VN MediagidsDe besmette erfenis
Crimineel geld 5: Stel, je geliquideerde zoon heeft tientallen miljoenen verdiend met de handel in drugs. Of aan het kapitaal van je neergeschoten vader kleeft bloed. Geen probleem, nabestaanden kunnen veelal geruisloos genieten van de besmette nalatenschap. Tot grote frustratie van het Openbaar Ministerie, dat aast op criminele erfenissen.
Stel, je geliquideerde zoon heeft tientallen miljoenen verdiend met de handel in drugs. Of aan het kapitaal van je neergeschoten vader kleeft bloed. Geen probleem, nabestaanden kunnen veelal geruisloos genieten van de besmette nalatenschap. Tot grote frustratie van het Openbaar Ministerie, dat aast op criminele erfenissen. Zoals het geld van de begin jaren negentig geliquideerde Michael Vane, de vermeende witwasser van godfather Klaas Bruinsma. Onlangs werden Vanes erfgenamen in het beklaagdenbankje geplaatst. ‘Want misdaad mag niet lonen.’
Woensdagochtend, 3 november 1993. Tussen de kale bomen in het recreatiegebied Spaarnwoude staat een geheel uitgebrande Volkswagen Golf. Een van de parkwachters die tijdens zijn ochtendronde het karkas ontwaart, doet een gruwelijke vondst. In het autowrak vindt hij een mens, althans de verkoolde resten ervan.
Het kost de Haarlemse politie vijf dagen om de identiteit van het slachtoffer te achterhalen. Louter aan de hand van het gebit lukt het om vast te stellen dat het gaat om de negenentwintigjarige Amsterdammer Michael Vane. Tijdens een persconferentie wil de recherche slechts kwijt dat Vane eerst is gedood en pas daarna in brand gestoken.
Acht dagen na de ontdekking van de moord is er een sobere uitvaartdienst op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Op Vanes kist liggen witte en rode rozen. Er klinkt muziek van Elvis Presley en de rouwenden luisteren naar Willeke Alberti’s ‘Samen zijn’. Behalve de familie zijn er ook twee journalisten van De Telegraaf aanwezig bij de plechtigheid. Zij noteren dat alleen Jolanda, de vriendin van Vane, het woord neemt: ‘Lieve Michael. Je ging van me weg en zei: “Tot vanavond.” Maar je kwam nooit terug.’ De spreekster kan haar emoties nauwelijks in bedwang houden als ze voorgoed afscheid neemt: ‘Het maakt niet uit wat de wereld van je zegt, ik zal altijd van je blijven houden.’
In 1993 kon niemand bevroeden dat de erfenis van Michael Vane in 2006 nog voor veel ophef zou zorgen.
Luxueuze villa
De voor Nederlandse begrippen ongekend gruwelijke afrekening had destijds meteen de warme belangstelling van de media. Want Vane, die er bij leven uitzag als een blonde doorsnee-Hollander, was in opvallend goede doen. Hij woonde met zijn vriendin en zijn acht maanden oude zoontje Barry in een luxueuze villa in het Noord-Hollandse Bergen. Ook verbleef Vane regelmatig in Spanje, waar hij officieel stond ingeschreven in het plaatsje Alfaz del Pi, vlak bij Benidorm.
De interesse van de verslaggevers was vooral gewekt door de vele verhalen over het verleden van het slachtoffer. Vane verkeerde in de kringen van de in 1991 vermoorde Nederlandse godfather Klaas Bruinsma. Het verhaal ging dat hij de witwasser voor het drugscircuit was en zelf miljoenen had vergaard met aandelenhandel. Maar waar het geld was, wist niemand, harde feiten bleven achterwege en de geruchten verstomden al snel.
