VN MediagidsDag 7 en 8: Woody & de Brommerclub
De Brommerclub werden ze genoemd. Willem Holleeder, René van D., de broertjes Richard en Mark G.. Ze hebben de criminele vastgoedhandelaar Kees ‘Woody’ Houtman afgeperst, beweert justitie. Klopt niets van, stellen de verdachten tegenover de rechter. ‘Het was altijd gezellig met Kees.’
Wat heeft ze gezien? Of gehoord? Stond ze bij de voordeur of was ze boven in de badkamer? Wie hebben haar man bedreigd? En had Willem Holleeder er nu wel of niet mee te maken? De verklaringen van Maria Houtman, de weduwe van Kees Houtman, zijn allesbehalve eensluidend (Zie ook: ‘De keuze van weduwe Houtman’). Ze was thuis toen in de zomer van 2004 twee mannen met helmen op aan de deur kwamen van Houtmans woning. Daar zou de vastgoedhandelaar te kennen zijn gegeven dat hij snel over de brug moest komen met 1 miljoen euro.
De divergerende waarnemingen van de weduwe. Daar ging het ondermeer over op de zevende en de achtste dag van het Holleeder-proces. Naast de Heineken-ontvoerder moesten ook zijn vermeende handlangers René van D. en de broertjes Richard en Mark G. zich verantwoorden. De laatste twee beriepen zich tijdens hun sessie – dinsdag 25 september – op hun zwijgrecht.
Rode draad in de ‘Houtman-afpersing’ (Zie ook: Een ‘bonnetje’ voor Kees Houtman) is een onderliggende onderwereldcontroverse. Voor velen in ‘het milieu’ staat vast dat de ontvoerders en ‘bloedgabbers’ Cor van Hout en Willem Holleeder midden jaren negentig van elkaar vervreemden en tegenover elkaar kwamen te staan. De geliquideerde Kees Houtman en zijn ‘zakenpartner’, de eveneens vermoorde kroegbaas Thomas van der Bijl, zouden tot het Van Hout-kamp behoren. De nu terechtstaande verdachten René van D. en de broers G. zouden zijn overgelopen naar het andere kamp: dat van Holleeder.
‘Lieve man’
Daar waar de broers G. zwijgen, praten hun lotgenoten Holleeder en Van D. een dag eerder honderduit. Allereerst wil de rechtbank weten of Holleeder het vermeende slachtoffer kende. ‘Ja, van vroeger. Uit m’n brommertijd. Kees kwam uit de Kinkerbuurt. Daarna zag ik hem in Spanje, begin jaren negentig. Hij huurde een flatje in hetzelfde gebouw. Het was gezellig. Drinken, broodjes eten. Een aardige, lieve man.’ Was dat wederzijds? ‘Ja natuurlijk! Ik ben niet iemand die zich opdringt als mensen zich onprettig voelen in mijn gezelschap.’
Ook René van D. schets een ‘gezellige’ relatie. Hij was jarenlang (‘tot z’n dood’) bevriend met Houtman. ‘We gingen samen op vakantie, met vrouw en kinderen. Zijn vrouw en mijn ex-vrouw zijn vriendinnen. Hij kwam vaak bij m’n ouders, dat waren z’n buren, over de vloer voor een bakkie koffie.’
Dan richt de rechter zich weer tot Holleeder. Hoe verklaart hij dat Houtman in een politieverklaring heeft gezegd dat ‘de Neus twee lijken ruzie kan laten krijgen’? Holleeder: ‘Ik zou het niet weten wie ik ruzie zou moeten laten krijgen. Er is nooit iets gebeurd. Ik kan niets met die uitspraak.’ Maar waarom was hij niet op de begrafenis van Houtman, toch een goede kennis? ‘Ik ga nooit naar begrafenissen.’
Ook René van D. begrijpt niet waar de negatieve verhalen over hem en Houtman vandaan komen. ‘Ik beschouw ons nog steeds als gabbers.’ Op de publieke tribune zitten nabestaanden uit het kamp Houtman/Van der Bijl. Er klinkt gesis. ‘Hoe durf je!’
