VN MediagidsVoor én tegen Paarlberg
Justitie / crime / Jan Dirk Paarlberg 06.04.2010
Om hun argumenten kracht bij te zetten, schuiven verdachte en OM getuigen naar voren in de zaak-Paarlberg.
Of de getuige wellicht een declaratie voor zijn reiskosten wil indienen? Het is de laatste vraag die de rechter-commissaris aan Richard Homburg stelt. De multimiljonair slaat het aanbod af. ‘Ik ben hier met mijn privévliegtuig.’ De Nederlandse investment banker Homburg is op 15 maart van dit jaar vanuit zijn woonplaats in Zwitserland komen vliegen voor een verhoor achter gesloten deuren diezelfde dag. Een retourtje per private jet om te getuigen ten gunste van zijn voormalige zakenrelatie Jan-Dirk Paarlberg.
De slotopmerking over de kilometervergoeding legt onbedoeld het onbegrip bloot tussen de wereld van het snelle geld en die van de keurige rechterlijke macht. Dat het daar wringt, werd vorige week ook duidelijk tijdens de eerste zittingsdag in de zaak tegen Paarlberg. De van witwassen verdachte ondernemer mocht een begin maken met zijn verklaring waarom hij in de periode 2002-2004 een bedrag van 17 miljoen euro heeft ontvangen van de later vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra. Volgens het OM was Endstra gedwongen het geld te betalen in opdracht van Willem Holleeder. Nee, zegt Paarlberg, ik had wel degelijk nog miljoenen te goed uit de jachthaven in IJmuiden, een gezamenlijk project met Endstra. Dat hij die afspraken niet officieel schriftelijk heeft vastgelegd, daar kan Paarlberg naar eigen zeggen ook niets aan doen. ‘Zo deden wij zaken.’
Het verhaal van de verdachte komt populair gezegd hierop neer: wij, de vrije jongens van het vastgoed, werken zonder papieren. We hebben geen declaratieformulieren nodig, geen bonnetjes na de lunch, geen contract om afspraken met zakenpartners te kunnen maken. Ja, uiteindelijk achteraf bij de notaris als de zaak al beklonken is, maar dat gebeurt soms pas jaren na dato. Vertrouwen op grond van reputaties. Dat biedt echter een wankele basis bij de rechter, nu Paarlbergs imago behoorlijk inflatoir blijkt. Daarom heeft de vastgoedondernemer hulp nodig van mensen uit zijn kringen. Zakenrelaties die kunnen bevestigen dat de verdachte een legitieme claim had bij Willem Endstra.
En dus komt Paarlberg met Homburg op de proppen, die van 1991 tot 2002 aandeelhouder en bestuursvoorzitter was van het beursgenoteerde vastgoedfonds Uni-Invest. Tussen de heren zijn flinke bedragen heen en weer gegaan. Volgens Homburg sloot Paarlberg in 2000 bij Uni-Invest een hypothecaire lening af van ‘zo’n 40 à 50’ miljoen gulden, geld dat Paarlberg zou terugbetalen met behulp van de vordering op Endstra. Homburg: ‘Hij heeft mij toen en ook daarna nog een paar keer verteld dat hij nog geld tegoed had van Endstra. Dat zou met name moeten komen uit een project in IJmuiden.’ Maar, zegt de voormalige baas van Uni-Invest: ‘dat geld kwam niet.’ Volgens Homburg heeft Paarlberg toen elders geld moeten lenen om de Uni-Invest hypotheek te kunnen afbetalen. ‘Bij de familie De Rijcke, die toen net het Kruidvat had verkocht aan Watson.’
Richard Homburg
- ‘Ik geloofde Paarlberg op zijn woord’
Daarna deden de twee ondernemers opnieuw zaken. Paarlberg wilde in 2002 Uni-Invest kopen, samen met de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Om het bedrijf van de beurs te kunnen halen, was 1,8 miljard euro nodig. De Lehman-bankiers haalden het leeuwendeel op bij investeerders, maar er was nog 220 miljoen euro te kort. Daarvan moest Paarlberg tien procent betalen en Lehman de rest. Opnieuw had Paarlberg niet genoeg geld om te kunnen participeren in de acquisitie. En weer leende hij een fiks bedrag van Richard Homburg, nota bene degene die Uni-Invest aan hem zou verkopen. Homburg gaf die lening via een privévennootschap. Eerst 5,5 miljoen euro, later 11 miljoen euro – beide bedragen zijn in de jaren daarop terugbetaald.
‘Paarlberg zei continu: “Ik krijg nog geld van Endstra van de uitkoop, in verband met IJmuiden. Het kan er elk moment zijn,”’ vertelde Homburg op 15 maart bij de rechter-commissaris. Hij heeft nooit een papiertje gezien waaruit blijkt dat Paarlberg inderdaad een tegoed had bij Endstra. ‘Ik geloofde Paarlberg op zijn woord.’
Een opsteker voor Paarlberg. Eentje die, naar hij hoopt, de rechter zal overtuigen van zijn gelijk. Maar hij is niet de enige die steun van buitenaf zoekt. Het OM probeert haar zaak te onderbouwen met behulp van Marcel Pheijffer, hoogleraar Forensische Accountancy aan Nyenrode en de Universiteit Leiden. Hij wordt dezer dagen door de rechtbank gehoord en heeft al op 10 juli 2009 in een 33 pagina’s tellende schriftelijke rapportage korte metten gemaakt met de verdedigingslijn van de verdachte. Hij heeft onder meer de vermeende ‘havenschulden’ van Endstra aan Paarlberg tegen het licht gehouden, en vindt ‘op basis van het dossier’ dat de door Paarlberg ‘veronderstelde afspraken’ over ontvlechting niet afdoende worden onderbouwd door relevante stukken. Pheijffer acht het ‘onwaarschijnlijk’ dat de aflossing van de lening op een normale wijze tot stand is gekomen. Hij concludeert: ‘Veel waarschijnlijker is de samenhang van de aflossing met de afpersing en het witwassen waarvoor Willem Holleeder op 3 juli 2009 door het Hof is veroordeeld.’
Daarmee heeft Paarlberg een tegenstander van formaat. Een welbespraakte hoogleraar met verstand van cijfers én van strafrecht, die ongetwijfeld als ‘onafhankelijk deskundige’ door het OM naar voren wordt geschoven. Op dat laatste valt overigens wel wat af te dingen: Pheijffer heeft een verleden als opsporingsambtenaar en was betrokken bij onderzoeken naar bijvoorbeeld de Surinaamse legerleiding, de drugsorganisatie van de Hakkelaar en de beursfraude. De hamvraag is natuurlijk: vult de Nyenrode-professor na afloop een declaratieformulier in voor de kilometervergoeding?