Jaren later werd een deel van het mysterie ontrafeld. Vanes erfenis bleek in 2000 via omwegen op een Zwitserse bankrekening van een trustfonds gestort. Daar zou het geld anno 2006 nog onaangeroerd hebben gestaan, als niet een jonge, ambitieuze advocaat uit Amsterdam zich had ontpopt als bestuurder. Hij zag ongekende mogelijkheden om het Vane-vermogen te laten groeien. Die advocaat was Evert Hingst, briljant in civiele zaken, maar ook een raadsman die te dicht aanschurkte tegen de boeven. Volgens justitie heeft Hingst jarenlang criminelen geholpen bij het wegsluizen van hun illegale geld. Een consigliere dus.
In 2004 kwam Hingst in opspraak. Hij werd officieel door het OM beschuldigd van witwaspraktijken voor criminelen in het zuiden van het land. De politie luisterde daarna zijn telefoon af en ontdekte nog meer onfrisse praktijken. Ditmaal speelde de duistere handel zich af in Amsterdam. Dat gebeurde met kapitaal afkomstig van het Zwitserse trustfonds van de Vane-erven. Maar voordat Hingst zich bij de rechter kon verantwoorden, werd hij op 31 oktober 2005 geliquideerd.
Ondoorzichtige constructie
Uiteindelijk werd in grote lijnen wel duidelijk welke rol de Amsterdamse advocaat had gespeeld in het geschuif met de Vane-miljoenen. Dat bleek toen medeverdachte Andy G. moest terechtstaan. G. was parttime werkzaam op de transportafdeling op Schiphol en eigenaar van een klein koeriersbedrijf. Hoewel zijn inkomen beperkt was, had hij recentelijk enkele panden gekocht in Amsterdam. De financiering bleek geregeld door Evert Hingst. Via een ondoorzichtige constructie had de advocaat een deel van het Vane-kapitaal, 1, 2 miljoen euro, gebruikt voor de aankoop van de huizen en ze op naam gezet van Andy G. Over het hoe en waarom van deze spontane geldlening, waar zelfs geen hypotheek tegenover stond, zweeg Andy tegenover de politie en de rechter.
Het OM vermoedde dat de kleine zelfstandige met het buitengewone uitgavenpatroon zijn bedrijf gebruikte als dekmantel voor cokesmokkel. Dat kon de officier van justitie echter niet bewijzen. In de kelder van G. werden weliswaar een stuk of twintig identieke koffers gevonden, maar geen spoortje drugs.
Toch werd G. begin dit jaar veroordeeld voor witwaspraktijken. De onduidelijke financieringsstructuur en de criminele herkomst van de gebruikte miljoenen waren voldoende bewijs. Volgens de rechtbank ging het bij de vastgoedfinanciering met de Vane-erfenis inderdaad om de besmette nalatenschap van de bende van Klaas Bruinsma.
Hoe had de officier dat hard kunnen maken? Van Leijen voerde twee getuigen op, waarvan eentje postuum. Allereerst had Michaels vader in 1993 in het moordonderzoek naar zijn zoon verklaard: ‘Mijn zoon was de baas van de Bruinsma-bende, dat heb ik zelf van mijn vrouw gehoord.’ Bram Moszkowicz, de raadsman van Andy G., moest hier tijdens de rechtbankzitting hartelijk om lachen. ‘Dat gelooft toch niemand,’ riep hij uit. Maar de rechtbank deed dat wel. Vader Vane was namelijk niet de enige getuige. De tweede verklaring die de officier aanhaalde, was afkomstig van topcrimineel John Mieremet. De toenmalige zakenpartner van Bruinsma had destijds de rol van Vane tegenover de politie bevestigd. ‘Ik ken Mike vanaf 1987. Zoals wellicht bekend is, heb ik in het verleden contacten gehad met Bruinsma en vrienden. In die kringen heb ik Mike Vane leren kennen (...). Uit de contacten die ik de laatste tijd met Mike had, maakte ik op dat hij niet meer in de hasj zat. Mike vertelde mij dat hij zijn geld verdiende in de aandelen. Wat Mike precies deed, heeft hij mij nooit verteld.’
