VN MediagidsTelefoon van Willem Holleeder

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / holleeder / crime 13.10.2007

Door Harry Lensink / Marian Husken

Afbeelding bij Telefoon van Willem Holleeder

Holleeder heeft de media ontdekt. Voor de rechtbank toonde hij zich al uitzonderlijk open. Nu spreekt hij ook met de pers. Vrij Nederland kreeg een belletje. ‘Ik kan er wel zes jaar over praten.’

‘Niemand heeft mij ooit gevraagd: wat is er aan de hand?’

Geen achterhoofd krijgt zoveel aandacht. Sinds 10 september staren rechtbankverslaggevers en misdaadjournalisten drie dagen per week naar de zwarte, al ietwat uitdunnende haardos van Willem Holleeder. Hier en daar kiert een zweempje grijs. De nek is mager, vaak bedekt door zijn rechterhand die dan zenuwachtig op en neer wrijft. Af en toe draait de verdachte zich om. Dan vorsen zijn donkere ogen de publieke tribune, die verscholen ligt achter centimeters dik glas. Zelden houdt hij een blik vast. Veel vrienden vermoedt de Neus waarschijnlijk niet, zeker niet onder het journaille. ‘Er is al zoveel onzin over me geschreven,’ horen we hem regelmatig verzuchten tegen de rechters.

De extra beveiligde rechtbank in Amsterdam, beter bekend als de Bunker, is het decor van een afpersingszaak die lijkt teruggebracht tot één persoon. Natuurlijk zijn er medeverdachten. Maar alle ogen zijn op hém gericht. Logisch ook, want voor justitie staat buiten kijf dat Willem Holleeder het brein is. Hij is de leider van de criminele organisatie die vastgoedmannen als Willem Endstra, John Wijsmuller, Rolf Friedländer en Kees Houtman zo bang maakte dat ze onvrijwillig miljoenen betaalden. Waar zijn vermeende handlangers bij toerbeurt moeten verschijnen, zit Holleeder elke dag voor de rechter.

En hij praat.

Godfather, psychopaat, monster. Het zijn negatieve betitelingen die de Heineken-ontvoerder tot voor kort onweersproken heeft gelaten. Maar sinds de herstart van het proces – Holleeder is herstellende van een hartoperatie waardoor de strafzaak dit voorjaar werd geschorst – babbelt de hoofdverdachte honderduit. Hij wil ‘open en eerlijk’ zijn tegen de rechters, die hij consequent aanspreekt met ‘edelachtbare’. Schmierend en grollend vertolkt de Neus de hem toebedeelde hoofdrol. Vanachter het glas wordt zijn optreden met argusogen gadegeslagen: is het bühnespel van een listige beroepscrimineel? Of gelooft hij echt in zijn eigen onschuld? Hoe dan ook, zijn Jordanese tongval en Cruijffiaanse overpeinzingen leiden soms tot hilariteit op de publieke tribune.

Ongerief
Tot begin vorige week. Toen schoot Holleeder uit zijn rol, zo leek het. Meerdere keren viel hij zijn raadsman af. Hij snoerde advocaat Jan-Hein Kuijpers de mond toen het ging over de zogenaamde ‘Keukentapes’ die waren gelekt naar het tv-programma Nova. Hij herriep Kuijpers’ verzoek om de ex-vriendin van Willem Endstra uit de rechtszaal te verwijderen. Hij refereerde keer op keer aan zijn voormalige raadsman Bram Moszkowicz, die volgens hem is ‘weggepest’ door het Openbaar Ministerie.

