Eerste indruk


08-07-2008

De stad zoals ik haar leerde kennen is nog steeds in onderhandeling met de stad die ik vandaag wandelend door Manhattan tegenkom. Het is als een ontmoeting met een dierbare vriend die je lang niet hebt gezien. Je bent blij dat hij zich ontwikkeld heeft maar ook teleurgesteld om dat wat was niet meer is. Zo zie ik lege plekken tussen de huizen waar overdag auto's geparkeerd stonden en in het weekend rommelmarkten plaatsvonden. Alleen zijn die lege plekken nu opgevuld met appartementen en kantoorgebouwen waarvan de meeste leeg staan.

De nieuwste gebouwen op Manhattan zijn niet gemaakt van donker rode bakstenen met rijk versierde gevels. De nieuwe gebouwen op Manhattan zijn glad en glimmend als auto's. Ze wekken de indruk als bouwpakketten in elkaar te zijn gezet. Constructies zo licht als de lucht die ze verkopen.

Amerika is in de ban van de hypotheekcrisis. Enkele grote banken dreigen failliet te gaan en worden door de regering weer op hun wankele benen gezet om een nog grotere crisis af te wenden. Op de radio praten mensen die er geen verstand van hebben hoe en wanneer ze hun geld van de bank moeten halen. Niemand weet het precies.

13-05-2008

Om een indruk te krijgen van de buurt waar ik in Kaïro woon, moet je aan een auto denken. Maar dan niet aan een auto uit één stuk. Probeer de auto te zien als een bouwpakket, een verzameling van schroefjes, slangetjes, rubberen ringetjes en elastieken snaren. Duik in de stoelen, draai mee met de metalen veren, voel het goedkope roze schuimplastic dat onder de imitatie leren bekleding zit. Kijk door de gekromde ruiten van getint glas, de deuren met kleine motortjes die de ramen omhoog en omlaag laten gaan. Het stuurwiel met ribbels, de pedalen en stalen kabels. De ruitenwisser, de remschijven, de metalen balletjes in het zwarte vet. De rode lampjes in het dashboard de witte naalden van de klok. Ontleed de auto met de nauwkeurigheid van een oogchirurg, schroef en trek alles uit elkaar totdat er niets meer te delen is.

Schets nu twee voetbalvelden in je hoofd, niet van groen fris gras maar van fijn zand. Leg de velden zij aan zij en stel je voor dat jij daar boven zweeft. Onder je liggen alle onderdelen van de auto verspreid alsof er zojuist een keurige explosie is geweest.

Nu moet je voorstellen dat op al die onderdelen, zelfs het kleinste schroefje en rubberen ringetje een winkel is gebouwd met een meervoud van dat ene schroefje, buisje of ringetje. De meeste winkels zijn niet meer dan een gat in de muur met een oud rolluik ervoor, andere hebben een deur en wanden die tot aan het plafond toe zijn gevuld.

Tussen de winkels door lopen straten die vol met auto's staan. De wagens schuiven heen en weer als elementen van een ingewikkeld spel. Er wordt geschuurd, gelast en getrokken en overal klinkt het metalen getik van de deuken die met genegenheid worden teruggeslagen. Motoren worden aan en uit gezet, rook en gas slaat op je keel, maar ondertussen leven de mensen hier alsof het een weelderige tuin betreft.

Ze zitten in plastic tuinstoelen en drinken thee, eten broodjes en lurken met een soezerige blik aan hun waterpijp. De geluiden, de gassen het geschreeuw deert ze niet, ze wonen hier.

Doe nu je ogen dicht.

15-04-2008

Ja, je kan wel bewegen hier, alles beweegt immers, maar net als in zee of op een grote rivier zijn er krachten die je voeten van de straat tillen en meenemen. Let op! Je moet je vooral niet verzetten, ga met de massa mee, maar hou je hoofd koel, begrijp dat de stad zelf ook plannen heeft. Gebruik je verstand en luister naar je gevoel. Maak gebruik van de bruggen, tunnels, de metro's, taxi's en al die mannen op straat die je welkom heten.

Hou je voeten in de gaten en kijk, als dat kan, ook vooruit, zodat als de weg plotseling een plein wordt en er een ruimte tussen de auto's ontstaat, je deze leemte kan gebruiken om de route die je begonnen was voort te zetten.