De rechtbank kon Mieremet weliswaar niet meer als getuige horen omdat hij net als advocaat Hingst eind 2005 was geliquideerd, maar men hechtte geloof aan deze oude verklaring en de rechters bestempelden de Vane-miljoenen tot een criminele erfenis. Op het Vane-vermogen en de ‘Hingst-huizen’ ligt sinds de aanhouding van Andy G. beslag. Officier van justitie Van Leijen legde VN kort na de veroordeling van Andy G. uit waarom: ‘Het is maatschappelijk onaanvaardbaar om een erfenis uit criminele bron ineens te benoemen tot legaal geld.’ Ook de erven-Vane moeten daarom worden vervolgd, vindt de magistraat. Hij hoopt dan ook zeer dat het vonnis van de rechtbank in hoger beroep (dat op dit moment loopt) overeind blijft. ‘Misdaad mag niet lonen,’ benadrukt Van Leijen nogmaals. ‘Wie criminele bezittingen heeft, moet fors worden gestraft.’
Hoerenpanden
Tot voor kort kon justitie boeven alleen bij leven hun geld afpakken. Daarvoor moest er wel eerst een veroordeling worden uitgesproken. Het Openbaar Ministerie kon na zo’n vonnis een ontnemingsprocedure beginnen om het met criminaliteit verkregen gewin terug te vorderen. Dat kan met de Vane-uitspraak wel eens heel anders worden. Als het eindoordeel van de hogere rechter gunstig is voor de officier van justitie heeft hij een nieuw wapen bij het aanpakken van crimineel geld.
Wie zou het OM dan zoal op de korrel kunnen nemen? Zo maar een greep.
– Weduwe Ria Eelzak: zij was de partner van de op 1 november 2005 vermoorde topcrimineel John Mieremet. Eelzak en haar kinderen erfden miljoenen uit onroerendgoedinvesteringen. Grote kans dat bij dat kapitaal crimineel geld zit. Ga maar na: het geld was belegd bij vastgoedtycoon Willem Endstra, die in augustus 2002 nota bene door Mieremet zelf in De Telegraaf was aangeduid als ‘de bank van de onderwereld’.
– Dan is er nog de erfenis van gangster Sam Klepper (geliquideerd op 10 oktober 2000). Zijn weduwe Sandra den H. claimt de nalatenschap van de vermoorde Hells Angels-vriend. Dat werd overduidelijk toen ze na Kleppers dood bij Endstra naar binnen stapte om zeven miljoen euro terug te eisen. Op dit moment is Sandra den H. verdachte in de Willem Holleeder-zaak.
– Daarmee dient zich als vanzelf de volgende erfgenaam aan: Sonja Holleeder. De zus van Willem was de levenspartner van Heineken-ontvoerder Cor van Hout (na twee mislukte aanslagen vermoord op 24 januari 2003). Haar Cor liet haar in ieder geval zijn hoerenpanden in Alkmaar na. Is Van Houts nalatenschap crimineel? Wel als het verhaal van zijn onlangs vermoorde maatje Thomas van der Bijl klopt. Voor zijn gewelddadige dood op 20 april van dit jaar sprak Van der Bijl met de politie. Hij vertelde ze dat hij het nooit getraceerde geld van de Heineken-ontvoering had opgegraven ‘in een Frans homofielenbos’. Het geld werd volgens hem onder andere geïnvesteerd op de Amsterdamse Wallen en in de rosse buurt van Alkmaar.
– En last but not least: de erven van onroerendgoedmagnaat Willem Endstra. Hoewel de familie zegt ‘niet één onoorbare transactie’ in de boekhouding te hebben gevonden, is inmiddels wel duidelijk dat Endstra op grote schaal heeft geïnvesteerd voor criminelen. Hij heeft zelf in zijn gesprekken met de recherche toegegeven ettelijke miljoenen te hebben beheerd voor xtc-handelaar Ronald van Essen. Anderen, onder wie Thomas van der Bijl, hebben verklaard dat de Amsterdamse zakenman tientallen miljoenen heeft ‘weggezet’ voor de drugshandelaar.
