VN MediagidsMoeras Irak

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Politiek / Irak 28.10.2006

Door Ko Colijn

De situatie in Irak is ongekend gevaarlijk. Vice-president Dick Cheney is de laatste op aarde die zegt dat het goed gaat met de oorlog daar – maar zelfs hij gebruikt de term ‘oorlog’. Zelfs Bush gaf vorige week toe dat het niet goed gaat en dat de vergelijking met het Tet-offensief uit de Vietnam-oorlog gerust getrokken mag worden. Dat kantelde in 1968 de strijd, maakte een eind aan het presidentschap van Lyndon Johnson en maakte verdere militaire successen in de strijd tegen de Vietcong-opstand irrelevant.

De feiten van de afgelopen week zijn onthullend. Eerst zei de Britse generaal Dannatt dat de trouwste bondgenoot van Amerika zich ‘sometime soon’ uit de voeten moest maken omdat zijn aanwezigheid meer kwaad dan goed deed in Irak. Even later werd spontaan een onafhankelijke soenni-republiek in het hart van Irak uitgeroepen. Dat kon worden afgedaan als een propagandazet van radicale groepen, maar in het Iraakse parlement was een driedeling van Irak in autonome republieken ook al aan de orde.

Dan was het de week van openlijke wrevel tussen de Amerikaanse regering en premier al-Maliki, die zich steeds meer zorgen maakt dat de Amerikanen hem aan de kant willen schuiven. Hij treedt niet op tegen de sjiitische milities die stad en land onveilig maken, en irriteerde de Verenigde Staten door de vrijlating van de net gearresteerde radicale sjeik Mazen al-Said te verordonneren. Het onderstreepte de machteloosheid van Bush, die al-Maliki in het begin van de week nog had verzekerd dat hij achter hem stond, maar vervolgens handenwringend moest concluderen dat de Iraakse premier de schijn wekt een sjiitische handlanger te zijn.

Toen kwam het rapport van Anthony Cordesman, voormalig inlichtingenexpert van het Pentagon en de onbetwiste analyticus van élke Amerikaanse militaire interventie. Hij concludeert wat velen al zeggen, maar de regering-Bush nog steeds niet, namelijk dat Irak ‘in a serious state of civil war’ verkeert. Het woord burgeroorlog is politiek gevoelig, omdat zelfs minister Rumsfeld een halfjaar geleden toegaf dat de VS in dat geval niets meer te zoeken hebben in Irak.

Vervolgens kwam generaal William Caldwell met de bekentenis dat de veiligheidsstrategie in Bagdad totaal was mislukt. Begin augustus was daar operatie ‘Samen Voorwaarts’ gestart. Een wanhoopsoffensief om met zestienduizend Amerikaanse soldaten en zes Iraakse bataljons een eind te maken aan het sektarische bloedvergieten. Meer dan dertig grote sjiitische milities teisteren de stad en vergrijpen zich aan soennieten, die zich op hun beurt wreken op willekeurige sjiitische slachtoffers. Niet zelden keek de politie – zwaar geïnfiltreerd door het sjiitische ministerie van Binnenlandse Zaken – toe. De Amerikanen constateerden dat de Iraakse politie bij afgesproken acties wegbleef of bevelen negeerde. Caldwell geeft nu toe dat het aantal aanvallen in de laatste twee maanden niet afnam, maar met een kwart is gestegen. ‘Samen Voorwaarts’ is ‘Gescheiden Achterwaarts’ geworden en niemand weet hoe het nu wel moet in Bagdad.

En dan het de week van het medisch tijdschrift The Lancet, waarin nog eens werd ingewreven dat de interventie in Irak zeshonderdvijfenvijftigduizend Irakezen het leven heeft gekost, tien keer zoveel als gewoonlijk wordt beweerd. Een aangevochten conclusie, maar een magneet voor andere cijfermatige herinneringen: het woord ‘Irak’ staat voor achtentwintighonderd Amerikaanse doden, eenentwintigduizend Amerikaanse gewonden, anderhalf miljoen Iraakse vluchtelingen, vijf miljard dollar per maand. De woorden democratie en orde zijn allang vergeten. In het voorbije jaar versnelde het aantal sektarische geweldsuitbarstingen met een factor negen, het aantal Iraakse begrafenissen met een factor vier.

Bush zit gevangen tussen meerdere vuren. In de peilingen steunt nog maar een derde van de Amerikanen zijn Irak-beleid, en de mid-term-verkiezingen op 7 november zullen een Irak-referendum zijn. Republikeinse senatoren en generaals zeggen openlijk dat ‘stay the course’ in Irak geen optie meer is, zijn eigen ambtenaren spreken over stommiteiten en arrogantie op Al Jazeera. De bondgenoten willen weg, en de burgeroorlog verscheurt het land. ‘Cut and run’ zou de Verenigde Staten een nieuw en weergaloos Vietnam-syndroom bezorgen en is om die reden als beleidskeuze uitgesloten. Maar de mislukkingen woekeren voort en het moeras maakt tenslotte zelf zijn keuze.