VN MediagidsDe Friedländer-casus: mot om een meisje

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / holleeder / crime 11.09.2007

Door Harry Lensink / Marian Husken

De afpersingszaak van Friedländer leest als een onderwereldsoap. Friedländer was goed bevriend met de in 2003 vermoorde vastgoedman Bertus Lüske, deed zaken met de in 2004 geliquideerde Endstra, z’n vrouw is een ex-vriendin van Willem Holleeder en z’n zoon Pel deed het met meisjes die gelijktijdig gangsterliefjes waren – de vriendinnen van Jesse R. en John Mieremet.

Dat laatste kwam vader duur te staan, zo meent justitie. Het gevaarlijke amoureuze leven van zoonlief is door de heren criminelen gebruikt om Rolf Friedländer onder druk te zetten. De zware jongens zijn beurtelings aan zijn Amsterdamse voordeur geweest om te waarschuwen, te dreigen, te bemiddelen of van alle drie een beetje. En het waren niet de minsten. Het was de top van de bv Onderwereld die Friedländer van ongevraagd ‘advies’ heeft voorzien. Justitie schrijft: ‘Op grond van opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken, verklaringen en bevindingen bestaat het vermoeden dat de onroerendgoedhandelaar Rolf Friedländer is bedreigd en afgeperst door Willem Holleeder en John Mieremet, met als mededaders Sam Klepper, Jan Femer en Ferry de Kok.’

Hoe ging dat? In september 1998 wordt Friedländer door Holleeder aan huis bezocht. De crimineel waarschuwt de vastgoedhandelaar. Friedländers zoon Pel zou ‘omgang hebben’ met een meisje dat ook een relatie heeft met een Joegoslaaf. ‘Je moet hem wegsturen’, zou Holleeder hebben gezegd volgens Ank, de vrouw van Friedländer, ‘want ze zijn van plan om hem te liquideren.’ Daarbij gedroeg Holleeder zich volgens haar ‘heel correct’. Hoewel de Friedländers schrikken van de mededeling, vermant de heer des huizes zich en doet het verhaal van Holleeder af als ‘gelul’.

Paranoïde
Twee weken later drukt Holleeder opnieuw op de bel. Deze keer is de Heineken-ontvoerder ‘niet te vriendelijk’, stelt Ank vast. Hij vraagt opnieuw naar Rolf Friedländer. Als deze naar buiten komt, verdwijnt Holleeder schielijk en verschijnt volgens de justitiële lezing Klepper, die samen met Mieremet bekend is als het notoire duo Spic en Span. Klepper begint Friedländer ‘op een vreselijke manier’ te bedreigen. Hij moet betalen, anders zijn de gevolgen niet te overzien. ‘Ik heb nog nooit iemand zo paranoïde horen schreeuwen en zo tekeer horen gaan’, zegt Friedländer later over Sam Klepper. ‘Hij zei: "Ik moet twee miljoen, ik heb schade, weet ik veel.” Ik zei: dan stuur je toch een factuur en dan kunnen we het even bekijken. [...] Hij zei: “Ik vermoord je. Ik vermoord je vrouw, ik vermoord je kind, zus en zo."

Friedländers vrouw is er getuige van. ‘Ze hadden ook een pistool op hem gericht’, zegt Ank later tegen de politie. Als haar man weer binnenkomt, ziet ze de angst in z’n ogen. ‘Hij deed het in zijn broek hoor. Heel erg hoor, ik was bijna bang dat hij een hartaanval zou krijgen. Echt heftig. Hij ging met een gezonde kleur de deur uit en kwam groen weer terug.’

Het onderonsje tussen de gangsters en Friedländer speelt zich af op de fietsbrug naast zijn huis en wordt gezien door een buurvrouw. Die verklaart later: ‘Ik zag dat er twee mannen dreigend tegenover Friedländer stonden. [...] Ik zag dat Rolf Friedländer op het bankje zat alsof hij bang was.’ Na het voorval laat de zakenman per ommegaande z’n woning beveiligen.