Maar wat er ook gebeurt, verzet je niet, probeer de stad niet tegen te werken, wees geduldig. Deze stad kan namelijk geen tegenslagen verdragen, daarvoor is ze te groot, te sterk maar vooral te wanhopig van aard.

Als je haar je de rug toekeert zal ze op je gaan leunen als een vrouw die al haar dromen verloren is. Haar gewicht zal altijd zwaarder zijn.

Snel zal je begrijpen dat haar ontkenning geen houdbare conditie is. Je capituleert, je geeft je over en wentelt je in haar regen van vriendelijk vuur. Ja, je bent bang. En ondertussen slijt het stof als zand steeds grotere gaten in wat je bent gewend.

Dan, als je de stilte vergeten bent, haar bewegingen simuleert. Dan zullen er momenten zijn, dat de flatgebouwen en vervallen gevels, de toeterende auto's en vragende mensen je bevelen lijken op te volgen en je in de veronderstelling bent dat de stad geworden is wie jij bent.

09-04-2008

Amr staat met zijn auto voor de Kentucky Fried Chicken op Tahrir-square. Een ontmoetingsplek die we allebei kenden. We gaan Italiaans eten in een klein restaurant op Zamalek. In het restaurant vraag ik of hij al besloten heeft in Nederland te gaan werken. Hij denkt er over na en is bijna zeker maar wil voordat hij beslist weten of hij met zijn salaris genoeg kan sparen. 'Waarom sparen?' vraag ik. 'Voor mijn girlfriend, ik wil met haar trouwen maar dan zal ik eerst een huis voor haar moeten kopen. Ik wil een groot huis met een tuin.' 'Een tuin?' Als er nou iets niet is in Kaïro zijn het wel tuinen. 'Waarom wil je dan een tuin', vraag ik nieuwsgierig. 'Ik wil een tuin voor als mijn vrouw een huisdier wil. Een huisdier moet buiten kunnen spelen toch?'

Ik ben wat in de war van deze nieuwe informatie. Ik dacht dat hij single was, hij vertelde eerst niets over zijn vriendin, hij was zo blij dat hij nog single was en nu gaat hij trouwen. Ik vraag waarom hij dat niet eerder tegen mij zei.

Amr is stil en kijkt naar zijn lege bord voor hem. Dan trekt hij zijn schouders omhoog als een besluitloos kind. 'Ik weet het niet zeker, er is veel twijfel', zegt hij. Maar waar hij precies over twijfelt blijft onduidelijk, hij mompelt dat het met religie te maken heeft, maar ook dat begrijp ik niet echt. Ik ga er niet verder op in.

Even later komt er een vriend van Amr bij ons zitten, en we gaan iets drinken verderop in de straat. Ik bestel een waterpijp en thee en even later komen alle jongens die ik ook op het vliegveld zag één voor één bij ons zitten. Er word gesproken over de grote staking die die dag zou moeten zijn. Via internet en sms-berichten is iedereen opgeroepen die dag niets te kopen en binnen te blijven als protest tegen 'gangsters' die dit land besturen. De beweging hierachter is 'Kifaya' wat zoiets als 'genoeg' betekent. Maar voor een algemene staking is het druk op straat, de metro rijdt, de taxi's toeteren en de koffiehuizen zit vol met mannen die hun portie waterpijp naar binnen lurken. De staking is zichtbaar door de soldaten op straat. In downtown staan op iedere hoek groepen mannen in zwarte uniformen met helmen. Hun functie is duidelijk. Ze zijn hier om een gebaar te maken. Als er ook maar iets gebeurt, doen de soldaten de stad op slot.

Ik heb zelf die dag één staker ontmoet het was een vriend van Amr die naast mij in het koffiehuis kwam zitten. Trots vertelde hij die dag niets te hebben gekocht, om vervolgens een slok van zijn thee te nemen.

'En je thee dan?', vroeg ik verbaasd. 'Oh deze? Die betaalt Amr voor mij, toch?' Desondanks was hij serieus, hij zei dat iedereen zal moeten veranderen in dit land. Niet alleen de machthebbers, maar ook mensen als hij die het beter hebben dan de rest. Wij kunnen keuzes kunnen maken.
Er moet iets gebeuren anders gaat het mis. Kijk naar Irak en Libanon, zoiets kan hier ook gebeuren.

