VN MediagidsDag 6: Het haperend geheugen van John Wijsmuller

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / holleeder / crime 23.09.2007

Door Harry Lensink / Marian Husken

Hij is afgeperst door Holleeder en diens Turkse handlangers, zegt justitie. Niets van waar, beweert zakenman en vermeend slachtoffer John Wijsmuller. Donderdag 20 september mocht hij het de rechters uitleggen. ‘Meneer, dat is bijna tien jaar geleden!’

Eindelijk een gezicht. Al jaren speelt John Wijsmuller een rol in het Endstra-Holleeder-drama, maar de vastgoedman wist fysiek succesvol onbekend te blijven. Niemand wist van zijn uiterlijk. Tot donderdag. Daar, in de Amsterdamse Bunker, zat een grijze man in het getuigenbankje. Bebrild, netjes in het pak, een dure advocaat (Joost Italianer) naast zich. Zeven uur luisterden de rechters, officieren, advocaten en het publiek naar de uiterst keurige, ietwat bekakte dictie van de Aerdenhoutse zakenman.

Wijsmuller is volgens justitie slachtoffer van de Holleeders criminele organisatie. De ondernemer zou vijf miljoen euro hebben moeten betalen onder (dreiging van) geweld. Via buitenlandconstructies - een villa in Frankrijk en een vastgoedproject in Spanje - zouden de bedragen zijn witgewassen voor de afpersers.

Veel zin om er over te praten had ie er niet in. Met nauwelijks verholen dédain beantwoorde Wijsmuller vragen van rechters en officieren van justitie. De antwoorden bestonden voornamelijk uit: ‘Dat herinner ik me niet’ of: ‘ik weet het niet meer’.

In de tang
De dag begon met een luistersessie. Zowel de verdediging van de Turkse verdachten Senol T. en Ozan T., als het openbaar ministerie wilden graag luisteren naar telefoontaps uit 1998. Het zijn afgeluisterde gesprekken tussen Wijsmuller, Senol T. en hun toenmalige relaties uit een oud onderzoek (York, waarschijnlijk drugs). De bedoeling van het OM was duidelijk. Ze wilde aantonen dat de relatie Senol T. en John Wijsmuller niet gelijkwaardig was. De eerste heeft de laatste in de tang, volgens de officieren van justitie.

De eerste gesprekken die in de rechtszaal klonken, gingen over een woning die Wijsmuller klaarblijkelijk gaat regelen voor ene Servet Yilmaz, een relatie van Senol. Als de laatste de vastgoedhandelaar wil spreken, maar deze verhinderd is, gaat dat als volgt:
Senol: ‘Je komt nogal egoïstisch over. Dat je alleen aan jezelf denkt. M’n vriend wil respect.’
Wijsmuller: ‘Ik hou me aan m’n afspraken.’
Senol: ‘Denk erom, ik ben verantwoordelijk voor jou. Wij zijn vrienden. Ik ben niemands loopjongen. Niet van hem niet van jou.’
Wijsmuller: ‘Okido. Zie je om vier uur.’
De ondernemer, gevraagd naar de portee van de gesprekken, kon zich donderdag niets herinneren. Maar na aandringen van officier van justitie Koos Plooij en rechtbankvoorzitter Rino Verpalen begon er iets te dagen. ‘Ik denk dat het gaat om onroerend goed-transacties.’ Echter, dat hij daarbij door Senol werd gestuurd, dat ontkende Wijsmuller ten stelligste. ‘U maakt de zaken onnodig ingewikkeld. Uit coulance heb ik me sterk gemaakt voor een woning voor Servet. Niets meer, niets minder.’ Als de rechter meent dat Wijsmuller een timide houding aanneemt in de gesprekken, nou, dan heeft de rechter dat verkeerd gehoord. Nee, de opmerkingen over ‘respect’ en ‘egoïsme’ duiden op ‘Turks temperament’. Wijsmuller: ‘Ik ken meneer T. al sinds de jaren tachtig. Voor mij is het niets bijzonders. Ik ben het gewend.’