Weer enige tijd later komen Jan Femer – de in 2000 vermoorde topcrimineel, bijgenaamd de Snor – en diens maat Ferry de Kok langs. De laatste is oud-ijshockeyer en kent de vastgoedhandelaar Friedländer goed. De uit de kluiten gewassen De Kok was twintig jaar lang keeper bij Amstel Tigers, de club waar Friedländer directeur van was.

Femer en De Kok zeggen dat ze wel willen bemiddelen. Het echtpaar Friedländer voelt zich door beide mannen geïntimideerd. Ank: ‘Ze gingen op de bank zitten. Jullie moet dat oplossen. Jullie moeten gaan betalen. Betalen, ik zei: ik denk niet dat ik ga betalen, ik ga de politie bellen, nu. Toen zegt [Femer]: ik denk niet dat jij dat gaat doen. Dan zijn de consequenties voor jullie. Toen zei mijn man: doe nou niet, doe nou niet.’

Tipgeld
Zowel Ank als zoon Pel verklaart later dat er betaald is. Rolf Friedländer zelf bevestigt een deel van het angstige intermezzo in een verklaring die hij jaren later aflegt, op 26 januari 2005. Maar in tegenstelling tot de lezing van zijn vrouw, zegt hij geen gehoor te hebben gegeven aan de eisen van z’n belagers. ‘Kijk je schaamt je in eerste instantie dat je zo’n lul niet een stomp voor zijn kop hebt gegeven. Nummer twee is: je denkt, hij heb een wapen. [...] Natuurlijk ben ik geschrokken, ik zag lijkbleek. [...] Maar waarom zou ik geld geven? [...] Ik ben niet onder de indruk van “Ik ga je vermoorden”. Ik ga daar echt niet van wakker liggen. [...] Ik ben eerst naar een advocaat geweest. Daar heb ik mijn verhaal verteld. Ik heb toen goeie adviezen gekregen. Er is toen gebeld. Er is wat tipgeld betaald. Boek dicht.’

Wat tipgeld. Niets aan de hand. En de rol van Holleeder in dit akkefietje? ‘Die komt in dit stuk niet voor’, verzekert Friedländer. Of toch weer wel? Want vervolgens zegt de Amsterdamse zakenman dat hij door de Heineken-ontvoerder slechts is gewaarschuwd dat zijn zoon met ‘verkeerde mensen’ omging. ‘Dat vond ik wel aardig, dat Holleeder dat zei.’

In de rats
Dit alles speelt zich allemaal af in 1998 en blijft op dat moment verhuld voor de politie. Het balletje gaat pas rollen aan het einde van 1999. Op 7 december wordt er ‘s nachts om drie uur op de Jaguar van Rolf Friedländer geschoten. Ook vliegt er een kogel door de voordeur. De familie staat ‘s nachts stijf van de adrenaline de politie te woord. Het is voor het eerst dat de Friedländers verklaren over hun ‘problemen’ met criminelen en – met enige omhaal en voorzichtigheid – over het eerdere voorval bij de voordeur.

De recherche vermoedt dat er meer achter zit. Ze besluit om te gaan meeluisteren met de telefoongesprekken van de familie. Uit die taps blijkt dat ze in de winter van 1999 aardig in de rats zitten. De vrouw en de ex-vrouw van Friedländer hebben het over ‘die Holleeder die aan de deur is geweest’ en dat het ‘allemaal afgehandeld’ zou zijn. In een ander gesprek: ‘Ank zegt dat er geld betaald moet gaan worden. Ank zegt dat er gewoon gedaan wordt of er niets aan de hand is. Moszkowicz (Max, de vader van Bram, red.) zou dan bemiddelen.’

