VN MediagidsHet lek nog niet gedicht

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / crime / Politie 14.10.2006

Door Harry Lensink / Marian Husken

Deze week staat rechercheur Sjaak K. voor de rechter. Volgens justitie is hij ‘De Pet’, het corrupte contact van topcriminelen als Willem Holleeder, Jan Femer en Mink K.. Maar hoe hard is de zaak tegen Sjaak K.? VN houdt het Vancouver-onderzoek van de rijksrecherche tegen het licht en ziet zwakke plekken. Inmiddels is het OM daarover ook gealarmeerd: het doet onderzoek naar de werkwijze van de rijksrecherche.

Wat een opluchting! Begin dit jaar pakte justitie Sjaak K. op, een rechercheur die wordt verdacht geheime informatie naar criminelen te hebben doorgesluisd. Eindelijk hadden de opsporingsinstanties hun lek gedicht, klonk het. Een ware catharsis, want de frustraties waren hoog opgelopen. Jarenlang was de onderwereld voortijdig op de hoogte van politieacties, met dank aan corrupte opsporingsambtenaren die voor geld informatie doorspeelden. Politie en justitie stonden enkele malen flink voor schut en moesten soms hun prooi laten schieten omdat de criminelen wisten welke bewegingen de speurders zouden maken.

Al snel kreeg Sjaak K. na zijn arrestatie de veelzeggende bijnaam ‘De Pet’. Die titel is afkomstig van de vermoorde vastgoedman Willem Endstra. Deze had in zijn geheime gesprekken met de recherche verteld dat topcriminelen als Willem Holleeder, Jan Femer en Dino S. gebruik maakten van een corrupt contact dat ze ‘De Pet’ noemden.

De verdachte rechercheur heeft de schijn tegen. Begin dit jaar liep hij in een val, opgezet door de rijksrecherche. K. kreeg vertrouwelijk (nep-)informatie in handen en speelde die door aan een voormalige collega. Deze ex-rechercheur, Hans van E., zou de informatie op zijn beurt hebben doorgesluisd naar de onderwereld.

Zo zouden ze vaker hebben gewerkt: geheime stukken gingen van Sjaak naar Hans en vervolgens naar de penoze. Bijvoorbeeld toen er eind 2005 een grootscheepse actie was tegen de Hells Angels. Een indrukwekkende politiemacht arresteerde in de nacht van 16 op 17 oktober talloze leden van de motorbende. Justitie had gehoopt volop wapens en ander verdacht materiaal aan te treffen bij de members. Helaas, slechts hier en daar werd wat relatief onschuldig schiettuig gevonden. Hoe was het mogelijk? Blijkbaar waren de Angels op voorhand op de hoogte van de veegactie. Het is een van de verdenkingen die Sjaak op zijn palmares krijgt geschoven.

Bij hem thuis, op zijn werkplek en in zijn tas vond de rijksrecherche ook vertrouwelijke politie-informatie uit oude en gestrande onderzoeken naar de Nederlandse onderwereld. Bijvoorbeeld over de bedreiging van officier van justitie Koos Plooy. Dat onderzoek, geleid door officier van justitie Fred Teeven, was doodgelopen. Vanwege de explosieve inhoud was ‘de opdracht gegeven om de stukken in te leveren bij het OM of te vernietigen’, zo verklaarde Teeven tegen de rijksrecherche. ‘K. had dit niet mogen hebben.’

‘De Pet’ is een gewilde trofee. Met de arrestatie van Sjaak K. lijkt de jacht op het lek succesvol afgesloten. Hij en zijn vermeende partner in crime Hans van E. zitten inmiddels al acht maanden vast. Maar wat heeft justitie nu precies voor bewijzen tegen de verdachte rechercheur? VN sprak met enkele betrokkenen bij het zogeheten Vancouver-onderzoek naar de politiecorruptie en kreeg inzage in justitiële stukken. Hieruit blijkt dat er nogal wat gaten zitten in de bewijsvoering. Een aantal zaken vallen op.


1. Ontbrekende stukken

Waarom zit een belangrijke verklaring van Hans van E. niet in het dossier? Dat wilde diens advocaat Nico Meijering wel eens weten. Hij stuurde onlangs een brief naar het Openbaar Ministerie. Stom. ‘Dat is abusievelijk niet gebeurd,’ luidde het antwoord. Terwijl nu juist in het ontbrekende proces-verbaal een ontlastende verklaring voor beide verdachten staat. Van E. geeft namelijk een plausibele uitleg over het uitlekken van de actie tegen de Hells Angels.

