VN MediagidsHet oorverdovende zwijgen over Irak

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Politiek / Irak 01.05.2004

Door Harm Ede Botje

Hoe zeker wist de Nederlandse regering dat Saddam Hoessein over massavernietigingswapens beschikte? Heel zeker, zei premier Balkenende. Maar de twijfel groeit: werden de gevaren van Saddam Hoessein ook in Nederland overdreven?

Het PvdA-kamerlid Bert Koenders moet zich af en toe een Don Quichot voelen. Al maandenlang probeert hij de regering te bewegen tot meer openheid over haar steun aan de oorlog tegen Irak. En steeds weer opnieuw vangt hij – net als zijn collega’s van GroenLinks, SP en D66 – bot. 'Soms word ik er een beetje moedeloos van,’ zegt hij. ‘Het enige dat ik wil, is dat de waarheid boven tafel komt, maar bij de VVD en het CDA vinden ze dat ik oude koeien uit de sloot haal.'

Koenders spreekt van een 'vertrouwenscrisis'. 'In Irak zijn geen wapens gevonden. Zelfs de Amerikaanse wapeninspecteur David Kelly, die na de oorlog is gaan zoeken, zegt nu dat ze waarschijnlijk nooit gevonden zullen worden. Ik was helemaal niet naïef over Saddam Hoessein, maar deze preventieve oorlog was een unicum in de geschiedenis. Dan moet je wel heel zeker van je zaak zijn. Voor burgers is het belangrijk dat je in zo’n situatie op politici kunt vertrouwen. Maar we zijn bij de neus genomen door de Amerikanen en de Britten, en ook door de Nederlandse regering. Ik wil daarom weten hoe het kabinet tot zijn standpunt is gekomen.'

Maar hoe hard Koenders en zijn collega’s het ook proberen, ze krijgen tot nu toe geen beweging in de zaak. 'In dat potje gaan we niet meer roeren,' zei minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in februari in de Tweede Kamer. 'De veiligheidsdiensten hebben goed gefunctioneerd. Een nader onderzoek hoeft er niet te komen.'

Cees Wiebes is een kenner van de geheime diensten in Nederland en docent internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was een van de schrijvers van het Niod-onderzoek naar de gebeurtenissen in Srebrenica. Samen met Bob de Graaff schreef hij eerder de boeken Gladio der vrije jongens, Een particuliere geheime dienst in oorlogstijd en Villa Maarheze over de toenmalige Inlichtingendienst Buitenland.

Hij vindt het vreemd dat de regering net doet alsof er geen andere optie was dan de Amerikanen achterna gaan. Onzin, vindt Wiebes, tussen geheime diensten van westerse landen bestonden grote meningsverschillen over de dreiging van Saddam Hoessein en over de bewijzen die de Amerikanen aanvoerden. Kijk naar een land als Canada. Een goede bondgenoot van de Amerikanen. Maar in tegenstelling tot Nederland vonden de Canadezen het bewijs voor massavernietigingswapens in Irak zo flinterdun dat ze hebben gezegd: we doen niet mee. Wiebes sprak voor de oorlog met tal van 'lagere analisten' binnen de geheime diensten 'aan beide kanten' van de Atlantische Oceaan. 'Die mensen zeiden allemaal tegen hun superieuren: “Wij kunnen niet vinden wat jullie beweren in de pers.—' Wiebes noemt de manier waarop de Britten en Amerikanen te werk zijn gegaan cherry picking: alleen informatie die de argumenten voor een oorlog tegen Saddam ondersteunde, is eruit gepikt, de rest werd genegeerd.

De Amsterdamse wetenschapper pleit net als Koenders voor een parlementair onderzoek. Alleen dan wordt duidelijk of de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de juiste analyses hebben gemaakt. En zo nee, wat is er misgegaan? En passant wordt dan ook duidelijk of Balkenende of minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer tijdens hun publieke optredens wel een evenwichtige samenvatting van de informatie heeft gegeven.

