VN MediagidsDe burgemeester als sheriff
Crimineel geld 4: Zuid-Limburg wil af van zijn imago als criminele vrijstaat. Met ‘Operatie Schone Handen’ denken de burgemeesters in de regio een einde te maken aan de vervlechting tussen boven- en onderwereld. Te beginnen bij de horeca: iedere uitbater met een besmet curriculum en iedere eigenaar met een ondoorzichtige financieringsstructuur kan het vergeten. Niet iedereen is daar gelukkig mee. ‘Dit tast de rechtsstaat aan!’
Akerstraat-Noord, Hoensbroek. Ineens doemt deze lokale verkeersader op in het glooiende Limburgse landschap. Links een braakliggend voormalig mijngebied. Rechts telefoonwinkels, seksshops, grillrooms en dichtgetimmerde panden. Ingeklemd tussen nieuwbouwflats, sommige al aangetast en te koop aangeboden.
Oud-IRT-chef Lou Mennens – stoppelbaard, ruim zittend jasje, dikke aktetas – stapt uit zijn auto en loopt zwijgend langs de panden. Hij hoeft ook niets te zeggen of aan te wijzen. Hier in Hoensbroek komt Mennens’ verhaal vanzelf tot leven. Bij zijn rondleiding passeert de projectleider Integrale Bestuurlijke Aanpak Bestrijding Georganiseerde Criminaliteit een coffeeshop. Het publiek op de stoep benadrukt het cliché. Een handvol jongeren hangt bier drinkend in het portiek. Een stevig getatoeëerde bezoeker komt de deur uit, aangelijnde vechthonden aan elke hand. De aanpalende meubelzaak is vandaag gesloten, zegt een bordje op de deur. De stoffige uitstraling van de winkel doet vermoeden dat de boodschap er al maanden hangt.
Eerder, op het stadhuis in Maastricht, had politieman Mennens al gezegd dat wat hem betreft de pijn zit in het ‘laagdrempelige horecagebeuren, de grow- en headshops, de zonnestudio’s’. Dat zijn dekmantels om misdaadgeld wit te wassen. En om achter de voordeur ongestoord criminele handel te kunnen bedrijven. Daartegen moeten lokale bestuurders in samenwerking met justitie, politie en belastingdienst strenger optreden. Om te voorkomen dat criminelen ongestoord hun gang kunnen gaan, vaak met door de overheid verleende vergunningen in de hand.
Het inzicht is met de jaren gekomen. Mennens, al sinds 1974 bij de afdeling zware criminaliteit van de recherche, zag dat de afgelopen twintig jaar een golf van crimineel geld over de regio rolde. Natuurlijk boekten politie en justitie af en toe successen in de bestrijding van de drugsbendes, maar aan financieel rechercheren werd nauwelijks gedaan. ‘Toen handelaren zich hier in de jaren tachtig en negentig op de productie van speed en XTC stortten, kwam het geld met bakken binnen. Ze wisten niet wat ze ermee moesten.’ Volgens de politieman investeert een gangster, in tegenstelling tot de heersende opinie, zijn winst niet in exotische oorden, maar vooral in zijn directe omgeving. ‘En wij zijn jarenlang gekke Henkie geweest, hebben het laten gebeuren. Als je criminaliteit echt wilt aanpakken, moet je boeven in de portemonnee treffen. Ik heb daar veel over gepraat met criminoloog Cyrille Fijnaut, hoe we daar anders mee om zouden moeten gaan.’
De Tilburgse hoogleraar Fijnaut en zijn collega Toine Spapens onderzochten het probleem. ‘Daders blijken van oudsher een fijne neus te hebben voor de kansen die grenzen tussen jurisdicties bieden,’ schrijven de beide criminologen in het vorig jaar verschenen rapport Criminaliteit en rechtshandhaving in de Euregio Maas-Rijn. ‘Ze zijn zich terdege bewust van de relatieve zwakte van de autoriteiten in de grensgebieden en vestigen zich juist daar.’ De zware jongens hebben in de regio jarenlang ongestoord hun gang kunnen gaan, omdat de politie zich vooral bezighield met kleine criminaliteit. De wetenschappers zien een sterke vermenging tussen de vastgoedsector en de drugshandel: huurwoningen in achterstandswijken en horecapanden worden volop gebruikt om verdovende middelen te produceren, te ‘stashen’ of aan de man te brengen. De daadwerkelijke eigenaren verschuilen zich vaak achter katvangers. Dat leidt tot een ingewikkeld papieren spoor waar de politie nauwelijks zicht op heeft.
