Vrij Nederland Kwestie-Irak blijft kabinet plagen
Deed Nederland stiekem toch militair mee aan de Irak-oorlog? De recente onthullingen in de media over de Nederlandse steun aan de inval in Irak geven extra munitie aan bekende, en nog steeds niet beantwoorde vragen.
Op 27 maart 2003 was de oorlog tegen Irak een week oud. Het Witte Huis publiceerde die dag een lijst van coalitiegenoten die president Bush steunden bij het oprollen van het regime van Saddam Hoessein. Sommige landen wisten niet eens dat ze tot de coalitie behoorden. Ook Nederland vond zichzelf terug op de lijst, als land ‘dat de dreiging begreep die uitgaat van Saddam Hoesseins wapens’, zoals de toelichting luidde.
Bij elkaar was het een indrukwekkend gezelschap. De staf van het Witte Huis had uitgerekend dat de lidstaten bij elkaar 1,2 miljard mensen telden en samen jaarlijks tweeëntwintigduizend miljard dollar hadden te besteden.
Letterlijk luidde de tekst: ‘Wie zijn de huidige leden van de coalitie? President Bush verzamelt een coalitie die al begonnen is met militaire operaties om Irak te ontdoen van zijn massavernietigingswapens en naleving van zeventien VN-resoluties af te dwingen. De coalitie zal het Iraakse volk ook bevrijden van een van de ergste tirannen en een van de meest wrede regimes op aarde. Bijdragen van de lidstaten der coalitie strekken zich uit van directe militaire deelname, logistieke en inlichtingenhulp, gespecialiseerde chemische en biologische wapenteams, overvliegrechten, humanitaire en wederopbouwhulp tot politieke steun. Negenenveertig landen zijn openlijk toegetreden tot de coalitie.’
Hielp Nederland op dat moment inderdaad mee aan ‘militaire operaties om Irak te ontdoen van zijn massavernietigingswapens’? Of moesten we verder doorlezen en ging het alleen om politieke steun?
Het antwoord op die vraag verklaart wellicht waarom de Nederlandse regering nu al vier jaar weigert om in te gaan op de eis tot een waarheidsonderzoek naar onze steun aan Operation Iraqi Freedom. Zou Nederland militair hebben meegedaan aan OIF, zoals de oorlog in het wereldje werd gedoopt, dan is de Tweede Kamer destijds verkeerd ingelicht, omdat het volgens de officiële lezing om nooit méér dan politieke steun is gegaan. Het is het meest vergaande scenario in een strijd tussen regering en Kamer die maar niet wil ophouden. Ironisch genoeg lijken daarin prooi en achtervolgers van rol te verwisselen.
De PvdA was in de oppositiejaren hartstochtelijk voorstander van een onderzoek, maar stuitte in de onderhandelingen over de kabinetsformatie op een keihard nee van premier Balkenende. Er gaat bijna geen dag voorbij of Wouter Bos en Bert Koenders, in hun hart voorstanders, moeten uitleggen dat de PvdA dat punt verloren heeft en zich nu loyaal aan het regeerakkoord moet houden. De PvdA is prooi geworden.
En wanneer zal de VVD achtervolger worden? Zover is het nog niet, want de VVD is als regeringspartner van Balkenende III altijd vierkant tegen een parlementair onderzoek geweest en geen liberaal maalt erom dat Saddam Hoessein destijds gewapenderhand is verwijderd. Maar een ‘nieuwe situatie’ kan wonderen verrichten: als zou blijken dat Nederland stiekem heeft meegedaan aan de oorlog, zou dat voor de VVD misschien wel eens een excuus kunnen zijn om van rol te verwisselen. Het kabinet heeft dan wel veel uit te leggen, ook al is het zijn meerderheid in de Kamer(s) nog niet kwijt.
Maar is die nieuwe situatie er ook na de opvallende reportages van het radioprogramma Argos (VPRO) en de tv-rubriek Reporter (KRO) van de afgelopen weken? En wat voegen zij toe aan de ‘oude situatie’ die was ontstaan na het artikel ‘Oorlogslogica’ van journalist Joost Oranje in NRC-Handelsblad, op 12 juni 2004? Een tussenstand.
Misverstand
Op 22 maart 2003 zat ik in de studio van het NOS-Journaal om commentaar te geven bij de eerste grote persconferentie van generaal Tommy Franks vanuit diens hoofdkwartier in Qatar. De aanval was twee dagen oud, premier Balkenende had het Nederlandse volk uitgelegd dat Nederland de operatie slechts politiek steunde. We vielen bijna uit onze stoel toen Franks speciale vermelding gaf van luitenant-kolonel Jan Blom ‘from The Netherlands’. Meteen Defensie bellen wat die Blom daar doet, was de reflex, want hoe kon Franks de vertegenwoordiger van de Nederlandse luchtmacht tot coalitiegenoot rekenen? Onze luchtmacht zat weliswaar in Turkije, maar de Turken deden juist niet mee aan de aanval op Irak. Formeel zat Nederland daar slechts als NAVO-partner van een land dat misschien door Irak zelf met raketten beschoten zou worden; terugvechten zou dan in de categorie bondgenootschappelijke zelfverdediging vallen.