Vervelend voor Kuijpers. De aanwezige journalisten zagen de eerste tekenen van een breuk tussen advocaat en cliënt. Daar had de verdediging geen zin in en dus greep het team-Holleeder naar nieuwe middelen om het beeld bij te stellen. Onverwacht kreeg Vrij Nederland woensdag telefoon. Holleeder aan de lijn om zijn ongenoegen te spuien. Het was de zoveelste zet in een zaak die deels buiten de rechtszaal – in de media – wordt uitgevochten. De kern van zijn boodschap: ‘Ik ben blij dat Kuijpers mijn zaak doet en tussen ons is er helemaal niks mis. Ik heb Amsterdamse humor, misschien dat dat verkeerd wordt uitgelegd door de mensen.’ (zie www.vn.nl)
Daarmee was de kous echter niet af. Bijkans drie kwartier lang bleef de verdachte aan het woord, af en toe onderbroken door een vraag. Geagiteerd verhaalde hij over de zaak tegen hem tot nu toe, de rol van Endstra, diens positie in de Nederlandse onderwereld. Daarbij veelvuldig herhalend dat hij ‘het niet had gedaan’ en af en toe gebruikmakend van de hem inmiddels typerende logica: ‘Mensen redeneren terug met de wetenschap die ze van Endstra hebben. Maar ik redeneer terug met de wetenschap die ik van mezelf heb. En ik weet dat ik het niet heb gedaan. Dus voor mij is het heel anders terugredeneren.’

Tunnelvisie
Een praatgrage Holleeder is nieuw. Hij suggereert sinds 10 september grote openheid jegens de rechters en lijkt voor het eerst ook via de media zijn verhaal te willen doen. Waarom nu pas, terwijl de verdenkingen tegen hem al dateren van lang voor zijn arrestatie op 29 januari 2006?
Holleeder: ‘Ik heb in mijn leven nog nooit een verklaring afgelegd. Daar sta ik om bekend. Op 29 januari kwam ik van de snelweg af en zag een paar auto’s achter me aanracen. Ik gaf gas, zij gaven ook gas. Ik dacht, da’s foute boel. Ik werd klemgereden en meegenomen. Op het politiebureau vroeg ik waarvoor ik was aangehouden. “Voor afpersing,” was het antwoord. Ik dacht, niks aan de hand, ik heb niemand afgeperst. Toen ben ik begonnen met praten. Daarvan is ook een proces-verbaal opgemaakt. (Er zit in het dossier inderdaad een zeer summier ‘proces-verbaal van bevindingen’ waarin de verdachte wordt geparafraseerd, red.) Tot ik een van mijn verhoorders, een vrouwelijke rechercheur, letterlijk tegen een van haar collega’s hoorde zeggen: “Jullie hebben te veel tunnelvisie.” Ik zeg tegen haar: “Hoezo, tunnelvisie?” Zegt ze: “Ja, ze willen alleen jou, ze kijken niet de andere kant op.” Nou, toen wist ik het wel. Toen dacht ik bij mijn eigen, ik kap ermee.’

Nu praat hij, naar eigen zeggen omdat hij ‘vertrouwen’ heeft in de rechters. ‘De rechtbankvoorzitter mag ik wel, die man heeft echt leuke humor. Mijn humor. Hij speelt met woorden. Ik voel me daar prettig bij. Maar verder is het een hele serieuze rechtbank. Ik ben blij dat ik kan zeggen hoe het zit. Dat lucht echt op. Er zit heel veel achter dit verhaal. Het is natuurlijk een heel groot spel en het gaat natuurlijk altijd om heel veel centjes. Voor mij is er maar één afloop mogelijk. Ik heb Endstra niet afgeperst. En al die mensen die worden opgevoerd heb ik óók niet afgeperst. Dat zweer ik op alles wat me lief is. Ik ga er vanuit dat de waarheid boven tafel komt en dat de rechtbank dat inziet.’

Gedwongen
Die ‘waarheid’ gaat volgens Holleeder over de verwevenheid van boven- en onderwereld. Over tientallen miljoenen euro’s crimineel geld dat is belegd in huizen, straten, kantoorpanden, vakantieparken, havens en vliegvelden. Met behulp van bankiers, advocaten, notarissen, fiscalisten, politici en andere noodzakelijke facilitators.

Holleeder: ‘Natuurlijk weet ik hoe het zit. Mijn relatie met Willem Endstra… we konden elkaar aankijken, dan wist ik hoe laat het was en wist hij hoe laat het was. Begrijp je? In die gesprekken met de recherche op de achterbank is hij heel langzaam zijn verhaal gaan maken. Daar werd hij ook in gedwongen en geduwd. Op de vragen die de politie stelde, bedacht hij weer een antwoord. Hij zat natuurlijk in een hele moeilijke situatie.’

