Vrij Nederland Een gefabuleerde bom

Afbeelding bij Een gefabuleerde bom

Een gefabuleerde bom

Door Harry Lensink / Marian Husken

‘Big Willem’ van Boxtel, de knuffel-Angel van de gemeente Amsterdam, werd in 2004 met ‘bad standing’ uit de Hells Angels gegooid. Volgens zijn ‘brothers’ was de president van de club betrokken bij een complot van Willem Endstra om ‘Angel-vriend’ Willem Holleeder te vermoorden. Met behulp van een bom in het clubhuis. Dit blijkt een verzonnen verhaal.

‘Ik zit in een behoorlijke puinhoop,’ zei Willem van Boxtel afgelopen week tegen de Amsterdamse rechtbank. Zes woorden. Meer wilde de geroyeerde oud-president van de Hells Angels niet kwijt over zijn persoonlijke omstandigheden. Hij had alle reden tot zwijgen. ‘Big Willem’ werd omringd door eenentwintig medeverdachten. Zijn voormalige collega-members verschenen in de beklaagdenbank, gehuld in imponerende leren jacks met prominent de naam van de club erop, nek en ledematen rijkelijk versierd met tatoeages. Zo niet de ex-president. Van Boxtel droeg een eenvoudig windjack en er was geen Angel-afbeelding op zijn armen meer waar te nemen. Zo gaat dat.

Wie met bad standing uit de club wordt gegooid, raakt alles kwijt. Het overkwam Van Boxtel in 2004. Hij werd beschuldigd van verraad aan de brothers en werd per ommegaande in de motorwereld een outcast. Van Boxtel viel diep. Ook de bovenwereld wendde zich van hem af, terwijl juist híj het legale karakter van de Hells Angels belichaamde. ‘Big Willem’ was onder meer een gewaardeerd gesprekspartner van de gemeente Amsterdam over zaken die zijn club aangingen. Hij werd beschouwd als een soort knuffel-Angel.

Maar ex-lid of niet, ook Big Willem moet nu terechtstaan. De tweeëntwintig verdachten wordt lidmaatschap van een criminele organisatie ten laste gelegd – een stap om als overheid de Hells Angels als vereniging te kunnen verbieden. Al bestrijdt de huidige president Daniël Uneputty dat het om een criminele organisatie gaat (‘Vergelijk het met een roeivereniging. En: als bij ons een lid een misdrijf pleegt, wordt die uit de club gezet’). Toch vervolgt justitie enkele van zijn huidige members voor bedreiging, het bezit van wapens en hennepplanten.

Ze zaten er wel, maar zeiden niet veel. Een Angel praat niet. Bij het begin van het proces beriepen de verdachten zich op hun zwijgrecht. En net als zijn voormalige vrienden hield Big Willem zijn lippen stijf op elkaar. Hij houdt zich aan de rules – de heilige ‘omerta’ van de Hells Angels. In tegenstelling tot de andere verdachten heeft Big Willem geen zwijgrecht maar een ‘zwijgplicht’. Advocaat Marcel van Gessel verwoordde de boodschap van zijn cliënt als volgt: ‘Van Boxtel was een Hells Angel en is er nog steeds trots op.’ En: ‘Hij zou het verschrikkelijk vinden als de Hells Angels bestempeld worden tot een criminele organisatie.’

Die solidariteitsverklaring klonk aardig. Maar het leidde niet direct tot begrip bij zijn medeverdachten. In de wandelgangen van de rechtbank werd ‘Big Willem’ straal genegeerd. Voor de Angels is hij nog steeds de gevallen engel, degene die heeft deelgenomen aan een – mislukt – moordcomplot waarbij hun ‘vriend’ Willem Holleeder in het clubhuis moest worden opgeblazen. Dat de zaken anders in elkaar steken, getuige de politieverklaringen die VN in bezit heeft, deed daar kennelijk niets aan af.