De rechercheurs pikken ook een tirade op van Rolf Friedländer, die zijn zoon voor rotte vis uitmaakt. ‘Dat stuk drek, die schijtlul, met zijn verstand in zijn klote en zijn pik heeft de absolute aantrekkingskracht om met het absolute foute schorem van de wereld om te gaan.’ Rolf Friedländer wil weg uit Nederland en weg van die ‘achterlijke wietkezen’. Pel is een nagel aan z’n doodskist, met een neus voor verkeerde vrienden. ‘Kijk, als je een ander zijn wijf pakt of doet, kan die ander kwaad worden’, verklaart Rolf Friedländer in 2005 de commotie rond zijn zoon. ‘Maar een paar kogels in mijn auto dat is haast wel een beetje overdreven. En wat ik nog veel erger vond, in mijn deur. Mijn hond kon er wel achter liggen.’ De belaagde zakenman laat per direct een stalen plaat in z’n voordeur zetten. De aannemer die de klus moet klaren wordt nadien nog gehoord door de politie.

Uit later onderzoek blijkt overigens dat de ex van Pel niet met een Joegoslaaf ging, maar met John Mieremet. Het gaat om een studente commerciële economie die Pel Friedländer en John Mieremet leerde kennen in een kroeg in de Amsterdamse Pijp, waar ze achter de bar stond. Het OM haalt in deze ook nog een andere getuige aan. Dennis Prins, indertijd een zakencontact van Endstra en een kennis van Pel Friedländer, heeft met Willem Holleeder gesproken over de ‘problemen’ van Pel. ‘Holleeder zei dat Pel problemen had en dat Holleeder die kon oplossen. [...] Pel had zijn handen gebrand aan een dame.’

Voortuin
Wat maakt de Friedländer-casus zo interessant? Nou, voor justitie is dit het bewijs dat niet alleen Willem Endstra maar ook John Mieremet de waarheid sprak. Op die paar vierkante meter voortuin in Amsterdam-Zuid lijkt het verhaal van de dan in België woonachtige topcrimineel tot leven te komen. In het beruchte interview dat hij gaf aan De Telegraaf in de zomer van 2002, zegt Mieremet dat hij samen met z’n maat Klepper vastgoedmensen is gaan afpersen. ‘Sam Klepper en ik waren de drugshandel een beetje zat. De risico’s waren te groot en met andere activiteiten viel meer geld te verdienen. Er is een plan uitgewerkt om zakenmensen te gaan afpersen.’ Daarbij speelden ook Heineken-ontvoerder Holleeder en vastgoedhandelaar Endstra een rol, vertelt Mieremet. ‘De tactiek kwam erop neer dat via Holleeder contact werd gelegd met vermogende onroerendgoedhandelaren.’

De crimineel schetst in De Telegraaf een klassiek geval van afpersing: protectie. Holleeder vertelde de zakenlieden dat ze gevaar liepen. Hij kon voor een oplossing zorgen, maar dan moest er wel worden betaald. Om te laten zien dat het menens was, werden ondernemers thuis bezocht of werd hun auto beschoten. Volgens Mieremet heeft zijn criminele clubje zo miljoenen binnengehaald.

Voila! De theorie wordt praktijk. Vandaar dat de zaak Friedländer de onverdeelde aandacht van het opsporingsapparaat heeft. En niet alleen Mieremet krijgt postuum gelijk; ook een andere onderwerelddode gaf eerder al blijk van dieper inzicht. Op 30 januari 2000 werd Heineken-ontvoerder Cor van Hout gehoord in de gevangenis, waar hij een straf voor drugshandel uitzat. De politie onderzocht de mislukte moordaanslag op Van Houts kennis Ronald van Essen, die op 26 december 1999 in zijn hoofd werd geschoten. Ze zoeken ook Van Hout op in zijn cel. In dat gesprek ventileert de gedetineerde de volgende theorie: ‘De laatste schietpartijen, liquidaties en aanslagen hebben allemaal te maken met de zaken van Willem Endstra. Ik bedoel daarmee onder andere de schietpartijen met Friedländer, Willem Smit, nu dus Ronald van Essen.’