Morele vraag
De vraag dringt zich nu op of erfgenamen zelf moet uitzoeken waar het geld vandaan komt. En of ze de nalatenschap moeten weigeren als die wellicht besmet is. ‘Nee, in het algemeen lijkt mij dat je dat niet hoeft te doen,’ zegt Renée Albers-Dingemans, woordvoerster van de Koninklijke Notariële Broederschap. ‘Je mag blij zijn als je erft. Je hoeft je niet af te vragen hoe het vermogen is verkregen. Het lijkt me te ver gaan als van een erfgenaam wordt verwacht dat hij zelf naar de politie stapt en hun vraagt om beslag te leggen op een mogelijke criminele nalatenschap. De erfgenaam is immers geen crimineel en bij leven van de erflater heeft de overheid de mogelijkheid om beslag te leggen al gehad. Als een ander – in het geval van crimineel geld dus justitie – meent dat zij aanspraak kan maken op de erfenis, moet zij dat eerst maar eens bewijzen. Maar als je erft van een oom van wie je weet dat hij een bank heeft beroofd en ook nog een moord heeft gepleegd, zou je je wel kunnen afvragen: wil ik dat geld wel? Dat is een morele vraag, die je zelf moet beantwoorden.’
Terug naar de Vane-nalatenschap. Wie de gedachtegang van Renée Albers-Dingemans volgt, moet concluderen dat de rechter hier dus fout zit. Toch meende de meervoudige kamer dat Vanes erfgenamen geen recht hebben op dit geld. Het is de vraag of deze juridische noviteit gehandhaafd blijft: de toetsing van dit vonnis door het hof zal een testcase zijn. Los daarvan kunnen er ook nog vraagtekens worden gezet bij de inhoudelijke toetsing van de zaak. De rechter hecht in eerste instantie blijkbaar veel waarde aan de uitspraken van Vanes vader en die van Klaas Bruinsma’s gelegenheidspartner John Mieremet. Maar is het wel zo duidelijk? Hadden de Vane-erven kunnen weten dat Michael zijn kapitaal niet alleen had verdiend met gedurfde speculaties op de beurs? Wie het spoor van zijn miljoenen terugvolgt, belandt in een mistig circuit waarin nauwelijks directe aanwijzingen zijn te vinden dat het hier om drugsgeld gaat. Een eerdere poging van het OM om de Vane-nalatenschap crimineel te verklaren, mislukte dan ook jammerlijk.
Langs de afgrond
De moordenaars van Vane of hun opdrachtgevers werden nooit aangehouden. Het Haarlemse rechercheteam dat de liquidatie onderzocht, werd eind januari 1994 opgeheven, men tastte in het duister over de daders. Maar in Amsterdam liep een ander onderzoek wel door, met de vermoorde Vane in de hoofdrol: het beursschandaal Nusse Brink.
Michael Vane was bij dit effectenkantoor geïntroduceerd door de fiscaal jurist mr. Louis Biesbrouck, een vriend van zijn familie. Elk jaar vulde Biesbrouck bij Michaels grootouders thuis de belastingformulieren in. Biesbrouck verzorgde ook de loonadministratie voor Nusse Brink.
‘Ik was bevriend met zijn grootouders,’ zegt Biesbrouck nu. ‘Ze hadden een schoonmaakbedrijf en ik deed het fiscale werk. Dat ben ik later ook voor Michael en zijn ouders gaan doen.’
Volgens Biesbrouck had Vane gespaard in de jaren dat hij nog bij zijn moeder in Amsterdam-Noord woonde. Zo’n dertigduizend gulden. Hoe Michael precies zijn geld verdiende, daar had hij nooit naar gevraagd. ‘Dat spaargeld wilde hij beleggen. Maar van calls en opties hadden wij geen van beiden verstand. Zo kwamen we bij Nusse Brink terecht. Na verloop van tijd was dat bedrag aangegroeid tot een paar ton. In de zomer van 1993 ging Nusse Brink failliet. Daarna kwamen de verdenkingen over de herkomst van het geld van Vane,’ vertelt de fiscaal jurist.
