VN MediagidsDe val van een seksexploitant

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / crime 05.07.2008

Door Harry Lensink / Marian Husken

Crimineel geld 9: Ooit bestierde hij de meest luxueuze bordelen van Nederland. Maar schuldeisers, een troebel verleden, zaken met Holleeder en een achterdochtige burge­meester achtervolgen Jos van der Meer. Hoe een gewiekst ondernemer in betaalde seks door Job Cohen werd getackeld.

Naar de beurs. Dat was de grote droom van Jos van der Meer. Een AEX-notering voor zijn seksimperium. Hoezo onhaalbaar? Natuur­lijk, zijn business zou op zijn minst uitzonderlijk zijn tussen de andere smallcaps op het Damrak. Maar hey, in een tijd waarin Nina Brink een zeepbel als World Online aan beleggers kon verkopen, was alles mogelijk. En hij, Jos van der Meer, dé seksexploitant van Nederland, presenteerde tenminste een product van vlees en bloed.

Het was eind 2001. Hoestend en rokend gaf de prostitutieondernemer uitleg over zijn plannen. Hij zat achter een bureau op het hoofdkantoor van de Van der Meer Groep, gevestigd in een onopvallend bedrijvenpand aan de Heulweg, op industrieterrein De Boezem in het Zuid-Hollandse Pijnacker. ‘We hebben bijna veertig clubs en draaien een jaaromzet van honderd miljoen gulden,’ pochte de eigenaar. ‘ING is al bezig met de voorbereiding van de initial public offering, het officiële draaiboek voor een beursgang.’

Maar de Van der Meer Groep ging niet. Nu, bijna zeven jaar later, zijn de grote plannen van toen verschrompeld. Het Men’s Club-concern is op sterven na dood en de eigenaar moet vrezen voor zijn leven. Tot twee keer toe werd er een aanslag op hem gepleegd, de laatste op 17 mei 2007, toen er een lawinepijl werd afgeschoten op zijn Rolls-Royce Corniche.

Ondertussen vecht Van der Meer in de bovenwereld met de pennenlikkers van de gemeente Amsterdam. Ook dat lijkt een kansloze exercitie, want met de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hebben de ambtenaren een machtig wapen in handen. De bedrijfsvoering van de vergunningaanvrager is volgens de hoofdstedelijke bestuurders dusdanig troebel en crimineel angehaucht, dat de sluiting van zijn clubs definitief lijkt. ‘Hij heeft een Bibob-aantekening, daar krijgt een paard de hik van,’ zegt een voormalig medewerker. En dus blijft het eind vorig jaar gesloten high end-bordeel Elégance aan de Amsterdamse Nicolaas Witsenkade dicht. Ook de deuren van twee bekende Rotterdamse clubs – Mayfair en Ritz – zijn inmiddels gesloten. ‘Een nieuwe vennootschap heeft een aanvraag ingediend,’ zegt een woordvoerder van de gemeente Rotterdam. ‘We weten dat Van der Meer achter deze aanvraag zit. Er komt een Bibob-procedure.’ Er rest de seksbaas nog slecht één operationeel relaxhuis: Villa Weizigt in Dordrecht. Maar ook daar kondigde de gemeente nader onderzoek aan.

Inhaligheid
‘Bordelen, dat is het allerlaagste in de maatschappij,’ zegt de hoofdrolspeler nu, zeven jaar na de onverwezenlijkte beursdroom. We spreken Van der Meer vier dagen nadat het nieuws over zijn hoofdstedelijke vestiging naar buiten is gekomen. Hij sombert verder: ‘Ik had nooit in die handel moeten stappen. Ik kots erop. We hebben het gedaan uit inhaligheid. We dachten: Beate Uhse (een Duits pornobedrijf, red.) gaat naar de beurs, dan kunnen wij dat ook. Was ik er mooi vanaf geweest. Helaas. De legalisering van prostitutie heeft tot niets geleid. Ach, ik begrijp wel dat de maatschappij bordelen niet wil. Stelt u zich voor, u heeft een dochter en die zegt morgen: “Ik word hoer.” Dat wil toch niemand?’

Het typeert Van der Meer, die zijn eigen dualiteit meteen duidt: ‘Er zit hier een zielig oud seksexploitantje dat zich dood schaamt.’ Dan, gniffelend: ‘Overdag dan, hè. ’s Avonds graaiden we lekker het geld binnen.’ En als het over ‘we’ gaat, dan gaat het over hemzelf. Pluralis majestatis. ‘Er is niemand anders.’

Hij is samen met zijn advocaat, Jan Piet van Rossum. Die heeft hem eerder al dringend geadviseerd. ‘Ik heb gezegd dat hij met de seks moest stoppen. Verkoop die tenten. Maar meneer Van der Meer is zo kwaad over die Amsterdamse afwijzing dat hij de vergunningenaanvraag wil doorzetten.’ Maakt de bordeelhouder een kans? Een collega in Groningen liet het er eerder niet bij zitten en procedeerde tot aan de Raad van State. Die hoogste bestuursrechters deelden een gevoelige tik uit aan de gemeente Groningen: ambtenaren kunnen niet kritiekloos een advies van Bureau Bibob overnemen. Van der Meer wil dat voorbeeld volgen. De Amsterdamse Elégance wordt ondertussen zeker niet verkocht. Aan niemand. Ook niet aan de buurman, bezweert de vastgoedbezitter. ‘Dat is die tv-man, zo’n pauper uit Hilversum. Twan Huys heet-ie. Die wil het graag kopen. Maar dat gebeurt niet. Ik ga dat pand helemaal laten restaureren.’

