere: 'Er bestaat zoiets als positieve discriminatie, maar jij kent alleen negatieve discriminatie, nietwaar?'
Over Arnon Grunberg
Arnon Grunberg (1971) woont en werkt op dit moment in New York. Hij schrijft voor Vrij Nederland wekelijks de rubriek 'Grunberg helpt!'.