VN MediagidsDe ‘lekkende Turkse tolk’: ‘Gewoon jaloezie’

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / crime 07.04.2007

Door Hassnae Bouazza

Twintig jaar werkte hij mee aan de grootste zaken op het gebied van georganiseerde criminaliteit, en opeens werd hij beticht van het ‘lekken van informatie aan de Turkse autoriteiten’.

Twintig jaar werkte hij mee aan de grootste zaken op het gebied van georganiseerde criminaliteit, en opeens werd hij beticht van het ‘lekken van informatie aan de Turkse autoriteiten’. Voor het eerst staat de beschuldig¬de, wiens naam om veilig¬heids¬redenen niet mag worden genoemd, nu zelf de pers te woord. Hij wil het beeld dat van hem is neer¬gezet corrigeren. En hij wil zijn baan terug. ‘Je werkte gewoon altijd perfect, maar toch waren er altijd roddels.’

Een snelle auto komt aanrijden. Er stapt een kleine man uit in een colbertje, opengeknoopt overhemd, flashy zonnebril en enorme lach. Hij spreidt zijn armen en zegt: ‘Dag schat.’

Het is mijn eerste ontmoeting met de ‘lekkende Turkse tolk’. De zaak kreeg in de media behoorlijk wat aandacht. NRC Handelsblad kopte op zaterdag 3 maart ‘Wat rechercheurs niet lukte, kreeg tolk voor elkaar’. Nu staat hij lachend voor me, terwijl het lachen hem toch vergaan zou moeten zijn. Twintig jaar werkte hij mee aan de grootste zaken op het gebied van georganiseerde criminaliteit, en opeens werd hij beticht van het ‘lekken van informatie aan de Turkse autoriteiten’. De beschuldiging werd later veranderd in ‘het lekken van informatie aan derden’, om de gevoelige relatie met Turkije niet verder te belasten. De tolk werd ontslagen.

Voor commentaar verwijzen politie en justitie door naar het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Vervangend korpschef Fred Westerbeke en hoofd communicatie Luc Rademakers staan VN te woord in een ‘vertrouwelijk achtergrond¬gesprek’. Westerbeke toont zich verbaasd over het belang dat de pers de tolk toedicht. De politie wil gewoon niet langer van de diensten van deze man gebruik maken. ‘Of de tolk wel of niet heeft gelekt, is niet van belang voor het standpunt van het KLPD. Voor het KLPD is uitsluitend relevant dat de minister heeft geweigerd aan de tolk een verklaring van geen bezwaar af te geven.’ Zo’n verklaring is nodig voor vertrouwelijk werk voor de overheid.

Voor het eerst spreekt de beschuldigde nu zelf met de pers. Zijn verhaal begint in 1981. Met zijn drie broers arriveerde hij in Nederland; zijn vader was hier al sinds het eind van de jaren zestig. Na de middelbare school en de Schoevers handelsopleiding werd hij gevraagd als tolk. In 1985 begon hij te tolken voor de vreemdelingendienst en de IND. In 1988 vroeg de politie Arnhem hem om in dienst te komen als administratief medewerker, maar ‘eigenlijk deed ik alleen tolkwerk in grootschalige onderzoeken’. Twintig jaar later is hij een omstreden man met een indrukwekkende staat van dienst. In De Gelderlander van 17 maart 2007 zegt een KLPD-commissaris die een intern rapport opstelde: ‘Hij is door de politie en het openbaar ministerie willens en wetens naar dit hoge niveau gebracht.’ Maar van meet af aan kreeg de tolk ook te maken met tegenstanders, en hij is ervan overtuigd dat de verhalen die zij over hem verspreidden hem uiteindelijk de das om hebben gedaan.

De tolk: ‘De kans die ze me gaven, heb ik met beide handen aangepakt. Maar al gauw kreeg ik te maken met jaloezie. Enerzijds bij de instanties, anderzijds bij directe collega’s. “Waarom hij wel en wij niet.” Er werden roddels verspreid, dingen als: “Hoe kan dat nou, hij is een Koerd, hij moet eigenlijk voor de PKK zijn in plaats van voor de Turken. Hoe kan hij nou alle deuren bij de Turkse autoriteiten openkrijgen? We weten zeker dat hij dubbelspel speelt, dat hij een informant is van de Turkse staat.” Ik nam dat met een korreltje zout, maar later werd het me wel fataal.’