Hij rookt niet meer en is naar eigen zeggen een hart- en hersenoperatie verder. Om de paar minuten slikt hij een pilletje. Maar aan de buitenkant is niets van de malheur te zien. Jos van der Meer ziet er onmiskenbaar ondernemend uit. Dun krijtstreepje, gouden horloge, dito apothekersbrilletje en manchetknopen. Op het borstzakje van zijn shirt staan de letters ‘JHvdM’ gestikt. Dat hij hier zit, is op aanraden van zijn raadsman. Want van de pers heeft Van der Meer geen hoge dunk. ‘Al die artikeltjes. Het dient slechts één doel. De kroon moet van mijn kop. Het zijn allemaal leugens en insinuaties.’

Rosse economie
De laatste hausse aan publiciteit is vooral ontstaan na de vergunningafwijzing voor zijn Amsterdamse herenclub Elégance. De reden? In de motivatie van de hoofdstad om geen nieuwe vergunning af te geven, domineert een bekende naam: Willem Holleeder. De Amsterdamse ambtenaren hadden aan het landelijk Bureau Bibob – dat de mogelijkheden heeft iemand juridisch en fiscaal te screenen – een advies gevraagd. Dat luidde als volgt: ‘Het bureau is van mening dat er een ernstige mate van gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede gebruikt zal worden om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen.’ Een onleesbare mondvol, maar het advies aan de Amsterdamse vergunningverleners is duidelijk: niet doen. Die boodschap werd in een brief van twintig pagina’s verpakt en aan Van der Meer toegestuurd. Was getekend: Job Cohen.

Jos van der Meer is niet de eerste afgewezene. De rosse economie van Amsterdam heeft het moeilijk onder het huidige stadsbestuur. Burgemeester en wethouders willen het Wallen-gebied en andere vermeend criminele vrijstaten ‘terugveroveren’ op de onderwereld. Weg met de ranzigheid, is het motto van de Stopera. Eerder verloren raamexploitant Charles Geerts en Casa Rosso-eigenaar Jan Otten de strijd met het stadhuis en kreeg ‘the most exclusive and pleasant nightclub in the world’ Yab Yum geen nieuwe vergunning. Marcel Kaatee, die in het Holleeder-proces werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan witwassen, moet waarschijnlijk zijn twee gokhallen in de Molensteeg sluiten vanwege een negatief advies.

Bij al die zaken duiken steeds elementen op uit de Holleeder-zaak: met het tweehonderd ordners dikke dossier beschikken de ambtelijke crimefighters over een flinke bibliotheek om hun bezwaren uit te putten. Nu dus ook jegens Jos van der Meer, die in maart 2007 een nieuwe vergunning aanvroeg. Ruim een jaar heeft de exploitant op het negatieve antwoord van de burgemeester moeten wachten, terwijl zijn lucratieve nering gesloten bleef.

Stroman
Van der Meer en zijn advocaat zijn woedend. Vooral over de wijze waarop de afwijzing tot stand is gekomen. Neem bijvoorbeeld het ‘bewijs’ dat de Delftse ondernemer een stroman zou zijn van de Heineken-ontvoerder. Daarvoor heeft Bureau Bibob gebruik gemaakt van onder meer politiebronnen, vaak zogenaamd ‘zachte informatie’ van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE), de inlichtingentak van de recherche. Het gaat dan om ‘aanwijzingen’ waarop een verdachte in de rechtzaal nooit zou kunnen worden veroordeeld. Toch worden de CIE-bevindingen door de speurders van Bibob als zwaarwegend materiaal gepresenteerd.

En dat mag. Bij Bibob-verdenkingen gaat het niet om hard bewijs. Ook een ‘redelijk vermoeden’ van strafbaar gedrag is voldoende. Dus Cohen cum suis putten rijkelijk uit de snoepdoos van de CIE. Dat leidt tot de volgende opsomming: 1) Willem Holleeder is veroordeeld voor afpersing, witwassen, bedreiging, mishandeling en deelneming aan een criminele organisatie. 2) Holleeder heeft het nooit teruggevonden geld van de Heineken-ontvoering (zes tot acht miljoen euro) vermoedelijk witgewassen in onroerend goed en horeca in de hoofdstad. 3) ‘De heer W.F. Holleeder is onder andere als (in)direct financier van Nightclub Elégance opgetreden.’ 4) ‘Willem Holleeder is eigenlijk de feitelijke eigenaar achter de seksclub Mayfair en hij zou ook de eigenaar zijn van seksclub Princess aan het Westeinde. Hij zou ene Jos uit Rotterdam naar voren hebben geschoven als officiële eigenaar. Deze Jos zou meerdere sekshuizen op zijn naam hebben staan.’

De conclusie ligt in de som der delen besloten: er is een ‘zakelijk samenwerkingsverband’ tussen de seksondernemer en de veroordeeld afperser. Maar over de betrouwbaarheid van de gebruikte informatie heeft de rechter zich nooit uitgesproken. Opsporingsmethoden die normaliter in de rechtzaal worden getoetst, zijn zonder al te veel plichtplegingen en ingebouwde controles in de handen van bestuurders terechtgekomen.