De vijf Willems
Aanvankelijk leken het wilde geruchten. Het volgende verhaal deed de ronde: in 2004 wilde de IJmuidense Angel Willem P. (‘Grote Willem’) in opdracht van onroerendgoedhandelaar Willem Endstra een bomaanslag plegen op Willem Holleeder. Endstra werd afgeperst door de Heineken-ontvoerder en Willem P., een goede jeugdvriend van de zakenman, ging het oplossen. Samen met een andere boezemvriend van vroeger, Willem de M. (‘Kleine Willem’). Ook ‘Big Willem’ van Boxtel werd naar verluidt in het complot betrokken door Willem P. Een tactische zet, want het verhaal ging dat Van Boxtel problemen had binnen zijn club, al ontkende hij dat zelf. Die groep zou min of meer genoeg hebben gehad van zijn almachtige koers en steun hebben gezocht bij Holleeder. Het plan van de complotteurs: we blazen de Heineken-ontvoerder op als hij Angels Place bezoekt. Dat er daarnaast wat leden medeslachtoffer zouden worden, soit. Wie wat wanneer en hoe moest uitvoeren, blijft onduidelijk in dit plan. Maar uit informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) komt naar voren dat Endstra begin 2004 nog overleg over de moordplannen heeft gehad met Grote en Kleine Willem op het Duitse vliegveld Niederrhein. Kort daarop gebeurde het tegenovergestelde. Niet beoogd ‘slachtoffer’ Willem Holleeder werd vermoord, maar 'opdrachtgever' Willem Endstra werd op 17 mei 2004 doodgeschoten.

In de maanden daarop werd de politie gevoed door de CIE-informatie over wat het ‘Willems Drama’ is gaan heten. Telegraaf-verslaggever John van den Heuvel kreeg lucht van het complot tegen Willem Holleeder en wilde er in augustus 2004 mee uitpakken in zijn krant. Dat blijkt uit een afgeluisterd telefoongesprek tussen De Neus en Van Boxtel. ‘Een liquidatie... aangenomen hoor... het staat morgen in de krant… Willem van Suzies Saloon (‘Grote Willem’– MH, HL). Het staat in de krant, heel groot.’

Maar tot verbazing van de politie verscheen er niets in De Telegraaf. De recherche vermoedde dat de verslaggever bang was voor de motorbende. In een eerder tapgesprek spraken twee Angels namelijk over die ‘kankerlijer’ Van den Heuvel, die een ‘pistool op zijn harses’ had gekregen. En uit andere politie-informatie bleek dat de verslaggever gevaar liep te worden ‘meegenomen in een kofferbak’. Maar in een later verhoor legde Van den Heuvel aan verbalisanten uit dat het allemaal een stuk minder angstaanjagend was. Hij had zijn verhaal over het moordcomplot niet rond gekregen en vreesde daarom voor ‘juridische consequenties’. De advocaat van ‘Grote Willem’ wilde niet dat diens naam werd genoemd, het leven van zijn cliënt zou daardoor in gevaar kunnen komen.

Ook vertelde de verslaggever dat hij een gesprek over het ‘moordverhaal’ had gehad met de clubleden Harrie Stoeltie, Daniel Uneputty en Willem van Boxtel. ‘En nog eentje, dacht ik. We zaten in het Mercure-hotel. Dat was een normaal gesprek,’ aldus Van den Heuvel.

Financieel bloeden
Het nieuws over het moordcomplot kwam pas naar buiten op 20 september 2004 via een persverklaring van Angels-advocaat Vincent Kraal. Tijdens een ‘meeting in Zwitserland’ had Van Boxtel de geheime ontmoeting met Endstra toegegeven, meldde de raadsman. Endstra wilde voor de liquidatie één miljoen euro betalen. Een kwart daarvan was al aanbetaald. Maar wat de club de president vooral zwaar aanrekende was dat de bomaanslag moest worden gepleegd bij het clubhuis. Daarom had Van Boxtel bad standing gekregen en moest hij al zijn Angel-atributen inleveren. Advocaat Kraal had ook nog een paar geruststellende woorden voor de gevallen Angels-leider. Big Willem hoefde niet bang te zijn voor een doodseskader van de club meldde hij op de nieuwszender AT5. Kraal: ‘Van Boxtel bestaat al niet meer, dus er is voor hem ook geen reden om te vrezen dat hij ook letterlijk uit het leven wordt gehaald.’