De echte problemen begonnen begin jaren negentig en hadden te maken met de liaison¬post in Turkije. Een liaisonofficier is een soort ambassadeur van de Nederlandse politie die probeert om de samenwerking tussen Nederland en Turkije op justitieel gebied soepel te laten verlopen. ‘Eerst zaten daar twee mannen met wie ik normaal samenwerkte. In 1992-’93 kwam ene Ton Schalks en toen begon het gedonder. Hij verspreidde negatieve verhalen over mij en ik ben er pas recent via de pers achter gekomen dat hij mij in een ambtelijk stuk heeft beschuldigd van het lekken van informatie. De rijksrecherche heeft toen een onderzoek ingesteld en die beschuldiging bleek natuurlijk ongegrond. Na Schalks kwam Van Wegen en hij ging op exact dezelfde voet verder. Van Wegen wilde ervoor zorgen dat ik nooit meer kon tolken, zodat hij zich daar beter kon profileren.’

Liaisonofficier Van Wegen is overigens vervroegd uit Turkije weggehaald, nadat de Turkse autoriteiten het vertrouwen in hem hadden opgezegd. Vervolgens is hij naar Colombia gestuurd, maar ook daar moest hij na korte tijd vertrekken vanwege hetzelfde gebrek aan vertrouwen. De tolk: ‘En diezelfde Van Wegen heeft mijn naam en mijn vertrouwelijke werk in allerlei stukken gelekt, wat er toe zal leiden dat advocaten van verdachten mij oproepen in zaken waaraan ik heb meegewerkt. Ik ben mijn anonimiteit en bescherming kwijt.’
Ondanks de conflicten draaide de tolk met succes mee in grote onderzoeken. Dat wordt beaamd door anonieme bronnen, en ook door voormalig officier van justitie Fred Teeven (nu VVD-kamerlid) en door voormalig rechter-commissaris Hans Lamens.

Raadsheer Lamens werkte van 1990 tot 1995 samen met de tolk en roemt zijn deskundigheid: ‘Het ging om allerlei dialecten in het Koerdisch, en hij was buitengewoon slim in het herkennen van stemmen. Als tolk deed hij zijn werk verbazingwekkend goed. Daarnaast had hij heel goede contacten in Turkije, dus als wij met hem naar het buitenland gingen en wij wilden iets, dan kon hij dat binnen de kortste keren regelen. Daar heeft iedereen alleen maar voordeel van gehad.’

In NRC Handelsblad werd, overigens zonder medeweten van Lamens, een brief aangehaald die hij aan de advocaat van de tolk had geschreven en waarin de voormalige rechter-commissaris een verklaring probeerde te vinden voor de negatieve verhalen rond de tolk. Hij vestigde de aandacht op diens kleurrijke life style. Lamens, nu coördinerend vice-president bij het gerechtshof in Arnhem, over dat stuk: ‘Ik weet niet of dat een verklaring is, maar ik heb het ook niet om die reden geschreven, ik heb alleen maar gezegd dat er langzamerhand een sfeer om hem heen ontstond waarin het wat moeilijk was voor hem om in te werken, maar desondanks bleef hij keurig zijn werk doen. Zolang je niet anders weet, zoek je naar verklaringen.’

De tolk: ‘Lamens geeft aan dat het niet alleen om mij als persoon ging, maar ook om mijn kleding, mijn manier van praten, mijn dominante houding, de grote auto. Je werkte gewoon altijd perfect, maar toch waren er altijd roddels. Gewoon jaloezie. Ik vind dat ik er hard voor werkte. Je leeft maar één keer.’

In 2004 laat de chef van de tolk, Hugo van Klaveren (zelf getrouwd met een Turkse tolk), een onderzoek naar hem instellen door de AIVD. Het aangekondigde onderzoek wekte verbazing bij de mensen die intensief met hem samenwerkten. In die tijd waren er ook gesprekken tussen de tolk en het KLPD om als adviseur bij hen in dienst te komen op de afdeling Dienst Internationale Netwerken (DIN). ‘Het frappante hier is dat ik in oktober 2004 gebeld werd door het hoofd van de inlichtingendienst met de mededeling dat ik het onderzoek had doorstaan en dat het alleen nog op papier moest komen.’