In een brief aan de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Amsterdam spreekt Van der Meers raadsman van een ‘gekunstelde koppeling’ die op een ‘zeer vileine manier’ tot stand is gekomen en leidt tot ‘een stinkend boeket van laster’. Zeker, er is contact geweest tussen zijn cliënt en de Heineken-ontvoerder, zegt de advocaat. Maar dat was vooral omdat Willem Holleeder een voet tussen de deur probeerde te krijgen bij Van der Meer. ‘De heer Holleeder heeft in gezelschap van ene heer “Pasja” (de advocaat bedoelt Maruf “Paja” M., de vermeende sterke arm van Holleeder in Den Haag, die ook is veroordeeld in de strafzaak tegen de Heineken-ontvoerder, red.) de heer Van der Meer bezocht op intimiderende wijze.’

Is hij afgeperst? Van der Meer buigt voorover en reageert fel: ‘Ik laat me niet afpersen! Door Holleeder niet, door u niet, door niemand. Ook al schiet u me dood. Ach, we hebben zoveel gajes aan de deur gehad.’ Hij legt uit: ‘Holleeder kwam steeds geld halen. Ik heb hem dat niet gegeven. Dan had hij die Paja bij zich, die liep als een luis achter hem aan. Dat gajes hield kantoor in Hotel Des Indes. Ze bedreigden al die kleine horecamensen aan de Frederik Hendriklaan en aan de Scheveningse kust. Dat deden ze ook in Alkmaar. Dat weet u toch wel? Daar werd elke avond een kroeg kort en klein geslagen. Met pistolen en al. Echt een schande! Drie keer in de week kwam hij om dat geld zeuren.’

Antilliaanse vennootschap
Welk geld? Het gaat om een andere seksclub in Amsterdam, de tegenwoordig gesloten Mayfair aan de Roompotstraat 1 in de Rivierenbuurt. Volgens justitie is dat bordeel jarenlang het eigendom geweest van Willem Holleeder en heette de club toen Satyricon. Sinds eind jaren negentig huurde Van der Meer het en doopte het om tot Mayfair.

Via een Nederlandse bv was het pand uiteindelijk in bezit van een Antilliaanse vennootschap die Fortuin Houdstermaatschappij NV heette. Inderdaad, zegt Van der Meer nu, hij huurde de club sinds 1999 van die bv, met een uitgestelde koopovereenkomst (in 2005 zou de Delftenaar het pand definitief overnemen). ‘Maar die tent was niet van Holleeder, die was van Willem Endstra. Na Endstra’s dood is Holleeder zich gaan gedragen als de eigenaar. Ik heb daar Endstra’s broer Haico nog over gebeld en gevraagd wat te doen. Die zei: “We laten het voorlopig rusten, dat komt eerdaags wel.”’

Als bewijs overlegt Van der Meers raadsman een vonnis uit april 2007 (zie www.vn.nl), waarin de rechter oordeelt dat het ‘onvoldoende aannemelijk’ is dat Holleeder de rechtmatig vertegenwoordiger is van de vennootschap die het eigendom houdt. Maar in het Holleeder-dossier zitten wel degelijk aanwijzingen dat de Heineken-ontvoerder sinds eind vorige eeuw de aandelen in handen heeft. In een interview met Vrij Nederland zei Holleeder er zelf over: ‘Ik heb een pand in de Roompotstraat. Dat is een seksclub. Daar heb ik over moeten rechteren tegen Jos van der Meer. Heb ik eindelijk Jos van der Meer eruit, word ik gearresteerd.’

Geld voor de gokkasten
Gekrakeel om een bordeel. Daarnaast heeft Van der Meer ontegenzeglijk ooit twintigduizend gulden betaald aan de Neus (zie de factuur op www.vn.nl). De clubeigenaar zucht en doet opnieuw een poging om het allemaal uit te leggen. ‘Ja, Holleeder kwam wel eens langs in de Elégance. Maar hij heeft absoluut niet bemiddeld bij de aankoop van die club. Die tent hebben we van de ABN Amro gekocht in 1999. We wisten van de problemen bij de Elégance. De bank had beslag gelegd.

Daarvoor was het bordeel van twee ex-mariniers. Eentje zat vast en de ander had er een zootje van gemaakt. Zo is het gekomen. En Holleeder? Die wilde geld voor de gokkasten die er nog stonden. Dat was eind jaren negentig. Hij was toen nog helemaal niet die bekende crimineel die hij nu is. Hij regelde in die tijd dingen voor Endstra en voor diens zakenpartner. Kom, hoe heet-ie ook weer? Hummel. Auto’s en zo. Ik werd stapelgek van hem. We hebben hem toen twintigduizend gulden gegeven om van het gezeik af te zijn. En later nog de btw. Want wij doen alles wit hoor! Ach, ik heb echt met gekken te maken gehad in Amsterdam.’

Intimiderend
Holleeder mag dan leading zijn in de afwijzing, hij is niet de enige reden waarom de burgemeester van Amsterdam een vergunning ontzegt aan de Delftse bordeelhouder. Cohen heeft het in zijn Bibob-brief netjes opgesomd. Op 10 mei 2001 is Van der Meer veroordeeld tot een boete van ruim honderdtachtigduizend euro en een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf voor faillissementsfraude. Drie jaar later staat de bordeelbaas weer voor de rechter. Deze keer krijgt hij een veroordeling omdat hij vrouwen zonder tewerkstellingsvergunning in zijn clubs heeft laten werken. Tel daarbij de vennootschappen van de Van der Meer-familie (bij de bedrijfsvoering zijn de twee zonen Max en Jos jr. betrokken) die meerdere malen geen belastingen hebben betaald en nog een schuld van ettelijke miljoenen bij de fiscus hebben openstaan. Cohen citeert uit een proces-verbaal: ‘De heer Van der Meer heeft zich dreigend en intimiderend opgesteld jegens medewerkers van de Belastingdienst.’ Verderop is te lezen dat vader en zoon Van der Meer ‘geweld niet schuwen en eigenrichting niet uit de weg gaan’.

