VN MediagidsHet gelijk van De Wijkerslooth
Een deal met een crimineel om de bedreiging van officier van justitie Koos Plooy op te helderen? Joan de Wijkerslooth, de hoogste baas van het openbaar ministerie, zag er niets in. Terecht, ontdekte Vrij Nederland, want de crimineel in kwestie is een notoire oplichter die een wel heel goede reden had om via de justitie onder te duiken op een tropisch eiland.
De man die de laatste maanden voor zoveel onrust heeft gezorgd bij het openbaar ministerie (OM) heet Wout van K., zo onthulden bronnen in onder- en bovenwereld aan Vrij Nederland. Deze Wout van K. leek een godsgeschenk voor het Amsterdamse openbaar ministerie, dat onderzoek deed naar de vele liquidaties in de hoofdstad. Van K. kon, naar eigen zeggen, vertellen wie er achter de moord op de criminelen Sam Klepper en Jan Femer zat. Bovendien wist hij wie officier van justitie Koos Plooy met de dood bedreigde. Alles kon volgens Van K. op het conto worden geschreven van de Joegoslavische gangster Sreten J., alias Joca.
Dát was precies wat de Amsterdamse officieren wilden horen. Al maanden probeerden ze tevergeefs de betrokkenheid van Joca aan te tonen, en inmiddels hadden ze haast. Joca zit nu nog vast in Nederland voor een oude zaak, maar Duitsland heeft onlangs om zijn uitlevering gevraagd: daar moet hij terechtstaan voor een drugszaak. Zo dreigt Nederland de belangrijkste verdachte van de recente liquidatiegolf in Amsterdam en omstreken, en van de bedreigingen aan het adres van Plooy, voor jaren kwijt te raken. Hoogste tijd dus voor een deal met kroongetuige Van K. Die stelde echter wel een paar harde eisen. Hij was zelf ook verdachte in een strafzaak, en die zaak moest van tafel. Bovendien wilde hij opgenomen worden in een getuigenbeschermingsplan, want doordat hij met de justitie samenwerkte, zou hij zijn leven niet meer zeker zijn.
De officier van justitie met wie Van K. sprak, was Fred Teeven. Teeven, die een team van de nieuwe landelijke recherche aanvoert dat de Amsterdamse liquidaties onderzoekt, had wel oren naar een deal. Maar de hoogste baas van het openbaar ministerie, Joan de Wijkerslooth, en ook minister van Justitie Donner wilden er niet van horen. Het parlement had dit soort deals met criminelen na de IRT-affaire van begin jaren negentig uitdrukkelijk verboden. Er was weliswaar een nieuwe wet in de maak met richtlijnen voor deals, maar ook volgens die nieuwe wet zou het OM nooit aan het verlanglijstje van Van K. kunnen voldoen. De man had ‘op een tropisch eiland’ al zijn beschuldigingen tegen Joca op papier laten vastleggen. Deze processen-verbaal lagen al klaar in een kluis van het OM, maar Teeven mocht ze niet gebruiken.
Toen de deal niet doorging, ontstond er een ware loopgravenoorlog tussen de rekkelijken en preciezen in opsporingsland. Niet alleen intern, maar ook in de media. Het leek wel of elk vertrouwelijk memo meteen op straat lag. Vooral De Wijkerslooth werd op de korrel genomen. Hij liet zijn eigen mensen – lees Plooy – in de kou staan. Vooral Teeven stak niet onder stoelen of banken dat hij hevig de pest in had over het niet uitvoeren van de deal. Nu leek zijn kans verkeken om te scoren met zijn kersverse prestigeteam. Toen hij zijn ongenoegen luidkeels ventileerde, kreeg Teeven een spreekverbod opgelegd. Maar de veenbrand woedde door, nu via publicaties waarin anonieme justitiebronnen de softe super-pg De Wijkerslooth aanvielen. De Wijkerslooth had namelijk niet alleen de deal gedwarsboomd, maar ook de verklaringen van Van K. in twijfel getrokken. In een vertrouwelijk ambtsbericht aan het college van procureurs-generaal, de leiding van het OM, legde hij in februari 2004 uit waarom. Er was nader onderzoek ingesteld door drie officieren van justitie en een recherchechef – het zogeheten ‘alternatieventeam’. Dat had gekeken naar de dreigementen tegen officier Plooy (‘die zijn er alleen verbaal geweest’) en de betrouwbaarheid van Wout van K. Het feit dat Wout pas met zijn verhalen over Joca kwam nadat in de pers al uitvoerig over diens betrokkenheid was gespeculeerd, deed het team twijfelen aan zijn beweegredenen om naar de justitie te stappen. Ze konden niet uitsluiten dat hij de waarheid sprak over de bedreiging van Plooy, maar eigenlijk namen ze de kroongetuige in spe niet serieus. En voor het beschermingsprogramma was hij, gezien zijn karakter, sowieso absoluut niet geschikt, stelden het team en De Wijkerslooth. ‘Die man houdt zich niet aan regels,’ schreef de laatste in zijn ambtsbericht aan de collega’s.