Internationale bendes
De wetenschappelijke boodschap was een eye-opener voor bestuurders: de regio Zuid-Limburg is een paradijs voor grensoverschrijdende criminelen. Met hulp van financiële en juridische specialisten hebben ze een goed geoliede criminele machinerie georganiseerd. Op afgelegen industriegebieden staan loodsen vol gestolen goederen, worden auto’s omgekat en wordt volop wiet geteeld of XTC gefabriceerd. Dubieuze vastgoedhandelaren kopen afbraakpanden op, die weer dienen als onderdak voor illegalen of verkooppunten voor drugs. Internationale bendes gebruiken de regio als een opslagplaats voor wapens en sigaretten, bedoeld voor smokkel naar andere West-Europese landen.
Limburg zocht naar een wondermiddel. En dat vonden commissaris Mennens, criminoloog Fijnaut en de Maastrichtse burgemeester Gerd Leers in de bestuurlijke aanpak. Lokale overheden blijken over veel meer middelen te beschikken om het criminelen moeilijk te maken dan tot voor kort werd gedacht.
Het drietal had Amsterdam als voorbeeld. Daar had het stadsbestuur goede ervaringen opgedaan met het uitroken van foute lieden op de Wallen. Toen Maarten van Traa en zijn parlementaire enquêtecommissie vanaf 1994 de Nederlandse opsporingsmethoden onder de loep namen, werd en passant het Amsterdamse Wallen-gebied binnenstebuiten gekeerd. Wetenschappers onderzochten de invloed van criminelen in de rosse buurt. Ze kwamen erachter dat het gebied een vrijplaats was voor georganiseerde bendes, die naar hartenlust investeerden in de horeca en in de seks- en gokindustrie. Vaak met de steun van het stadhuis, in de vorm van vergunningen.
Aan die misstanden wilde Amsterdam een einde maken door wat ‘de bestuurlijke aanpak’ is gaan heten, ondersteund door de wet Bibob (Bevordering Integriteitsbeoordeling door Openbaar Bestuur). Ambtenaren maken daarbij vooral gebruik van bestaande wetten (Drank- en Horecawet, de Woningwet, Wet Milieubeheer), waarmee ze dubieuze ondernemers het leven zuur maken. Populair gezegd: als het zaakje stinkt, dan verscheurt de burgemeester de vergunning of wordt een nieuwe aanvraag niet gehonoreerd. Zo werden de afgelopen jaren op de Wallen coffeeshops dichtgetimmerd, sekshuizen gesloten en vergunningen ingetrokken van hotelbazen. De bestuurders moeten natuurlijk wel een aannemelijk vermoeden hebben dat iemand van dubieus allooi is. Als ze niet bij machte zijn dat vermoeden met hun bestaande arsenaal te staven, kunnen ze terecht bij het landelijk bureau Bibob, dat de mogelijkheid heeft iemands doopceel volledig te lichten.
Vrijstaatgedrag
Wat begon in de rosse buurt van Amsterdam, werd uitgebreid tot andere delen van de stad. Daarna was de rest van het land aan de beurt. Van Zandvoort tot Nijmegen en van Rotterdam tot Alkmaar, Bibob sloeg aan. De burgemeester en zijn college zagen de deuren van een heuse wapenkamer openzwaaien.
Nu dus ook in Zuid-Limburg. Het initiatief lag bij burgemeester Leers. Die had zich al eerder voorstander getoond van een harde aanpak. Zijn provinciehoofdstad kampt al jaren met een toenemende drugsoverlast en ‘vrijstaatgedrag’, zoals duidelijk werd bij de ontruiming van woonwagenkamp Vinkenslag. Tegelijkertijd zag de CDA-bestuurder dat het probleem niet ophield bij zijn stadsgrenzen: het hele Zuid-Limburgse heuvellandschap bleek vruchtbare grond voor een criminele economie. In overleg met zijn collega-burgemeesters kwam Leers tot Operatie Schone Handen, een samenwerking tussen Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen, Kerkrade en Valkenburg, waarin ook het regionale politiekorps en het Maastrichtse parket van het Openbaar Ministerie participeren. Samen willen ze de verwevenheid tussen boven- en onderwereld aanpakken en in 2004 tekenden de deelnemers een convenant.