Circus
Daarmee is het circus weer compleet. Steeds dezelfde namen, dezelfde boeven, dezelfde slachtoffers. Natuurlijk laat Willem Endstra zich op de Achterbank ook niet onbetuigd. Endstra: ‘Over die geldstromen en als hun vastzitten, dan zijn er best mensen wel bereid om wat te zeggen. [...] Want je hebt er nog eentje die ook wat gaat zeggen. Dat is die, dat is die ijs. Eh. Die man van dat ijshockeyteam.’
CIE-chef Jan van Looijen: ‘O, Friedländer.’
Endstra: ‘Ja. Hij was als de dood. Ik moest toen met hem gaan praten van eh, Willem Holleeder. Dat ie het alleen maar had gedaan om hem te helpen en zo en eh, weet je wel?’ Endstra drukt zijn gehoor op de Achterbank nogmaals op het hart dat ze Friedländer moeten opzoeken als ‘hun’ vastzitten. Dan wil ‘die man van dat ijshockeyteam’ praten, voorspelt Endstra.

Dat wil de recherche wel eens meemaken. Dus krijgt Friedländer begin vorig jaar, kort na de arrestatie van Holleeder en de zijnen, een telefoontje. Helaas voor de eagere speurders, het vermeende afpersslachtoffer Rolf Friedländer heeft weinig te melden. Als ze meer willen weten, dan kan dat via z’n advocaat. ‘Hij had gehoord dat zijn naam samen met de naam van Kees Houtman in de krant had gestaan’, noteert een verbalisant. ‘Hij wenste niet met dat soort mensen samen in de krant te staan. Dat waren volgens zijn zeggen criminelen.’

Hopend op meer openheid belt de recherche nog diezelfde dag met Ank, de vrouw van Rolf Friedländer. Zij had eerder immers ook niet geschroomd om haar mond open te doen. In eerste instantie doet Ank een curieuze uitspraak. Ze zegt te weten dat Holleeder een paar dagen daarvoor in het Amsterdamse café Lexington ‘in een dronken bui heeft geroepen dat hij stukken had ingezien en dat als “ze” aan de beurt zijn, hij “ze” wel voor twintig jaar zou kunnen opsluiten’. Opheldering over die opmerking komt er niet: een dag later geeft ook mevrouw Friedländer telefonisch aan slechts via de raadsman van de familie, Oscar Hammerstein, te willen communiceren met de politie.

Opsporingsmethode
Wat moet je als OM? De aanklagers komen met hetzelfde verhaal als bij John Wijsmuller. Slachtoffers en getuigen in de zaak Friedländer zwijgen of spreken niet de waarheid uit angst voor represailles. Maar goed, in dit specifieke geval lijkt justitie toch een stevige zaak te kunnen maken met behulp van telefoontaps en eerdere verklaringen. John Olierook, commissaris van de Nationale Recherche en teamleider van het Holleeder-onderzoek, stak in november 2006 in Vrij Nederland een enthousiast betoog af over deze effectieve opsporingsmethode: ‘Zo’n onroerendgoedboer had een probleem en Holleeder beloofde het op te lossen.

Vervolgens moest die zakenman er zeshonderdduizend euro voor betalen. Voor ons is dat een heel bedrag, maar voor die ondernemers is het peanuts. Die denken: als ik nu wat zeg, schieten ze me uit mijn schoenen, of ik krijg allemaal Joegoslaven aan de deur. Ze houden hun mond. Daar hebben we een nieuwe methode voor bedacht. Voor het eerst hebben we ook de slachtoffers en hun omgeving afgeluisterd. Normaal doe je dat alleen met verdachten. Je ziet dat bij een van de slachtoffers, wiens zoon is beschoten. Hij houdt vol dat er niets aan de hand is. Maar na een verhoor belt hij zijn zoon en zegt: zorg ervoor dat je dat en dat niet zegt. Daarna belt zijn vrouw met dezelfde boodschap. Nou, dan heb je het hele verhaal zonder dat de slachtoffers hoeven te getuigen.’