Als Van der Meer zich tegen de ‘belastingbeschuldiging’ verdedigt door te laten zien dat hij een deal heeft met de Belastingdienst, vindt de gemeente Amsterdam het wel kies om dit na te vragen bij het Bureau Bibob. Frappant is de reactie van de medewerker, die toegeeft niet van de deal op de hoogte te zijn geweest. Doet er ook niet toe, meent Bibob, want ‘na de overeenkomst is er sprake geweest van diverse geschillen tussen de Van der Meer Groep en de Belastingdienst. De overeenkomst heeft derhalve geen invloed op de inhoud van het [Bibob-]advies.’

Ten slotte zijn er nog anonieme tips dat er in de seksclubs cocaïne zou worden gehandeld door zakenpartners van Van der Meer. En er is een hele waslijst aan verdachte transacties, waarvan de Financial Intelligence Unit Nederland, een onderdeel van het Openbaar Ministerie, zegt dat ‘er vermoedens zijn dat de stortingen en opnames witwassen betreffen’.

Fraai is het allemaal niet. Logisch dat de gemeente Amsterdam onraad ruikt. Maar toch, het justitieel adagium dat eenieder onschuldig is ‘tot het tegendeel is bewezen’, is hier ver te zoeken. Oké, er zijn veroordelingen uit het verleden (soms een heel ver verleden) en er is veel circumstantial evidence. Maar in een strafzaak zouden dergelijke bewijsmiddelen door de rechter onherroepelijk van tafel worden geveegd. Toch hoeft in Amsterdam zich niemand zorgen te maken, betoogde Cohen onlangs in NRC Handelsblad: ‘We gaan nooit over één nacht ijs, omdat we als geen ander beseffen dat zorgvuldigheid noodzakelijk is nu een ondernemer getroffen wordt in zijn economisch belang.’

Luchtkastelen
Met dat ‘economisch belang’ van Van der Meer lijkt het somber gesteld. Naast de vergunningsmalaise kampt hij ook met faillissementen. Uit drie bv’s van zijn concern heeft de curator de stekker getrokken. De oorzaak is mede dat Amsterdamse werknemers geld eisen van Van der Meer; ze willen ondanks de sluiting worden doorbetaald. De bordeelbaas: ‘We hebben ze doorbetaald tot december. Toen waren we al een jaar gesloten! Het zijn de mensen van de receptie van de bar. De beveiligingsmensen. Mensen die bij geen normaal bedrijf aan de bak kunnen.’

Het is de schuld van Van der Meer dat het allemaal fout is gelopen, beweren oud-medewerkers. ‘De Elégance was een prachtige club,’ zegt een voormalige portier. ‘Maar Jos heeft het bordeel naar de afgrond geleid. Hij heeft iedereen tegen elkaar uitgespeeld. We zouden naar de beurs gaan, iedereen zou aandelen krijgen. Nou, hij heeft ons een wortel voorgehouden. Het waren allemaal luchtkastelen.’

Hoe is het zover gekomen met de voormalige melkboer uit Delft? Want zo is Van der Meer (5 augustus 1949) begonnen. Als mobiele grutter in zuivel reed hij decennia eerder zijn wijken in de Zuid-Hollandse stad. Daar, tijdens die middenstandsrondjes, ontdekte de Delftenaar een meer lucratieve nering: vastgoed. ‘Zag hij ergens een dame op leeftijd die haar huis ging verlaten, dan sloeg Jos toe,’ zegt een voormalig manager van zijn clubs. ‘Het was een slagvaardig type en hij verdiende daar veel geld mee.’

Volgens de overlevering ontmoette hij in die dagen de roemruchte afvalkoning en latere paardenfokker Willem Zegwaard. Samen gingen ze in business. Zo kochten ze de Nederlandse Kabel Fabriek (NKF) in Delft. ‘Daar haalde Jos een truc uit die hij vaker hanteerde,’ zegt de oud-manager. ‘Ze verkochten het bezit grotendeels door, maar hadden wel een hypotheek op het pand afgesloten. Die lening stak Jos in zijn zak, zogenaamd omdat hij nog geld van Willem Zegwaard kreeg. Daar hebben ze later nog grote bonje over gehad.’ De truc valt blijkbaar in de smaak, want ook de Nederlandse tak van een Duitse hypotheekbank ondervindt de dubbele agenda van Jos van der Meer. Het leidt in 1983 tot een veroordeling voor hypotheekfraude.

De veroordeelde haalt nu zijn schouders op. ‘De NKF? Ach, dat is zo’n oude zaak. Zegwaard heeft toen de boel opgelicht. Het was een zakelijk geschil. Kijk, ik zeg altijd: ieder groot vermogen is afkomstig van criminaliteit. Natuurlijk verdienden wij ontzaglijk veel geld met die huisies en natuurlijk hebben wij wel eens geen belasting betaald. Maar dat is een verhaal van tweeëntwintig jaar terug, zeg! Krijg ik nu ook nog te horen dat ik in Nootdorp op mijn zestiende niet had mogen jagen, niet had mogen stropen of schieten?’

