VN MediagidsDe methode-Holleeder
Drie doden: Evert Hingst, John Mieremet, Kees Houtman. Twee vragen: wie zit erachter en wie is de volgende? In de strijd die nu al jaren woedt in de Amsterdamse onderwereld, duikt Heineken-ontvoerder Willem Holleeder steeds op als de sterke man op de achtergrond. Zit hij achter de liquidaties van vorige week? Of is hij straks nummer vier? Vrij Nederland onderzocht hoe Holleeder de nieuwe peetvader van de Nederlandse onderwereld werd.
‘Weet je wat Van Hout zei: hou je bek Willem!’ De oud-rechercheur lacht bij de herinnering. Hij was erbij toen de twee Heineken-ontvoerders in de jaren tachtig per vliegtuig vanuit Frankrijk naar Nederland werden gebracht. ‘Willem was een stille. Als hij wat zei, snoerde Cor hem de mond. Cor was de baas.’
Stil is Willem Holleeder nog steeds. Maar onderdanig allang niet meer. De Amsterdamse recherchechef Jan Pronker zei vorig jaar nog dat Holleeder ‘vrijwel zeker’ een sleutelrol speelt in de reeks liquidaties van de afgelopen jaren. Hij is al de nieuwe godfather genoemd, de opvolger van ’s lands beroemdste misdadiger Klaas Bruinsma, die in 1991 werd doodgeschoten. VN zet de zeven elementen van de methode-Holleeder op een rijtje.
1. Geweld
Willem ‘De Neus’ Holleeder (29 mei 1958) heeft een gewelddadige reputatie. Zakenlieden, collega-gangsters en politiemensen, gevraagd naar hun ervaringen met hem, worden niet graag met naam en toenaam genoemd uit angst voor represailles. ‘Daar maakt hij juist gebruik van,’ sneert een rechercheur van de Nationale Recherche. ‘Als hij bij mij voor de deur staat, sla ik hem helemaal verrot. Als je dat niet doet, heeft ie je in de tang.’
De kiem voor dat sinistere imago ligt in zijn tienerjaren, toen ‘Wimpie’ Holleeder uit de Eerste Egelantiersdwarsstraat in de Jordaan samen met zijn maatje Cor van Hout het schoolplein onveilig maakte. Al snel werd die uitstraling een bron van inkomsten: samen met twee gabbers vormden ze eind jaren zeventig een incassobureautje, waarbij de dreiging vooral moest uitgaan van Holleeder. Later vormden ze een knokploeg die op hardhandige wijze kraakpanden ontruimde. Daarvoor werd het kwartet in 1981 gearresteerd.
Toen Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer werden ontvoerd in november 1983, waren de daders de status van agressieve deurwaarders allang ontstegen. ‘We hadden vijf onopgeloste overvallen, waarvan sommige heel spectaculair met maskers, pruiken en speedboten, die we absoluut konden toeschrijven aan dat viertal,’ zegt een voormalige politieman van het team Zware Overvallen. ‘Maar na Heineken wilde de officier van justitie alle energie op de ontvoering richten. Voor die overvallen zijn ze nooit vervolgd.’
2. Roem
De ontvoering bracht de Amsterdamse boeven landelijke bekendheid. Ze waren door de wereldwijde media-aandacht bijkans popiconen geworden, een imago dat in 1987 werd versterkt door het relaas van Cor van Hout, opgetekend door verslaggever Peter R. de Vries in de De ontvoering van Alfred Heineken. Het was het verhaal van vier arbeidersknapen uit Amsterdamse volkswijken, die weliswaar een gruwelijke misdaad begingen, maar ook een onlosmakelijke band koesterden als ‘bloedgabbers’.
De arrestatie van het duo Holleeder en Van Hout mondde uit in een internationale soap. Toen de politie lucht kreeg van de daders, vluchtte het tweetal naar Parijs. Telefoontjes van Sonja Holleeder – zus van Willem en vriendin van Cor – leidden uiteindelijk naar hun onderduikadres in Frankrijk. De twee zaten jaren vast in een Parijse gevangenis en werden na een spectaculaire omzwerving in het Caraïbisch gebied uiteindelijk uitgeleverd aan Nederland en veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf. Henk Wooldrik, oud-hoofdofficier van justitie in Haarlem, was destijds een van de aanklagers. ‘Het waren geen doorsneecriminelen. Deze ontvoering was een knap staaltje werk. Er was sprake van een prima planning, daar heb je een goed stel hersens voor nodig. En dat hadden de heren.’