Dat de ex-president wel financieel heeft moeten bloeden, bleek afgelopen week in de Amsterdamse rechtszaal. Uit het onderzoek bleek dat de politie een telefoongesprek heeft afgeluisterd waarin Van Boxtel ook praat over een dwangsom die hij heeft moeten voldoen. ‘Ik zeg niet dat ze me koud gaan maken. Ik zal wel geld moeten betalen en dat is veel hoor.’ Toen het onderwerp ter sprake kwam, verliet Van Boxtel even de zitting. De officier van justitie vertelde in de rechtszaal dat de club Big Willems auto en boot had afgepakt. En daar bleef het niet bij. Een dag na zijn afzetting moest het kopstuk van de club zijn bezittingen op de Wallen verkopen voor een prijs die ‘nog net acceptabel was voor de Belastingdienst’. Hij ontving een fractie van de werkelijke waarde.

Op 22 september 2004 werd Van Boxtel ’s avonds rond half elf in Almere gearresteerd en overgebracht naar Amsterdam. Ook Grote Willem en zijn vriend Kleine Willem werden aangehouden voor het beramen van een moordaanslag waarbij Angels Place moest worden opgeblazen. Alle drie de verdachten ontkenden ook maar iets met dit voornemen te maken te hebben. Big Willem tegen de politie: ‘Ik wil hier niets over verklaren. De laatste dagen ben ik door een hel gegaan.’

Zes dagen later mocht Van Boxtel naar huis, maar hij en de andere Willems waren daarmee nog geen verdachte af. Uit politieonderzoek was gebleken dat er op 15 oktober 2003 een ontmoeting was geweest in de Amsterdamse Beethovenstraat. Ze spraken elkaar op een parkeerplaats. Aanwezig waren: Willem Endstra, ‘Grote Willem’ en Van Boxtel. Volgens Van Boxtel had deze ontmoeting niets met het moordcomplot te maken. De aanleiding voor een gesprek met de vastgoedhandelaar was een geruchtmakende ‘dodenlijst’. Het gaat om CIE-informatie uit 2002 waar De Telegraaf dat jaar een groot artikel aanwijdde. Volgens de verslaggever Van den Heuvel prijkten de namen van Holleeder en Endstra op dit lijstje. Uit een latere uitzending van het tv-programma Zembla bleek dat ook de naam van Van Boxtel op dezelfde shortlist stond. Van Boxtel had van Hells Angel Grote Willem gehoord dat Endstra hierover mogelijk informatie voor hem had. ‘Daarom was ik meegegaan. Ik kon daar niet mee omgaan, dat ik daar zelf op (die lijst) stond,’ vertelde hij na zijn arrestatie aan de politie.

Het gesprek met Endstra was buiten op een parkeerplaats. ‘Ik vroeg hem wat hij had. Endstra zei dat het over Holleeder ging. Ik heb toen meteen gezegd dat ik daar niets mee te maken wilde hebben (...) Endstra gaf mij het gevoel dat ik zou moeten weten dat hij problemen met Holleeder had en dat hij dacht dat ik daar alles van af zou weten. Ik wist hier helemaal niks vanaf. In verband met die problemen gaf Endstra aan dat hij er wel een miljoen voor over had. Het ging dus kennelijk niet over mij. Ik heb nogmaals gezegd dat ik er niets mee te maken wilde hebben.’

Van Boxtel had het gevoel dat Grote Willem van te voren wist waar het gesprek over had moeten gaan. ‘In de auto terug heb ik geen woord meer met hem gesproken. Ik heb wel gezegd dat ik er niet blij mee was dat hij me bij een verhaal betrok, waar ik helemaal niets mee te maken wilde hebben.’ Nadien was hij Grote Willem nog wel tegengekomen, maar was er nooit meer op teruggekomen. Met Endstra had hij geen contact meer gehad. ‘Ik zat dus met een probleem en wist niet hoe ermee om te gaan. Ik had het toen moeten vertellen aan de club of aan Holleeder, maar ik heb dat niet gedaan. Ik wilde er niet bij betrokken worden.’

Dat was vanuit Van Boxtels huidige perspectief wellicht raadzaam geweest. Want het verhaal bleef niet lang binnenskamers. Holleeder ving geruchten op en clubleden gingen daarna op zoek naar het ware verhaal en stuitten op het ‘bomcomplot’. Van Boxtel: ‘Ik weet niet waar dit verhaal vandaan kwam. Dat van die bom was ook nieuw voor mij, want daar was niet over gesproken tijdens die ontmoeting tussen Endstra, Grote Willem en mij.’