Vrije jongens
De justitiële reprimande uit 1983 past in de tijdgeest. Het zijn de wilde jaren tachtig, gekenmerkt door de eerste grote zakelijke schandalen. Vrije jongens hebben het vastgoed ontdekt en groeien uit tot multimiljonairs, mede dankzij de banken die het grijze en zwarte geld uit de sector zonder protest in hun kluizen opslaan. Het meest pregnante voorbeeld was de fraude bij de Slavenburg Bank, het eindadres van de buitenwettelijke geldstroom voor notoire ondernemers als ‘Zwarte Joop’ de Vries, van het Amsterdamse Casa Rosso-imperium.

Ook in deze affaire heeft Van der Meer een rolletje gespeeld, althans dat beweert De Telegraaf in 1986. Van der Meer zou in een proces-verbaal van 16 januari 1986 het volgende hebben gezegd: ‘Ik ben wel eens meer met de politie in aanraking geweest. [...] Ik ben verdacht geweest ter zake belastingfraude. Dit was met de Slavenburg-affaire. Ik ben echter nooit veroordeeld.’

Het is niet de minste verslaggever die de hand weet te leggen op deze ontboezeming: Peter R. de Vries heeft midden jaren tachtig Jos van der Meer op de korrel. Maar het gaat de latere ‘Misdaadverslaggever’ niet om de Slavenburg-connectie. De Vries linkt de Delftenaar aan een heel andere, veel duisterder casus: de moordaanslag op Matthijs Kuijpers, een vastgoedhandelaar uit Noordwijk en zakenpartner van de dan zevenendertigjarige Van der Meer.
Dat ging volgens de krant als volgt: het duo had samen een stuk grond, maar door een juridische list zou Kuijpers er met de opbrengst vandoor zijn gegaan. De daaropvolgende ruzie liep zo uit de hand dat Van der Meer een huurmoordenaar op zijn vijand afstuurde, ‘Mooie Johnny’ Aarden, een Rotterdamse nachtclub­eigenaar en voormalig dressman van modekoning en oud-wielrenner Theo Sijthoff. Althans, dat stellen Kuijpers en zijn vrouw in De Telegraaf.

Op 31 december 1985 wordt er ’s nachts aangebeld bij Kuijpers. Als hij de deur opendoet, wordt er op hem geschoten en raakt hij zwaar gewond. Hij overleeft de aanslag en op basis van zijn aanwijzingen over het uiterlijk van de schutter pakt de recherche binnen drie weken de hitman en de vermeende opdrachtgever op. Politie en justitie geloven het slachtoffer.

Een curieus telefoongesprek tussen Johnny en de vrouw van Jos van der Meer (‘Ja, hij is dood’) staaft de verdenking tegen de Delftse vastgoedhandelaar. Van der Meer was een bekende van Johnny Aarden en de twee hadden financiële banden. Precies een week voor de aanslag kocht de ondernemer voor twee ton de flat van Aarden. Vreemd volgens Peter R. de Vries, want Van der Meer verkeerde op dat moment in surseance van betaling. Van der Meer was erg nerveus over deze verdenking, bleek uit afgeluisterde telefoongesprekken van zijn vrouw Mieke: ‘De valium vliegt hier over tafel!’

Na zijn aanhouding gaf Van der Meer ‘opening van zaken’ aan de politie. Hij had inderdaad met Johnny Aarden over de kwestie met Kuijpers gesproken. Die had hem toen aangeboden het klusje op te knappen, maar dat had hij afgewezen. Hij had de zaak op zijn eigen manier ‘juridisch’ willen oplossen. Van der Meer was ook niet te beroerd om nog wat meer olie op het vuur te gooien. Hij vertelde de politie dat Johnny Aarden een wapen had. Daardoor belandde alleen Johnny voor ‘de kille executie’ voor de rechter.

Aarden was woedend op Van der Meer. ‘Hij liegt! Probeert zijn eigen paadje schoon te vegen.’ Maar behalve de wederzijdse beschuldigingen had de politie geen verder bewijs dat ‘Mooie Johnny’ de dader was. Aarden had bovendien een alibi voor het tijdstip van de moord. Hij hield een kroegentocht, veel mensen hadden hem gezien. Die konden toch niet allemaal liegen. Gevolg? Aarden werd vrijgesproken en ook Van der Meer werd niet vervolgd. ‘Natuurlijk niet!’ briest de Delftse ondernemer twintig jaar na dato. ‘Die Matthijs Kuijpers was een gigantische oplichter. Die mag blij zijn dat Johnny Aarden is verongelukt, anders zou hij er nog een keertje echt aan gaan.’

Goudader
Onschuldig, maar het zijn de eerste vingerwijzingen dat de latere bordeelkoning connected was, banden had met spelers in het milieu. Er gaan geruchten dat Van der Meer belangen zou hebben in drugsleveranties. Zeker is dat hij in Den Haag en Delft panden bezat waarin coffeeshops waren gevestigd. Hij ontkent dat laatste niet, maar stelt nooit iets met drugs te maken hebben gehad. ‘Ik had op een gegeven moment de hele Kromstraat in handen. Ik had alleen de stenen. Dat er in sommige van die pandjes wel eens een stickie werd gerookt, wat is daar mis mee?’

Hij verdient naar eigen zeggen ‘belachelijk veel geld’ met de koop en verkoop van onroerend goed. Vanuit dat metier stuit de Delftse handelaar ergens begin jaren negentig op een nieuwe goudader: luxe bordelen. Niet om serieus de seksbusiness in te gaan, bezweert Van der Meer: ‘Ik heb geen hoerenhuis nodig om de kost te verdienen. We waren al zo rijk als de pest. We rijden een Bentley, we rijden een Rollsje.’