In 1992 stonden ze alweer op straat. Ter gelegenheid van hun vrijlating had hun vriend Rob Grifhorst – lang ook een verdachte in de Heineken-zaak – een groot feest georganiseerd in het Amsterdamse Mariott-hotel. Daar traden Ben Cramer, Donna Lynton en Dries Roelvink op. Het orkest speelde als begintune ‘Heerlijk, Helder, Heineken’.
3. Ongrijpbaarheid
In het hoofdstedelijk kroegcircuit stapelden de wilde verhalen zich op. Over hoe Holleeder een gast van Chinees restaurant Dynastie volledig in elkaar sloeg omdat deze een opmerking had gemaakt over zijn telefoongedrag. Over hoe De Neus bij een ruzie in Joop Braakhekkes restaurant Le Garage zijn wapen trok en tussenbeide kwam. ‘De politie stond inmiddels met drie auto’s voor de deur,’ meldde een ooggetuige, ‘maar durfde niet binnen te komen.’ Het geeft de Heineken-ontvoerder de uitstraling van onaantastbaarheid. Zijn strafblad is sinds zijn vrijlating niet noemenswaardig langer geworden, terwijl zijn naam toch wordt genoemd in menig politiedossier, zo blijkt uit onderzoek van VN. Zo is er het omvangrijke City Peak-onderzoek, waarin Holleeder samen met Cor van Hout een van de hoofdverdachten was. De politie wilde hun criminele organisatie oprollen. De bende werd verdacht van grootschalige handel in drugs en witwaspraktijken.
De verslagen geven een aardig inkijkje in de criminele coterie rond de misdaadvrienden. De verdachten werden geobserveerd, bij onder andere partycentrum Borchland in Amsterdam. Naast het bekende duo schoof een bont gezelschap aan, onder wie Gijs van Dam jr. en kunsthandelaar Jaap Witzenhausen. Het clubje zag elkaar ook in de Deurloostraat in Amsterdam, waar Van Hout samenwoonde met Sonja, de zus van Willem Holleeder. Ook zijn andere zus, Astrid, kwam vaak langs. Zij is inmiddels advocate en trad recentelijk nog op in het proces rond de Nomads, het Limburgse chapter van de Hells Angels.
We bellen met galeriehouder Witzenhausen. ‘Wat moest ik?’ zegt hij. ‘Ik ben veertien jaar met Astrid geweest, de zus van Willem.’ Witzenhausen leerde haar kennen in de periode dat Holleeder gevangen zat. ‘Astrid was destijds van huis weggelopen. Ik merkte pas later, toen Holleeder en Van Hout weer vrij waren, wat het betekende om met een lid van deze familie om te gaan. Ik moest stoppen met mijn galerie en als hun vertegenwoordiger helpen bij het kopen en verkopen van huizen. Dat heb ik niet gedaan.’
Gedurende het onderzoek werd er ook nog een aanslag gepleegd op Van Hout. Op 27 maart 1996 werden hij, zijn zoontje Rich en zijn vriendin Sonja beschoten voor de deur van hun huis. Het gezin dook onder in België. Opvallend is dat Holleeder daarna niet meer in beeld komt. Fred Teeven, de officier van justitie die toentertijd het onderzoek leidde: ‘In die periode vond er een verwijdering plaats tussen Holleeder en Van Hout.’
Op 6 oktober 1997 vielen vierhonderd politiemensen binnen op honderd adressen. Er werden vijfendertig mensen gearresteerd. Er volgde een megaproces en in mei 1998 werd Cor van Hout veroordeeld tot vierenhalf jaar gevangenisstraf. Holleeder ontsprong de dans.
4. Opportunisme
De verwijdering tussen de twee ‘bloedgabbers’ is volgens twee voormalige CIE-rechercheurs een voorbeeld van Holleeders opportunisme: hij kiest altijd voor de winnende partij. De rechercheurs: ‘In 1996 ontstond er een conflict tussen het kamp Mieremet en het kamp Van Hout. Holleeder is toen overgestapt naar de vijand.'