In de volgende paar maanden moet er iets zijn gebeurd dat de inlichtingendienst heeft aangespoord tot herziening van deze mondeling overgedragen conclusie. Op 18 maart 2005 kreeg de tolk de ambtelijke beschikking met daarin de mededeling dat hij niet door het onderzoek was gekomen. ‘18 maart 2005 stortte mijn hele wereld in. Ik had ingestemd met het AIVD-onderzoek, omdat ik toch niks te verbergen had. Oktober 2004 kreeg ik dus het telefoontje dat ik er doorheen was en 18 maart 2005 kreeg ik het ambtelijke stuk uitgereikt dat negatief over mij oordeelde.’

De tolk had en heeft geen flauw idee wat voor belastend materiaal er tegen hem zou zijn gevonden. Zijn advocaat, Jurjen Pen, tekende namens hem beroep aan en in eerste instantie stelde de bezwarencommissie hem in het gelijk op het punt dat hij het recht had te weten welke informatie de geheime dienst tegen hem heeft. Met deze uitspraak spande de tolk een zaak aan tegen Binnenlandse Zaken bij de rechtbank in Arnhem. De rechter bevestigde dat hij het recht heeft te weten wat de belastende informatie is en van welke feiten hij wordt beschuldigd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken ging in beroep bij de Raad van State en is daar alsnog in het gelijk gesteld.

Het ambtsbericht van 15 maart 2005, noemt de volgende punten: de tolk zou informatie hebben gelekt; hij hielp bezoekers uit Turkije kennis te nemen van politie¬onderzoeken; hij onderhield op eigen initiatief contacten met derden over politieonderzoeken; hij deed voor eigen doeleinden of voor derden onderzoek naar personen en zijn vertaalwerkzaamheden zouden niet de vereiste kwaliteit hebben.
De tolk: ‘Ik wil benadrukken dat ik niet de knowhow of de bevoegdheid heb om welke persoon of welk telefoonnummer of ken¬teken van wie dan ook na te kunnen trekken in welke computer dan ook.’

Niet in Nederland, maar misschien wel bij de Turkse politie? ‘Ook niet. Op het moment dat er een strafrechtelijk onderzoek draait tussen Nederland en Turkije en ik ben intermediair, en er wordt over en weer informatie aan elkaar overgedragen, dan wordt me natuurlijk door mijn superieuren gevraagd of ik wil nagaan wie de ten naam gestelde is van een auto of van een telefoon, of wie er ingereisd is. Dat is normaal. Dat gebeurt wederzijds in een lopend onderzoek. Maar ik kan nooit en te nimmer onder mijn eigen naam en op eigen titel dingen doen buiten de Nederlandse en Turkse politie om.’

Rechter Lamens heeft nooit getwijfeld aan de integriteit van de tolk: ‘In de zaken waar ik bij betrokken was, liep het voor het openbaar ministerie gunstig af. Er zijn steeds veroordelingen gevolgd. Dat zegt ook iets. Ik bedoel, als het foute boel is, zou je verwachten dat een zaak spaak loopt, maar dat is niet gebeurd. Ik kan me moeilijk voorstellen dat de integere man die ik in die vijf jaar heb ontmoet in de periode daarna daarin niet heeft volhard.’

Fred Teeven: ‘Ik heb in mijn contacten met deze betreffende persoon nooit gemerkt dat er een probleem was.’
Fred Teeven en Hans Lamens zijn niet de enigen met een positief oordeel; een groot aantal mensen was bereid voor hem te getuigen, waaronder officier van justitie Koos Plooy, de Amsterdamse korpschef John Olierook en toenmalig hoofd van de nationale recherche Johan van Kastel. Maar er waren ook mensen die anders over de tolk dachten.

Raadsman Jurjen Pen beschrijft een Kafkaëske scène bij de Raad van State. De tolk had een lijst overlegd met de namen van mensen die hun vertrouwen in hem uitspraken. Bij de behandeling van de zaak diskwalificeerde de landsadvocaat deze lijst met de mededeling dat er mensen op stonden die er niet op wilden staan. Vervolgens benaderde de tolk iedereen opnieuw, en hij liet hen een brief met een adhesiebetuiging tekenen. Weer terug bij de Raad van State beweerde de officier glashard dat er nog steeds namen bij zaten die er niet bij hoorden.