07-04-2008

In het vliegtuig van Amsterdam naar Kaïro zit ik naast Amr, een jongen van drieëntwintig met ogen van een jong paard. Hij was in Den Haag voor een sollicitatiegesprek als computerprogrammeur. Hij kan de baan krijgen maar wil voordat hij beslist het eerst nog met z'n familie bespreken. 'Nu ben ik nog single', zegt hij alsof hij goed beseft wat voor rijkdom dit is, 'en het is goed voor mijn carrière. De enige die het niet zo leuk zal vinden is mijn moeder, zij is alleen, en mijn vrienden natuurlijk. Mijn vrienden zal ik zeker missen', zegt hij dan plotseling ernstig.

Zijn vrienden ontmoet we even later als we met onze koffers de glazen aankomsthal uitlopen. Daar staat een groepje keurige jongens allemaal begin twintig. Als ze Amr zien komen ze tegelijk op hem af alsof hij niet even weg is geweest maar zojuist aan de dood is ontsnapt. Amr verdwijnt in een wolk van omhelzingen. Er word gelachen en geknepen. Het zijn volgroeide mannen, maar ze giechelen als meisjes. Ik kan met ze meerijden naar de stad.

Ook ik word even later begroet alsof ik nooit écht ben weggeweest, als ik het buurtje waar ik woonde en werkte binnenloop. Roept Mina de jongen van het boekwinkeltje mijn naam met zijn iets te hoge stem. Dan is er Mohammed die uit het koffiehuis naar me toe komt rennen, Ayman de fixer van de galerie omhelst me en zelfs 'Iet' de altijd boze bowab (huismeester) met drie tanden lijkt blij te zijn mij weer te zien.

Niemand vraagt waar ik al die tijd ben geweest. Mijn afwezigheid is zo dun als de lucht, de pen is even van het papier opgelicht om twee jaar later weer op precies dezelfde plek verder te gaan. Tijd verdampt bij het weerzien met de mensen hier.

Ik wou dat ik hetzelfde kon zeggen dat voor mij ook alles nog steeds hetzelfde is, maar dat is niet zo. Het was tijdens mijn vorige bezoek al opgevallen dat ik in deze stad de mensen altijd ouder schat dan ze werkelijk zijn. En ik zie dat de jongens uit de buurt hier er opeens vijf of zes jaar ouder uitzien.

26-02-2008

Een eigenschap van de gewoonte is dat het dingen onzichtbaar maakt. Sommige mensen gaan daarom op vakantie. Niet om weg te zijn maar om weer opnieuw naar huis te kunnen gaan. Er is ook nog een andere manier om de stad opnieuw te beleven.

Hu Fang, een Chinese vriend van mij, was voor het eerst in Amsterdam. Meestal doe ik met gasten de dingen waar Amsterdam beroemd om is. Maar toen ik Hu Fang ging ophalen had ik geen zin in de grachten, musea en coffeeshops. Ik stelde voor dat hij mij ging rondleiden, ‘Maar ik ken de stad helemaal niet’ zei hij. ‘Dat is precies de bedoeling.’ antwoordde ik. Het duurde even maar toen hij het begreep was er geen houden meer aan.

Voor het hotel sloeg hij resoluut linksaf terwijl het centrum recht van ons lag. Ik zei niets. Vanaf het Leidseplein doorkruiste we het elegante Oud Zuid totdat hij op het Surinameplein een stadsbus pakte. In de Watergraafsmeer stapte hij uit. We liepen door betondorp een miniatuurwijk uit de jaren dertig met strak vormgegeven huizen. Ik was hier voor het eerst. We liepen de buurt uit langs een lange rechte vaart en staken onder een snelweg door een industrie terrein op.

‘Do you still enjoy this trip’? vroeg ik aan mijn Chinese vriend die nu flink door wandelde ‘Yes yes’, antwoorde hij ‘This is fun!.’ De straat werd een weg. Vrachtwagens passeerde ons luid toeterend, hier liepen geen mensen meer. Voor ons doemde de eerste hoge flats van de Bijlmermeer op terwijl het donker werd. ‘Do you want to go back?’ opperde ik. ‘No, I enjoy this very much’. Niet veel later liepen we tussen de flats door die daar begin jaren zestig zijn neergezet. Ook hier waren geen mensen. Maar er klonken wel flarden salsa muziek en geschreeuw uit de galerijen boven ons.