Toch koopt hij de Rotterdamse club Mayfair en vanaf dat moment wordt het geven van gelegenheid tot betaalde seks zijn corebusiness. Die eerste club en ook latere etablissementen neemt Van der Meer over van de Rotterdamse bordeelhouder Jaap Hokke. Een oud-medewerker: ‘Hij kocht die zaken op de pof. Iedere week moest er een aanzienlijk bedrag naar meneer Hokke. De koopsom was iets van zes miljoen.’ De koper geeft het grif toe. ‘De banken trokken zich terug. Toen gingen we naar Jaap Hokke voor geld. Naar Bank Jaap. Wie leende er niet bij Bank Jaap?’

Van der Meer wilde naar eigen zeggen handelen met de panden. ‘Ik dacht, ik verkoop het aan de huurders. Maar daarmee ben ik mooi op mijn gezicht gegaan. Allemaal van die foute types met gouden kettingen, die nog geen twee maanden huur vooruit konden betalen. Gekken met tattoos, pooiers die hun wijf te huur aanboden.’

Van de weeromstuit besluit hij van sommige bordelen zelf de exploitatie ter hand te nemen. ‘Van horeca wist ik niets, ik kon nog geen flesje cola openmaken. Maar omdat het zo hard liep, er zo veel geld binnenkwam, ben ik er vol in gegaan.’ Van der Meer neemt ‘slimme mensen’ in de arm die zijn imperium op een fiscaal aantrekkelijke manier inrichten. Zijn bordelen worden ‘bedrijfsverzamelgebouwen’. De prostituees die werken in zijn clubs betalen huur aan vennootschappen van de Van der Meer-familie (M-Service & Facility’s BV) die op hun beurt de opbrengst aan de verpachter betalen, en dat is Van der Meer privé.

In zijn faillissementsverslag schrijft de curator met gevoel voor understatement: ‘Het is een ingewikkeld fiscaal consortium.’ Maar volkomen legaal, voegt de jurist toe. ‘De exploitatie van de clubs wordt gedaan door drie vennoten en de vierde partij vormen de dames. Dat zijn de zelfstandige ondernemers. Service & Facility’s levert de portier en de caissière en dan is er nog M-Horeca en Elshof Wijnimport voor de geldstromen.’

Een interessante partij, dat Elshof Wijn­import, waarvan Van der Meer eigenaar is. Het is een ‘garantie voor thuis’ zegt de curator. ‘Sommige cliënten willen niet met een creditcard betalen, ze willen de naam van de club niet op de afrekening. Dan betalen ze aan de wijnhandel, krijgen cash geld waarmee ze in de club kunnen betalen.’ Elshof Wijnimport is inmiddels ook failliet. Een van de grootste schuldeisers is de fiscus met een claim van 1,7 miljoen euro. Wat vindt de naamgever van de wijnhandel ervan? ‘Jos van der Meer was mijn grootste klant,’ zegt Nico Elshof, drankhandelaar te Rotterdam. ‘Ik leverde hem twee pallets champagne per maand. Twaalfhonderd flessen. Toen ik in de problemen kwam, heeft hij de vennootschap op zijn naam genomen. Na twee maanden zat er een schuld in van twee ton. Hij betaalde de rekeningen niet.’

Zelf is Elshof niet gedupeerd. ‘Het is vooral de fiscus die naar zijn geld kan fluiten,’ zegt de wijnondernemer. ‘En Jos zal er ook wel weer bovenop komen. Hij heeft genoeg geld in pandjes zitten. Hij is een keiharde zakenman met goede advocaten. Misschien is-ie te veel met crimineeltjes bezig geweest. Maar wat wil je, in nachtclubs kom je dat soort mensen tegen. We pissen allemaal wel eens buiten het potje. Vergeet niet dat de netste mensen
’s avonds in zijn clubs aan de bar zaten.’

Moët & Chandon
Het zijn recente problemen. In de hoogtijdagen was het een voortdurend met roze bubbels overgoten bacchanaal waar Van der Meer zich financieel aan laafde. Hij zegt het zelf: ‘Ja, de stomste boeren hebben de vetste varkens. Ik wist niet wat me overkwam! Zo druk. Als er in Amsterdam een vrachtwagen-RAI was, zaten die mannen vijf uur te wachten op een wip. De champagne was niet aan te slepen. Het leverde me ruzie op met leverancier Moët & Chandon. Die konden er niet tegenop produceren.’

De legalisering van prostitutie eind 2000, gecombineerd met de immer vloeiende geldstroom vanuit de seksbranche, brachten de bordeelondernemer op het idee om zijn bezit te ‘vervreemden’. Jos van der Meer wilde begin deze eeuw naar de beurs. ‘Het was een serieus plan. We zijn nog naar de AEX op het Damrak geweest. Die gaf toestemming. De Nederlandse tak van de Duitse Commerzbank zou de beursgang doen en de ING sloot zich daarbij aan. Er was al een bidbook gemaakt.’ Hij heeft naar eigen zeggen toen nog – tevergeefs – geprobeerd om de Yab Yum over te nemen, ‘voor de internationale bekendheid’. Ook zocht Van der Meer naar een buitenlandse club met aanzien, liefst eentje in Monaco. ‘Maar het bleek allemaal moeilijk of onmogelijk. Ik heb uiteindelijk de stekker uit de beursgang getrokken. Het was me te veel gedoe.’
Een beoogd betrokkene geeft een nuance op die verklaring. ‘Het is niet doorgegaan, omdat Jos weigerde om zijn business te legaliseren. Hij roomde de omzet af, hij betaalde mensen zwart uit, hij betaalde nooit belasting. Ja, dan wordt het natuurlijk nooit wat.’