Maar de ‘sheriffs van het wilde zuiden’ gaan een stap verder dan hun collega’s elders. De burgemeesters willen dat ze toegang krijgen tot zogenaamde gesloten informatie van bijvoorbeeld de fiscus en het Openbaar Ministerie, privacygevoelige gegevens die tot op heden taboe zijn voor gemeentelijke ambtenaren. Binnenkort volgt een tweede te ondertekenen overeenstemming. Daaraan doen ook de Belastingdienst en FIOD-ECD mee. In dit convenant wordt die zo gewenste toegankelijkheid van gesloten bronnen geregeld.
Het is de volgende zet in een samenwerking die nu al vruchten afwerpt, zeggen de initiatiefnemers. Afgelopen maart maakte projectleider Lou Mennens goede sier met de eerste resultaten in een Powerpoint-presentatie aan de pers. Een op de tien vergunningaanvragen is inmiddels geweigerd omdat de aanvragers niet met voldoende of juiste informatie over de brug kwamen. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar het enthousiasme van Mennens is overduidelijk: Limburg heeft de remedie tegen crimineel geld ontdekt.
Dodelijke injectie
Wondermiddel? Coffeeshophouder Etienne schiet in een cynische lach. In de ogen van de ondernemer is het medicijn van Leers en de zijnen eerder een dodelijke injectie. De eigenaar van coffeeshop Wall Street aan de Maastrichtse Grote Gracht moest op 7 maart zijn deuren sluiten, omdat ‘de integriteit van de eigenaar in het geding is’.
Etienne zit thuis achter zijn bureau. Keurig gekleed, gebruind, een imposant horloge om de pols. In de boekenkast achter hem is één titel duidelijk te lezen: Een leven zonder stress. De eerste indruk van Etienne is die van een uitgebalanceerd mens. Maar geef de coffeeshophouder het woord en wat volgt is een litanie tegen de plaatselijke overheid. ‘Dit tast de rechtsstaat aan! Op basis van verdenkingen en vermoedens kan een burgemeester zomaar vergunningen weigeren of intrekken.’
De geboren Amsterdammer groeide op in de Limburgse hoofdstad. Onder het mom van een ‘broodjeszaak’ begon hij in 1989 met coffeeshop Wall Street aan de Grote Gracht in Maastricht. De eerste vijf jaar gedijde hij in getolereerde illegaliteit. In 1994 besloot de gemeente horecavergunningen te geven aan de coffeeshops in de stad. ‘Als je een vergunning verstrekt, dan kun je die ook intrekken. Dat was het hele idee.’
En dat is hem twaalf jaar later overkomen. Na berichten in de lokale pers dat Etienne problemen had met de fiscus, stelde de burgemeester een onderzoek in. Daarbij gaf de Maastrichtse stadsbestuurder opdracht aan het landelijk bureau Bibob om het cv van Etienne tegen het licht te houden. De onderzoekers concludeerden dat er in het geval van Wall Street gevaar bestaat dat de onderneming een dekmantel is om strafbare feiten te plegen. De vennootschapsstructuur zou ondoorzichtig zijn, Etiennes zakenpartner zou strafrechterlijk worden vervolgd in België en de coffeeshophouder zelf zou zich schuldig hebben gemaakt aan meerdere misdrijven. Het Openbaar Ministerie liet ruim een jaar geleden weten te overwegen om hem te vervolgen voor belastingfraude, valsheid in geschrifte en witwassen.
‘We hebben bijna alles kunnen weerleggen,’ zegt Etiennes advocaat André Beckers.
Het dreigement dat het OM zijn cliënt wil vervolgen, vervalt volgens de raadsman. ‘Er was sprake van een gerechtelijk vooronderzoek dat is afgesloten. Dan dient het OM binnen twee maanden te vervolgen.’ Het enige wat volgens hem is blijven staan, is de veroordeling wegens vijfentachtig kilo softdrugs die de ondernemer als handelsvoorraad had opgeslagen. Etienne: ‘Maar daar heb ik mijn straf voor gehad. Een taakstraf van tweehonderdveertig uur.’ Dat een coffeeshophouder ooit met een dergelijke hoeveelheid wordt gepakt, is volgens Etiennes advocaat eerder regel dan uitzondering. Het is het gevolg van het Nederlandse beleid, waarbij de verkoop wordt gedoogd, maar de inkoop van de coffeeshophouder illegaal blijft. ‘Coffeeshophouders hebben vaak een strafblad en dat is nogal wiedes. Ze lopen met hun handelsvoorraad vanzelf een keer tegen de lamp,’ weet Beckers uit zijn praktijk als ‘sofdrugsadvocaat’. ‘Als ze strafrechtelijk worden vervolgd, dan zie je dat zo’n rechter begrip toont en niet zwaar straft. Maar bij de bestuursmaatregelen is het heel anders. Als je dan naar zo’n bureau Bibob stapt en vraagt: is er een gevaar dat deze persoon de wet overtreedt? Dan luidt het antwoord natuurlijk: ja! Hij heeft dagelijks meer dan dertig gram op voorraad en pleegt dus dagelijks een misdrijf. Dat hoef je niet eens te vragen, daar heb je geen advies voor nodig.’