Op de stoep
Daarna gaat het over de verklaringen die Maria Houtman heeft afgelegd, eerst als anonieme getuige A, later onder haar eigen naam. De portee van haar verhaal is duidelijk. Bij huize Houtman zijn in de zomer van 2004 twee mannen aan de deur geweest die haar echtgenoot Kees hebben bedreigd, waarna hij aan hun afpersingseisen gehoor heeft gegeven en 1 miljoen heeft betaald. Alleen blijft onduidelijk wie er nu precies op de stoep stond. De ene keer is het George van Kleef met René van D., in een andere verklaring Van Kleef en Richard G.
Het leidt voor de rechtbank meteen tot een reactie van René van D.: ‘Als je Houtmans huis kent, weet je dat daar camera’s hangen. Mijn moeder loopt daar vijf keer per dag door de straat. Iedereen kent me daar. En dan zou ik daar voor de deur gaan staan? Ik ben opgevoed met normen en waarden. Denkt u werkelijk dat Kees Houtman nog bij mijn ouders over de vloer zou komen als dat was gebeurd?’
De rechter blijft toch met een vraag zitten. Hoe komt Maria Houtman bij dat verhaal dat Van D. aan de deur stond? ‘Ik weet het niet, mevrouw de rechter. Ik denk dat Maria is gevoed met allerlei onzin van mensen om haar heen. Ik denk dat ze in een rouwdepressie zit. Ik heb dat zelf ook meegemaakt toen ik jaren geleden een kind kwijt ben geraakt.’ Voor Van D. was het naar eigen zeggen een shock toen hij allerlei verklaringen over zichzelf las in het dossier. ‘Ik herkende mezelf niet. Ik was bang van m’n eigen.’
Bijvoorbeeld dat hij kroegbaas Thomas van der Bijl zou hebben mishandeld. Daar weet Van D. niets van. ‘Het is een wirwar van verklaringen. Ik had totaal geen contact met Thomas van der Bijl. Ik kende hem niet, we hebben elkaar nooit gesproken.’
Vanaf de publieke tribune klinkt hoongelach. Iemand snauwt: ‘Varken!’
Vrachtwagen
Hetzelfde onbegrip toont Holleeder. Ook hem is niet helemaal duidelijk waarom bijvoorbeeld personeel van café de Hallen hem neerzet als de kwelgeest van Houtman. Hij heeft wel een vermoeden: de media. Dat is waar getuigen hun negatieve verhalen uit destilleren. Het is niet voor het eerst dat de hoofdverdachte wijst op de volgens hem buitenproportionele aandacht voor z’n persoon. Het maakt hem onterecht tot een misdadiger van mythische proporties. Vindt Holleeder. ‘Edelachtbare, ik kan een vrachtwagen met kranten laten komen.’
Over de verklaringen van Thomas van der Bijl zegt Holleeder: ‘Thomas heeft dertig jaar lang mensen tegen me opgestookt. Dat is gebeurd nadat Cor van Hout met mijn zusje (Sonja Holleeder, red.) ging en het zusje van Thomas liet stikken.’ Nee, Van der Bijl is absoluut niet te vertrouwen, is Holleeders boodschap. ‘Als ik vals geld had zou ik het niet eens aan hem in bewaring geven.’
De Heineken-ontvoerder meent dat de kroegbaas sinds de ‘zusjesaffaire’ kwaad over hem heeft gesproken. ‘Maar als ik hem daar dan op aansprak was het van: “niks aan de hand, gab”.’ Als hij al eens een keertje met Van der Bijl een ‘goed gesprek’ heeft gehad, is dat geweest naar aanleiding van diens vuilspuiterij. Holleeder: ‘Hij vertelde op een gegeven moment dat mijn zusje, toen ze nog met Cor was, vreemdging. Ik heb hem toen achter in z’n café, met een biertje erbij, gevraagd om daar mee op te houden. Maar ik heb Thomas van der Bijl nog nooit een klap gegeven.’
De publieke tribune: ‘Hoe durft ie!’
Wraakgevoelens
Dan ineens klinkt de stem van wijlen Thomas van der Bijl door de rechtzaal. Het OM wil met het geluidsfragment een impressie geven van de getuige ‘die het niet kan navertellen’. De aanwezigen horen de kroegbaas praten met rechercheurs van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Het is een opname die Van der Bijl zelf heeft gemaakt en na z’n dood door z’n broer aan het OM is gegeven.