Hij ging in zaken met John Mieremet en Sam Klepper. Uit ‘tapverslagen’ van de politie blijkt hoe frequent de nieuwe vrienden contact hebben. Op 25 januari 2000. ‘18.18 uur. John belt Willem Holleeder. Willem vraagt of John thuis is. John is niet thuis; Sam is er nu en ligt even een uurtje te slapen. John is nu aan het eten. John gaat vanavond naar drie cafeetjes kijken. Willem gaat mee.’
Er is ook ruimte voor klein menselijk leed, zo blijkt uit de tapverslagen van 16 februari 2000. ‘John belt met Willem Holleeder. John heeft de hele nacht op de wc gezeten en heeft nu last van aambeien. Komt door de rauwkost die Willem heeft meegenomen.’ 34 minuten later wordt het gesprek vervolgd. ‘John wil naar de dokter in verband met zijn aambeien. Gesprek over de kwaliteit van het eten dat John gisteren gemaakt heeft.’
Terwijl de opsporingsambtenaren worden vergast op medische wetenswaardigheden, houdt de criminele trojka zich buiten het zicht van de speurders met heel andere dingen bezig. Althans, dat meldt John Mieremet een paar jaar later in De Telegraaf. ‘Klepper en ik waren de drugshandel zat. We hebben toen een plan uitgewerkt om zakenmensen te chanteren. De tactiek kwam erop neer dat via Willem Endstra contact werd gelegd met vermogende vastgoedhandelaren, die veel samenkwamen in een bekend café in Amsterdam-Zuid (Lexington, red.). Op zeker moment werd dan het verhaal opgehangen dat Sam en ik het op een bepaalde zakenman hadden voorzien. Heineken-ontvoerder Willem Holleeder, die ook in het complot zat, kwam met een oplossing: hij kon zogenaamd voorkomen dat er geweld zou worden gebruikt, maar dan moest er wel grof worden betaald.’
Afpersing was dus volgens Mieremet de nieuwe bron van inkomsten. Hoe dat ging, blijkt uit het dagboek van de in mei 2004 geliquideerde Willem Endstra. Hij werd bedreigd met de dood als hij geen miljoenen betaalde. Het tragische lot van een zakenman die eerder niet schroomde om met criminelen in zee te gaan. ‘26 juni. Ik word opgetrommeld door WH. [...] WH zegt tegen mij: je maakt grote fout. Al in januari hoefde je het niet te betalen en zou gewoon doodgeschoten worden. Ik heb uitstel verzorgd voor je. Nu ga je eraan.’
Aan vrienden en relaties vertelde Endstra dat de dreiging met geweld was begonnen op het kantoor van zijn voormalige advocaat Bram Moszkowicz. Daar kreeg de vastgoedman naar eigen zeggen een mitrailleur tegen het hoofd gezet met de mededeling: ‘En vanaf nu gaan we het heel anders doen.’ De strafpleiter stelt dat er geen wapens zijn getrokken in zijn kantoor, maar ontkent niet dat er ‘een stevig gesprek’ heeft plaatsgevonden.
Na de dood van Endstra werden meerdere vastgoedmensen aan de tand gevoeld over hun mogelijke betrokkenheid. Maar multimiljonairs als Erik de Vlieger, Jan-Dirk Paarlberg en Johnny Weismuller ontkennen tot op de dag van vandaag te zijn afgeperst door Holleeder en zijn kornuiten. ‘Het is zo jammer dat Endstra geen aangifte heeft gedaan,’ zegt een voormalige CIE-rechercheur. ‘Dan had hij nu nog geleefd. Dan waren er meer geweest die hadden gedurfd. Dan hadden we een zaak gehad.’
Toen de berichten over de vermeende afpersing van Endstra naar buiten kwamen, was de samenwerking tussen Holleeder en Mieremet allang ten einde. Na de moordaanslag voor de deur van zijn advocaat Hingst, beschuldigde Mieremet Endstra en Holleeder ervan een aanslag op zijn leven te hebben beraamd. Opnieuw was de Heineken-ontvoerder van kamp gewisseld. Hij ruilde Mieremet in voor de Hells Angels, die hem vorig jaar in een tv-uitzending als ‘vriend van de club’ omschreven. Rond de Amsterdamse motorclub ontstond een heus koningsdrama toen begin dit jaar president Big Willem werd gedwongen tot aftreden. Hij zou samen met Endstra en enkele van diens handlangers een moordcomplot hebben beraamd op Willem Holleeder. Met een bom in het clubhuis van de motorbende moest Endstra’s vijand worden opgeblazen.