Etienne en Beckers hebben nog geprobeerd om in een kort geding sluiting tegen te gaan, waarbij ze de gemeente ervan betichtten willekeur te betrachten door bij Wall Street wel naar het Bibob-instrument te grijpen en de andere veertien coffeeshops in Maastricht ongemoeid te laten, terwijl daar volgens hen dezelfde problemen spelen. De voorzieningenrechter oordeelde anders: de onderneming is terecht gesloten. Nu rest slechts hoger beroep bij de Raad van State. Vervelend voor zijn cliënt is dat de bestuursrechter slechts ‘marginaal toetst’, stelt Beckers, ofwel: is alles volgens de wettelijke procedures verlopen? ‘De rechter bekijkt niet of de burgemeester juist heeft gehandeld.’
Het maakt de coffeshophouder opnieuw woedend. ‘Ze wilden me gewoon weg hebben. Ik was een doorn in het oog van de burgemeester omdat ik op een mooie lokatie in de binnenstad zat. Leers gedraagt zich als een sheriff. Hij is de baas van Maastricht. Maar een goeie baas geeft zijn werknemers een kans. Ik heb verzocht om een persoonlijk gesprek. Dat heeft hij geweigerd.’
Troosteloze aanblik
Wall Street is voorlopig gesloten en het pand aan de Grote Gracht biedt een troosteloze aanblik. Honderd meter verderop is het zeventiende-eeuwse stadhuis van Maastricht nog volop in gebruik, hoewel hypermoderne nieuwbouw op de achtergrond verschijnt. Onder de goudleren wandschilderingen gaat burgemeester Gerd Leers in op de affaire-Wall Street – met duidelijke tegenzin. ‘We varen scherp aan de wind met deze zaak,’ geeft hij toe. ‘Uiteindelijk zal de intrekking van de vergunning van Wall Street door de bestuursrechter worden getoetst. Mocht deze concluderen dat de vergunning ten onrechte is ingetrokken, dan zal meneer met een schadeclaim komen. Daar hebben we zelfs een verzekering voor. Maar ik heb niet willen wachten met het intrekken van de vergunning, want er moet een signaalwerking van uitgaan.’ Leers geeft toe dat Wall Street een ‘testcase’ is, maar vindt het volkomen terecht dat de vergunning van de coffeeshop is ingetrokken. ‘Bureau Bibob heeft meerdere keren gedetailleerd gekeken naar deze casus en heeft geconcludeerd dat er ernstig gevaar dreigde en dat er rond Wall Street zaken niet deugen. De rechter heeft vervolgens geoordeeld dat we de coffeeshop terecht de vergunning hebben ontzegd.’
Verder wil Leers ‘uit oogpunt van zorgvuldig handelen’ niet ingaan op de kwestie. Liever schetst de eerste burger van Maastricht waarom hij rigoureus te werk gaat. ‘Ik loop elke dag aan tegen de vermenging van onder- en bovenwereld. In principe kan het bestuur bij een ernstig vermoeden dat een lokatie wordt gebruikt als dekmantel voor criminelen de Bibob-toets loslaten. Dan is het aan de burgemeester om te beslissen: trek ik in of niet?’
Als de CDA-bestuurder het heeft over de criminaliteit in zijn stad, mag hij graag de positie van Limburg tegenover de Randstad neerzetten. Op een A4’tje schetst hij in grove lijnen de omvang van de meest zuidelijke provincie. Hij noemt de tekening ‘de druppel van Nederland’. De regio Zuid-Limburg ‘hangt’ als het ware aan de rest van het land, op het smalste stuk is het slechts acht kilometer breed. Plaats dat tegenover de tweehonderd kilometer lange buitenlandgrens en het probleem van de burgemeester is een internationaal probleem. ‘Als je een straal van dertig kilometer neemt en die rond Maastricht trekt, dan heb je een gebied waar 3,8 miljoen mensen wonen.’ Maastricht wordt dagelijks overspoeld door honderden toeristen die wiet en hasj komen halen in de stad. Daarnaast is er een goed georganiseerd crimineel netwerk dat zich vanuit steden als Luik professioneel bezighoudt met de import van drugs uit Nederland.