Minister Kamp zat met de kwestie in zijn maag en verklaarde dat het om een misverstand ging. Nederland had het belang van de persconferentie verkeerd ingeschat, wij moesten vooral niet denken dat we via de achterdeur toch militair meededen aan OIF.
Maar daarmee was de achterdocht niet weg. De radiorubriek Argos groef veel verder en kwam binnen een week met andere informatie. Maanden eerder was de redactie getipt dat Nederlandse F-16-piloten al vanaf najaar 2002 verkenningsvluchten boven Irak uitvoerden. Er zou zelfs sprake zijn geweest van een noodlanding, een gebeurtenis waaraan in een weblog werd gerefereerd die op last van Defensie werd gecensureerd.
Nog spannender was het bericht dat Nederlandse special forces voorjaar 2003 zouden hebben geholpen bij een spoedreparatie van het oude vliegveld Harir in Noord-Irak. Dat was nodig nadat de Amerikanen van de Turken geen tweede front kregen aangeboden en dus naar een alternatief in de buurt moesten uitwijken. De Nederlandse commando’s zouden onder Deens bevel hebben geopereerd. Op 2 april 2003 ontkende minister Kamp het optreden van ‘Nederlandse eenheden’, maar de radiomakers van Argos houden tot op de dag van vandaag vol dat het meer dan een gerucht is en dat Defensie misschien een woordspel speelt door de commando’s niet als complete ‘eenheden’ te willen betitelen.
In VN van 5 april 2003 verschijnen weer andere berichten over Nederlandse militaire deelname. De Australische minister van Defensie Robert Hill heeft zich tijdens een parlementair vragenuurtje loslippig betoond en meegedeeld dat Nederland een fregat en een Walrus-onderzeeër naar het strijdtoneel heeft gestuurd. Weer volgt een heftige ontkenning (door een woordvoerder van minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken), maar waar rook is, blijkt vuur. In defensiestukken achterhaalt VN dat de onderzeeër sinds juni 2002 onder operationeel bevel van de Verenigde Staten is gesteld. De officiële lezing is dat de onderzeeër niet aan Operation Iraqi Freedom meedoet, maar aan de campagne Enduring Freedom, die met de nasleep van de oorlog tegen de Taliban en Al Qaida in Afghanistan te maken heeft. Eind november 2002 heeft staatssecretaris Van der Knaap via de Wereldomroep (www.marineschepen.nl) al het geheim prijsgegeven dat de Walrus op verzoek van de Amerikanen een rol heeft gespeeld bij het bespioneren van Iraanse Kilo-onderzeeërs. De gegevens zijn nodig voor het afgrendelen van Iraanse havens bij een oorlog tegen Irak, want de Amerikaanse marine wil dan een ongestoorde doorvaart in de Straat van Hormoez. Het VN-artikel wijst verder op de inzet van het fregat Van Nes, dat Amerikaanse marineschepen onderweg naar Irak in de Perzische Golf escorteert.
De portee van deze berichten is dat Nederland wel degelijk heeft meegedaan aan de oorlog tegen Irak. Op één punt heeft Balkenende ooit, per implicatie, een beetje toegegeven dat er iets van waar is, namelijk door op 18 maart 2003 aan de Kamer te zeggen dat Nederland niet kiest voor ‘een actieve militaire bijdrage’. Maar wat een passieve militaire bijdrage is, blijkbaar wel toelaatbaar, is nooit precies duidelijk gemaakt. En daarnaast is het duidelijk dat militaire bijdragen van Nederland aan de oorlog in Irak verstopt konden worden in twee andere afkortingen: NAVO en OEF. Hoe doorzichtig ook, het zal nog niet meevallen om aan te tonen dat Nederland geen woordspel speelde met op dat moment (welbewust) door elkaar lopende operaties.
Kwalijke argumentatie
De jacht op het onderzoek loopt ook via een andere flank. Niet het geheim van de Nederlandse deelname aan de oorlog, maar de kwalijke argumentatie van het vorige kabinet-Balkenende is daarbij de trofee.
De munitie van de critici:
– Blair en Bush zijn leugenaars (Bart Tromp) en de Nederlandse regering is niet veel minder door zich achter deze twee mislukkelingen te verschuilen;
– Nederland lapte het internationale recht aan zijn laars omdat het een dubieuze uitleg aan de beruchte resolutie 1441 verbond (vinden veel internationaal juristen);
– Nederland had eigenlijk gewoon andere motieven om achter Amerika aan te lopen, maar komt daar niet rond voor uit: de ruimere ‘sjoemel’-theorie. In die rubriek vallen vermoedens (De Hoop Scheffer mocht secretaris-generaal van de NAVO worden) maar ook ‘realpolitieke’ argumenten, namelijk dat Nederland nu eenmaal maar beter geen ruzie met zijn grootste bondgenoot kan krijgen. Dat laatste is schoothondjesgedrag, maar in de jungle van de wereldpolitiek kan dat nog best uit te leggen zijn als onvermijdelijk eigenbelang.
