VN MediagidsDe aannemer en de crisis, deel 3
‘Ik zie mijn mooie bedrijf opdrogen’
Nederland zou uit de recessie zijn. Maar Klaas de Leeuw, de aannemer die VN in de crisistijd volgt, merkt het nog niet. Deel 3
'Zo, jij vindt mij dus een moeilijke opdrachtgever?' Aannemer en projectontwikkelaar Klaas de Leeuw kreeg afgelopen zomer de wind van voren. Hij zei in Vrij Nederland dat een mogelijke opdrachtgever in Haarlem maar blééf onderhandelen over een prijs voor een bedrijfspand, terwijl hij 'echt niet verder naar beneden' kon. Uiteindelijk haalde zoon Rob het project met veel moeite binnen. Wat De Leeuw (58) niet had verwacht, was dat zijn nieuwe opdrachtgever het artikel zou lezen. Hij sprak de aannemer op diens uitlatingen aan. Maar die nam nog steeds geen blad voor de mond. 'Ik heb tegen hem gezegd dat hij inderdaad een moeilijke opdrachtgever is. Hij moest lachen, vatte het op als een compliment.'
Het verhaal was tekenend voor de situatie van De Leeuw en veel andere bouwondernemers. Door de crisis zagen ze hun werkvoorraad in rap tempo slinken. Nieuwe orders waren er nauwelijks. Als er zich al eentje aandiende, zagen ze zich door de toegenomen concurrentie vaak gedwongen hun prijzen sterk te verlagen.
Met de bouw van het Haarlemse bedrijfspand is De Leeuw bijna klaar. 'Het werk liep op zich goed, maar we hebben wel eens leukere opdrachtgevers gehad,' vertelt hij bij een kop koffie in de lobby van het Amsterdamse Holiday Inn. 'Hij zocht steeds de grenzen op van fatsoenlijk zakendoen. Ik heb er moeite mee als mijn mensen een goed product afleveren en zó door een opdrachtgever worden behandeld. Maar ja, we hadden het werk te hard nodig.'
Het is bijna een jaar geleden dat De Leeuw in Vrij Nederland voor het eerst vertelde hoe hard zijn middelgrote bouwbedrijf in het Noord-Hollandse Schagen getroffen werd door de economische malaise. Hij liet zien hoe de meeste van zijn bouwprojecten waren stilgevallen en hoe hij met forse saneringen het hoofd boven water probeerde te houden. De ondernemer moest met lede ogen toezien hoe het familiebedrijf, opgericht door zijn overgrootvader, in korte tijd halveerde tot onder de veertig medewerkers. En het einde van de ellende was daarmee nog lang niet in zicht. Nog steeds niet.
Een groot zwart gat
Nederland is uit de recessie, luidde het heuglijke nieuws eind vorig jaar. Na een aantal kwartalen van krimp begon de economie eindelijk voorzichtig uit het dal te klimmen. Maar dat geldt niet voor de bouw. Integendeel, daar wordt de echte harde klap nog verwacht. De productie zal in 2010 met 7,5 procent afnemen, voorspelt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in een rapport dat deze week is verschenen. Dat is 2,5 procent meer dan vorig jaar. En de woning- en bedrijfsbouwproductie, waarin De Leeuw werkzaam is, daalt zelfs met relatief 13,5 en 11 procent. Ook de verwachtingen voor de werkgelegenheid zijn dramatisch. Die was afgelopen jaar al teruggelopen met 2 procent, maar zal dit jaar verder afnemen met 6,5 procent. Zo'n vijfenveertigduizend bouwvakkers komen uiteindelijk op straat te staan. De bouwwereld reageert trager op de ontwikkelingen in de economie dan veel andere sectoren, omdat aannemers nog lang hebben kunnen interen op hun bestaande werkvoorraden.