Veel voegt de tape niet toe aan wat al bekend is van Van der Bijls verhaal. ‘Jullie weten toch door wie Kees is afgeperst’, zegt de caféhouder brommerig. ‘Die ene die zit er achter. Holleeder.’ Hij noemt ook de namen van René van D. en Richard G. ‘Kees heeft 1 miljoen betaald. Ze hebben allemaal een deel gehad. Het was: betalen of we schieten je dood.’ Hetzelfde heeft Holleeder met Willem Endstra gedaan, beweert Van der Bijl. De kroegbaas koestert wraakgevoelens. ‘Geef me een pistool en ik schiet hem dood. Ik denk er vaak aan.’ En passant vraagt de getuige of de CIE niet iets voor hem kan regelen: Van der Bijl wil z’n rijbewijs graag terug. Dat is hij kwijt omdat hij in onverzekerde auto’s reed.
Ballonvaart
Van der Bijl heeft hij naar eigen zeggen nooit een haar gekrengd. Maar een andere ‘mishandeling’ geeft Holleeder deels toe. Ad van Hout, de broer van Cor van Hout kreeg in de zomer van 2005 een ‘trap’ van Holleeder. De laatste was op bezoek bij zijn vriendin Maike Dijkhuis, die net was bevallen van hun zoontje. ‘Toen ik binnenkwam, zag ik dat Ad voor de deur stond. Toen ik wegging, stond ie er nog. Ik sprak hem erop aan. Hij zei dat ie net was aangekomen en stond te wachten op iemand, om een ballonvaart te gaan maken. Toen wist ik dat hij loog en heb ik hem een schop gegeven.’
Volgens Holleeder voerde de broer van zijn oude ‘gabber’ iets in z’n schild. ‘Adje is een kleptomaan. Die steelt zelfs van z’n moeder.’ Dat Ad van Hout gekneusde ribben en blauwe plekken had, wil er bij Holleeder niet in. ‘Als ie zo was toegetakeld, dan was Ad wel naar het ziekenhuis gegaan.’
Een dag later, op vragen van de officier van justitie, legt Holleeder uit waarom hij Ad van Hout niet vertrouwt. ‘Een voorbeeld. Als Cor van Hout dronken was – en dat was ie elke dag – stopte hij bij thuiskomst geld in een spaarvarken van z’n zoontje. Toen we na een half jaar dat varken wilden leegmaken, zaten er maar twee tientjes in. Wie had dat gedaan? Sonja? We hebben een nieuw varken gekocht en camera’s opgehangen. Op die videoband zagen we dat Adje met een mes het geld uit dat varken haalde.’
Moszkowicz
Dan is er nog het bezoek aan Bram Moszkowicz. De feiten: Kees Houtman, Willem Holleeder en Houtmans zakenrelatie Peter Petersen brachten in februari 2005 een bezoek aan de strafpleiter. De lezing van justitie: Houtman en Petersen moesten een verklaring ondertekenen dat ze niet werden afgeperst. De lezing van Holleeder: ‘Ik heb Houtman geïntroduceerd bij mijn advocaat. Kees had een probleem. Kees was de grootste hasjtransporteur van Nederland. Dat wist iedereen. Een vrachtwagen van hem was aangehouden in Frankrijk. Hij zocht daarom een advocaat.’
De publieke tribune: ‘Leugenaar!’
Holleeder persisteert. En is niet over pandjes gesproken waar Houtman ‘met z’n fikkies af moest blijven’. Dan neemt de verdachte het voor z’n voormalige raadsman man op. ‘Moszkowicz wordt door de stront gehaald. Het is allemaal laster wat er over mijn advocaat wordt gezegd. Alles wordt omgedraaid. Hij is zeker niet iemand die zoiets zou doen. Mag ik u een voorbeeld geven hoe de feiten worden verdraaid? Neem die brommer van de vrouw van Moszkowicz . Heel Amsterdam rijdt op die brommers. Die vrouw heeft zestig kilometer op dat ding staan, een brommer die 2800 euro heeft gekost en die heeft hij weer ingeleverd bij de scooterwinkel. Ik heb die brommer niet van Moszkowicz gekocht, ik heb er in die winkel duizend euro voor geboden.’ Holleeder had z’n verzekering lopen via de scooterdealer en sloot ook voor z’n nieuwe aanschaf een verzekering af. Dat het plaatje van mevrouw Moszkowicz erop is blijven zitten en dat het daarom leek alsof hij via z’n advocaat dergelijke zaken regelde, ‘da’s een misverstand’.