Dat er in de rosse bedrijfsvoering van Van der Meer af en toe een oogje werd dichtgeknepen, blijkt wel als de gemeente Rotterdam bij de prostitutielegalisering in 2000 vergunningen verleent aan de lokale sekstenten. Drie gerenommeerde relaxhuizen vallen buiten de prijzen: de Mayfair, de Ritz en de Butterfly, alle drie uit de portfolio van de Delftenaar. Tegelijkertijd probeert de Wijk Ontwikkelings Maatschappij, waarin de gemeente Rotterdam voor negenenveertig procent aandeelhouder is, om Van der Meer uit te kopen. De ondernemer vermoedt een verband tussen de sluiting van zijn tenten en de uitkoopactie: op deze manier wil de gemeente de prijs van zijn panden drukken. De verantwoordelijk ambtenaar reageerde indertijd: ‘De aanleiding voor de weigering is dat er in deze ondernemingen verschillende keren illegale dames zijn aangetroffen. Als we de regels niet nauwgezet handhaven, steekt de vrouwenhandel de kop op.’

Legalisering of niet, prostitutie is een branche met een duistere aantrekkingskracht. Dat zal iedere seksuitbater bevestigen. Illegaliteit, drugs en criminaliteit zijn onlosmakelijk verbonden met de betaalde liefde. Valt het Van der Meer dan aan te rekenen dat de wet soms wordt overtreden in zijn clubs? Zijn voormalige beveiligingsman Rick (‘Ik heb een nieuwe baan, laat mijn achternaam maar weg’) vindt van niet. Hij werkte acht jaar voor Van der Meer, ging regelmatig met zijn baas op stap en raakte bevriend met de bordeelhouder. ‘Ik rook niet, gebruik geen drugs, drink niet, houd niet van het nachtleven. Hij wist dat-ie een goede aan me had,’ zegt de huidige sportleraar.

Rick leerde Van der Meer kennen toen de beveiliger werkte als chauffeur voor de Rotterdamse zakenman Chris Thünnessen. ‘Chris en Jos zagen elkaar vaak in de Mayfair. Zo is het gekomen.’
Hij heeft, zegt Rick, nooit drugs gezien in de clubs van Van der Meer. ‘Ook heeft hij me altijd netjes betaald. Als het met Jos goed ging, ging het ook goed met ons. Het is een aparte man. Een beetje een eenling. Hij wil graag aardig worden gevonden. Misschien heeft hij daarom mensen wel eens dingen beloofd die hij niet kon waarmaken.’

De Haagse sportman organiseerde de beveiliging van de bordelen, maar hield ook persoonlijk een oogje in het zeil voor Van der Meer. ‘Eigenlijk is er nooit echt iets gebeurd. Al die namen: Willem Holleeder, Marco Eijk (deze in 2004 geliquideerde xtc-handelaar was een kennis en plaatsgenoot van Van der Meer, red.); het zegt me niets. Ik heb één keer voor hem bemiddeld. Dat was toen Bertus Lüske (de Amsterdamse vastgoedhandelaar die in 2003 werd geliquideerd, red.) hem verbaal had bedreigd. Dat ging over geld, waar Lüske zei recht op te hebben. Volgens mij ging het om een lening die Jaap Kroonenberg (roemruchte Amsterdamse vastgoedhandelaar, red.) ooit had verstrekt aan Jos. Dat was in de tijd dat de banken moeilijk deden over de bordelen. Bertus had die claim van Kroonenberg overgenomen. Toen ben ik in mijn eentje naar Amsterdam gegaan en heb een gesprek gehad met Lüske. Daar was diens compagnon Rudi Koopmans ook bij, de oud-bokser. Die ken ik. Toen was de kou snel uit de lucht.’

Granaat
Bedreiging? Van der Meer moet erom lachen. ‘Dat schreeuwen van Lüske maakte op mij geen indruk.’ Hij heeft zijn portie onderwereldgeweld, of op zijn minst de dreiging daarmee, wel gehad. ‘Wat wil je, als je in deze business zit,’ klinkt het retorisch uit de mond van de bordeelhouder. Maar toen er op 20 juni 2007 een granaat naar het huis van zijn zoon Max werd gegooid en de Mercedes SL500 ontplofte, was ook voor senior de maat vol.

Toen Max achter de daders aanging, om ze ‘dood te rijden’ – aldus de politie – werd hij nogal spectaculair aangehouden: agenten losten twee waarschuwingsschoten op de zoon van Van der Meer. In het Bibob-rapport van de gemeente Amsterdam staat: ‘De heer J.H. van der Meer sr. zegt naar aanleiding van bovengenoemd incident het “zelf op te lossen” indien de politie niets doet.’
Een maand eerder had senior het zelf voor de kiezen gekregen. Op de parkeerplaats van het driesterrenhotel Campanile in Delft werd een lawinepijl afgeschoten op de Rolls-Royce Corniche van Van der Meer. De ondernemer woont permanent in het hotel, een grauw onderkomen ingeklemd tussen snelwegen, dat vooral wordt gefrequenteerd door gasten uit het voormalige Oostblok.