Die tijd is nu echt voorbij, merkt ook De Leeuw. Zijn laatste drie lopende projecten zijn bijna afgerond. 'Zoals het er nu naar uitziet, houd ik mijn ploeg nog tot eind februari aan het werk.' Daarna wacht er een groot zwart gat. Oogde De Leeuw bij de vorige twee afspraken nog opgewekt en optimistisch, nu vertoont zijn gezicht zorgelijke trekken. 'Ik voel me verdrietig en teleurgesteld,' geeft hij toe. 'Het mooie bedrijf, dat ik heb opgebouwd, zie ik nu opdrogen. Ik doe mijn stinkende best, wat kan ik nog meer doen?' Hij heeft net zes nieuwe ontslagaanvragen bij uitvoeringsinstituut UWV ingediend. Van vier timmerlieden, een werkvoorbereider en een projectontwikkelaar zal hij afscheid nemen. Ondanks alle rampspoed zet hij zijn strijd onvermoeibaar voort. Door veel te netwerken en overal waar hij hoort dat mogelijke opdrachten vrijkomen, er als de kippen bij te zijn. Ook kleine werken neemt hij inmiddels aan. De Leeuw: 'Voorheen deden we klussen tussen tweehonderdduizend en twee miljoen euro, nu schrijf ik me in voor bedragen van veertigduizend euro.'
Voor de crisis haalde hij zijn grote opdrachten vooral binnen via een vaste projectontwikkelaar. Maar ook deze heeft het zwaar. 'We hebben al bijna twee jaar geen project meer van de grond gekregen,' vertelt directeur Wijnand van Coeverden, die net is aangeschoven aan het tafeltje in de hotellobby. Dat komt gedeeltelijk, zegt hij, doordat ondernemers voorzichtiger zijn geworden met investeringen in nieuwe bedrijfspanden. 'En als een ondernemer toch enthousiast is, wordt hij bij de financierder meteen afgestraft. Er zijn bedrijven die al jarenlang succesvol opereren, maar waar de banken nu tegen zeggen: "We doen het niet." Ze eisen exorbitante zekerheden.'
De omzet is met zo'n zestig procent gekelderd. De vijf eigenaren besteden het grootste deel van hun werkzaamheden uit. Ze hebben geen personeel in dienst, dus ontslagen zijn er niet gevallen. Maar zelf voelen ze wel de financiële gevolgen van de krimpende markt. Van Coeverden: 'Onze salarissen zijn sinds medio 2008 gehalveerd en we krijgen geen gratificaties of vakantiegeld meer.'
De stevig gebouwde man slaat op zijn buik. 'Ik heb genoeg reserve, dus ik overleef het wel,' lacht hij. Bovendien, relativeert hij verder, kampt iedereen binnen de branche met dezelfde problemen. 'Je ziet overal hetzelfde beeld. Omdat wij geen personeel hebben, houden wij het nog lang vol. Maar als deze situatie nog een aantal jaar aanhoudt, en dat zou zomaar kunnen, moeten we ons anders gaan positioneren.' De projectontwikkelaar zal zich dan meer op de verhuurmarkt gaan begeven. 'Dat doen we nu ook al, maar we willen nog meer die kant op. Daarvoor gaan we meer oude gebouwen opkopen, en die op een duurzame manier laten renoveren. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol in de toekomst, dus daar ligt ook een kans.'
Maar ja, vervolgt de ontwikkelaar, voor het kopen van gebouwen is ook krediet van de bank nodig. 'En het is de vraag in welk tempo dat gaat. Dan gaan we kijken of we samen met onze relaties onze spaarvarkens kunnen leegschudden.'
De bank wil niet<
Klaas de Leeuw wijst uit het raam, in de richting van de Zuidas, waar het hoofdkantoor van ABN Amro zetelt. 'Daar werd laatst een lezing gehouden voor tweehonderd bouwondernemers. Die man van ABN Amro vertelde gewoon open en bloot dat de bank geen kredieten meer verstrekt aan nieuwe klanten en alleen nog aan bestaande klanten die een heel goede bedrijfsvoering hebben. Ik ben woedend vertrokken.' Zijn grote frustratie is nog steeds dat de banken, zelfs met grote kapitaalinjecties van de overheid, de geldkraan dichthouden. Terwijl zij de crisis hebben veroorzaakt. 'Klanten die door hun toedoen in de financiële problemen zitten, krijgen nu geen kredieten meer. Ik was echt met stomheid geslagen.'
Erik Steinmaier, die de presentatie leidde, zegt bij telefonische navraag dat De Leeuw zijn uitspraken 'een beetje heeft gechargeerd'. 'Ik heb gezegd dat we, gezien ons schaarse kapitaal, een voorkeur hebben voor het verstrekken van kredieten aan bestaande klanten. Maar het is niet zo dat nieuwe ondernemers die bij ons aankloppen, per definitie nul op rekest krijgen.' Wel worden aanvragen van bouwondernemers kritischer beoordeeld dan vóór de crisis, geeft de 'sector banker' voor bouw en vastgoed toe. 'We kijken naar de resultaten en vooruitzichten van het bedrijf, maar ook naar die van de hele branche. En de vooruitzichten van de bouwsector zijn verslechterd. Dus is het lastiger om aan kredieten te komen.' Maar, nuanceert hij snel, 'lastig betekent nog niet onmogelijk'.