Twee dagen voordat het lijk van Michael Vane werd gevonden, hadden twee Telegraaf-journalisten een gesprek over hem gevoerd met de effectenmakelaar Rob Nusse. Het failliete bedrijf had vooral grof op de dalende aandelenmarkt gespeculeerd. Ze gingen baisse. Dat is zoiets als bloemen plukken aan de rand van de afgrond, concludeerde het ochtendblad. Bij lagere koersen sleepten de handelaren extra grote winsten in de wacht voor de beleggers. Maar als de fondsen tegen hun verwachting in plotseling stegen, zoals dat in de zomer 1993 gebeurde, waren de verliezen navenant enorm.
Het faillissement leidde tot een onderzoek door het controlebureau van de Amsterdamse Beurs omdat er een vermoeden was gerezen van frauduleus handelen. In vier jaar tijd zou via honderden beurstransacties zwart geld zijn gewit voor ‘cliënten met een criminele achtergrond’. Uit het eerste curatorenverslag bleek dat met name naamgever Brink voor de ondergang verantwoordelijk zou zijn. De verslaggevers confronteerden zijn compagnon, de vijftiger Nusse, met de geruchten over de witwaspraktijken van de dan nog levende Vane. De commissionair ontkende echter dat hij van diens achtergrond op de hoogte was. Hij vond dat hij slachtoffer was in deze affaire. ‘Hoe kan ik nu weten dat een cliënt wellicht crimineel is?’
Administratieve rompslomp
Niet alleen de toezichthouder, ook justitie richtte het vizier op het effectenkantoor en de commissionairs. Het onderzoek van de toezichthouder had namelijk ook blootgelegd dat Nusse de nota’s van de effectentransacties die zijn kantoor voor Vane deed, zelf naar Biesbroucks administratiekantoor bracht. Dit zou kunnen wijzen op witwaspraktijken, zo luidde indertijd de conclusie van het controlebureau. De voorkeursbehandeling van Vane wekte kennelijk argwaan op, ook al kregen veel andere cliënten eveneens het overzicht van de administratie gewoon thuisgestuurd.
‘Onzin,’ zegt Biesbrouck nu. ‘Michael had geen zin in die administratieve rompslomp. Bovendien was hij in die tijd veel in Spanje, waar hij officieel ook woonde. De post was daar een ramp. Nusse nam die papieren voor me mee als hij toch kwam voor de loonadministratie.’
Michael was een rustige jongen, weet Biesbrouck, die hem nog zag op de avond voordat hij werd vermoord. ‘Hij was een gezondheidsfreak. Hij rookte niet, hield van duiken. Kort voor zijn dood vertelde hij me dat hij op de Kaapverdische Eilanden een duikschool wilde beginnen. Dat grote huis in Bergen waar hij woonde, had hij gehuurd. Zijn vader deed daar in die tijd wat aan de tuin. Michael had ook een vijver laten aanleggen. Daarin hield hij Koi-karpers. Die liet hij me vol trots zien.’
Vane hield in een schriftje zijn administratie bij, vertelt Biesbrouck. ‘Dat heb ik destijds nog naar zijn advocaat gebracht.’
Doodsbang
Na de moord op Vane in 1993 stonden de Telegraaf-journalisten opnieuw op de stoep bij Nusse Brink. Was Nusse tijdens hun eerste ontmoeting timide geweest, nu leek hij zelfs doodsbang. Hij bevestigde dat hij na het bekend worden van het faillissement was bedreigd door een ‘cliënt met een criminele achtergrond’. Die cliënt was Michael Vane. Die was door het lint gegaan omdat hij meende dat hij zijn hele kapitaal kwijt was omdat er zonder zijn toestemming mee zou zijn gehandeld. Een van de directeuren moest van hem onder dwang een schuldbekentenis ondertekenen van 1,7 miljoen gulden. Een ongebruikelijk manier van zakendoen in het witteboordenwereldje van de beurshandelaren.
Toen Nusse aangifte deed van de bedreiging, had hij van de politie te horen gekregen ‘dat Vane een crimineel was’, zo zei hij tegen De Telegraaf. Zijn zakenpartner Brink deed er tegenover de ochtendkrant liever het zwijgen toe: ‘Eén dode is al genoeg.’