Desondanks bleef een ‘anonieme’ Amsterdamse officier afgelopen week in het weekblad HP/De Tijd volhouden dat ‘die deal met de kroongetuige er had moeten komen’. Wie heeft er gelijk? En wie is er nu hardleers?
Wout van K. (40) is een goede bekende van de Nederlandse en Spaanse politie en justitie, en straks wellicht ook van die op Bonaire, het tropische eiland waar hij inmiddels zou verblijven. We hadden hem graag zelf gesproken, maar zijn advocaat mr. W. den Daas heeft al een tijd niets van hem vernomen. Zijn cliënt, Utrechter van geboorte, heeft een lange criminele carrière achter de rug, erkent hij. Maar Van K. heeft altijd ‘adequate straffen’ gehad.
Dat is maar de vraag. Uit diverse bronnen en uit stukken waarover VN beschikt, blijkt dat Van K. vanaf 1994 ook als informant voor de Criminele Inlichtingendiensten (CID) van de politie werkte. Daar deed hij niet geheimzinnig over, vertellen bronnen uit het milieu. Hij schepte erover op dat hij onschendbaar was, dat ze hem niets konden maken. Er bestaan ook processen-verbaal waarin Wout uit zichzelf aan politiemensen vertelt dat hij voor de CID werkt. Een bron herinnert zich hem als ‘Wout IRT’ – hij zou begin jaren negentig vooral actief zijn geweest in Dordrecht en omgeving, een van de regio’s waar de omstreden IRT-methode als eerste werd toegepast. Wout lijkt een kleine crimineel, zoals er in die tijd wel meer geronseld werden door de politie. Hij zat in de autohandel. Hij deed zich regelmatig voor als koper en reed vervolgens weg om nooit meer terug te komen. Hij was ook betrokken bij drank- en sigarettensmokkel, en bij een wiettransport in Rotterdam.
Van K. pendelde tussen Nederland en de Spaanse Costa Blanca. In april 1999 vertrok hij definitief met zijn hele gezin naar de Spaanse badplaats Altea. Hij deed in auto’s – import-export – en zat daarnaast in onroerend goed. Zijn zaken gingen ogenschijnlijk goed. In 2003 had hij een paar huizen, goed voor enkele miljoenen. Wout had zich in Spanje ontpopt als een listige conman, die Nederlandse kennissen die ook aan de Costa Blanca waren neergestreken, handig van hun geld af hielp zonder dat ze er iets voor terugzagen. Hij zocht partners om samen bouwgrond te kopen en om te investeren in nog te bouwen appartementen. Maar dat laatste gebeurde niet, want Wout had het geld nodig voor een andere hartstocht: gokken. Met een stalen gezicht verloor hij soms op een avond meer dan veertigduizend euro, vertellen bronnen die met hem te maken hebben gehad.
Wie vervolgens aangifte deed bij de Spaanse politie, merkte dat daar weinig mee werd gedaan. Na een halve dag was Wout weer vrij. Onder zijn Nederlandse zakenpartners zaten ook mensen uit het criminele milieu. Die pikten de gang van zaken niet en probeerden op een andere manier verhaal te halen. Om zichzelf te beschermen, papte Wout aan met twee Joegoslaven: Mirko Vukmirovic en Alex Bulatov. Zij pendelden voor hun illegale business – ze zouden in de drugssmokkel zitten – tussen Altea en omstreken en Amsterdam.
In januari 2003 hoorde de CID in Amsterdam van een informant dat Vukmirovic plannen zou hebben om Joca, met wie hij bevriend zou zijn, met geweld te bevrijden uit de zwaarbewaakte EBI-gevangenis in Vught. Justitie achtte de informatie hard genoeg om een onderzoek te beginnen. Plooy nam de zaak onder de codenaam Blauw onder zijn hoede. Beide Joegoslaven werden vervolgens inderdaad in Nederland gesignaleerd, maar de politie verloor hen daarna snel weer uit het oog.
Uit afgetapte telefoongesprekken in februari 2003 bleek dat de heren bezig waren met enkele grote Nederlandse criminelen een drugszaak vanuit Spanje op te zetten. En dat er onderling gedreigd werd met geweld.
