VN MediagidsBajesboten deugen nog steeds niet

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving / detentieboot / rechtsstaat / Immigratie 06.05.2006

Door Robert van de Griend

Het onderzoek naar de wantoestanden op de Rotter­damse bajesboten loopt nog. VN ontdekte ondertussen dat de gevangenen zijn overgeleverd aan incompetente zorg. De Inspectie voor de Gezondheidszorg is verontrust. En de cellen van detentieboten hebben nog altijd geen centrale ontgrendeling.

‘De bewoners van de Rotterdamse detentie­boten hebben toegang tot betere medische voorzieningen dan u en ik.’ Dat was een van de beweringen waarmee Bart Kroon, sectiedirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), op 30 maart de gemeenteraad van Zaanstad ervan probeerde te overtuigen dat in de Zaanse Achtersluispolder ook twee bajesboten moeten komen. Kroon bereikte zijn doel. Op 7 april stemde een meerderheid van de raad met de komst van de boten in.

Toch is het zeer de vraag of Kroon met kennis van zaken sprak. Vrij Nederland ondervond tijdens een recent verblijf op de Bibby Stockholm dat het dagen kon duren voordat zieke gevangenen een arts te zien kregen en dat zelfs een pijnstiller soms uren op zich liet wachten. Een gedetineerde die een verpleegster om vloeibaar voedsel vroeg, omdat hij vanwege twee getrokken kiezen al twee dagen niet kon kauwen, kreeg te horen dat het ‘hier niet is zoals thuis’. Een woordvoerder van de Inspectie voor de Gezondheidszorg verklaart dat in detentiecentra als de Rotterdamse bajesboten ‘managers’ eindverantwoordelijk zijn voor de medische zorg, ‘maar deze zijn soms onvoldoende deskundig op dit terrein’. Er zijn méér redenen om aan de kwaliteit van de gezondheidszorg op de detentieboten te twijfelen.

In november 2004 publiceerde Mozaïek, een personeelsblad van de stichting Medische Opvang Asielzoekers, een interview met de Koudekerkse huisarts Joep van Buuren. Die werkte indertijd als arts op de detentieboot Reno en later ook op de Bibby Stockholm. Van Buuren liet zich kritisch uit over de situatie waarin de gevangenen verkeren. Hij sprak van ‘sardientjes in een blik’ en van een ‘vreselijke situatie’ die ‘te schrijnend voor woorden’ was. ‘Als de overheid zich er écht in zou verdiepen,’ zei Van Buuren, ‘geloof ik nooit dat ze deze vorm zou toelaten.’ De huisarts vertelde ook hoe lastig het was om op de boot zijn werk te doen. ‘Bij een uitzetcentrum kijkt het ministerie van Justitie over je schouder mee bij alles wat je doet’, zei hij. ‘Justitie beoordeelt gezondheidszorg vanuit een compleet andere hoek en dat heeft puur te maken met politiek. Soms moet je allerlei papieren tekenen, waarvan het doel ook bij navraag onduidelijk is. Maar om het proces – en dus de medewerkers – niet verder te frustreren teken je maar.’

Van Buuren verklaart nu tegenover Vrij Nederland dat hij op de boten regelmatig in ‘gewetensnood’ is gekomen. ‘Bijvoorbeeld als me gevraagd werd een gevangene een spuitje te geven om hem rustig te krijgen. Soms wist ik niet zeker of dat echt nodig was. Je schendt tenslotte de autonomie van de patiënt. Maar dan deed ik het toch.’ De huisarts werkt sinds een jaar niet meer op de detentieboten. Zes maanden na de publicatie in Mozaïek kreeg het ministerie van Justitie het interview onder ogen. Van Buuren werd op staande voet ontslagen.

De artsen op de bajesboten werden de afgelopen jaren geleverd door de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht (FMMU). In januari van dit jaar liep het contract van FMMU met justitie af en werd een nieuwe Europese aanbesteding uitgeschreven. Hoewel FMMU naar eigen zeggen nooit klachten over de medische dienstverlening op de boten heeft ontvangen, besloot justitie voortaan met een ander bedrijf in zee te gaan: het veel goedkopere ClientFirst.