Geen wonder dat Leers groot denkt. De samenwerking met de vijf gemeenten is slechts een aftrap. Als de aanpak aanslaat, moet het aantal worden uitgebreid tot negentien gemeenten. En daarna wil de burgemeester de grens over. ‘Op politie- en justitiegebied werken we al samen met Duitsland en België. Dat moet op den duur ook bestuurlijk gebeuren.’
De uitgesproken christen-democraat staat erom bekend dat hij zich weinig aantrekt van de Haagse politieke mores. Eerder al steggelde hij met zijn partijgenoot Donner over het coffeeshopbeleid. Opnieuw heeft de voormalige parlementariër Leers een boodschap voor de minister van Justitie. Hij is ontevreden over de regionale samenwerking met het Openbaar Ministerie. Leers noemt een voorbeeld. Onlangs is in Maastricht een restauranteigenaar gepakt met 275 kilo hasj. De zaak moet nog voor de rechter komen, maar de burgemeester weet dat de verdachte inmiddels heeft bekend. Hij wil niet wachten tot de rechtbank zijn oordeel heeft uitgesproken. ‘Ik wil het proces-verbaal, dan kan ik alvast een Bibob-procedure in werking zetten. De officier van justitie is zeer terughoudend. Die geeft bijna nooit iets. Ik heb een brief gestuurd naar Donner over die tipgeverfunctie van het Openbaar Ministerie. Ik zou graag zien dat er een richtlijn komt vanuit het Haagse waarin het OM wordt gevraagd om coulanter te zijn met informatieverstrekking.’
Keurig hotelletje
Wie denkt dat het kordate optreden van de Limburgse bestuurders zich beperkt tot typische risicobranches als coffeeshops, belhuizen of seksclubs, heeft het mis. Ook een voor het oog keurig hotelletje moest vorig jaar zijn deuren sluiten. In het weelderige groen van Houthem-St. Gerlach staat het driesterrenhotel Bel Air. In de eetzaal staan de tafels met hun zalmroze kleden nog uitnodigend gedekt voor het diner. Elk moment kunnen de gasten binnenkomen, zo lijkt het. Een rugzaktoerist staart dan ook enigszins verwezen naar het aanplakbiljet op de deur. Hij leest in de openbare bekendmaking dat het vriendelijke, kalkwitte onderkomen op last van de gemeente Valkenburg is gesloten: de exploitanten beschikken niet over een drank- en horecavergunning.
In november vorig jaar heeft de rechter al ingestemd met de sluiting. Officieel verwijt de burgemeester van Valkenburg aan de Geul – de gemeente waar Houthem onder valt – de exploitanten dat ze niet over de vereiste papieren beschikken. De toezegging dat een van hen binnenkort het verplichte diploma ‘sociale hygiëne’ zou halen, mocht niet baten. Het is een typisch ‘Bibob-geval’, waarbij de lokale overheid een vergunning weigert, omdat ze een vermoeden heeft van criminele activiteiten achter de voordeur.
Volgens de regionale pers denkt de gemeente dat het tweetal uitbaters als stroman werkt voor de eigenaar van het pand, Toon van Hulst, alias ‘Rooie Toon’, een bekende en omstreden ondernemer in de grensstreek. Hij handelt in antiek en vastgoed, en heeft zijn belangen ondergebracht in een eindeloze reeks vennootschappen. In totaal heeft Rooie Toon zes hotels, waaronder enkele in België en Duitsland. Voorheen was de moedermaatschappij van zijn BV’s gevestigd op het adres van Bel Air.
De naam Van Hulst duikt op in verscheidene strafdossiers. Hij is bekend met bedenkelijke figuren die via ingewikkelde BV-constructies geld wegsluizen. Hij zou gelieerd zijn aan zware jongens uit het Limburgse XTC-circuit en hij zou zelfs van plan zijn geweest een aanslag te plegen op een officier van justitie. De zakenman zit tegenwoordig aan een rolstoel gekluisterd, omdat hij in november 2001 werd neergeschoten. Volgens zijn advocaat is Van Hulst echter van alle blaam gezuiverd, ‘op wat akkefietjes met de belasting na’. Desondanks beschouwt de gemeente Valkenburg zijn cliënt als een louche ondernemer, foetert meester Ludo Hameleers. ‘Omdat ze hem via het strafrecht niet kunnen pakken, proberen ze het nu door zijn huurders te straffen. Valkenburg laat zich daarbij leiden door het beeld van “Rooie Toon” in de media.’