Op de middag voor de arrestaties beschikte Sjaak K. over het draaiboek voor de inval. Logisch, zeggen sommige van zijn collega’s in hun verklaringen: Sjaak was immers betrokken bij de actie. Maar, stelt het OM, hij heeft die informatie direct aan Van E. doorgegeven. De verdachten spreken elkaar die dag bij Van E.’s volkstuintje. Opnieuw heeft K. dus de schijn tegen. Maar wat zegt oud-rechercheur Van E. hierover? Dat hij twee weken voor de huiszoekingen al van journalisten heeft gehoord dat er een inval bij de Angels op handen was. En dat klinkt aannemelijk, aangezien enkele verslaggevers, onder meer die van de Volkskrant, inderdaad op voorhand de datum wisten. Dat blijkt uit telefoontjes van een reporter naar de politie, waarin hij om bevestiging van de op handen zijnde arrestatie vroeg. Ook stond de krant op het moment suprème bij de clubhuizen van de motorrijders te posten.

Daar komt nog bij dat het Amsterdamse chapter van de Angels op voorhand was gewaarschuwd door een bouwvakker. Hij had gezien dat de politie een dag voor de huiszoekingen een observatiepost had ingericht voor de deur van Angels Place. Op het briefje dat de politie aantrof in dit Amsterdamse honk stond de waarschuwing dat een inval aanstaande was.


2. Kluissleutels

Wat werpt justitie K. nog meer voor de voeten? In 2004 vind de politie kopieën van geheime stukken in de cel van Martin Hoogland. Deze ex-politieman zit een lange straf uit voor de moord op godfather Klaas Bruinsma in 1991. Op mysterieuze wijze is Hoogland in het bezit gekomen van liquidatiescenario’s, gemaakt door de Amsterdamse politie. In deze zogenaamde powerpoint-stukken staan onderzoeksopties uitgetekend naar de moorden op Sam Klepper en Jan Femer, beiden lieten het leven in 2000. Verscheidene officieren van justitie, leden van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) en de recherche waren op de hoogte van deze scenario’s die op cd-rom waren gezet. Zowel bij het OM als bij de politie lagen deze schijfjes ‘veilig’ opgeborgen.

Ook de teamleider van Sjaak K. had een dergelijk schijfje in de kluis liggen. Als K. daar gebruik van zou willen hebben maken, dan had hij om de sleutel moeten vragen. Dit heeft hij niet gedaan, aldus de verklaring van de teamleider. En uit niets blijkt vooralsnog dat hij op andere wijze aan de sleutels is gekomen.


3. De dominotheorie

Het waren veelbesproken rankings die in 2002 opdoken in de media. Zeven processen-verbaal van de CIE waren op straat beland. Hierin stond uiterst vertrouwelijke informatie over de reeks afrekeningen in het Amsterdamse milieu, bijvoorbeeld wie er volgens gehoorde anonieme bronnen achter die afrekeningen zou zitten. Een van de verbalen bevatte zelfs een ‘dodenlijstje’, een overzicht van ‘ongelukkigen’ die een kogel wachtte. Onder hen Willem Endstra, Willem Holleeder en Hells Angels-president ‘Big Willem’ van Boxtel. In criminele kring verdacht men de CIE ervan bewust te hebben gelekt. Zulk nieuws veroorzaakt immers onrust in de onderwereld, waardoor criminelen misschien loslippig worden.

De informatie lag opgesloten in de kluis van de CIE en het Openbaar Ministerie. Toch doken de processen-verbaal dus op, het eerst in De Telegraaf. Misdaadverslaggever John van den Heuvel had ze toegespeeld gekregen. Hij is hierover verhoord in het Vancouver-onderzoek. Bewust lekken naar journalisten is een politiestrategie die vaker voorkomt, zegt Van den Heuvel tegen zijn verbalisanten. Bijvoorbeeld om een doorbraak in een vastgelopen onderzoek te forceren. De auteur van het Telegraaf-artikel kan het weten, want hij is een oud-politieman en kent het klappen van de zweep.

Van wie hij de informatie heeft, vertelt de journalist niet. Wel stelt hij dat het niet afkomstig is van de verdachte Hans van E. – met deze oud-collega had hij regelmatig contact in het verleden. Spreekt Van den Heuvel de waarheid? Zo ja, dan trekt hij de dominotheorie van justitie over heling van gestolen informatie onderuit. Die luidt: als de Telegraaf-verslaggever informatie krijgt of koopt, zal het wel afkomstig zijn van Van E., die het op zijn beurt ongetwijfeld kreeg van Sjaak K.


4. Gestrand onderzoek

In het onderzoek naar lekkage bij justitie en politie houdt de rijksrecherche ook ‘oude’ zaken tegen het licht. Bijvoorbeeld de vondst van een omvangrijk wapenarsenaal en grote hoeveelheden xtc in 1999 in een flat aan de Amsterdamse Nachtwachtlaan. Topcrimineel Mink K. wordt uiteindelijk gearresteerd en veroordeeld in deze zaak. Het pand stond op naam van Willem Holleeder.