De tolk: ‘Ja, ik werd gek, achterdochtig. Want dan denk je, wie zijn eigenlijk die mensen, ken ik mijn collega’s? Spelen ze een dubbel spel? Of heeft de AIVD hen onder druk gezet? Hoe kun je nou een stuk tekenen dat je het volle vertrouwen in mij hebt, maar tegelijkertijd ga je naar de AIVD en zeg je “maar ik wilde niet op die lijst, ik ben bang voor hem. Ik moest wel.” Of “ik moest het van mijn leidinggevende doen”. Als dat zo is, dan wil ik weten: welke leidinggevende heeft welke werknemers onder druk gezet om dat stuk te ondertekenen, of om weer onder die handtekening uit te kruipen?’

De tolk weet niet wie de mensen zijn die hem eigenlijk niet steunden. ‘Ik kan er alleen maar naar gissen.’
Weet hij wie er tegen hem hebben getuigd? ‘Ik weet van een aantal mensen wie het zijn. Ik weet dat Harm Trip (nu hoofd van de rijks¬recherche, red.) tijdens een vergadering iets zei in de trant van “alles is geoorloofd, als jullie er maar voor zorgen dat zijn kop eraf gehakt wordt, dat hij nooit terug kan komen, dat we voorgoed van hem af zijn”.’

Volgens de tolk willen getuigen van deze uitspraak dit alleen vertellen als er een onafhankelijk onderzoek komt. ‘Ik weet dat twee Turkse tolken tegen mij hebben getuigd, mijn ex-vrouw, Sjaak de Bruin, dat is de tweede man van de DIN, en niet te vergeten de twee voormalige liaisonofficieren Van Wegen en Ton Schalks, die nu hoofdinspecteur is bij de politie Eindhoven.’

Dat Schalks weer opduikt is belangrijk. Via hem kom je bij een andere opponent, de korpschef van Zwolle, Pieter-Jaap Aalbersberg. ‘Aalbersberg kon mijn bloed wel drinken. Kijk, hij was de baas van Schalks toen die begin jaren negentig dat eerste onderzoek naar mij liet instellen. Hij heeft Schalks steeds gedekt. Dat het onderzoek mij vrijpleitte, moet bij hem slecht zijn gevallen. Eind jaren negentig kwam Aalbersberg bij de IRT-Noord, en toen maakte hij me steeds verdacht bij Fred Teeven. Die vroeg om iets concreets, maar dat heeft hij nooit gekregen. Toch bleef Aalbersberg doorgaan.’

Volgens de tolk was Aalbersberg ook de drijvende kracht achter het recente AIVD-onderzoek. Hij zoekt koortsig naar een verklaring. ‘Ik probeerde een systeem op te zetten waar de hele Nederlandse justitie en het openbaar ministerie baat bij zouden hebben. Ik wilde ook een soort handleiding gaan maken waaraan mensen zich moesten houden, met name met het oog op culturele en religieuze aspecten en alle systeemverschillen, maar dat werd me niet in dank afgenomen. Aalbersberg wilde de regie; ik moest weg.’

Begin van dit jaar hing het vertrek uit actieve dienst van zowel Fred Teeven als John Olierook in de lucht. De tolk denkt dat zijn ontslag te maken heeft met het vertrek van beide heren wiens bescherming hij genoot.

Op de vraag of het niet vreemd is dat iemand wordt zwartgemaakt door de overheid zonder dat hij mag weten wat hij heeft misdaan, zegt Fred Teeven: ‘Hij is niet aangeklaagd, hè. Dat is juist zijn probleem. Was hij maar aangeklaagd, want dan had hij gewoon een openbaar proces gehad.’

De tolk: ‘Ik weet dat die mensen ervoor zouden knokken om de onderste steen boven te krijgen.’
Fred Teeven: ‘Dat zou heel goed kunnen dat zijn indruk op dat punt juist is, ja.’

Na de vernietigende uitspraak van de Raad van State in mei 2006 kon de tolk, vreemd genoeg, tot begin 2007 blijven meewerken aan onderzoeken. Ook werd hij ingeschakeld om delegaties te begeleiden. Nog in augustus 2006 werd hij in Turkije opgebeld door John Olierook met het verzoek te bemiddelen met de Turkse autoriteiten om toestemming te verkrijgen een hotelkamer af te luisteren waar twee verdachten van de moord op Endstra elkaar zouden ontmoeten. Pas begin 2007 besloot het hoofd van de KLPD, Peter van Zunderd, de korpsen te melden dat er niet langer met hem zou worden samengewerkt.