Een dag later hangt de antiek- en vastgoedhandelaar zelf aan de lijn. Hij is furieus op het bestuur van Valkenburg. ‘In de pers werd ik afgeschilderd als een man van slecht gedrag, die iemand wilde vermoorden. Zoiets blijft hangen. Ik had drie pistolen omdat ik mezelf wilde beschermen. Er is namelijk ooit op me geschoten. Maar drie wapens vond de rechter wat veel, dus heb ik een straf gekregen. Die heb ik uitgezeten. Nu straft de gemeente me opnieuw en daarmee heb ik eigenlijk levenslang gekregen.’
Ook de advocaat van de hoteluitbaters verwijt de burgemeester dat hij een stok heeft gezocht om de hond mee te slaan. En zijn cliënten zijn daar de dupe van geworden. ‘Waarom kon men niet even wachten met sluiten? De gemeente heeft door haar handelen een economisch doodvonnis uitgesproken over de nering van mijn cliënten.’
Daar wil burgemeester Constant Nuytens van Valkenburg aan de Geul wel op reageren. Volgens hem is Bel Air echt niet alleen gesloten omdat de exploitant geen diploma sociale hygiëne kon tonen. ‘Natuurlijk is het jammer dat een goedlopend hotel dicht moet. Er is dus meer aan de hand. De procedure is nog niet afgerond, er komt mogelijk nog informatie van het landelijk bureau over deze exploitanten.’ Wat hij in zijn gemeente ziet, is dat door de marginale inkomsten voor bepaalde hotels en pensions, sommige ondernemers worden verleid tot het aannemen van fout geld. ‘We discrimineren hier niet, maar het is uit met het gedogen. In Valkenburg proberen veel mensen hun geld te verdienen in de horeca- en hotelsector. We proberen met de Bibob-toets de vinger aan de pols te houden. We willen niet dat etablissementen in onze gemeente worden beheerd door criminelen.’ Toch waakt Nuytens ervoor om de bestuurlijke aanpak een wondermiddel te noemen. Veel eerder is het volgens hem een paardenmiddel dat af en toe voor een wondertje zorgt.
Rigoureus of niet, het medicijn is populair. Er zijn meer voorbeelden van burgemeesters in het diepe zuiden die hun nieuwe bezems met verve hanteren (zie kaders). Dat daarbij collateral damage ontstaat, soit.
Illegale verkoopadressen
Terug naar de coffeeshops in Maastricht. De CDA-burgemeester wil graag benadrukken dat hij niet tegen de verkoop van softdrugs is. Hij is er zelfs van overtuigd dat het uitrookbeleid van veel Nederlandse gemeenten niet werkt. ‘Als je het verbiedt, gaat de verkoop ondergronds. We hebben hier in Maastricht nu al honderd illegale verkoopadressen. Dat zouden er nog veel meer worden.’ Leers pleit voor een gefixeerd aantal shops die dan wel aan zeer strenge eisen moeten voldoen.
Het liefst zou de christen-democraat de teelt van cannabis in de handen van de coffeeshophouder leggen. ‘Die persoon moet dan wel door en door zijn gescreend. En de teelt moet gebeuren in hetzelfde pand, in een strikt gesloten en steng gecontroleerd systeem.’ Dat is nochtans vloeken in de kerk, zijn partijgenoot minister Donner van Justitie wil er niets van weten. Dus voorlopig zit Leers met wat hij ‘het hypocriete achterdeurbeleid’ noemt: de overheid gedoogt de verkoop van kleine hoeveelheden softdrugs, maar de inkoop van wiet en hasj door de eigenaren blijft illegaal. ‘Ik weet echt wel dat er de hele tijd brommertjes rijden tussen handelsvoorraad en coffeeshop. Maar ik verzeker u: ik ben niet van plan een heksenjacht op deze handel te openen.’ Sterker nog, de burgemeester zegt zich in te zetten voor de coffeeshophouders. ‘Die ondernemers zitten vaak met grote bedragen cash en er is geen bank die openlijk zaken met hen wil doen. We hebben al een paar keer meegemaakt dat een coffeeshop werd overvallen. Ik praat nu met banken om een regeling te treffen.’