Nusse en Brink werden in het voorjaar van 1994 voor korte tijd in de boeien geslagen. Het OM verdacht hen van witwassen en het verduisteren van waardepapieren. Ook zouden ze vierhonderdtwintigduizend warrants (een verhandelbaar recht) op aandelen van het Canadese bedrijf Teranet hebben verzwegen tegenover de curator. Een pikant detail, daar Vane een groot deel van zijn kapitaal vooral te danken zou hebben gehad aan investeringen in dit buitenlandse fonds. Bij de behandeling van de zaak tegen de commissionairs bleef er echter van de zware beschuldigingen over het handelen met crimineel geld weinig over. De rechter vond dat het OM alleen nog verduistering en bedrieglijke bankbreuk aannemelijk had gemaakt. In december 1997 werden Nusse en Brink veroordeeld tot respectievelijk 210 en 240 uur dienstverlening waarbij bovendien de reistijd mocht worden afgetrokken. Rob Nusse nu: 'Die warrants waren gewoon van mij, net zoals een aantal aandelen, die ik als provisie had ontvangen. De nota stond op mijn naam. De curator had er alleen een andere mening over.'
'Die affaire over die vermeende witwaspraktijken heeft een zware wissel op me getrokken,’ vertelt Nusse. ‘Pas dit jaar is dat faillissement afgehandeld. Ik heb er tot op de dag van vandaag last van. Die beschuldigingen van justitie waren onterecht. Maar door al die publiciteit erom heen blijft er toch iets hangen. Ik houd vol dat er niets onoorbaars is geschied, alleen de financiële kennis bij rechters en het OM liet destijds zeer te wensen over. Het Financieele Dagblad schreef dat ik tijdens de zittingen de rechtbank een college beleggen moest geven, omdat ze er niets van snapten. Het geld van Vane stond gewoon op een reguliere rekening courant bij de ABN en werd overgeboekt naar een keurige bancaire instelling, de Kas-Associatie. De afrekening van de effectenhandel en de winsten hebben wij ook weer gestort bij die respectabele Kas Ass. Dat deden wij zo met al onze cliënten. Hij vormde geen uitzondering.’
En die bedreigingen dan? ‘Vane heeft me bedreigd, dat kan ik niet ontkennen.’
Grijze mannetjes
Hoewel er overduidelijk een onbestemd luchtje aan het Vane-geld zat, kon justitie de zaak begin jaren negentig dus niet hard maken. Nu, ruim dertien jaar na dato, probeert het Openbaar Ministerie alsnog zijn gelijk te halen. Dat wakkert de emoties opnieuw aan. De erven Vane maakten een moeilijke tijd door, zeggen intimi van de familie. ‘Michaels moeder is rond zijn sterfdag nog altijd erg uit haar doen.’
Uit later onderzoek is gebleken dat Michael voordat hij in brand is gestoken meerdere keren met een mes in hart en longen is gestoken. ‘Hij is gemarteld,’ weet een van de mensen uit zijn omgeving. ‘De daders wilden kennelijk wat van hem te weten komen. Misschien ging dat over zijn geld.’
Dat Vane contacten had in het milieu wordt niet ontkend. Wel dat hij zich zou hebben beziggehouden met drugshandel. ‘Ik kan me niet herinneren dat ik hem ooit ben tegengekomen als verdachte in een strafdossier uit die tijd,’ vertelt een advocaat die veel hasjzaken heeft gedaan. ‘Die Vane is vermoedelijk een van die grijze mannetjes geweest die je wel vaker aantreft in de buurt van een criminele organisatie. Dat zijn mensen die geen of een nauwelijks noemenswaardig strafblad hebben. De grote jongens zien daar zeer op toe. Zulke keurige mensen uit de bovenwereld hebben ze nodig. Als ze zelf vastzitten, gaat hun gewone business ook door. Hun vrouwen moeten geld krijgen om boodschappen te doen. Daar kunnen ze dan zo iemand voor inschakelen. Zo simpel is het soms.’