Volgens Holleeder ontstonden de problemen voor Endstra toen de crimineel John Mieremet in 2002 aan De Telegraaf een interview gaf waarin hij Endstra de ‘bank van de onderwereld’ noemde, en Holleeder zijn ‘bewaker’.

Holleeder stelt nu dat Mieremet vijfendertig miljoen gulden bij Endstra had belegd. ‘Er zijn zo verschrikkelijk veel mensen van wie Endstra geld heeft aangepakt, dat wil je niet weten. En hij betaalde niet terug. Mieremet heeft gezegd: “Hou het geld maar. Maar ik niks, dan jullie ook niks.” Mieremet heeft Wim Endstra op zijn knieën gekregen. Mieremet is de enige, en dat is echt waar, die een deel van zijn geld heeft teruggekregen. Toen Endstra door Mieremet in de krant was gezet, was dat einde oefening. Iedereen dacht: het is een zinkend schip. Het schip was ook zinkende. Vanaf dat moment wilden de banken hun geld terug. Hij zou failliet gaan. En als Endstra failliet gaat, hoe moet ie dan al die criminelen betalen? Verder wilden ook alle reguliere zakenlieden hun geld terug. En tenslotte wilde Joost Tonino (officier van justitie die een strafzaak tegen Endstra voorbereidde wegens witwassen, red.) hem ook nog eens vervolgen. Hij heeft maar één ding kunnen doen. Tegen iedereen die nog geld van hem kreeg, zeggen: ik word afgeperst. Maar neem nou maar van mij aan dat Willem Endstra onmogelijk, echt on-mo-ge-lijk, afgeperst kon worden. Door wie dan ook. Want er waren zoveel belangen, er waren zoveel groeperingen die geld bij hem hadden staan, dat als de ene groepering hem zou aanvallen, de ander hem zou helpen.’

Kwelgeest
Dat Endstra banden had met kopstukken uit de Nederlandse onderwereld, is genoegzaam bekend. Ook dat hij geld belegde voor criminelen en dat de vastgoedman daardoor in de problemen is gekomen. Maar waarom zou Endstra, die Willem Holleeder jarenlang zag als zijn vriend, de Heineken-ontvoerder als zijn kwelgeest hebben afgeschilderd? Dat vraagt de hoofdverdachte zich nog steeds af. ‘Ik heb er veel over nagedacht, hè. Misschien omdat ik géén geld bij hem heb ingelegd. Soms denk ik, ik ben er nog genadig vanaf gekomen in vergelijking met Ronald van Essen. Dat was ook een goede vriend van hem.’

Oud-xtc-handelaar Van Essen had geld belegd bij zijn vriend Willem Endstra. Toen Van Essen die investering eind 1999 opeiste, werd hij in zijn hoofd geschoten. Hij overleefde de aanslag, maar is sindsdien gehandicapt. Eerder beweerde Holleeder in de rechtszaal dat de liquidatiepoging in opdracht van Endstra is uitgevoerd.

Holleeder: ‘Iedereen zegt dat Willem Endstra bang was voor Holleeder. Nou, Endstra was niet eens bang voor Mieremet en Klepper. Hij was bang voor helemaal niemand. Hij wist dat er altijd groeperingen waren die voor hem in de bres zouden springen. Immers, als Endstra wat zou gebeuren, zouden ze allemaal hun geld kwijt zijn. Het is te belachelijk voor woorden om te veronderstellen dat ik hem klappen heb gegeven. Als ik hem één klap had gegeven, had ik geen twee dagen meer geleefd.’

Nee, voor Holleeder is het duidelijk: Willem Endstra heeft een spelletje gespeeld met iedereen. De verdachte maakt opnieuw het punt dat hij eerder voor de rechter maakte: als Endstra werd afgeperst, dan had hij in het geheim toch wel opnamen gemaakt? ‘We namen alles op!’ Dat er van de vermeende bedreigingen door Holleeder niets op band staat, is volgens de verdachte het bewijs dat er ook niets is gebeurd. ‘Hij heeft een spelletje gespeeld met justitie om overal van af te komen. Hij heeft een spelletje gespeeld met de banken. Om lucht te krijgen bij de onderwereld, om lucht te krijgen bij de bovenwereld. Omdat hij hoopte dat hij er tussenuit kon komen. Kijk, hij heeft geen aangifte gedaan tegen mij! Waarom niet? Omdat het niet zo was. Hij heeft gewoon geprobeerd zijn bedrijf te redden. Daarvoor heeft hij mij gebruikt. Ja, ik vind het nog wel zielig ook. Weet je wat het is: Wim was geen kwaaie jongen. Ik denk niet dat hij heeft gewild dat ik hier nu zit.’