Wel of geen heksenjacht, de aanpak van de lokale bestuurder roept vragen op bij betrokken buitenstaanders. Parlementariërs en juristen vragen zich af of de burgemeester niet te veel op de stoel van de rechter gaat zitten. Wordt hij inderdaad niet te veel een almachtige sheriff? Eerder spraken kamerleden al hun ongerustheid uit over bestuurlijke aanpak. Waar Bibob in eerste instantie vooral een juridisch instrument was om bestuurlijke integriteit te waarborgen (zorgen dat je als overheid criminelen niet faciliteert), lijkt het nu vooral een methode te zijn om georganiseerde criminaliteit aan te pakken. En dat gaat in sommige gevallen veel gemakkelijker via de wethouder en de burgemeester dan via het Openbaar Ministerie. Het bestuursrecht stelt namelijk veel minder vergaande eisen in de toetsing van het bewijs dan het strafrecht. Daarover heeft de rechtsgeleerde Ybo Buruma al gezegd dat het in sommige gevallen kan leiden tot het uitspreken van de ‘economische doodstraf’.
Dat is nou precies wat er met hem is gebeurd, zegt coffeeshophouder Etienne. ‘Burgemeester Leers heeft het vermoeden dat er met mij veel meer aan de hand is dan hij kan bewijzen. Dus heeft hij een excuus gezocht. Ik ben zijn proefkonijn en dat vind ik laf.’
‘Dubieuze’ discotheek in Heerlen
Het was het levenswerk van Chris van Tilburg, het verzamelen van rijtuigen. Tot zijn dood in 2004 stonden de koetsjes in een prachtig historisch gebouw, La Diligence in Heerlen. Inmiddels is de museumruimte met rondom galerijen verbouwd tot partycentrum annex discotheek en snackbar. Maar de nieuwe exploitanten met wie Van Tilburgs weduwe in zee ging, mogen de deuren van hun onderneming niet openen voor het publiek.
Aanvankelijk hoopten de uitbaters in februari te beginnen, maar daar stak de gemeente een stokje voor. De benodigde horeca- en drankvergunningen laten op zich wachten. Ook Heerlen duldt dubieuze ondernemers niet langer. Via een Bibob-procedure is een onderzoek gaande naar de vier vennoten van La Diligence: Jos en Ilona Heitbrink, Dorien Otermans en Arno Carboni.
Carboni: ‘We hebben normale banen en een bewijs van goed gedrag. Heitbrink werkte bij NedCar, zijn vrouw in de thuiszorg. Zelf heb ik al jarenlang een bouwrenovatie- en koeriersbedrijf. We betalen onze belasting. Kortom, we willen netjes zaken doen.’
Het viertal heeft inmiddels flink geïnvesteerd, maar heeft nog geen euro verdiend aan La Diligence. Carboni denkt dat hij en zijn partners gedupeerd zijn door het verleden van hun voorgangers: ‘De vorige eigenaren hebben indertijd de politie op bezoek gekregen omdat ze zich mogelijk schuldig maakten aan illegale praktijken. Gedoe met een brouwerij.’ Carboni en de zijnen weten nog steeds niet wanneer ze hun nering kunnen openen. ‘We zijn vanaf het begin open naar de gemeente geweest. Maar ze blijven om steeds meer informatie vragen.’
De gemeente Heerlen ontkent de ondernemers te dwarsbomen. Een woordvoerder: ‘Hier is gewoon sprake van een standaardprocedure in het kader van de Wet Bibob. Eerst hebben we een lijst met vragen gestuurd waarop de exploitanten antwoord moesten geven. Dat is een lichte toets. Tot op vandaag hebben we onvoldoende informatie ontvangen. Wat er ontbreekt? Daar kan ik geen antwoord opgeven. Het gaat immers om vertrouwelijke gegevens.’
Het failliet van de kasteelhoeve
Het luxe hotel-restaurant Overste Hof in Landgraaf ligt er verlaten bij. Gasten van deze kasteelhoeve, onder wie de jaarlijks terugkerende crew van Pinkpop, zullen moeten uitwijken naar elders. De droom van de exploitant Eric van den Berg is definitief veranderd in een nachtmerrie. Woensdag 10 mei werd zijn hotel failliet verklaard – het gevolg van de toepassing van de Wet Bibob.
Sinds september 2005 waait de nieuwe Limburgse bestuurswind ook door het pittoreske Landgraaf. Burgemeester Bert Janssen zegt in het geval van de Overste Hof ook alle reden te hebben gehad om de eigenaar onder de loep te nemen. ‘De nieuwe uitbater was begonnen voordat hij zijn vergunningen had aangevraagd. Dan kun je als gemeente niet staan toekijken.’