Zo ervaart De Leeuw dat wel. We zijn inmiddels op weg naar zijn kantoor in Schagen. Op de A7 passeren we net als afgelopen zomer zijn stuk grond, waar hij plannen heeft voor een wegrestaurant in een volledig gerenoveerde oud-Hollandse molen. Bedolven onder een laag sneeuw en te midden van het witte landschap is de aanblik van de romp van de molen zo mogelijk nog desolater dan de vorige keer. De aannemer heeft inmiddels een horecaondernemer gevonden die het wil huren. Ook de bouwvergunningen zijn rond.
De Leeuw: 'Maar de bank wil nog steeds niet financieren. Die zegt: "Als de horecaondernemer volgend jaar failliet gaat, zit u met een molen waar u niks mee kunt. En hoe gaat u dan de rente ophoesten?"' Hij zoekt nu verwoed naar eigen middelen om de bouw mee te kunnen starten. 'Er zitten zesduizend arbeidsuren in, daar zou ik mijn mannen weer een tijdje mee aan het werk kunnen houden.'
Aangekomen in Schagen stopt hij voor een afgerasterde bouwplaats aan de rand van de stad. Er staat een bord met daarop het plan voor een compleet nieuwe wijk met 460 woningen. Volgens De Leeuw was het de bedoeling dat de bouw in september 2008 zou beginnen. Maar er wordt alleen nog gewerkt aan de aanleg van wegen en rioleringen en de uitgraving van slootjes. Voor de andere werkzaamheden is niet genoeg geld beschikbaar, weet de aannemer. Want de overheid heeft afgelopen voorjaar weliswaar zevenhonderd miljoen euro vrijgesteld om de bouw te stimuleren, maar dat gaat vooral op aan infrastructurele werken. 'In de woning- en utiliteitsbouw wachten we nog steeds op een forse kapitaalinjectie,' zegt hij verbeten.
Paniekgedachten
Zijn stelling wordt bekrachtigd door het recente onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Binnen de kwakkelende bouwwereld doet de grond-, water- en wegenbouw het juist opvallend goed. De productie in die sector is afgelopen jaar op peil gebleven en dat is ook de verwachting voor 2010. 'Rijksinvesteringen zijn de belangrijkste motor achter dit gunstige beeld,' aldus het rapport.
Ondanks alle tegenslagen laat De Leeuw zich nog steeds niet uit het veld slaan. Dat zit niet in zijn aard. Zijn omzet is afgelopen jaar met zo'n dertig procent gedaald en voor dit jaar verwacht hij een afname van ruim vijftig procent. Maar, zegt de immer optimistisch gestemde ondernemer, 'we plussen nog steeds'. Dat komt door de ingrijpende bezuinigingen, waardoor hij de kosten flink heeft weten te verlagen. En door de opbrengsten van zijn andere bedrijfstak: de verkoop van speciale binnenzonweringen. De Leeuw: 'Dat gaat als een speer.'
In de zomer vertelde hij hoe hij medewerkers voor wie in de bouw geen werk meer was, binnenhield door ze over te plaatsen naar de zonweringtak. Zo zou Patrick Bakker (39) als verkoper aan de slag gaan. De projectleider ging na enige aarzelingen overstag. 'Ik zie dat er geen ander werk is en ik heb wel een gezin te onderhouden,' zei hij destijds in Vrij Nederland. In de werkkamer van zijn baas bekent hij nu een beetje beschaamd: 'Ik heb al na vier weken de handdoek in de ring gegooid.' Het was echt niet zijn ding, ontdekte Bakker. 'Voor mij was het geen uitdaging, het verkopen van zo'n zonwering. Bij een bouwproject was ik van A tot Z betrokken, daar zitten zoveel meer elementen in.'