In het artikel ‘Oorlogslogica’ (NRC-Handelsblad, 12 juni 2004) werd de Nederlandse regering, over twee volle pagina’s, zijn eigen Irak-schandaal aangewreven. Pièce de résistance was dat het kabinet-Balkenende alleen informatie aan het parlement gaf die in zijn straatje paste. Dat was een serieuze conclusie, die geheel in het verlengde lag van de smadelijke onderzoeken naar de oorlog in Irak in de Verenigde Staten en Engeland die aan het licht hadden gebracht dat Bush en Blair selectief hadden gewinkeld bij de eigen inlichtingendiensten.
Het stuk deed terecht veel stof opwaaien, omdat eruit bleek dat ook de Nederlandse inlichtingendiensten hadden getwijfeld aan de ‘feiten’ van Saddams massavernietigingswapens. Dat had de Nederlandse regering ertoe gedreven om maar de zuinige redenering te volgen dat Saddam gestraft moest worden voor het schenden van VN-resolutie 1441, niet voor het illegale bezit van de massavernietigingswapens zelf. Een sluwe formule, die Nederland veel Bush & Blair-leed bespaarde, maar het niet immuun maakte voor het verwijt die twijfels voor de Kamer verborgen te hebben gehouden en te gemakkelijk in de oorlog te zijn gestapt. Een oorlog die ook door de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, als illegaal zou worden betiteld. Nederland koos voor wenselijkheid van de oorlog, niet voor wettigheid.
Er zaten ook minder sterke kanten in het NRC-stuk, want het leunde sterk op de twijfels van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) – niet die van de huidige AIVD. De MIVD is de huisspion van het ministerie van Defensie en interesseert zich vooral voor het veiligheidsrisico voor de eventueel in te zetten Nederlandse krijgsmacht. De AIVD heeft een bredere horizon en het zou interessant zijn om te weten of de AIVD destijds dezelfde twijfels had.
Contactman
De tv-uitzending van Reporter van afgelopen zondag (www.kro.nl) borduurde voort op beide lijnen van kritiek (geheime deelname, valse argumenten), maar riep meer vragen op dan ze beantwoordde. Het droeg een document aan waaruit bleek dat de VS een heel concreet lijstje militaire wensen bij Den Haag indiende. We zien er de onderzeeërs, de special forces en zelfs de Luchtmobiele Brigade weer verschijnen. Maar we weten na de documentaire nog niet wat het antwoord van Den Haag was, en het zou bovendien kunnen dat Den Haag zich heeft ingedekt door een deel van deze middelen slechts in het kader van Enduring Freedom ter beschikking te stellen. Dat moet nog uitgezocht worden.
Reporter laat voormalig wapeninspecteur Scott Ritter opdraven met het verhaal dat hij de contactman was tussen de Nederlandse inlichtingendienst en UNSCOM, dat belast was met de controle op Saddams wapenarsenaal (iets waarvoor de FBI in 1997 zelfs een onderzoek tegen hem begon, hoewel het UNSCOM-mandaat dergelijke contacten niet verbood en zelfs aanmoedigde). Maar Ritter is een omstreden persoon en dat maakt zijn bijdrage aan de kwestie misschien zelfs contraproductief. Hij was in augustus 1998 boos uit UNSCOM weggelopen. Dat hij achteraf gelijk had met zijn bewering dat Saddam geen massavernietigingswapens meer bezat, maakt hem nog niet tot een betrouwbare bron.
Hij zei dat de inspecties tot 1998 geslaagd, maar nog net niet voltooid waren, en door infiltratiepogingen van de CIA en de vertragingstactiek van zijn eigen regering om zeep waren geholpen. Maar destijds waarschuwde hij via de media ook dat Saddam ‘zonder inspecties in een mum van tijd, een kwestie van maanden, zijn chemische en biologische wapenprogramma en de raketten waarmee het deze kan afschieten, en zelfs delen van zijn nucleaire programma weer op de rails kan zetten’ (zie: www.pbs.org/newshour). In Reporter zegt hij zo ongeveer het tegengestelde en dat kwalificeert hem alleen al hierom tot een dubieuze bron.
Dan blijft over de onthulling over die vorige week al in VN als niet meer dan een vermoeden werd geuit, namelijk dat Jaap de Hoop de Scheffer in augustus 2002 besloot dat Nederland in de anglosfeer moest blijven, linksom of rechtsom. Realpolitiek, met als bijkomend voordeel dat de aanstaande oorlog de wereld natuurlijk ook van een griezelige dictator zou verlossen.
Blijkbaar te moeilijk om uit te leggen voor een land dat ook rechtvaardig wil zijn.
Maar waarom mag dat niet onderzocht worden? Als Bush en Blair straks weg zijn, kan de Eerste Kamer bewijzen hoe onafhankelijk zij is.