In eerste instantie gingen beide partijen, gemeente en Van den Berg, op een prettige manier met elkaar in gesprek over de financiële huishouding van de horecaonderneming. ‘Van den Berg verzekerde ons dat hij alles in orde had. Maar telkens ontbrak er iets aan zijn administratie,’ zegt de burgemeester. ‘We werden achterdochtig toen we merkten dat hij zich verschool achter een kerstboom aan bv’s.’ Om de ondernemer te dwingen openheid van zaken te geven, zette het bestuur van Landgraaf druk op de ketel. In samenspraak met politie en justitie trok de burgemeester in december 2005 de drankvergunning van Overste Hof in. Niet alleen Van den Berg werd hierdoor onaangenaam getroffen: de gasten voor het kerstdiner misten hun bourgogne of bordeaux.
De lokale overheid stuitte vervolgens op een lijk in de kast. De vorige eigenaar van Overste Hof, meneer Winthaegen, had in 2005 in goed vertrouwen zijn florerende etablissement overgedaan, maar Van den Berg betaalde maar niet. In dagblad De Limburger maakte Winthaegen zijn opvolger publiekelijk uit voor ‘een onbetrouwbare fantast’ en hij begon een gerechtelijke procedure. De curator die op de zaak werd gezet, ontdekte vervolgens dat Van den Berg een spoor van financieel wanbeheer en faillissementen achter zich had gelaten. ‘Het is iemand die het ene gat met het andere probeert te stoppen door middel van een netwerk aan vennootschappen en telkens nieuwe leningen,’ vertelt curator Pieter Scholtes.
Veel zal er op dit moment niet te halen zijn voor de schuldeisers, zegt de curator. ‘Want zoals het er nu uitziet, vermoed ik niet dat Van den Berg in het buitenland nog een pot goud heeft verstopt, waaruit ik de vorderaars nog iets zou kunnen betalen.’
Het verhaal van Scholtes schiet de uitgeschakelde hoteleigenaar in het verkeerde keelgat. Van den Berg zegt sterke aanwijzingen te hebben dat de curator zijn boekje te buiten is gegaan. ‘Hij is degene geweest die me “slecht” heeft gemaakt bij de gemeente. Ik heb me niet schuldig gemaakt aan witwaspraktijken of criminele activiteiten. Ik heb tegenover de burgemeester open kaart gespeeld over mijn drie faillissementen. Toen ik het hotel overnam, trof ik een administratieve chaos aan. Daardoor was het lastig aan de verplichtingen te voldoen. Maar omdat de curator paniek schopte, werden de eisen steeds stringenter. Ik moest op 23 januari van dit jaar al de jaarrekening over 2005 over leggen, inclusief een accountantsverklaring. Zoiets lukt je natuurlijk nooit. Ik heb in februari daarom zelf de stekker eruit getrokken. Met als gevolg het faillissement.’
Grand café ‘met wietlucht’
Ook Sittard-Geleen heeft het Bibob-instrument ontdekt. Toen Iris de Bree de exploitatie van het Grand Café Picasso over wilde nemen van haar vader, zag de burgemeester zijn kans schoon. Hij weigerde de nieuwe kasteleinse de benodigde vergunningen op grond van een vermoeden van criminele praktijken. Wat was er gebeurd? De woning boven het etablissement kwam twee en een half jaar geleden slecht in het nieuws. Bij een inval trof de politie hier een complete wietplantage aan. Dit leidde tot een rechtszaak tegen de eigenaar van het pand: vader De Bree. Hij kreeg hiervoor een voorwaardelijke straf van vijfhonderd euro. Maar inmiddels beschikt De Bree senior weer over een verklaring van goed gedrag. Hij is zelfs niet langer de eigenaar van het pand waarin het grand café is gevestigd. Dat is nu in handen van een investerings- en vastgoedbedrijf.
Niets lijkt een vergunning nog in de weg te staan. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Advocaat Jean-Paul Hermans: ‘Volgens de burgemeester is er sprake van een schijnconstructie. Vader De Bree trekt volgens de gemeente nog altijd aan de touwtjes. Geleen vindt dat hij door dat drugsverhaal niet van onbesproken gedrag is. Maar als je je verdiept in de Wet Bibob is die boete van vijfhonderd euro niet voldoende om iemands vergunning in te trekken. Bovendien was en is de leiding van het café in handen van de broer van De Bree. Die had de exploitatievergunning op zijn naam. De rechter heeft dan ook bepaald dat de burgemeester onwettig heeft gehandeld. Maar de gemeente legt deze uitspraak gewoon naast zich neer.’
De gemeentewoordvoerder kan ‘helaas’ niet reageren. ‘Er lopen nog te veel procedures.’