Hij had geluk. De Leeuw had nog wat rekenwerk en andere klussen voor hem. En dus is hij nu terug in de bouw. 'Voor zolang als ik werk voor hem heb,' zei De Leeuw eerder op de dag. Bakker is ten opzichte van de eerdere gesprekken, waarin hij vertelde wel eens wakker te liggen met zorgen over de crisis, opvallend positief. 'Die angst heb ik een plekje gegeven,' legt hij uit. 'Ik vroeg me toen af of we wel het eind van het jaar zouden halen, maar dat waren paniekgedachten.' Bang dat hij op straat komt te staan, is hij niet meer. 'Ik ben een duizendpoot, je kunt mij overal op inzetten.' Maar, voegt hij daar snel aan toe, 'liever niet meer op die zonweringen'.
Ontslagaanvraag
De Leeuw zegt later verbaasd te zijn over het optimisme van Bakker. 'Hij ziet ook wel dat we nauwelijks nog werk hebben. Maar misschien weet hij dat hij niet zo snel risico loopt. Patrick is al lang in dienst.' De ondernemer moet zich van het UWV namelijk houden aan het afspiegelingsbeginsel. Hij heeft zijn medewerkers naar leeftijd en functie ingedeeld in verschillende groepen. Daarbinnen moet hij degenen, die het kortst in dienst zijn, het eerst voordragen voor ontslag. Eén keer ging dat verkeerd. Afgelopen zomer, kreeg Arnoud den Braal te horen dat ergeen plaats meer voor hem was. 'Na de vakantie hoorde ik dat ik toch mocht blijven,' zegt de eenenvijftigjarige timmerman, die een rode trui draagt met daarop het bedrijfslogo: een trots ogende leeuw. 'Het UWV had geen akkoord gegeven en iemand anders ging eruit.' Maar prettig voelt hij zich sindsdien niet meer. 'Ik ben teleurgesteld in de manier waarop met me is omgegaan,' zegt hij met een geëmotioneerde stem. 'Ik voelde me de hele zomer alsof ik was geloosd. En ook het afgelopen half jaar hing het boven mijn hoofd, ik wist nu dat ik op de wipstoel zat.'
Bovendien werd de timmerman, die zich sinds drie jaar bezighield met de molenbouw, de laatste tijd op 'allerhande klussen' gezet. 'Ik heb de afgelopen weken nog een huis moeten schilderen. Er was gewoon geen werk meer.' Hij heeft net te horen gekregen dat De Leeuw opnieuw een ontslagaanvraag voor hem heeft ingediend. Er komt dus een einde aan de onzekere periode. Zorgen over de toekomst heeft hij wel. 'Maar ik denk dat ik, hoe dan ook, weer aan de bak kom. Alleen twijfel ik of ik terugkom in de molens. En dat is het mooiste werk binnen de bouw.' Zijn ogen beginnen te glimmen. 'Niks is recht, alles is rond. Ik maakte ook zelf versiersels. Je moet heel creatief zijn.'
Ook Bas de Weger (36) staat op de nieuwe ontslaglijst. Het kwam niet echt als een verrassing, zegt hij. De projectontwikkelaar is verantwoordelijk voor het verkopen van de bedrijfsunits, maar dat loopt nauwelijks meer. 'Ik zit me nu af en toe te vervelen.' Boos is hij niet over het besluit. 'Ik kan niemand iets verwijten. Klaas probeert zijn bedrijf overeind te houden.' Met het bedenken van nieuwe plannen probeert De Weger afleiding te zoeken. Hij hoopt, ook met zijn makelaarscertificaat, als freelancer aan de slag te kunnen. 'Maar het is wel lastig hoor. Ik heb een zoontje van een jaar oud en een hypotheek. Soms denk ik: verdomme, straks zit ik toch zonder baan.'
Als de ontslagaanvragen worden goedgekeurd, heeft De Leeuw nog 29 medewerkers in dienst. Ooit waren dat er 65. Veel verder kan hij niet meer inkrimpen, zegt hij. 'Dan ga ik onder het minimum zitten. Ik heb een aantal mensen nodig om mijn bedrijf draaiende te houden. Anders kan ik zelf mijn bed daar wel neerzetten.' Met zachte stem: 'Wat nu al bijna zo is.' Hij gaat er vooralsnog van uit dat hij op korte termijn 'nog wat werken opduikelt'. En mocht dat onverhoopt toch niet lukken? 'Dan,' zegt hij vastberaden, 'gaan we met zijn allen maar eens ons eigen pand opschilderen!'