In de nacht van 16 op 17 mei 2003 viel de eerste dode: Bulatov werd geliquideerd vlak bij zijn huis in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat. Eind november trof zijn vriend Vukmirovic in Altea eenzelfde lot. In de maanden tussen de dodelijke schietpartijen had ook Plooy te horen gekregen dat hij moest vrezen voor zijn leven.
Spaanse bronnen vertellen dat Wout van K. na de liquidatie van Vukmirovic met een pistool op zijn hoofd zijn huis uitgezet zou zijn door mensen die hij had opgelicht. Wout zou daarna al zijn bezittingen hebben verkocht – dat wil zeggen: op naam hebben gezet van degenen bij wie hij in het krijt stond. Vervolgens vluchtte hij met zijn gezin naar Nederland, waar hij op een camping verbleef. Toen hij daar in elkaar werd geslagen door slachtoffers van zijn oplichtingspraktijken, kon hij nog maar één uitweg bedenken. In december 2003 meldde hij zich bij de justitie. Hij wilde ze alles vertellen, maar daarvoor verlangde hij wel een beloning: een nieuwe identiteit. Een nieuw leven waarin hij aan zijn belagers in Nederland en Spanje kon ontsnappen.
Op 15 januari 2004 kon Fred Teeven bekendmaken dat Sreten J., alias Joca achter de bedreiging van Plooy zou zitten. Dat had hij uit een goede bron.
Maar hoe betrouwbaar is een notoire oplichter die bovendien een wel heel goede reden had om via de justitie onder te duiken op een tropisch eiland, voorzien van nieuwe papieren? Sreten J. zelf zegt dat hij Wout van K. niet kent, laat zijn advocaat mr. Jan Boone desgevraagd weten. Vukmirovic kende hij wel van ‘lang geleden’. Boone windt zich erover op dat de justitie zijn cliënt nog altijd als zeer gevaarlijk beschouwt. De beschuldiging dat Joca betrokken zou zijn bij het geweld in Amsterdam, kan nog altijd niet aannemelijk worden gemaakt, zegt hij. Justitie overdrijft. ‘Op dit moment rijden zelfs rechters en officieren – dat is nieuw – in gepantserde auto’s naar de gevangenis voor de verhoren van mijn cliënt. Toen ik informeerde naar de aanleiding van al die bewaking, kreeg ik alleen te horen dat er weer een veiligheidsanalyse was gemaakt, maar geen nadere uitleg.’
Joca is nog altijd niet overgebracht naar Duitsland, legt Boone uit, omdat er inmiddels alweer een andere Nederlandse beschuldiging tegen hem is ingebracht: drugshandel met de Koerdische zakenman Huseyn Baybasin, die in Maastricht gevangenzit.
De voorstanders van het inzetten van een kroongetuige tegen Joca hebben dus wat extra tijd om hun zaak tegen de Joegoslavische crimineel rond te krijgen. En wellicht krijgen ze ook meer juridische armslag. Want na alle heisa rond de overeenkomst met Wout van K. heeft Donner het wetsvoorstel over deals met criminelen op het allerlaatste moment teruggetrokken. Er wordt nu gekeken of de justitie niet toch wat meer mogelijkheden moet krijgen.
Dat zal vooral Fred Teeven als muziek in de oren klinken. De verklaringen van Wout van K. liggen immers te wachten in de justitiekluis. Er kan altijd een tweede poging worden ondernomen om ze in te zetten.
Wout van K. zit ondertussen op zijn tropische eiland. Justitie had hem daar, vooruitlopend op een mogelijke deal, alvast heen gebracht. Hij is alweer druk bezig met zijn oplichtingspraktijken, vertellen Spaanse bronnen. Eens een conman, altijd een conman.
Voor zo iemand moet je als overheid oppassen. De kans dat je belazerd wordt, is groot. De Wijkerslooth had gelijk met zijn bezwaren tegen de deal. Maar daar denken de hardliners op Justitie dus anders over. ?
Nota bene
VN 15 mei 2004: Herstel In het artikel ‘Het gelijk van De Wijkerslooth’ over de kroongetuige Wout van K. (VN, 8-5-2004) wordt mr. W. den Daas opgevoerd als advocaat die Van K. bijstond in strafzaken. Den Daas had zijn cliënt bij publicatie van het stuk al lange tijd niet gezien en was onkundig van de deal die zijn cliënt probeerde te sluiten met het Openbaar Ministerie. Bij zijn onderhandelingen met justitie werd Van K. bijgestaan door een andere advocaat.