Gekopieerde delen van het onderzoek werden bij Sjaak K. thuis aangetroffen. Waarom is de verdachte rechercheur nog steeds in het bezit van deze stukken, vraagt de rijksrecherche zich af. Ze lezen het oude dossier opnieuw en stuiten op een verrassing: ze vinden niet alleen de gekopieerde processen-verbaal die K. had, maar ook twee handgeschreven briefjes met daarop het woord ‘PET’ en twee gsm-nummers. Die briefjes zijn indertijd gevonden tussen de wapens en de drugs. En wat blijkt? In 1999 is nooit onderzoek gedaan naar deze krabbels.

Vreemd. Waarom is dat niet gebeurd, wil de rijksrecherche weten van de toenmalige zaaksofficier Koos Plooy. De officier weet het zelf ook niet. Hij zet vraagtekens bij de gang van zaken. Ook destijds had hij zich al ‘nijdig’ gemaakt, vertelt hij de rijksrecherche. Hij had altijd al het gevoel dat er ‘open einden’ waren in de zaak-Nachtwachtlaan. De dienstleiding van de Amsterdamse politie had er een rem op gezet: ‘Het onderzoek mocht niet uitwaaieren.’

Van de bewuste briefjes werd alleen vastgesteld dat het handschrift niet toebehoorde aan de veroordeelde Mink K.. Ook de telefoonnummers bij het woord ‘PET’ blijken officieel niet te zijn nagetrokken. Nogmaals, uiterst curieus, daar bekend was dat mensen als Mink K. en Willem Holleeder beschikten over corrupte contacten.

Nu, zeven jaar later, gaat justitie er vanuit dat Sjaak K. een rol heeft gespeeld in het saboteren van het onderzoek. Hij zat immers in het team dat de wapens vond. Dus hij zal het wel zijn geweest die onderzoek naar de kladjes heeft tegengehouden, hoor je justitie bijna denken. Toch is dat een moeilijk te geloven veronderstelling. Er waren ettelijke rechercheurs betrokken bij het onderzoek naar de Nachtwachtlaan. Hoe kan één rechercheur besluiten om het onderzoek naar de briefjes en de telefoonnummers tegen te houden, terwijl het wel wordt genoemd in het strafdossier?


5. De zaak Meijering

Mr. Nico Meijering is de advocaat van verdachte Hans van E.. Volgens justitie is hij een schakel in het lekcircuit, maar officieel is Meijering geen verdachte. Hij kent zijn cliënt al sinds begin jaren negentig en noemt hem aan de telefoon ‘zijn vriend’. Het OM vermoedt daardoor dat de strafpleiter informatie van Van E. heeft doorgespeeld aan de Hells Angels en aan de gedetineerde Mink K.. Van de laatste is hij second opinion-raadsman naast Minks ‘vaste’ advocaat Adèle van der Plas. Maar voor deze verdenking zitten geen bewijzen in het strafdossier.

Meijering zit desondanks in een lastig parket. Volgens hem hanteert de rijksrecherche ‘vuile’ methoden om hem in een suspect daglicht te plaatsen. Er zou zelfs moedwillig onjuiste, hem belastende, informatie zijn toegevoegd aan het dossier die hem belast. Zijn kantoor heeft aangifte gedaan tegen de rijksrecherche wegens valsheid in geschrifte. Uit een uitgetikt tapverslag blijkt dat de raadsman informatie gaat doorgeven van Van E. naar Mink K. Vooral het laatste zinnetje is veelzeggend. Er staat geparafraseerd in het proces-verbaal: ‘Hans vraagt even een belletje te krijgen als Nico meer hoort over die Lange (Mink K., red.),’ waarop Meijering zou hebben gezegd: ‘Dat is goed.’ De advocaat ontkent die laatste woorden te hebben uitgesproken. Uit de bandopname, die bij het dossier is gevoegd, blijkt dat hij gelijk heeft: er is niets te horen. Het is volgens zijn kantoor het bewijs dat de rijksrecherche heeft geknoeid met het dossier.

De aangifte van Meijerings kantoorgenoten heeft ertoe geleid dat het Openbaar Ministerie in Rotterdam een onderzoek is begonnen naar de handel en wandel van de rijksrecherche in dit dossier. De onkreukbare onderzoekers, die corruptie moeten blootleggen, zijn nu zelf onderwerp van onderzoek. Het is een novum in de Nederlandse opsporing en maakt de zaak-Vancouver tot een precair en explosief dossier.