Schaakspel
Het lijkt een wel heel simpele reactie op Endstra’s verhaal. Wie leest wat de vastgoedman in vijftien gesprekken vertelt op de achterbank aan de rechercheurs van de Criminele Inlichtingen Eenheid, ziet toch een ingewikkelder schaakspel. Wat is bijvoorbeeld de rol van andere kopstukken uit het milieu? Hoe verhoudt Holleeder zich tot Dino Soerel en Stanley Hillis, criminelen die Endstra noemt als handlangers van de Neus? Wat was Endstra’s relatie tot drugs- en wapenhandelaar Mink Kok?

‘Mink was bijna net zo’n goede vriend van Endstra als ik,’ beweert Holleeder. ‘We zagen elkaar vaak gedrieën, bijvoorbeeld in het Amsterdamse Bos. Hillis en Soerel hoorden bij Mink. Mink heeft altijd tegen mij gezegd: “Jij moet zorgen dat John Mieremet en Sam Klepper geen geld bij Willem Endstra investeren. Want dan gaat het fout.” Met Johnny gaat het altijd fout.’

Toen Mink Kok eind jaren negentig voor lange tijd achter de tralies verdween, is het ook daadwerkelijk fout gegaan, stelt Holleeder. ‘Ik heb geprobeerd Endstra tegen te houden, maar hij is met ze in zee gegaan. Hij wond ze zo om zijn vinger. Als ik hem waarschuwde, zei hij altijd: “Maak je niet druk, alles komt goed.”’

Holleeder stelt dat hij een intermediair, een ‘boodschappenjongen’ was tussen de criminelen en Endstra, tussen de ‘investeerders’ en de ‘bank’. Volgens hem kregen Mieremet en Klepper op een gegeven moment ruzie over hun belegging bij Endstra. Klepper wilde zijn geld terug en sommeerde Mieremet om het op te eisen. Holleeder vergezelde Mieremet tijdens een afspraak met Endstra. ‘Op weg er naar toe zei Johnny tegen mij: “Zijn nek gaat eraf! En jij gaat er ook aan, kankerlijer. Want jij hebt ook niet goed opgelet.” Ik dacht, nou, da’s lekker dan. We kwamen het appartement van Endstra in IJmuiden binnen. Daar lagen allemaal taxatierapporten en plannen voor bouwkavels. En er stond een flesje rode wijn. “John, ga effe zitten,” zei Endstra. “Neem een wijntje.” Dat heeft anderhalf uur geduurd en toen had Johnny er zevenhonderd ruggen bijgelegd!’

Gympies
Holleeder schets een milieu waarin vriendschappen breekbaar zijn, waarin loyaliteit niet vanzelfsprekend is en de verkeerde keuzen fatale gevolgen kunnen hebben. In de jaren negentig werd de Neus gezien als de ‘gabber’ van collega-ontvoerder Cor van Hout. Tegelijkertijd maakte het duo Spic en Span (Klepper en Mieremet) furore in de onderwereld. Daarnaast was er de Delta-organisatie van Mink Kok (drugs, wapens) waarbij indertijd ook de topcrimineel Stanley Hillis hoorde. Volgens de hoofdverdachte maakten al deze groepen gebruik van Willem Endstra’s ‘facilitaire’ diensten: van goedkope huurhuizen voor vriendinnen tot beleggingen in rendabele vastgoedportefeuilles.

