VN MediagidsWie hielp de stervende illegaal?
Vorige week maandag kwamen bij de Tweede Kamerfractie van de SP twee verontruste telefoontjes binnen. Gevangenen op de Rotterdamse detentieboot, waar illegale vreemdelingen vastzitten in afwachting van hun uitzetting, meldden dat een afdelingsgenoot een dag eerder onder dubieuze omstandigheden was gestorven. De zesenveertigjarige man, vermoedelijk een Algerijn, zou na klachten over pijn in zijn hart van de medische dienst hoestdrank en spierzalf hebben gekregen. Daarna zou het bergafwaarts met hem zijn gegaan. Om een uur ’s nachts was hij dood.
‘Zijn medegevangenen hebben ons verteld,’ zegt Justitiewoordvoerder Krista van Velzen van de SP, ‘dat ze op de deur hebben gebonkt en door de intercom hebben geroepen toen ze merkten dat het steeds slechter met hem ging. Daar kwam geen reactie op. Pas twee uur nadat de man was overleden, zou er iemand zijn komen kijken.’ De SP heeft Kamervragen gesteld. Activisten hielden afgelopen zondag een lawaaidemonstratie bij de boot.
Als het klopt dat de gevangene medische zorg is onthouden, komt dat voor Justitie op een extra pijnlijk moment. Twee weken geleden publiceerde het Europese Comité ter Voorkoming van Foltering en Onmenselijke Behandeling en Bestraffing (CPT) een kritisch rapport over de Rotterdamse bajesboot. Het Comité toont zich er bezorgd over dat daar ’s nachts geen artsen of verpleegkundigen beschikbaar zijn. Ook de behandeling van gevangenen met psychische klachten moet volgens het CPT worden verbeterd.
De helft van het bewakingspersoneel, dat niet is in dienst van Justitie, maar van het particuliere beveiligingsbedrijf Securicor, is naar de maatstaven van het Comité onvoldoende opgeleid om ander werk te doen dan ‘passieve beveiligingstaken’. Eindconclusie van het CPT: de detentieboot moet zo snel mogelijk worden gesloten.
In een reactie op het rapport deed het ministerie van Justitie een persbericht de deur uit met de kop: ‘Geen aanwijzingen slechte behandeling gedetineerden’. Minister Hirsch Ballin schreef in een brief aan de Kamer dat het gebruik van de detentieboot medio 2009 zal worden beëindigd. Staatssecretaris Albayrak zei afgelopen vrijdag in een debat dat misschien nog dit jaar tot sluiting kan worden over gegaan, mits dit op ‘financieel verantwoorde wijze mogelijk is’.
Schouwarts
De Est Andres Lehtmets is arts en hoofd van de CPT-delegatie die Nederland bezocht. Lehtmets noemt het ‘treurig’ dat zo kort na het rapport van zijn Comité een gevangene op de detentieboot is overleden, maar doet geen uitspraken over de doodsoorzaak van de man. ‘Hier moet onafhankelijk onderzoek naar worden gedaan,’ zegt hij. ‘Alleen zo kun je voorkomen dat het nog een keer gebeurt.’
Het Openbaar Ministerie heeft inmiddels de Rotterdamse politie opdracht gegeven tot een onderzoek. Een woordvoerder van Justitie liet Vrij Nederland afgelopen vrijdag weten dat de detentieboot ook zelf een intern onderzoek zal instellen naar de toedracht van het overlijden, en dat de uitkomst naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zal worden gestuurd. In dat geval kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de onafhankelijkheid van het onderzoek.
Daar komt bij dat de IGZ heeft besloten voorlopig geen eigen onderzoek in te stellen. ‘Uit het verslag van de schouwarts blijkt dat de man een natuurlijke dood is gestorven,’ zegt woordvoerder Wouter van der Horst. ‘Dan onderneemt de inspectie geen actie.’
Volgens Wil Voogt is dat een ‘abnormale gang van zaken’. Voogt werkte vijftien jaar als inspecteur Minderheden, Asielzoekers en Illegalen bij de IGZ. Maart 2007 nam ze ontslag. ‘Dat deze man een natuurlijke dood is gestorven,’ zegt ze, ‘betekent alleen maar dat hij niet is vergiftigd of doodgeslagen. Maar dan kan het nog steeds zo zijn dat hij te laat is geholpen.’ Een verklaring van een schouwarts mag voor de IGZ niet voldoende zijn om van een eigen onderzoek af te zien, zegt Voogt. ‘In Amsterdam is er ook een keer een asielzoeker overleden omdat hij niet op tijd was geholpen, en de ene na de andere stommiteit was uitgehaald. Ik weet niet of dat hier is gebeurd, maar dáár moet je als Inspectie nu juist onderzoek naar doen. Wie is als eerste gewaarschuwd? Wie heeft de deur opengedaan?’
Voogt nam vorig jaar ontslag omdat ze vond dat de IGZ zich de laatste jaren meer liet leiden door politieke belangen dan door de belangen van illegalen en asielzoekers. In haar afscheidsspeech haalde ze een voorbeeld aan.
‘De ochtend na de Schipholbrand stonden we met drie inspecteurs nogal aangeslagen te overleggen wat ons te doen stond. Dat werd nogal snel van hogerhand duidelijk gemaakt: daar gaan wij ons niet mee bemoeien, daar komen maar problemen van. (…) Als het “daar komen maar problemen van”-criterium in de toekomst gehanteerd wordt, ziet het er voor het toezicht op zorg in de asiel- en vreemdelingenketen niet zo best uit.’
Of ook nu politieke gevoeligheden in het spel zijn, durft Voogt niet te zeggen.
Als directeur Frank Diepersloot van FMMU, de maatschappij die de artsen voor de detentieboot levert, wordt gevraagd naar de doodsoorzaak van de gevangene, zegt hij aanvankelijk: ‘Wij zijn er niet bij geweest. Dat wij niet gewaarschuwd zijn, is in elk geval een punt.’ Maar in een tweede gesprek zegt hij: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat er fouten zijn gemaakt. Maar over het waarom kan ik niets vertellen.’
De medische zorg op de detentieboot is al vanaf de opening van de gevangenis onderwerp van discussie. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming publiceerden in 2005 alarmerende rapporten. Vrij Nederland ondervond tijdens een verblijf op de boot in 2006 dat het dagen kon duren voordat zieke gevangenen een arts te zien kregen en dat zelfs een pijnstiller soms uren op zich liet wachten.
Niettemin meldde de Inspectie voor de Sanctietoepassing september vorig jaar dat op het gebied van medische zorg veel was verbeterd.
Lees ook het overzichtsartikel: 'Twintig jaar illegalenbeleid; veel angst, weinig effect', door Robert van de Griend, deze week in Vrij Nederland
'Onthoofding van Henk'
Wanneer staat een politicus in de gunst van de media en wanneer is het momentum voorbij?
De mythes van het soepeler ontslagrecht
Week 21: De mythes van het soepeler ontslagrecht