Hilarisch gelach op publieke tribune. Er wordt geroepen: ‘YabYum!’
Holleeder tegen de rechter: ‘U, edelachtbare, begrijpt dat wel, u heeft de stukken. Maar op de publieke tribune wordt anders gereageerd. Ik begrijp dat ik het u niet hoef uit te leggen, voor de tribune moet ik dat wel doen. De media schrijven maar.’
Maffiapraktijken
Dan gaat de rechtbank dieper in op de vermeende afpersing. Volgens getuigen hebben Holleeder en de zijnen eerst geprobeerd om Kees Houtman in hun kamp te trekken. Een verzoek om met hen samen te werken, zou door het latere liquidatieslachtoffer zijn afgewezen.
De rechter: ‘Hebt u Houtman gevraagd om samen te werken?’
Holleeder: ‘Nee, dat heb ik niet gedaan.’
De publieke tribune: ‘Nee, je doet in moorden!’
De rechter, zich richtend op René van D., citeert Maria Houtman. De weduwe heeft gezegd: ‘Wij komen uit hetzelfde wereldje, wij wilden eruit, zij wilden maffiapraktijken.’
Van D.: ‘Als ik hetzelfde wilde, had ik dezelfde centen gehad als Houtman, die heb ik niet.’
De publieke tribune: ‘Een huis in Spanje!’
De rechter haalt vervolgens de getuigenis van Thomas van der Bijl opnieuw aan. Die vertelt dat Houtman vroeger met z’n vrienden René van D. en George van Kleef een drugslijn had lopen. Nog stammend uit de tijd dat Houtman leider was van een beruchte overvalbende uit de Amsterdamse Kinkerbuurt, genaamd De Denkers.
Van D.: ‘Ik heb niet in softdrugs gedaan, dat verhaal doet de ronde, maar als het waar was, zat ik hier morgen nog.’
De publieke tribune: ‘Dat zit je ook!’
Van D. houdt voet bij stuk. ‘De Bende van Ellende noem ik het. Het waren antikrakers. Dat verhaal is opgeblazen door de pers. Ik heb niet eens een strafblad, niet voor een overval of diefstal. Het was een uit de hand gelopen brommerclubje. Die jongens kwamen gewoon allemaal in het zelfde clubhuis bij de KB, de Kinkerbuurt-bende, of de MB, de Mercatorplein-bende. Ik hoorde bij de KB.’
Maar hoe zit het dan? Wat was de verhouding met Willem Holleeder en Richard G, wil de rechter nogmaals weten. Waarom reden ze met z’n allen op scooters door de stad? Van D. steekt z’n ‘gezelligheids’-verhaal nog maar eens af. ‘Als je ergens voor een pui iemands brommer ziet staan, wip je gewoon ook binnen. Gezellig. Ik heb niet eens hun telefoonnummers. We zagen elkaar ook wel in een koffiehuis of aten een broodje.’
Vespa-bende
Over de scooters wil de rechter wat meer weten van Holleeder. Hoeveel had hij er eigenlijk? ‘Een voor Amsterdam en een voor Wassenaar, dan hoefde ik niet heen en weer te rijden. En toen kwam die voorbij fietsen van duizend euro (die van de vrouw van Moszkowicz, red).’ En hoe vaak ging Houtman mee op stap, vraagt de rechter. ‘Kees had niet altijd zijn om mee te gaan. Vrijdag ging ik altijd stappen. Als Kees naar de YabYum wilde, ging ik mee. Als ik zin had.’ Dan lachend: ‘Dat had ik altijd.’ Maar Kees Houtman is nooit gedwongen meegegaan, achterop de scooter, bezweert Holleeder. ‘We worden wel als de Vespa-bende gezien. Maar ik was de eerste met zo’n brommer, en toen wilde iedereen zo’n ding.’
Rechtbank: ‘U had drie Vespa’s?’
Holleeder: ‘Ja, je kon ze ook pimpen!’
Gelach op de tribune.
Rechtbank: ‘In 2005 heeft u wel acht brommers.’
Holleeder: ‘Ik heb ook veel in de kreukels gelegen. Ik kocht en verkocht weer. Ik vond het leuk om een nieuwe te hebben. Je hoeft ook niet elke keer het hele bedrag van 2800 euro te betalen. Je levert dat ding in en betaalt iets bij.’