Een inschattingsfout. Al snel bleek dat ClientFirst de gemaakte afspraken niet kon nakomen. Het bedrijf gaf de opdracht in maart alweer terug. In juli zal justitie een nieuwe Europese aanbesteding uitschrijven. Jeroen Boevé, directeur van ClientFirst, wil niet zeggen of zijn bedrijf de opdracht om financiële redenen heeft teruggegeven. Bronnen melden dat sommige artsen van ClientFirst onvoldoende competent waren om op de bajesboten te kunnen werken, maar Boevé ontkent dat. Verder beperkt hij zich tot de opmerkingen dat ‘een aantal zaken niet helemaal liep zoals verwacht’, dat ClientFirst een ‘andere overeenkomst’ wil met justitie en dat het bedrijf in juli opnieuw een aanbieding zal doen voor de Europese aanbesteding. De Inspectie voor de Gezondheidszorg staat kritisch tegenover de vele wisselingen van de wacht en vindt dat ‘de kwaliteit van de zorg zo onder druk komt te staan’.

Ook op andere onderdelen van de gezondheidszorg wordt de kwaliteit bedreigd door kostenbesparingen. Zo hebben de boten geen vaste verpleegkundigen in dienst, maar uitzendkrachten van Randstad. De continuïteit van de medische dienst­verlening lijkt daardoor moeilijk te kunnen worden gewaarborgd. Dat vindt ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Die heeft ‘aandacht gevraagd voor het begrip continuïteit van de zorg,’ zegt een woordvoerder. De inspectie wil ook aantekenen dat het nu en dan aan onderlinge werkafspraken ontbreekt ‘waardoor verpleegkundigen soms handelingen verrichten die aan artsen zijn voorbehouden’.

Bij kiespijn kunnen de gevangenen evenmin op een volwaardige behandeling rekenen. Eén keer per week komt bij de boten een tandartsbus langs. Die levert uitsluitend noodhulp. Kronen of bruggen worden niet geplaatst. Zelfs vullingen worden in veel gevallen te duur gevonden. ‘De gedetineerden vinden de diensten van de tandarts onvoldoende,’ schreef de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) op 11 juli 2005 in een rapport. ‘Hij vult geen gaatjes, maar trekt uitsluitend tanden en kiezen.’ Die klacht klinkt nog steeds op de boten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg laat weten dat zij zich ‘zorgen maakt over de bezuinigingen van justitie op de medische voorzieningen in gevangenissen’.

In het rapport van de RSJ werd méér kritiek geuit op de zorg in het Rotterdamse detentiecentrum. ‘De Raad betreurt het ontbreken van een inrichtingspsycholoog.’ Reden: ‘De behoefte daaraan doet zich mede in het licht van de sobere tenuitvoerlegging vooral gevoelen nu de aanstaande uitzetting voor spanning zorgt.’ Als men DJI-directeur Bart Kroon mag geloven, is dat probleem inmiddels opgelost. ‘De boten hebben een vaste inrichtingspsycholoog,’ beweerde hij stellig tegenover de gemeenteraad van Zaanstad. Het is maar hoe je het bekijkt. Het detentiecentrum heeft een freelance overeenkomst met de Rotterdamse psycholoog Stephan van Zeijl. Die besteedt ongeveer één dag per week aan patiëntenbezoek en één aan overleg met collega’s van de medische staf. Van Zeijl heeft op de boten een wezenlijk andere positie dan vakgenoten die als vaste inrichtingspsycholoog in een strafgevangenis werken, zegt hij. ‘Die zijn veel meer in het systeem van de inrichting verweven. Ieder personeelslid dat zich zorgen maakt over de psychische toestand van een gevangene, kan persoonlijk bij hen aan de bel trekken. Op de boten mag alleen de arts dat doen.’

Er rust dus een belangrijke taak bij de bewakers, zegt Van Zeijl. ‘Zij zijn de oren en de ogen van de arts.’ Dat lijkt nogal een risico. Volgens Van Zeijl is het goed voorstelbaar dat veel gevangenen op de bajesboten overspannen zijn. ‘Een detentieregime, daar krijg je altijd last van. Dat staat als een paal boven water. Op de boten is het regime nog soberder en verkeren de gevangen in onzekerheid over hun uitzetting. Dat zorgt voor nog meer psychische druk.’ Tegelijkertijd ondervond Vrij Nederland aan boord van de Bibby Stockholm dat het met de signalerende functie van veel bewakers ronduit slecht gesteld is. Een groot aantal spreekt nauwelijks een woord over de grens, is niet opgeleid om psychische klachten te herkennen, heeft geen toegang tot medische dossiers. Van Zeijl zegt ‘wisselende ervaringen’ met de beveiligers te hebben. Is hij niet bang dat veel gevangenen de psychische zorg wordt onthouden die ze verdienen? Dat nu ook weer niet, zegt de psycholoog. Hij levert ‘zorg op maat’. Een bezoek brengen aan ­iedere gevangene die aan stress lijdt, heeft volgens Van Zeijl geen zin. ‘Ik kan die spanning toch niet wegnemen. Dat kunnen alleen de personen die verantwoordelijk zijn voor het regime op de boten.’