Het vertrek van Big Willem werd uitgelegd als een machtsconsolidatie voor Holleeder, die nauwe relaties onderhoudt met bepaalde Angels.
5. Zakelijk instinct
Wat de precieze rol van Holleeder is geweest, is ongewis. Zeker is dat hij heeft geprobeerd door te dringen tot de bovenwereld, zegt een voormalige zakenpartner van Endstra. ‘Hij wilde altijd graag investeren in gezamenlijke projecten van Endstra en Klaas Hummel. Maar daar waren de heren als de dood voor.’
Investeren in keurig vastgoed was een manier om erkenning in de bovenwereld te krijgen, en een methode om crimineel geld de schijn van legaliteit te geven. Volgens een ingewijde in het hoofdstedelijke vastgoedcircuit had Holleeder na zijn vrijlating de ambitie om het winkelcentrum op het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord te kopen. ‘Met welk geld? Nou, er waren natuurlijk nog altijd die acht miljoen gulden van de vijfendertig miljoen losgeld, die nooit zijn teruggevonden.’
Een saillante opmerking, want in een interview midden jaren negentig had Holleeders vriend en zakenbuddy Rob Grifhorst al eens aangekondigd dat hij het miljoenenproject in Amsterdam-Noord wilde kopen. Grifhorst werd ook wel de vijfde Heineken-ontvoerder genoemd omdat hij lange tijd als verdachte was gezien. Hij was eigenaar van de loods waarin de biermagnaat en zijn chauffeur werden verstopt. In de jaren tachtig investeerde Grifhorst volop in de Amsterdamse rosse buurt – Rob had bijvoorbeeld het roemruchte sekspaleis Casa Rosso op zijn naam staan. In hoeverre de Heineken-ontvoerders participeerden in dergelijke investeringen is moeilijk aan te tonen, want noch Van Hout noch Holleeder komt in de officiële stukken terug.
Zeker is dat hij tot voor kort nog betrokken was bij een van de bekendste seksclubs in de hoofdstad: de Mayfair in de Roompotstraat. Het ‘relaxhuis’ is onlangs gesloten, maar het pand zou nog steeds in handen zijn van de Heineken-ontvoerder. ‘Op de begane grond zit er kogelvrij glas in de sponningen,’ weet voormalig manager Ad van der Laan. De zeventigjarige bedrijfsleider werkte van 1999 tot 2002 in het bordeel. ‘Dat glas stamde nog uit de tijd dat de club Satyricon heette. Toen zaten Van Hout, Holleeder en hun kornuiten daar elke avond.’ De ontvoerders hadden de club niet op eigen naam staan. Daarvoor moest ‘zwager’ Witzenhausen opdraven. Die ontkent stellig dat hij een katvanger was. ‘Bij het City Peak-onderzoek heeft de Fiod me mijn nek omgedraaid, maar desondanks konden ze niet aantonen dat ik optrad voor Holleeder. Ze deden onderzoek naar Axis Beheer BV, de onderneming waarmee ik het beheer voerde van Satyricon.’ Hij is niet trots op die tijd. ‘Ik deed het om mijn gezin te onderhouden. De hele mispoge uit de onderwereld kwam er. En niet alleen zij. Onder de klanten waren officieren van justitie tot ministers aan toe.’ Een pikante opmerking, want in seksclub Satyricon zou midden jaren negentig een video zijn opgenomen van een officier van justitie die zich te buiten ging aan diverse perversiteiten. De Amsterdamse CID is nog een tijdje tevergeefs bezig geweest om de gewraakte video boven water te krijgen.
6. Twee gezichten
Eén anekdote uit de ‘besloten sociëteit’ Mayfair is veelzeggend voor de manier waarop Holleeder opereert: hij heeft twee gezichten. Ad van der Laan herinnert zich hoe de eigenaar van het pand op een gegeven moment de club binnenstapte. ‘Ik was er toevallig en de bedrijfsleider zegt tegen me: pas op, dat is Holleeder. Hij begon meteen te zeuren over het geld dat we hem nog schuldig waren. Maar op het moment dat ik het had opgelost, draaide hij om als een blad aan een boom.’