In eerste instantie kreeg alleen Grote Willem uit IJmuiden bad standing. Ook diens café werd afgepakt. Van Boxtel: ‘Die sloeg tijdens het gesprek hierover wild om zich heen en riep dat ik ook met Endstra over Holleeder had gepraat. Ik heb die ontmoeting eerst ontkend, maar daarna toch toegegeven dat ik het had verzwegen.’

Van de clubleden kreeg hij vervolgens de kans om de eer aan zichzelf te houden: de club in good standing te verlaten. Dat gebeurde ook na de ‘meeting in Zwitserland’. ‘Dat was een zware beslissing voor me geweest, want ik ben al dertig jaar bij de club. (...) Kennelijk is er daarna weer gesproken binnen de club en is good standing in bad standing omgezet.’ Maar dat werd niet aan hem zelf meegedeeld, dat moest hij in de krant lezen. Hij benadrukte nogmaals: ‘Ik heb absoluut geen voorbereidingshandelingen getroffen om wie dan ook om het leven te brengen. Zeker niet in een clubhuis waar ik zelf en mijn familie dagelijks rondlopen.’

Oplichten
Maar waar komen deze beschuldigingen dan vandaan? Twee belangrijke kroongetuigen van justitie lichtten vorig jaar een tipje van de sluier op. Het zijn de criminele broers Pieter en Edgar van Lent. In ruil voor strafvermindering legden ze in 2006 belastende verklaringen af tegen de Hells Angels. De portee van hun verhaal: de broers kenden Grote Willem en wisten dat hij Willem Holleeder wilde laten opruimen. ‘Die Grote Willem had daarvoor al twee ton op zijn rekening gekregen van Endstra en een auto als aanbetaling. Wij wilden toen graag die poen van Grote Willem afpakken, want die namen we niet erg serieus. We wilden de boel gewoon oplichten. Dit was in mei 2004. (...) Als je benaderd wordt om iemand te vermoorden, kan het dat je dat echt gaat doen – wat wij dus niet wilden – óf je licht hem op en denkt: als we geluk hebben, wordt hij toch wel door een ander opgeruimd en dan hebben wij die poen.’

Volgens broer Pieter wilde Grote Willem ‘een waterdicht plan’ horen. ‘Wij hebben hem toen een lulverhaal over een bom verteld. (...) Dat verhaal hebben wij verzonnen. Wij hadden tegen hem gezegd dat we Angels Place zouden opblazen. Er vliegen er dan een paar mee, maar dat vond Grote Willem niet erg. Als hij maar aan zijn verplichting voldeed. Grote Willem had geld ontvangen en wilde dat niet te hoeven terugbetalen.’

De Van Lents denken dat Grote Willem het verhaal niet voor zich heeft kunnen houden. Ze veronderstellen dat hij het op zijn beurt aan anderen heeft doorverteld, onder wie Willem van Boxtel en ‘Kleine’ Willem de M. en aan diens zwager die op zijn beurt ook weer alle betrokkenen kende. Pieter van Lent: ‘Het bomverhaal is een eigen leven gaan leiden en dan moet je niet raar opkijken als een Holleeder of een Harrie (Stoeltie, prominente Angel met wie Holleeder is bevriend) daar ook van horen.’ Edgar van Lent: ‘We hebben nooit de intentie gehad om iemand in de lucht te blazen, we waren alleen maar geïnteresseerd in die zak met geld.’

De verklaringen van de broers Van Lent over de gefabuleerde bom zijn inmiddels opgenomen in het strafdossier tegen de Hells Angels zoals dat nu bij de rechtbank ligt. Op 11 april van dit jaar maakte justitie bekend dat het OM Willem van Boxtel niet vervolgt voor mogelijke betrokkenheid bij het maken van plannen om Holleeder te liquideren.

Daarmee lijkt de angel definitief uit het verhaal. Maar vooralsnog is het voor de clubleden geen reden om opnieuw met hun geroyeerde voorzitter te gaan praten. Voorzitter Uneputty wil niet reageren op de informatie uit het justitiedossier. Ondertussen blijft Big Willem uitgesloten van alles wat hem naar eigen zeggen zo dierbaar was. Hij wil en mag er niet over praten, maar op de gang ontsnapt één zin aan zijn lippen. ‘Ik ga mijn eigen kluppie toch niet opblazen. Dat was mijn alles.’

17-11-2007 / Justitie / holleeder / hells angels / Crime