Maar waarom kocht iedereen z’n eigen Vespa en kreeg Kees Houtman er eentje? ‘Kees zei in de YabYum altijd: “Ik betaal.” Dus toen wilde ik hem er een cadeau geven. Ik heb hem die gegeven omdat ik niet op iemands zak wil drinken. Kees maakte er een sport van om altijd alles als eerste te betalen, toen heb ik hem die brommer gegeven.’
Rechtbank: ‘YabYum, dat zullen gepeperde rekeningen zijn geweest.’
Holleeder: ‘De een leeft zo, de ander zo. Ik bemoei me er niet mee. Ik wil ook niet weten of iemand goed in de slappe was zit.’
Kortom, kerels onder elkaar. Aardige kerels. Maar de rechters zijn nog niet klaar met hun ondervraging. Want er zijn getuigen die Holleeder café de Hallen binnen zagen komen met een wapen in zijn broekband.
Holleeder: ‘Ik heb nooit een wapen bij me. Echt, dat doe je ook niet met zo’n treiterteam van de politie (Hij doelt erop dat ie vaak wordt aangehouden door de Amsterdamse politie, red.) Er is nooit een wapen bij me gevonden.’
Rechtbank: ‘Maar waarom zeggen zoveel mensen dat dan in hun verklaring?’
Van D.: ‘U moet toch eens echt naar een feestje in café De Hallen gaan. Het is net Coronation Street. Als de een boe roept, zegt de ander bah.’
Rechtbank: ‘Alle afgelegde verklaringen lijken in grote lijnen dezelfde richting op wijzen. Waarom is dat toch?’
Holleeder: ‘Dan moet ik speculeren. Alles komt uit dezelfde bron en dat is Thomas van der Bijl.’
Sekshuis
Een dag later krijgen beide verdachten – Holleeder en Van D. – de verdenkingen opnieuw voorgelegd, maar nu door de officieren van justitie. Van D. begint met een uiteenzetting van zijn verhouding tot z’n ‘vriend’ Kees Houtman. ‘Er is acht jaar geleden iets voorgevallen. Dat was toen mijn kindje is overleden. Kees nam me op sleeptouw. Hij zei: “Je bent veel te serieus, je moet eens met de mannen mee.” Ik ging met hem naar het sekshuis. Vervolgens zegt hij tegen z’n eigen vrouw: “Die en die zitten in het sekshuis!” Nou, zijn vrouw was met mijn vrouw bevriend en heeft dat doorverteld. Daardoor kreeg ik thuis spanningen. Maar dat hebben Kees en ik uitgepraat. Ik praat normaal met respect over Kees. Hij kan zich niet meer verdedigen. Maar hij had een gespleten persoonlijkheid. Hij was een familieman en tegelijkertijd een sekshuisganger.’
Ook Holleeder schetst een viriele Houtman met een voorkeur voor de betaalde liefde. ‘In Spanje zat hij elke avond in het sekshuis. Ik ook. Ik heb dat nooit tegen m’n vriendin gezegd, maar nu komt het wel uit.’ Dat hij en Houtman aan de Costa del Sol in hetzelfde appartementencomplex zaten, is toeval, stelt Holleeder. Dat was zeker niet gepland, hoewel de groep Houtman – met Van D. en G. – gezamenlijk hun vakanties doorbracht. ‘Ik hoorde daar niet bij. Ik ga m’n eigen weg. Dat doe ik nog altijd.’
De officier van justitie begrijpt het niet. Hoe kan het dat Houtman door z’n omgeving als familieman wordt neergezet en dat hij tegelijkertijd het bordeel bezoekt? ‘Dat is niet uw belevingswereld, meneer de officier. Je zegt natuurlijk niet tegen je vrouw: ik ga naar de hoeren. Maar dan kan je tegelijkertijd nog wel een goede vader zijn.’
Zusje
Tussen Willem Holleeder en René van D. lijkt een hechte vriendschap te bestaan. Hoe is dat zo gekomen, vraagt het OM. ‘Na de liquidatie van Cor van Hout’, zegt Van D. ‘Ik heb toen veel op de kinderen van Cor en Sonja gepast, het zusje van Willem. Een half jaar daarna zei Willem tegen me: “Je bent goed voor m’n zusje geweest.” Daarna ontstond een vriendschappelijke relatie.’