De geuren deden mij denken aan landen waar ik op vakantie was geweest. In de schaduwen onder de flats zagen ik de punten van sigaretten oplichten. Mijn Chinese vriend zei dat dit hem aan China deed denken. Ik knikte. Toen stond er een opeens een man voor ons met een vlassig staartje bedelogen. Hij vroeg om geld. Mijn Chinese vriend moest even nadenken en zei toen heel rustig. ‘But what do I get from you?’ De man met het grijze haar liet zijn hoofd voorover zakken, alsof het laatste restje hoop dat hij nog bezat met deze vraag uit hem weg vloeide. Zo bleef hij even staan, en toen vroeg hij: What do you mean? Mijn Chinese vriend zei nog een keer dat hij de man wel iets wilde geven maar ruil daarvoor bijvoorbeeld een verhaal wilde horen. ‘A story?’ Zei de man alsof het een belediging was. Hij haalde zijn schouder op en riep voordat hij zich omdraaide ‘You guys are lost!’. Ik keek om mij heen en moest bekennen dat ik inderdaad geen idee meer had waar we waren.


11-02-2008

Of ik ook wel eens naar ‘dub muziek' luister vraagt de grijzende man naast mij in de auto. Reggae muziek met veel galm bedoel je? Ja, daar luisterde ik veel naar toen ik 18 was en hele dagen stoned tafelvoetbal speelde in coffeeshops.

Maar dat is 21 jaar geleden. Nu bestuur ik een zilverkleurige auto met vier deuren. Op het dak van de auto staat een blauw vierkant bord met een grote ‘L’ en daarnaast ‘Sabrina’ de naam van de rijschool. Ik doe mijn best om het voertuig zo soepel mogelijk te laten rollen. Ik rem gedoseerd, schakel bij het juiste toerental en ben mij bewust van mijn dode hoek. Maar het gaat nog niet altijd even vloeiend, er is veel dat gelijktijdig moet waardoor de auto vaker schokt dan rolt.

Tijdens de lessen luisteren we naar muziek die mijn rij-instructeur thuis op zijn computer maakt. Hij vraagt iedere week wat ik van zijn laatst mix vind, of ik deze beter vind dan wat hij vorige keer liet horen. Ik hoor het verschil niet. Daarom zeg ik altijd maar dat ik het goed vind, heel goed zelfs, veel beter dan vorige week en vraag dan of hij een cd’tje voor me wil branden? Iets wat hij toch nooit doet.

Terwijl hij met de muziek mee knikt geeft hij constant instructies. ‘Hier naar rechts, bij de rotonde driekwart mee, na het viaduct naar links. Gas geven, kom op, je mag hier tachtig! Ik stuur, bedien het gas maar omdat ik nooit van tevoren weet welke straten we inrijden is buiten alles egaal. Zo rij ik twee keer per week door een Amsterdam waar ik eerder geen toegang tot had.

Ik ken het Amsterdam van de fietser, de wandelaar. De stad van het openbaar vervoer. De stad van mensen met kinderen, alleenstaanden, nachtbrakers en mensen met een baan.

Al die soorten Amsterdam hebben zo hun een eigen ritme en kleur. En van al die verschillende steden heb ik ondertusssen wel iets geproefd, maar het Amsterdam van de automobilist is mij vreemd. De stad is groter en kleiner tegelijk. Ik rij veel buiten de ring in het zogenaamde examengebied in West. Hier kom ik normaal gesproken niet. Deze stadsdelen vol met mensen die in dezelfde stad wonen als ik zijn mij vreemder dan New York of Berlijn.

Dat gevoel van vrijheid als je achter het stuur van een auto zit, waar mensen het vaak over hebben, voel ik nog niet, integendeel zelfs. Het Amsterdam dat ik dacht te kennen heeft plotseling een dode hoek waar ik nu pas bewust van ben.