Het is niet alleen Van der Meer die moet oppassen. Op 8 januari van dit jaar ontplofte er op de A13 een bom onder een zwarte Peugeot 206, ter hoogte van Delft, vlak bij het Campanile-hotel. Achter het stuur zat Jerry R., een bekende bodybuilder en crimineel met een slechte reputatie: hij zou drugs rippen van concurrerende handelaren. R. overleefde de aanslag, de zoveelste op zijn leven.
Vanwaar al dit explosief geweld? Er lijkt een link te bestaan met een oorlog in de Delftse onderwereld, waarbij criminelen met kleurrijke namen als Koos Drevijn, Friedrich Friebel en Karel en Piet P. een rol spelen. Er zijn daarbij dodelijke slachtoffers gevallen en af en toe vliegt er een auto de lucht in. Zoals een lid van een plaatselijke politieke partij het verwoordde: ‘de Delftse drugsscene wordt net zo beroemd als het Delfts blauw.’

In een jaar tijd werden in Delft vier aanslagen gepleegd en vier moorden. Volgens lokale kenners heeft het te maken met bendeleden die weer op vrije voeten zijn en hun nering opnieuw zoeken in de drugshandel. NRC Handelsblad voerde vorig jaar een Delfts raadslid op. Deze legde een link tussen de aanslag op Jerry R. en Jos van der Meer. De laatste zou ‘van de seks in de drugs zijn gegleden’. De bordeelhouder zou banden onderhouden met meerdere van de betrokken kopstukken uit de Delftse onderwereld.

Zonder al te veel zichtbare emotie verhaalt Van der Meer over de affaires in zijn woonplaats. Hij wil niet in details treden, want dan is hij zijn leven niet zeker. De zakenman vertelt over de roddelcultuur in Delft. Over hoe hij tijdens slapeloze nachten op een brommertje door de stad rijdt. ‘Ik ken Delft als geen ander. Ga een praatje maken bij nachtvissers langs de sloot, rijd naar de zigeuners op het kamp. Ja, dan hoor je wel eens wat. Ik weet van al die aanslagen, en ik weet wie er achter zit. Sterker nog: ik weet zelfs wie er over anderhalve week wordt doodgeschoten. Maar ik stap niet met die informatie naar de politie. O nee, want die doen er he-le-maal niets mee.’

De crux van zijn verhaal is dat hij slachtoffer is van laksheid bij de opsporingsinstanties. Dat gaat terug tot 1991. Toen ontsnapte een beruchte Delftse crimineel uit de koepelgevangenis in Haarlem. Deze zou in opdracht van onder andere Marco Eijk een orchideeënkweker in Rijswijk hebben vermoord. Volgens de bordeelhouder en zijn advocaat is de dader juist gepakt op grond van aanwijzingen van Van der Meer. De moordenaar is onlangs vrijgekomen en Van der Meer vermoedt een relatie met de aanslagen op hem en op zijn zoon. De ex-gedetineerde zou wraak willen nemen.

De aanslagen komen ook terug in het Bibob-besluit, waarin Van der Meer senior en junior worden geplaatst als spelers in de vetes van de Delftse onderwereld. ‘De werkelijke stand van zaken is dat de heer Van der Meer de politie behulpzaam is geweest bij de arrestatie van een man die om niets een gerespecteerde tuinder heeft doodgeschoten,’ schrijft raadsman Jan Piet van Rossum in zijn antwoord aan de gemeente Amsterdam. ‘De man zal vermoeden dat de heer Van der Meer de hand in zijn arrestatie heeft gehad, want dat was door de politie niet al te slim afgedekt.’

Nogmaals, het is allemaal kwaadsprekerij. Hij is een eerlijk zakenman. Dat hij Marco Eijk kende is logisch. ‘Dat gebeurt op een klein dorp. Ik ken zijn vader, zijn moeder, zijn broers, zijn zussen, zijn kinderen.’ Maar het komt steeds terug in al die vreselijke krantenberichten, klaagt hij, van al die domme journalisten. ‘En dat gebruiken de Amsterdammers dan weer om een vergunning te weigeren,’ voegt zijn advocaat toe. ‘Holleeder, criminele ruzies, moordpartijen. Belachelijk! En daar staat dan de handtekening van Job Cohen onder. Maar wees niet bang, meneer Van der Meer procedeert gewoon door. Al was het maar voor zijn goede naam.’

jouw ego

Geplaatst door: zeg ik lekker nie reacties

“Man is least himself when he talks in his own person. Give him a mask, and he will tell you the truth.”

Jos van der Meer, dom oplichtertje

Geplaatst door: Ton Ton reacties

Van der Meer is gewoon een zielig oplichtertje die de tijd heeft meegehad. Helaas voor dit brein kan hij door zijn totaal domme capriolen niet genieten van de door hem verzamelde en ontvreemde gelden. Dit geld ook voor zijn hele familie die hij allemaal in het verderf stort. Zelden zag ik zo'n zielig mannetje die mij deed denken aan een nazi of beter nog een nsber

op eigen titel

Geplaatst door: Jan Piet reacties

Jos van der Meer is een ras oplichter, hij koopt en koopt maar vergeet te betalen, dan heeft hij geen geld meer en probeerd via slinkse wegen om er onderuit te komen, Pas op doe geen zaken met hem , je bent genaaid voor je het weet, dan is hij zielig piet en voelt zich erg ziek heeft van alles behalve , gebruik zijn advocaat om er onderuit te komen. Hij barst van het zwarte geld, maar betalen ho maar, wordt tijd dat hij wordt aangepakt.

[reageren]