Holleeder: ‘En er is ook weinig veranderd. Ja, behalve dan dat Kees van de kar is gevallen.’
Van D. sloot vriendschap met de Neus. Dat werd volgens het OM gezien als verraad door het kamp van Cor van Hout, met wie Holleeder de laatste jaren van diens leven gebrouilleerd zou zijn geweest.
René van D.: ‘Da’s kinderachtig. Hij reed op een brommertje, ik reed op een brommertje. Maar er waren geen kampen.’ Even later voegt hij er aan toe: ‘Ik heb bij elkaar nog nooit zoveel leugens en geouwehoer gelezen als in dit dossier.’
‘Maar meneer Van D., hoe kan het dan dat uw moeder op de begrafenis van Kees Houtman werd weggestuurd? Da’s toch niet niks’, vraagt Koos Plooij. Van D.: ‘Maria heeft gezegd: “Dat is wat Kees wou.” Ik begrijp het niet. Ik weet niet wat haar in d’r hoofd is overkomen, ik denk dat er op haar is ingepraat.’
‘B. B. B’
Vervolgens gaat het over de derde vermeende partner in crime, Richard G., een jeugdvriend van René van D. en tevens verdacht van de afpersing van Houtman. Willem Holleeder kent hem ook goed. ‘Toen ik vastzat voor Heineken kwam hij vaak langs om spullen te brengen. Hij was een vriend van Cor. Over Richard zei Cor altijd: ‘B, B, B.’ Dat staat voor Bed, Bank, Bad. Altijd met een jointje. Dat was het ontbijt voor Richard. Cor noemde hem altijd “Leen”, omdat ie op Leen Jongewaard lijkt.’
Met Richard G. en diens broer Mark is de scooterclub compleet. Ook Plooij is nieuwsgierig naar de bewegingen van Holleeders vermeende gemotoriseerde bende. ‘Al die scooters waren opgevoerd. Waarom?’
Holleeder: ‘Ja, dan rijdt ie harder. ’t Is misschien wat kinderachtig als je 47 bent, maar als je met zo’n groepje gaat drinken en je blijft achter…’
René van D.: ‘Als je dan maar 45 rijdt, dan lachen ze je uit. We hebben er erg veel plezier mee gehad.’
Plooij: ‘Het was een dolle pret met die scooters?’
Van D: ‘Precies.’
Uit het dossier blijkt dat Holleeder volop clientèle leverde voor zijn vaste scooterleverancier in de Van Baerlestraat. ‘Ook jonge Marokkanen?’, wil Plooij weten. Holleeder: ‘Dat zou kunnen, dat weet ik niet meer.’ De officier refereert aan een proces-verbaal van de CIE, waarin staat dat Holleeder vanuit café Marktzicht in Amsterdam-West ‘Marokkaantjes op scooters’ op pad stuurt.
Holleeder: ‘Dat lijkt me sterk. Er komen geen Marokkaantjes in Marktzicht. Daar wordt alleen Hollandse muziek gedraaid.’
Plooij: ‘Misschien geïntegreerde Marokkanen?’
Holleeder: ‘Ik hoor het al, u bent niet voor Wilders.’
De officier wil nog wat vragen over de eigenaar van de scooterwinkel. Die zou zich nogal ongemakkelijk hebben gevoeld bij een ‘dwingend overkomende’ Holleeder.
Holleeder: ‘Als u me kent, weet u dat ik niet dwingend ben. Ik zeg “kut!” als een brommer stuk is. Ik hoef toch niet te zeggen: “hoi, hoi!”. Meneer de officier, u denkt al dat als ik naar de bakker ga, dat ik niet wil betalen.’
Plooij: ‘Hoe goed moet men u dan kennen?’
Holleeder: ‘Ik ben geen allemansvriend. Ik ben wie ik ben.’
Na de verhoren door de rechters en de officieren van justitie zijn Richard G. en René van D. weer in voorlopige hechtenis genomen. Die hechtenis was deze zomer opgeheven wegens de hartkwaal van Holleeder en het daarmee gepaard gaande uitstel van het proces. Mark G. kon naar huis; zijn voorlopige hechtenis was in 2006 al opgeheven.