‘Een van de mensen voor wie ik in november 2006 nog getolkt heb, is Bart Nieuwenhuizen (landelijk hoofdofficier van justitie, red.). Dezelfde Bart schrijft in januari naar alle negentien rechtbanken dat hij zich in de brief van Peter van Zunderd kan vinden en geen gebruik meer kan maken van mijn diensten. De driehoek (bestaande uit directeur-generaal Veiligheid, de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket en de korpschef van het KLPD, red.) is recent naar Turkije gegaan voor een werkbezoek. Ik heb begrepen dat Bart de Turkse autoriteiten toegezegd heeft een onderzoek te laten instellen naar de conclusies van de AIVD. De Turken hebben gezegd: “Als hij een dief is, moet er een heler zijn. Jullie betichten ons van heling. Wij willen weten welke goederen wij hebben gekocht.”’

Tijdens het ‘vertrouwelijke achtergrond¬gesprek’ ontkent Fred Westerbeke van het KLPD dat er toezeggingen zijn gedaan aan Turkije. Hij benadrukt dat de samenwerking met het land zeer goed is. Verschillende anonieme bronnen in Nederland en Turkije spreken dit tegen en zeggen dat Turkije wel degelijk boos was over de gang van zaken. De verhoudingen zouden inmiddels weer genormaliseerd zijn.

Ondertussen moet de tolk zien te wennen aan zijn nieuwe leven zonder tolkwerkzaamheden. ‘Mijn werk was mijn lust en mijn leven en dat heeft me denk ik ook wel een beetje mijn eerste huwelijk gekost. En nu, tja, het recht moet zijn loop vinden. Ik vergeet nooit de woorden van een hoofd advocaat-generaal. Hij zei: “Hier in Nederland moet je zorgen dat je nooit blinkt en op het moment dat ’t gebeurt, moet je modder op jezelf smeren zodat je dof blijft; op het moment dat je blinkt, word je aangepakt.” Om een lang verhaal kort te maken: de problemen hebben met mijn kracht te maken, met mijn flair. En ik nam nooit een blad voor de mond. Als er een commissaris was van wie ik vond dat hij niet deugde, zei ik dat ook in aanwezigheid van iedereen. Dat was niet altijd tactisch van mij. Een paar weken geleden heb ik Aalbersberg gebeld. Ik zei: “Joh, waarom heb je mij dit aangedaan? Realiseer je je wel dat je mijn kop op een steen hebt gelegd, hij moet er nu alleen maar afgehakt worden. Als dat met mij gebeurt, gebeurt dat ook met jou. Als mijn kinderen niet naar school durven te gaan, dan gebeurt dat ook bij jou.’” Hij heeft dat min of meer als dreigement opgevat en ik heb dat gesprek gelijk teruggekoppeld naar de rijksrecherche en gewoon eerlijk verteld wat er gebeurd is. En als je me nu vraagt of ik er spijt van heb, dan zeg ik nee. Ik heb het niet zachtaardig tegen hem gezegd. En dat het niet professioneel is, dat weet ik ook wel, maar moet ik me als een lammetje gaan gedragen en constant geschopt worden en zeggen “die pijn die verdraag ik wel?”. Op een gegeven moment verdraag je de pijn niet meer. Ik wil eerherstel.’

Of dat eerherstel er komt, valt nog maar te bezien, want vooralsnog is er geen zicht op een rijksrechercheonderzoek. Waarschijnlijk zal de tolk eerder als getuige de rechtszaal betreden dan als verdachte. Dat is het gevolg van het lekken van zijn naam door ex-collega’s. De eerste advocaat die de tolk wil horen als getuige heeft zich al aangediend. De Haagse advocaat mr. Taekema heeft de rechtbank Rotterdam op maandag 26 maart 2007 verzocht de tolk als getuige te horen in de zaak Benoit. Taekema, advocaat van verdachte O. O., kwam de naam van de tolk tegen in een van de vertaalde stukken uit Turkije: ‘De verklaringen zoals die zijn afgelegd door officier van justitie Nienhuis en liaisonofficier Van Wegen geven geen duidelijk beeld over het onderzoekstraject. Misschien kan de tolk duidelijk maken hoe de opsporing is verlopen.’ Ook wil Taekema helderheid over de sterke vermoedens die er zijn over het gebruik van een burgerinfiltrant in deze zaak, waarbij negentig kilo heroïne werd onderschept.

De tolk lijkt een tikkende tijdbom onder een aantal lopende zaken, maar ook zaken die al afgedaan zijn, zouden met zijn getuigenis kunnen worden heropend.