29-01-2008

Ik heb vier jaar lang in de uiterste hoek van de Rivierenbuurt in Amsterdam gewoond. Toen ik naar de binnenstad verhuisde kwam ik er nooit meer, tot ik vorige week iets moest wegbrengen daar in de buurt. Nu ben ik nostalgisch aangelegd. Ik heb de neiging, zoals de meeste mensen om alles wat vroeger is te idealiseren. Dus toen ik aan het eind van de middag door de straten achter de Rijnstraat fietste, moest ik even slikken toen ik het veldje zag waar ik s’avonds voetbalde met vrienden. Ik hoorde het geruis van de populieren weer en zag hun schaduwen op lange zomeravonden op straat liggen. Ik keek naar binnen bij het café waar, als je er niet te vaak kwam leuke avonden beleven kon. En zelfs de oude mensen die met hun blauwe rollators de stoepranden trotseerden bekeek ik met mededogen. Zo wandelde ik door mijn oude buurt alsof ik op bezoek was bij een oude dierbare vriend.

Ik besloot om een broodje te gaan halen bij mijn eigen melkboertje. De jongen met dat vlassige snorretje die vroeger assistent was, stond nu zelfstandig achter de toonbank met een meisje. De jongen had nog te veel gel in zijn haar en ook zijn schakelketting hing als vanouds uit zijn trui. ‘Goedemiddag’ riep ik enthousiast toen ik de zaak binnenkwam. Hij groette me wel terug maar herkende mij niet.

‘Help jij deze mijnheer even’ zei hij tegen het meisje die iets aan het schoonmaken was.
Nadat ik mijn favoriete broodje had besteld pakte het meisje een pistoletje uit de mand. ‘Stop!’ riep de jongen door de zaak. Het meisje kromp ineen. ‘Wat hadden we nou afgesproken. Zei hij nu terwijl hij zijn armen op zijn heupen zetten. ‘Altijd eerst je handen wassen als je net hebt schoongemaakt’. Het meisje knikte en verdween als een angstig dier naar achteren om haar handen te wassen. Toen het meisje weg was zei de jongen tegen mij en de ander klant. ‘Ja, zo hoort het hè.’

Met een schok herinnerde ik weer hoe deze buurt echt was. Die kleine woordjes van de jongen vertaalden precies wat ik toen zo beklemmend vond aan deze buurt.
Als ik mijn fiets tegen de gevel van mijn huis zette werd deze altijd door iemand anders in het fietsenrek gezet. Want ja zo hoort het hè. Als ik mijn vuilniszak niet had dichtgeknoopt belde ze bij mij aan om er wat van te zeggen. En wanneer ik nou eens gordijnen ging ophangen want dit was toch geen gezicht. De mensen die hier woonden waren zo bezig normaal te zijn, dat er een regime van burgerlijkheid heerste. Opeens herinnerde ik mij ook weer hoe ik deze buurt noemde naar aanleiding van de geuren die klokslag zes uur uit de huizen tevoorschijn kwamen. Ik was weer in de karbonade buurt.

25-12-2007

Als ik na een dag wandelen door Beiroet thuiskom, maak ik de wandeling nog een keer op mijn plattegrond. Met een zwarte stift volg ik de straten waar ik eerder die dag liep. Zo verschijnen er patronen op de stad. Drukke plekken waar ik dus steeds weer zonder dat ik weet waarom naartoe word getrokken en wijken waar ik steeds omheen blijf lopen. Maar als ik mijn wandeling van vandaag reconstrueer kan ik mij nauwelijks voorstellen maar in één stad te zijn geweest. In mijn herinnering wandelde ik door verschillende steden.

Nu hebben alle steden meerdere gezichten, worden wijken getekend door hun sociale en religieuze verschillen. Maar in Beiroet zijn die verschillen zo abrupt dat het soms lastig is om nog van wijken te spreken. In Beiroet kan een straat uit verschillende stadsdelen bestaan. Een hoek van een gebouw is een wijk op zichzelf. De abruptheid waarmee de sfeer en het straatbeeld hier verandert is surreëel. Het doet denken aan de grote Amerikaanse steden waar ook het verschil tussen een goede en slechte wijk ook een kwestie van een hoek omlopen kan zijn. Maar in Beiroet is het ondoorzichtiger, in de Amerikaanse steden zijn het vooral raciale verschillen met het oog zichtbaar, maar hier zijn het politieke en religieuze verschillen die voor een complexe schakeringen zorgen en grotendeels onzichtbaar zijn voor mij. Dus als ik aan het eind van de dag mijn wandeling reconstrueer zie ik een stad voor me die door een papier versnipperaar is getrokken en vervolgens door iemand achteloos weer aan elkaar is geplakt.