Hoerenvriend
Een andere dialoog. Opnieuw de stem van Senol, maar nu in gesprek met Hans Nijman, een krachtmens en vechtsporter die door justitie in verband wordt gebracht met Holleeder. Hij zou als diens ‘sterke arm’ optreden.
Hans: ‘Heb je hem gesproken?’
Senol: ‘Ja, ik heb hem een paar klappen verkocht.’
Hans lacht.
Senol: ‘Ik zei: “Ben ik soms een hoerenvriend?”’
Hans wil weten of Senol hard heeft geslagen. ‘Nee, klets, pats. Hij had rode wangen. En een stoot op de borst. Hij begreep het niet. Hij zei: “Ik ben een gevoelig mens.” Ik zei: “En wij dan? Zijn wij niet gevoelig? Zijn wij hoerenkinderen? Jij bent gevoelig, houdt van lekker eten, mooie vrouwen. Maar je schijt in je broek voor al die andere kankerlijers.” Ik ging helemaal uit m’n dak. Ik zei: “Jij gaat jagen, gaat effe een week weg en dan ben je d’r niet. Ik heb verantwoordelijkheid voor je.” Ik heb tegen hem gezegd: “Je bent een bekakt, stinkend mannetje. We zijn jouw jongentjes niet. Uit vriendschap voor jou hebben we problemen opgelost. Nu ze zijn opgelost heb je een grote bek tegen ons.” Zegt ie: “Dat is verkeerd overgekomen, daar heb ik niet over nagedacht”.’
Hans: ‘Hij schrok zichzelf natuurlijk de kanker.’
Daarna gaat het telefoongesprek over tien, vijftien miljoen die de geïntimideerde persoon zo zou kunnen ophoesten. Daarbij moest Senol de neiging onderdrukken om hem niet helemaal ‘kapot te slaan’. Hans waarschuwt: ‘Dan kan je ook de kip met de gouden eieren weggooien.’

Over wie gaat dit? Het OM heeft een sterk vermoeden. Ze weten dat Wijsmuller jaagt als hobby. Ook op de plaats van handeling, het restaurant van het Amsterdamse hotel Meridien Apollo, komt de zakenman geregeld. Wijsmuller snapt de gedachte van de officier wel, maar: ‘Ik heb nooit een klap van Senol T. gehad. Als ik een klap krijg blijft me dat wel bij.’
Plooij: ‘Het gaat over iemand die gaat jagen. U jaagt. Gaat dit over u?’
Wijsmuller: ‘Dat zou kunnen. Maar nogmaals, ik heb nooit een schermutseling met Senol T. gehad.’
Plooij: ‘Ik hoor allerlei dingetjes in dit gesprek die over u lijken te gaan.’
Wijsmuller: ‘Ik blijf bij m’n vorige antwoord.’

Piepeltjes
De daaropvolgende gesprekken maken duidelijk dat het toch niet helemaal lekker loopt tussen Senol en de ‘bange man’. Senol belt opnieuw met Hans Nijman. Het gaat over iemand die door Senol onder druk is gezet.
Hans: ‘Je had gelijk. We zijn geen piepeltjes [...] Het is niet verkeerd dat ie bang is voor wat mensen van de groep.’
Senol: ‘Hij heeft een andere mentaliteit, hij komt uit een andere buurt. Maar hij moet zich aan mijn mentaliteit aanpassen. Hij moet water bij mijn wijn doen, ik niet bij de zijne.’
Later belt Senol met Wijsmuller. Die neemt niet op. De Turk spreekt een boodschap in op de voicemail. Vervolgens belt hij met Henk van Scherpenzeel, een zakenrelatie van hem en Wijsmuller.
Henk: ‘Ze hebben die Grijze meegenomen.’
Senol: ‘Heb je Sjon gesproken vanavond?’
Henk: ‘Al z’n telefoons staan uit.’
Senol: ‘Ik heb ingesproken.’
Henk: ‘Zouden ze hem...?’
Senol: ‘Nee, nee, nee.’