De Inspectie voor de Gezondheidszorg bracht op 25 januari 2005 een rapport uit over de detentieboot Reno. Een van de ‘te nemen maatregelen’ was uitzoeken of centrale ontgrendeling van de cellen verplicht is. ‘Dit geeft veel tijdwinst bij ontruiming en minder kans op inhalatietrauma bij rookontwikkeling als gevolg van brand.’ Een vooruitziende blik. Mede door het ontbreken van een dergelijke voorziening vonden acht maanden later bij een brand in het uitzetcentrum op Schiphol elf illegalen de dood en vielen er vijftien gewonden. Maar het systeem bleek niet verplicht, ontdekte de inspectie. En dus hebben de detentie­boten nog altijd geen centrale ontgrendeling van de cellen.

Uit het rapport van de inspectie werd ook duidelijk dat gevangenen met psychiatrische klachten er bekaaid van afkwamen. Dat begon al voordat de gedetineerden voet aan boord hadden gezet. ‘De vreemdelingenpolitie oordeelt of betrokkene gemeenschapsgeschikt is,’ constateerden de onderzoekers. ‘Niet bekend is op grond waarvan beoordeling plaatsvindt en welke expertise de vreemdelingenpolitie heeft.’ De onderzoekers meenden dat een checklist moest worden opgesteld ‘met behulp waarvan vreemdelingen om medische reden uitgesloten kunnen worden van opname in de detentieboot, en aan hen adequaat onderdak en medische zorg geboden kan worden’. Het idee voor een checklist was mede ingegeven door de blunders die de vreemdelingenpolitie in april 2004 had begaan bij de Iraniër Ali Hadad. De asielzoeker zat vanwege een dwarslaesie in een rolstoel. Ook leed hij aan epilepsie. Niettemin werd Hadad, in afwachting van zijn uitzetting, vastgezet in het uitzetcentrum op Schiphol. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft, ruim een jaar na de publicatie van haar rapport, nog geen checklist van de vreemdelingenpolitie ontvangen.

Op de Reno, zo bleek uit het rapport van de inspectie, liet de psychiatrische hulpverlening te wensen over. ‘De inspectie maakt zich zorgen,’ schreven de onderzoekers. Er moest ‘bijzondere aandacht’ worden gegeven aan de ‘kwaliteit’ van de psychiatrische hulpverlening, en aan het feit dat die alleen uit ‘semi-spoedconsulten’ bestond. Tevens stelde de inspectie vast dat op de Reno een arts beoordeelde of honger- en dorststakers in staat waren hun eigen wil te bepalen. ‘Een dergelijke beoordeling zal door een psychiater moeten geschieden,’ vonden de onderzoekers. Deze zomer zal de inspectie de problemen met de Forensisch Psychiatrische Dienst (FPD) Rotterdam bespreken. Volgens een betrouwbare bron bij de inspectie is de situatie op de boten weinig verbeterd. Nog steeds zou de psychiater te weinig en te laat worden geraadpleegd. Nog steeds zou het voorkomen dat gevangenen, van wie de psychiater heeft gezegd dat ze onmiddellijk in een inrichting moeten worden opgenomen, een paar uur later op het vliegtuig worden gezet. Ruth van der Pol, hoofd van de FPD Rotterdam, wil die berichten bevestigen noch ontkennen.





'Onthoofding van Henk'

Wanneer staat een politicus in de gunst van de media en wanneer is het momentum voorbij?

Max van Weezel op 24.05.2012 -

De mythes van het soepeler ontslagrecht

Week 21: De mythes van het soepeler ontslagrecht

Anne Janssens op 24.05.2012 -