Vanes moeder leeft tegenwoordig gescheiden van haar man. ‘Lange tijd is ze blijven geloven dat haar zoon niet dood was,’ vertelt een kennis van de familie. ‘Haar toenmalige advocaat zou tegen haar gezegd hebben: “Ach, vandaag of morgen tikt hij u weer op de schouder.” Ze kwam door dit alles nooit tot een rouwverwerking.’
De betrokken advocaat weigert desgevraagd elk commentaar. ‘Ik ben gehouden aan mijn geheimhoudingsplicht.’
Sneeuwwit fonds
In 1998 besloot moeder Vane ‘omwille van het kind van haar zoon’ alsnog werk van de nalatenschap te maken. Ze wist van zijn aandelenhandel bij Nusse Brink en de Kas-Associatie, maar had geen idee waar hij zijn winsten die op die rekening waren gestort vervolgens in het buitenland had ondergebracht. Ze vertrouwde haar juridische zorgen toe aan mr. Arthur Toenbreker. Deze ervaren Amsterdamse jurist loopt ook al enige jaren mee, maar Toenbreker zegt desgevraagd dat de naam Vane hem aanvankelijk niets zei. ‘Ik ben met moeder Vane naar het politiebureau in Haarlem geweest en daar hebben we de stukken ingezien die gingen over zijn dood. Maar ook daarna had ze er nog steeds grote moeite mee om te geloven dat haar zoon echt was vermoord.’
Natuurlijk sprak de politie ook tegenover hem het vermoeden uit dat Vane de witwasser was geweest voor de Bruinsma-bende, zegt Toenbreker. ‘Maar dat was een niet bewezen verdachtmaking.’
Twee jaar later bleek na een anonieme tip dat een deel van de Vane-erfenis was ondergebracht in een sneeuwwit Zwitsers trustfonds. Moeder Vane vroeg toen aan Toenbreker om fiscaal advies, want ze had geen idee hoe dat allemaal in zijn werk ging. Toenbreker haalde zijn nieuwe jonge kantoorgenoot Evert Hingst erbij, die toen nog niet in opspraak was gekomen als consigliere en witwasser.
Toenbreker nu: ‘Hingst had veel verstand van civiele zaken. Dit fiscale klusje voor moeder Vane leek een kolfje naar zijn hand. Ik vroeg hem dat dus in het volste vertrouwen dat het goed zou komen. Dat hij stiekem geld van die arme vrouw van het Zwitserse trustfonds zou halen, had ik nooit kunnen voorzien. Hingst had zich ontpopt tot een vriend des huizes van moeder Vane. Ging regelmatig even een kopje koffie drinken, omdat hij zich naar eigen zeggen op kantoor verveelde. Die rat! Soms nam hij bij zo’n gelegenheid stukken mee in het Duits of Engels die moeder Vane dan even moest tekenen. En dat deed ze – in blind vertrouwen, zo vertelde ze me later.’
Arthur Toenbreker staat Vanes moeder – tot zijn spijt – inmiddels niet langer bij. ‘Dat is gebeurd in overleg met de deken. Om elke schijn van betrokkenheid met de transacties van Hingst te vermijden.’
Moeder Vane heeft nu een nieuwe raadsman die een kort geding overweegt. Want zijn cliënte beschikt nog steeds niet over een dossier of een tenlastelegging. ‘Ze zou toch op zijn minst zelf eens moeten kunnen zien en lezen waarvan ze wordt verdacht.’
Daarmee zorgt de zaak-Vane voor een curieuze noviteit in de opsporing van crimineel geld. Enerzijds zal iedereen zich kunnen vinden in het uitgangspunt van het Openbaar Ministerie dat misdaad niet mag lonen, ook niet jaren na dato. Aan de andere kant is de erflater, Michael Vane, nooit veroordeeld. Weliswaar had hij drieëndertig antecedenten in het politieregister, waaronder overtreding van de opiumwet en diverse vermogensdelicten, maar de vermoorde Amsterdammer is hiervoor zelfs nooit vervolgd. En ook de omgang met gangsters als Klaas Bruinsma maakt hem niet per se tot een crimineel. In ieder geval niet voor de wet.