Het kabinet weigert tot nu toe informatie te geven omdat dan ‘onze jongens in Irak in gevaar komen’ (minister Kamp van Defensie), dan wel ‘buitenlandse diensten worden gebruuskeerd’ (minister Bot). Onzin, vindt Wiebes. Ook hij vindt dat je geen vertrouwelijke documenten op straat moet gooien. Maar dat probleem kan worden ondervangen door inzet van de ‘commissie Stiekem’ van de Tweede Kamer, waarin de fractievoorzitters van de grote partijen vertrouwelijk over de inlichtingendiensten praten. Die kan achter gesloten deuren experts ondervragen en rapporten inzien. De resultaten kunnen – ontdaan van geheime informatie – openbaar worden gemaakt.

Hoe zat het ook al weer in maart van het afgelopen jaar, vlak voordat de oorlog tegen Irak begon?

De wapeninspecteurs van de Verenigde Naties (Unmovic) zeiden dat ze meer tijd nodig hadden, maar dat wel vooruitgang werd geboekt. De Irakezen werkten volgens het toenmalige hoofd van Unmovic Hans Blix beter mee dan voorheen. De Amerikaanse president George Bush en de Britse premier Tony Blair daarentegen beweerden dat Saddam Hoessein een 'groot en acuut' gevaar opleverde.

In februari vorig jaar hield de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell voor de Verenigde Naties een indrukwekkende Powerpoint-presentatie. Hij liet satellietfoto’s zien van mobiele biolaboratoria en liet geluidsbanden horen waarop Iraakse officieren met elkaar spraken over het verbergen van wapens. Saddam Hoessein zou contacten onderhouden met Al Qaeda, Irak zou nucleair materiaal hebben ingekocht in Niger, er waren aluminium buizen aangekocht waarmee uranium kon worden verrijkt. Kortom: er was acuut gevaar dat Saddam massavernietigingswapens zou inzetten.

In Nederland waren de toenmalige regeringspartijen CDA, LPF en VVD – Balkenende I was demissionair – overtuigd door Powells optreden. 'Irak moffelt verboden wapens weg. Dat is heel ernstig,' zei CDA-woordvoerder Eurlings. En VVD’er Jozias van Aartsen vond Powells optreden 'sober, dwingend en overtuigend'. Ook demissionair premier Balkenende noemde Powells presentatie 'een solide beschouwing'. Hij vond het vooral belangrijk dat 'alle informatie kon worden gestaafd door onderliggend materiaal' - een opmerking die een jaar later pijnlijk aandoet. Powell zelf is juist aan het ‘onderliggende materiaal’ gaan twijfelen. De minister gaf eind januari toe dat het 'goed mogelijk is' dat Irak op het moment van de inval geen massavernietigingswapens had.

Het wordt steeds duidelijker dat de Amerikanen en de Britten informatie die door geheime diensten werd aangeleverd, naar hun hand hebben gezet. Zo bleek de bewering over de aankoop door Irak van uranium in Niger – waarover Bush sprak in zijn jaarlijkse State of the Union-redevoering – gebaseerd op een vervalst document. Ook het verhaal over de aluminiumbuizen was een canard: ze waren ongeschikt voor het verrijken van uranium.

Bush en Blair hebben hun geloofwaardigheid verloren, zei Hans Blix dan ook in een recent interview met NRC Handelsblad. 'Ik zag ze hevig in iets geloven en niet kritisch denken. Elk teken werd gezien als bewijs tegen Irak. Ik hoop dat dit een les is voor politici: probeer intelligence niet te sturen en vraag om kritisch onderzoek.'

Blix – onlangs in Nederland vanwege zijn boek Missie in Irak – haalde in het programma Zembla hard uit naar de Nederlandse regering. Hij vond het vreemd dat Den Haag zo klakkeloos achter de Amerikanen had aangelopen. Waarom steunde het toenmalige kabinet niet zijn pleidooi om de wapeninspecteurs meer tijd te geven? ‘Jullie minister van Buitenlandse Zaken had beter naar ons moeten luisteren.’