Hoe de kampen tegenover elkaar staan, blijkt volgens Holleeder als er in 1996 een mislukte aanslag wordt gepleegd op Cor van Hout – vermoedelijk door diens rivalen Mieremet en Klepper. ‘Dat is toen opgelost. Mink is tussen de partijen gaan staan. Mink was een vriend van Sam Klepper en een vriend van mij. Er is toen na de aanslag op Cor een gesprek geweest bij Wildschut (een Amsterdams grand café, red). Mieremet en Klepper waren met zwaar bewapende bodyguards. Die lui van Mink kwamen op alleen maar gympies, verder helemaal niks. Dat ging van gabbertje gab. Mink zei tegen Sam: “Luister je bent mijn vriend, maar Willem Holleeder is ook een vriend van me. Willem heeft me zijn woord gegeven dat hij niks tegen jullie zal ondernemen als antwoord op de aanslag op Cor. Dan moeten jullie me je woord geven dat jullie niks tegen hem doen. Je bent mijn vriend, Sam. Maar als je me in de maling neemt, ben je mijn vriend niet meer.” Ze gaven hun woord. Daarna zijn Mink en ik nog effe door de stad gaan lopen. Ik zei tegen hem: “Mink, da’s allemaal leuk en aardig, maar je hebt die klanten gezien. Allemaal wapens, dit en dat, zus en zo. Jij loopt hier in een T-shirtje. Wat als ze wél…?” toen zei hij: “Wim, dat gaan ze niet doen.”

Willem Endstra, zegt Holleeder nu, onderhield banden met al die kampen. Hij belegde voor iedereen en was voor de duvel niet bang. Nogmaals, dat de vastgoedman zijn voormalige vriend Holleeder aanwijst als afperser is onderdeel van het spel, beweert de hoofdverdachte. Toch is het frappant dat er volop getuigenverklaringen zijn die het verhaal van de belaagde zakenman onderschrijven. Niet in het laatst de woorden van Endstra’s juridisch adviseur Bram Zeegers. Hij legde vijftien verklaringen af waarin hij staaft dat Endstra werd bedreigd en afgeperst door Willem Holleeder.

Daartegen brengen Holleeder en zijn advocaat terecht in dat al die verklaringen – van Zeegers, van Endstra’s familie en vriendinnen – indirect zijn. De getuigen hebben het verhaal van horen zeggen. Sterker nog: ze hebben veelal het verhaal van Willem Endstra zelf gehoord. En het is de betrouwbaarheid van de vastgoedman die de verdediging keer op keer ter discussie stelt. Holleeder: ‘Wim zal gerust tegen de mensen hebben gezegd dat ie werd afgeperst door mij. Het gekke is alleen: er is nooit iemand naar mij toegekomen. Helemaal niemand! Niet Bram Zeegers, maar ook niet de familie Endstra of wie dan ook. Niemand heeft gevraagd: wat is er aan de hand Willem? Niemand, niemand, niemand! Dan had ik kunnen zeggen: het is niet waar!’

Natte hand
Het is niet waar. Hij zegt het nu bijkans om de drie zinnen.
Het telefoontje van Holleeder komt een dag nadat Bram Zeegers is gehoord in de Bunker. Ten overstaan van de rechtbank bevestigde Zeegers vorige maandag en dinsdag opnieuw dat hij meerdere keren van Endstra heeft gehoord dat deze werd afgeperst door Holleeder. De verdachte denkt dat de jurist door Endstra met een kluitje het riet in is gestuurd. ‘Bram was geen partij voor Wim Endstra. Hij heeft bij de rechter ook echt in de zenuwen gezeten. Ik gaf hem na afloop een hand. Die was drijfnat. Niet normaal. Alsof ie in een bak lauw water had gehangen. Ik heb mijn hand afgeveegd. Je hebt wel eens dat iemand een klammige hand heeft, hè. Maar ik heb het gewoon over een natte hand. Geen klammige hand, nee, een drijfnatte hand. Ik zei: “Viezerik, je hebt een hele natte hand.”’

Holleeder haalt een passage aan uit de getuigenverklaring van Bram Zeegers. Zeegers liet eerder aan het Openbaar Ministerie het volgende weten: ‘Verder had Wim mij in het voorjaar van 2004 verteld dat “ze” hem hadden gevraagd om drugsvluchten (cocaïne) op vliegveld Niederrhein (een luchthaven waarvan Endstra mede-eigenaar was, red.) te mogen uitvoeren. Met “ze” bedoelde Wim altijd de groep-Holleeder.’