18-12-2007

Zoals de taxichauffeurs zich door de stad laten dirigeren door hun klanten. Zo heb ik me de afgelopen dagen laten leiden door straten, steeds weer andere straten, dezelfde belofte.

Na vier maanden ben ik weer in Beiroet. Ik maak iedere dag een lange wandeling. Ik begin rond het middaguur en loop tot het om vijf uur donker wordt. Er is geen bestemming, alleen een doel: de stad leren kennen.

Niet alleen ben ik nieuwsgierig hoe de armen en benen van deze stad uit haar lichaam steken, maar ook haar gewoontes en ritme van leven wil ik herkennen. Daarom volg ik haar straten, loop ik over de Corniche langs zee. Kruis pleinen en kijk ik naar de auto's en mensen alsof onder al die bewegingen een groot verlegen lichaam schuilgaat. Een lichaam dat zich pas laat zien als het ook aan mij gewend is.

26-11 2007

Wat geeft je het gevoel thuis in een stad te zijn? Als je daar op school hebt gezeten of een liefde woont? Is thuis waar je familie en vrienden wonen? Of ben je juist ergens thuis als je de taal niet spreekt, geen mensen kent en niets en niemand je herinnert aan wie je bent.

Amsterdam heb ik meerdere malen verlaten. Alles moest wijken voor die nieuwe plaats waar zou gebeuren wat ik in mijn eigen stad niet deed, durfde, of vergeten was. Toch kwam ik altijd terug, terloops en minder groots dan mijn vertrek. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik maar op een plek thuishoor. Ik alleen hier in Amsterdam nooit ergens anders ben.

Toch verlies ik mijn stad regelmatig. Als ik na een lange verblijf in het buitenland weer terugkom in heb ik altijd het gevoel dat ik een halte te vroeg of te laat ben uitgestapt. De lucht is frisser en het licht harder en de straten stiller, dan ik ze mij herinnerd had.

Maar twee weken later draait mijn hoofd weer naar bepaalde huizen en straten zonder dat ik weet waarom. Wijken, pleinen, straten en huizen liggen bedolven onder bergen anekdotes. Zoals het licht door de straten valt, de geluiden van de trams en auto’s en bomen in de wind. De smaak van seizoenen, alles heeft een tweede, derde en vierde naam. Alleen die eerste naam. De onbevangen blik, hoe mijn stad er uit zou zien als ik niet beter zou weten ben ik vergeten.

25-08-2007

In het Engels schrijf je Beirut. In het Nederlands Beiroet, maar de mooiste manier om de naam van deze stad te schrijven is het Franse; Beyrouth.

Wat je over een plek denkt, heeft te maken met op zijn minst drie dingen: wat je weet over een plek, wat je je ervan voorstelt en hoe je je voelt. Beiroet gaat daarom de eerste dagen niet over zichzelf maar over Kairo. De stad waar ik een jaar terug vier maanden werkte aan mijn project ‘The last Tourist’.

In Kairo lonkte Beiroet al. De populairste zangeresjes en films kwamen uit Libanon en de leukste plekken serveerde uitsluitend de Libanese mezze als specialiteit. Toen ik na vier verstikkende maanden uit Egypte vertrok en in de taxi op weg was naar het vliegveld klonk er een liedje op de autoradio. Een man zong met smart ‘Beeeirroooet, Beeeirrooooet’. De taxichauffeur vertelde dat het liedje over de meisjes ging daar. Dat de mooiste meisje uit Libanon kwamen en of ik dat dan nog niet wist.