Naar iedere passage vragen Plooij of een van de rechters naar de betekenis van de – vaak cryptische – dialogen. De zakenman is kort in zijn antwoorden: het zegt Wijsmuller allemaal niets. Ook niet als hij zelf aan het woord is. Het is natuurlijk bijna tien jaar geleden, maar toch wil Plooij graag weten waarom de heren zoveel bijnamen gebruiken. Wie zijn de mensen die worden aangeduid de Grijze, de Kale, de Dokter, Boeldie of Boldie? Wijsmuller heeft geen bevredigend antwoord, maar is zelf niet verbaasd. ‘Da’s normaal in het vastgoed. Veel mensen hebben een bijnaam.’

Heftig gesprek
Tenslotte is er nog een heftig gesprek op 18 oktober 1998. Senol belt opnieuw met Hans Nijman.
Senol: ‘Die boerenlul is gaan jagen! Die kankerhond!’
Hans: ‘Als jij je er maar niet te druk over maakt. Dan zijn we alles kwijt.’ Hans suggereert dat de man die is gaan jagen misschien nog bang is van de vorige keer. ‘Ik heb nog wel wat anders om tegen hem te zeggen.’
En dan ineens zijn Koos Plooij en de getuige het over één ding eens. Plooij: ‘Gaat dat over u?’
Wijsmuller: ‘Lijkt me duidelijk.’
Plooij: ‘Wat had Nijman met u te maken?’
Wijsmuller: ‘Helemaal niets, wat mij betreft.’
Plooij: ‘Wat wordt bedoelt met “hij is nog bang van de vorige keer”?’
Wijsmuller: ‘Ik zou het niet weten.’
Plooij: ‘Ik zie een verband met een vorig gesprek over klappen.’
Wijsmuller: ‘Ik heb er geen mening over.’

Tja. Het is allemaal lang geleden. De afgeluisterde gesprekken zijn er slechts enkele uit de honderden die vastgoedman Wijsmuller in die tijd ongetwijfeld heeft gevoerd. Dan hapert het geheugen logischerwijs. Maar aan de andere kant gaat het niet over koetjes en kalfjes. Daarnaast is Wijsmuller bekend met de verdenkingen van justitie. Hij is eerder ondervraagd bij de rechter-commissaris en er is ook volop publiciteit geweest over zijn afperscasus. Maar net als met de audiofragmenten tast de ondernemer ook over de vermeende afperstrajecten in het duister. ’s Middags gaat het in de Bunker over de Franse Villa Skyros die hij gedwongen zou hebben afgestaan aan de Turken, de U-bocht met het Spaanse Gata de Gordos en de betalingen aan de wasserette van Senol T.

Wijsmuller heeft of geen kennis van de zaken, of hij doet het af als onzin. Over de Franse villa: ‘Het zijn allemaal normale, fiscale structuren.’ Hij is wel eens bedreigd, ‘min of meer.’ Maar niet door de Turken. Wel door z’n zakenpartner Henk van Scherpenzeel. Dat is echter allang weer bijgelegd.

En hoe past onderwereldadvocaat Evert Hingst in dit verhaal, wil de rechter weten. Wijsmuller: ‘Omdat Hingst vloeiend Frans sprak en ik niet.’ Moeilijk krijgt de getuige het als de rechters willen weten hoe het toch kan dat hij twee advocaten in de arm neemt, die tegen elkaar corresponderen. Het gaat opnieuw om de Franse villa. Daarbij eist advocaat Hingst in zijn correspondentie toch echt dat Wijsmuller geen eigenaar meer mag zijn van de het Franse vastgoed. Hoe kan dat? Hij was toch de raadsman van de ondernemer? Wijsmuller vindt het wel enigszins vreemd, maar heeft ook direct een verklaring: ‘advocatentaal.’