Of de erfgenamen straks kunnen fluiten naar de nalatenschap van hun zoon en hun vader, hangt af van de uitspraak in hoger beroep. In deze strijd om veel miljoenen is het laatste woord aan de rechter.
Cash geld beleggen
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, toen Michael Vane nog leefde, was er veel meer cash geld in omloop dan nu. En Vane beschikte kennelijk over veel contanten. Hij bracht bijvoorbeeld bijna drie miljoen Canadese dollars in kleine coupures in plunjezakken naar de beursfirma Nusse Brink. De medewerkers waren twee dagen aan het tellen. Niet ongebruikelijk in die dagen: ook bij reguliere banken als ABN Amro liepen destijds keurige mensen, bijvoorbeeld marktkooplieden, met grote tassen contant geld binnen. Pas sinds 1994 moeten banken dit soort ongebruikelijke cash-transacties aan justitie melden.
Sindsdien zijn veel criminelen met hun zwarte contanten uitgeweken naar buitenlandse rekeningen. Daarna proberen ze het kapitaal terug te sluizen naar Nederland. In bijna elk groot misdaadonderzoek zijn sporen van witwassen te vinden. Met crimineel geld worden via sluiproutes en stromannen horecagelegenheden gekocht, aandelen in bv’s genomen, onroerend goed aangeschaft. Of het wordt gewit via de beurs, zoals in de Vane-casus de verdenking luidde.
Commissionair Brink van het hierbij betrokken effectenkantoor zei in 1993 in De Telegraaf: ‘Als alle transacties met crimineel en zwart geld achterwege zouden blijven, dan zou de totale omzet op de Amsterdamse effectenbeurs halveren.’
Een zware beschuldiging, maar nader bewijs leverde hij er niet bij.
De criminologen die midden jaren negentig de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa (naar omstreden opsporingsmethoden) adviseerden, kwamen voor het eerst met Nederlandse voorbeelden van verdachte aandelentransacties uit midden jaren tachtig, toen Vane zijn kapitaal vergaarde. Een nieuw fonds ging toen naar de beurs – een naam noemden ze niet – maar uit de context en berichten in de media is het duidelijk dat het hier om Textlite gaat. Volgens de academici zouden bij dit fonds op de achtergrond mensen betrokken zijn die banden hadden met drugshandelaren. Het benodigde startkapitaal zou geleverd zijn door Klaas Bruinsma. Dit alles werd door justitie echter nooit bewezen. Hetzelfde gold voor de vermoedens rond transacties met aandelen VHS, waarbij een centrale rol was weggelegd voor de omstreden zakenman Robert Doorn, over wie het internationale zakenblad Forbes ooit schreef: ‘His typical fee is ten percent of the money he cleaned up.’
De commissie-Van Traa keek ook naar het financiële schandaal met de commissionairs Nusse Brink waarin een centrale rol was weggelegd voor Michael Vane. Ook in hun rapportage is er sprake van dat hij bij dit effectenkantoor optrad als witwasser voor drugsgelden. Maar ook de wetenschappers droegen destijds geen harde feiten voor deze verdenking aan.
In 2003 verscheen een onderzoek van de nationale recherche van de KLPD: Buit en besteding. Met medewerking van de criminoloog Petrus van Duyne was gekeken naar tweeënvijftig miljoenenzaken. In zestien ervan werd gesproken over het bezit dan wel de aanschaf van aandelen, effecten, opties of obligaties.
Over witwassen via de beurshandel bestaan dus al jarenlang verdenkingen. Exacte cijfers over de omvang van witwassen via de beurs zijn echter nog steeds niet voorhanden. Zelfs niet in het grote internationale onderzoek dat begin dit jaar werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Financiën (jaarlijks wordt 18,5 miljard euro aan illegaal geld, legaal gemaakt). Onderzoekster Birgitte Unger riep dan ook op tot een vervolg op haar research voor speciaal deze witteboordenbranche.