De vriendin waar ik de eerste dagen veel mee optrek moet lachen als ik alweer iets vergelijk met Kairo tijdens een wandeling door Beiroet. Dit vergelijken is iets wat ik onbewust doe om een nieuwe omgeving te kunnen plaatsen en eigen te maken. Na een paar dagen hou ik daar meestal wel mee op en laat ik de stad voor zichzelf spreken, maar niet in Beiroet. Het gezicht van deze stad is niet zo duidelijk. Hier blijf ik vergelijkingen maken, alsof de straten, huizen, geuren en auto’s liedjes zijn waar je plotseling de melodie weer van weet. Zo blijf je in deze stad zoeken naar plekken en tijden die je wel en niet heb meegemaakt.

Ik ben niet de eerste die dat doet. Het bekendste zinnetje over deze stad is immers dat Beiroet eens het Parijs van het Midden-oosten was. Waarom was Beiroet niet gewoon Beiroet. Ik denk niet direct aan Parijs als ik door de straten van Beiroet loop. Ik moet eerder aan Berlijn denken, dat dezelfde besluitloze open plekken kent.

Beiroet is net als Berlijn een oorlogsstad. Alleen in Beiroet heeft de oorlog in al zijn brutaliteit nog iets heroïsch en niet nostalgisch zoals in Berlijn. Er zijn meer plekken waar ik aan moet denken in deze stad. Los Angeles bijvoorbeeld waar het licht net als hier de wonderlijke eigenschap heeft hard en warm te zijn. De appartementen met grote balkons afgedekt met gordijnen herinneren me aan de slaperige buitenwijken van Rome. De taxi’s die toeteren om mijn aandacht waren er ook in Kairo. De oude Amerikaanse auto’s die voorbijschuiven doen me denken aan Havanna. De cafés en restaurants die ik bezoek hadden ook in Brussel, Parijs of zelfs in mijn eigen Amsterdam kunnen zijn.

Door al die associaties lukt het mij niet deze stad een passend gezicht te geven. Beiroet beheerst als geen andere stad de kunst van de suggestie. Wandelend door haar straten laat ze eerst het ene zien en dan plots iets anders. Maar nooit krijg je alles tegelijk te zien. Want Beiroet is nooit alleen hier. Van de 16 miljoen Libanezen wonen er maar 6 miljoen in dit land. De rest is altijd ergens anders en soms even hier.

01-08-2007

Als ik vanaf het vliegveld een glimp van de wolkenkrabbers van Manhattan zie bekruipt mij datzelfde koortsachtig verlangen weer. Een hunkering die ik ook voelde toen ik hier voor het eerst als negentienjarige jongen kwam. Als ik even later op Manhattan ben en mijn nek moet strekken om de gebouwen te zien denk ik weer: Deze stad is van mij, Ik ga hier wonen. Alleen hier kan ik worden wie ik echt moet zijn. I Love New York!

Deze verliefdheid duurt, een dag of twee, dan begrijp ik dat er meer is dan alleen de schijn der dingen. Dat het ook gewoon gebouwen zijn en dat de mensen die hier wonen werken om geld te verdienen. Maar mijn eerste reactie zegt ook iets over deze stad.

Het I Love NY logo uit 1977 maakt momenteel op T-shirts een revival door. Niet alleen toeristen dragen het logo trots op hun borst maar ook de mensen die hier wonen gebruiken het om te laten zien dat ze New Yorker zijn.

South of Houston street
Het aantal zwangere vrouwen op straat is opvallend, ze zien er in hun zomerjurkjes en open slippertjes akelig kwetsbaar uit. Ik kan mij niet herinneren dat ik hier zoveel zwangere vrouwen op straat heb gezien. Sterker nog, als mensen kinderen kregen in New York gingen uptown wonen of helemaal de stad uit. En heeft Soho nog het meeste weg van de negen straatjes uit Amsterdam. Alles lijkt wel lief, leuk en schattig. Hip is nu cute and wat eens verderfelijk genoemd kon worden is gedegradeerd tot stout.

03-08-2007

De New York Times verschijnt vandaag in een iets gewijzigde vorm, de krant is anderhalve inch smaller geworden en oogt daarom hoger. De verandering is doorgevoerd omdat dit formaat voordeliger drukken is. De krant heeft nu door zijn ranke uiterlijk en nieuwe opmaak meer weg van een webpagina. Terwijl de eerste on-line kranten nog heel erg hun best deden om het gevoel van de papieren krant te behouden, lijkt deze krant er nu op uit te zijn een pagina op het internet na te bootsen.