Ook onzin, zegt Holleeder. ‘Ik heb niet tegen Endstra gezegd: je moet effetjes cocaïne doen. Nee, Wim Endstra heeft tegen mij gezegd: “Luister, daar zijn allemaal bunkers. Daar kan allemaal drugs in.” Hij heeft mij gevraagd om dat te regelen. Ik heb dat geweigerd. Ik wil niet in drugs. Dat is de reden waarom ik indertijd ruzie heb gekregen met Cor van Hout. Die zat ook in de drugs.’
Volgens de hoofdverdachte zijn er ook Colombiaanse investeerders betrokken geweest bij het opzetten van een drugstraject via Niederrhein. ‘Ik zat een keer bij Wim op kantoor, toen belde Anita, zijn vriendin, vanuit hun huis. Ze zei: “Wim, er is hier net een heel klein, eng kereltje geweest. Die wil je vanavond om zeven uur zien.” Endstra was helemaal nerveus. Hij zei: “Het is levensgevaarlijk. Jij moet er bij zijn.” Ik zeg: “Ik weet niet waar je het over hebt, maar ik ben erbij.” Ik ben om zeven uur boven gaan staan in zijn huis. Op de vide, bij de slaapkamer. Er werd aangebeld. Kwam er een klein Colombiaantje binnen. Die zei: “Hi Wim, you didn’t know that we could find you, uh? You owe us some money.” Toen zei Endstra: “Ja, ja, ja. We’ll make tomorrow appointment.” Hij wilde ook niet dat ik alles wist, natuurlijk. Met die mensen heeft hij ook weer wat uitgehaald.’

Crux
Het zijn verklaringen van Holleeder. Net zo lastig te verifiëren als de verhalen van Endstra. Het is de crux van de rechtszaak: het woord van Willem versus het woord van Willem. Neem bijvoorbeeld de vermeende afpersgelden. In zijn verklaringen bij de CIE en in zijn dagboekaantekeningen spreekt Endstra van miljoenentransacties, bedragen die hij gedwongen heeft weggesluisd naar het buitenland. In opdracht van Willem Holleeder. Daarbij zou Endstra’s zakenrelatie Jan-Dirk Paarlberg als tussenschakel zijn opgetreden: via diens overzeese vennootschappen zouden de afpersgelden veilig zijn gesteld. Holleeder: ‘Ik heb Paarlberg een of twee keer bij Wim thuis gezien. Verder he-le-maal niks. Da’s toch wonderlijk. Maar dat is echt Wim Endstra, om dat zo in elkaar te zetten. Die man was zo sluw. Als je Johnny Mieremet vijfendertig miljoen gulden kan afpakken, dat is knap. Want die was gierig. Hij schreef alles op, gaf niet een piek te veel uit. Als je die vijfendertig miljoen afpakt, hè, dan kun je echt wat hoor.’

Het dossier herbergt vooralsnog geen aanwijzingen dat er een directe geldstroom naar de hoofdverdachte is. Holleeder: ‘Wat ik verdiend heb met Endstra heb ik gewoon op mijn eigen rekening op de Rabobank binnengekregen. That’s it. Ik kan alles verantwoorden. Dat officier van justitie Koos Plooij dat een beetje weinig vindt, mag hij weten. Alleen vraag ik me dan af wat hij verdient. Misschien moet ik officier worden. Ik heb over elke gulden die ik heb verdiend gewoon belasting betaald.’

Het is een haast onstuitbare woordenstroom die uit de mond van de hoofdverdachte vloeit. Er zijn talloze zaken die we hem zouden willen voorhouden, maar daar is niet de gelegenheid voor. Holleeder zit nog steeds ‘in beperkingen’ gedetineerd. Het telefoontje naar Vrij Nederland is wat Holleeder betreft vooral bedoeld geweest om zijn relatie met zijn raadsman recht te trekken. Hij komt er aan het einde van het gesprek op terug. ‘Ik ben dat verplicht naar Kuijpers toe.’ Lachend: ‘Nou ja, ik ga in het vervolg maar met mijn arm om hem heen zitten. Als ie dan maar wel een luchie op doet.’ Dan weer serieus: ‘Ik ga de rechtbank uitleggen hoe het allemaal wél is gegaan tussen mij en Endstra. Ik vertel het nu een beetje in vogelvlucht, maar ik kan er wel zes jaar over praten.’