Blix is niet de enige die in boekvorm de aanval heeft ingezet, vooral tegen president Bush. Voormalig minister van Financiën Paul O’Neill zet de Amerikaanse president in The Price of Loyalty neer als een luie, niets wetende president, die geobsedeerd is geweest door Saddam Hoessein. Voormalig top-terrorismebestrijder Richard Clarke beschreef in Against all Enemies hoe Bush en zijn adviseurs voor 11 september nauwelijks interesse toonden voor de bestrijding van Al Qaeda, Saddam was veel belangrijker. En ook uit het recent uitgekomen Plan of Attack van de Washington Post-journalist Bob Woodward blijkt de Irak-obsessie van Bush en vooral ook van minister Donald Rumsfeld van Defensie. Woodwards boek is extra pikant omdat minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell heeft toegegeven een van de bronnen te zijn.

Niet alleen de Verenigde Staten zijn in de ban van de stroom onthullingen over het Irak-beleid van het Witte Huis en bondgenoot Tony Blair. Ook Denemarken – een onvoorwaardelijke bondgenoot van Amerika – schudt op zijn grondvesten. In de Nederlandse media is dat nauwelijks opgemerkt. Ten onrechte, omdat de Deense politieke situatie grote gelijkenissen vertoont met die in Nederland.

Net als in Den Haag zit er in Kopenhagen een centrum-rechtse regering, die de Amerikanen steunde tijdens de oorlog. Op dit moment zitten er vijfhonderd Denen in Irak. De Deense sociaal-democratische oppositie wil, net als in Nederland, dat er een onderzoek komt naar beslissingen die de regering nam in de aanloop naar de oorlog. Premier Anders Fogh Rasmussen weigert, net als Balkenende.

Maar in Denemarken gebeurde in januari iets onverwachts. Ex-majoor Frank Grevil stapte naar de kwaliteitskrant Berlingske Tidende met een explosief verhaal. De Deense premier zou de Iraakse dreiging zwaar hebben overdreven. Grevil is een Deense expert op het gebied van chemische wapens en werkte jarenlang bij de inlichtingendienst. In vertrouwelijke Irak-rapporten schreef hij passages over chemische wapens. Hij gebruikte termen als 'het zou kunnen dat’ omdat hij domweg niet zeker wisten of Irak nu wel of niet over massavernietigingswapens beschikte. Grevil was dan ook ontstemd toen hij de premier in het openbaar dingen hoorde zeggen als: ‘Ik geloof niet alleen dat er wapens zijn, ik weet het gewoon.'

De publicaties veroorzaakten een storm van verontwaardiging. De regering zag zich gedwongen afgelopen week vertrouwelijke documenten vrij te geven. Hieruit blijkt dat Rasmussen niet heeft gelogen, maar wel dat hij nuances in de intelligence over de Iraakse wapens achterwege heeft gelaten. Inmiddels is de Deense minister van Defensie Jensby afgetreden. Ook voor Grevil liep de affaire niet goed af. De klokkenluider werd in maart ontslagen door de geheime dienst. Het openbaar ministerie zal hem en de twee journalisten van Berlingske Tidende vervolgen wegens het openbaar maken van staatsgeheimen.

De herwaardering voor de wapeninspecteurs, de inside stories over de Saddam-obsessie in het Witte Huis, de valse beweringen van minister Powell, de bewijzen stapelen zich op dat bevolking én volksvertegenwoordigers van de landen die behoren tot de coalition of the willing, een rad voor ogen is gedraaid.

Maar terwijl in Washington en Londen volksvertegenwoordigers onderzoeken instellen en in Denemarken documenten worden vrijgegeven, volhardt de Nederlandse regering in haar stilzwijgen – terwijl er weinig reden is om aan te nemen dat het in Neerland anders is gegaan dan bij andere leden van de coalitie tegen Irak. PvdA’er Bert Koenders zucht eens hartgrondig. 'Ik hoop dat er hier ook, net als in Denemarken, een klokkenluider opstaat. Dan komt de zaak tenminste in beweging.'