Er zijn inderdaad volop telefoontaps die de afperscasus lijken te bevestigen. Net als de eerdere verklaringen van Friedländers vrouw Ank. Die zijn vrij cruciaal. Zij doet gedetailleerd verslag van de verschillende incidenten en zegt dat er geld is betaald om verdere ellende te voorkomen. Logisch dat de verdediging er het fijne van wil weten als Ank op 17 januari van dit jaar voor de rechter-commissaris verschijnt om daar haar verhaal toe te lichten.

Ze wordt door de advocaten van de verdachten stevig onder handen genomen. En warempel, op veel punten slikt de echtgenote van Friedländer haar eerdere verklaringen in. Bijvoorbeeld haar uitspraak dat een kennis van haar zou spioneren voor Holleeder. ‘Hier moet ik achteraf om lachen. Ik was in die tijd erg in de war. Toen, op dat moment, dacht ik er zo over. Maar ik was erg overspannen in die tijd.’

Verder ontkent ze eerder gedane beweringen of zegt bepaalde dingen van anderen te hebben gehoord. Ze beweert acht jaar na dato ook niet te weten wat er in het eerste gesprek aan de voordeur tussen haar man en Holleeder precies is gezegd. Pas achteraf hoorde ze van haar man dat het ging om hun zoon. ‘Ik ben hem (Holleeder) dankbaar dat hij dat toen tegen ons zei. Het betrof toch onze zoon.’

Ook op de tweede ‘dreigscène’ brengt de eega van Friedländer een nuancering aan. ‘Holleeder bracht namens Endstra een pakket aan de deur voor de Kerst.’ Weliswaar stond inderdaad Sam Klepper achter de Heineken-ontvoerder, maar over diens bedreiging jegens haar man is ze bij de rechter-commissaris ook een stuk vager. Daarbij weet Ank ook niet meer of haar man heeft betaald. Opmerkingen als: ‘Ik ben helemaal niet bang voor Willem Holleeder, nooit geweest trouwens’, zijn natuurlijk koren op de molen van de verdediging. Net als Ank Friedländers commentaar op de verhoren door de politie – een klacht die overigens meer getuigen ventileren: ‘Ze leggen woorden in je mond. Je mag ook niet terughoren wat je hebt gezegd.’

Dat er zich aan de voordeur van de Friedländers minder frisse taferelen hebben afgespeeld, daarover lijkt geen twijfel te bestaan. Maar hoe hard is de casus? Vermoedelijke hoofdrolspelers als Sam Klepper en Jan Femer zijn dood. Medeverdachte Ferry de Kok doet het verhaal af als onzin. En de rol van Holleeder blijft vaag; hij is bepaald niet met z’n hand in de snoeptrommel betrapt. Was hij de sluwe regisseur van een probaat afpersscenario of een bezorgde kennis die terecht een nietsvermoedende vastgoedhandelaar en zijn vrouw waarschuwt voor de op handen zijnde liquidatie van hun zoon? De rechter mag het zeggen.

Begin dit jaar kreeg de hoofdverdachte bijval uit onverwachte hoek. De toen nog gedetineerde drugs- en wapenhandelaar Mink Kok werd in februari gehoord bij de rechter-commissaris. Hij stelde dat Holleeder tegen zijn wil is gebruikt door Klepper en Mieremet. ‘Het enige dat ik van Sam heb gehoord over Holleeder, is dat Sam aan Holleeder gevraagd had om naar Friedländer toe te gaan, dat Holleeder dat niet wilde en Sam hem toen "een kakdoos" noemde. […] Volgens mij is Holleeder een keer bij Friedländer geweest. Toen Holleeder niet meer wilde, had Sam een andere ingang nodig: via Jan Femer en Ferry de Kok.’