Holleeder, in één persoon good cop and bad cop. Het is een eigenschap waar ook de familie van de vermoorde Endstra op wijst. Ze refereren aan de vele bezoekjes die de ‘vriend’ van hun broer eind jaren negentig bracht aan de haven van IJmuiden waar de meeste Endstra’s een appartement hebben. Ook Holleeder had er een onderkomen: op nummer 666. ‘Op zondagmiddag zaten we vaak met zijn allen aan het bier en de wijn. De vrouwen erbij. Holleeder regelde broodjes shoarma en maakte lange wandelingen met Wim (Endstra, red.) over het strand. We hadden niets, maar dan ook niets in de gaten,’ zegt een familielid. ‘De aardige Holleeder, daar zou hij waarschijnlijk een Oscar mee kunnen winnen. Maar in feite is het een keiharde, berekenende man.’ Toen de vastgoedman enkele jaren later iets losliet over de veranderende verhoudingen tussen hem en Holleeder drukte hij zijn naasten op het hart hier niets van te laten merken. ‘Zeg alsjeblieft niets, zeg dat hij mijn vriend is.’
In die dagen verscheen de Heineken-ontvoerder bij de familie Endstra met zijn vriendin Maike Dijkhuis (32). Ze is de dochter van Chris Dijkhuis die samen met zijn broer Harro een omvangrijke vastgoedportefeuille beheert in Amsterdam. Het bedrijf Sedijko is onder andere eigenaar van de Rembrandt-toren. De verhouding met Holleeder zou hebben geleid tot een schisma in de familie.
Bekend is dat Holleeder ook een verhouding heeft gehad met Sandra Klepper, de weduwe van de vermoorde Hells Angel-prospect Sam Klepper. Een crimineel kopstuk en voormalige kennis van Cor van Hout: ‘Zowel Mieremet als Van Hout was daar zeer verbolgen over. Ik weet dat Mieremet toen de geldkraan voor haar heeft dichtgedraaid en ze het huis in België moest verlaten.’ Klepper en Mieremet woonden naast elkaar in het Belgische dorpje Neerpelt.
7. Voorkennis
Dat hun broer, oom en vriend ook jarenlang optrok met de vermeende godfather, is volgens familie en bekenden van Endstra te wijten aan zijn hang naar de zelfkant. ‘Hij was te goedgelovig. En hij was een thrill seeker.’
Het is onvoorstelbaar dat de steenrijke zakenman geen weet heeft gehad van de dagelijkse beslommeringen van zijn criminele vriend. Volgens een voormalig raadsman van Endstra maakte deze ook wel degelijk gebruik van de voorkennis van de beroepscrimineel. ‘Holleeder kwam heel makkelijk aan informatie. Van justitie, van advocaten. Daar deed Endstra zijn voordeel mee.’
Dat Holleeder zulke goede bronnen had binnen het opsporingsapparaat, heeft Endstra wellicht de das omgedaan. De vastgoedhandelaar sprak een jaar voor zijn gewelddadige dood met de politie. Meerdere mensen uit zijn omgeving zeggen dat Endstra, na een bezoek aan de CIE, nog diezelfde dag door Holleeder aan zijn oren werd getrokken: ‘Ga jij praten, jongen?’ Ook betrokkenen die na Endstra’s dood met de politie spraken, kregen achteraf verkapte waarschuwingen.
Geweld, roem, ongrijpbaarheid, opportunisme, zakelijk instinct, twee gezichten, voorkennis. Het maakt Holleeder onaantastbaar. Maar hoe lang nog? Veelzeggend is een opmerking die zijn vriendin ooit maakte tegen een disgenoot: ‘Soms wordt hij midden in de nacht wakker en gilt: stop! Ik ben niet gewapend!’
Toevoeging
In de Vrij Nederland-editie van 12 november 2005 werden in het artikel De Methode Holleeder twee rechercheurs van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) geciteerd. Volgens hen lag de oorzaak van de vete tussen Cor van Hout en Willem Holleeder in een schietpartij bij seksclub Yab Yum. Voor de deur van deze club werd op 24 januari 1996 de portier Bert Bons doodgeschoten.
Het vermoeden bestaat dat de opdrachtgever voor de liquidatie Nico V. is geweest, een handlanger van het criminele duo Sam Klepper en John Mieremet, toenmalige tegenstanders van Cor van Hout. De CIE-rechercheurs meldden dat Bert Bons behoorde tot het kamp Van Hout. Tot op heden is de moord op Bons niet opgelost. Wel is duidelijk dat het slachtoffer niets te maken had met Cor van Hout, noch met de vete tussen vermeende kampen in de Amsterdamse onderwereld.
