VN MediagidsDag 5: de Turkse connectie

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / holleeder / crime 20.09.2007

Door Harry Lensink / Marian Husken

Op papier bezit de Amsterdamse student Ozan T. een waardevolle villa in Frankrijk. Volgens justitie heeft vastgoedhandelaar John Wijsmuller de luxewoning onvrijwillig afgestaan, gedwongen door Holleeder en zijn Turkse handlangers. Ozan T. ontkent. ‘Ik wilde alleen maar helpen.’

Ozan T. en Senol T. Ozan T. en Senol T.

Senol T. was er niet. De imposante Turk, vriend van Holleeder en gekend crimineel (doodslag, wapenbezit) heeft er geen zin meer in. Deze zomer was hij vrij man, in afwachting van het proces. Vrij, omdat Holleeder ziek was en de rechter het niet billijk vond dat diens collega-verdachten maandenlang achter tralies moesten wachten. Maar nu de Neus weer in staat is om zijn eigen proces bij te wonen, moet Senol terug het gevang in. En dat wil de Turkse geweldenaar niet.

‘Hij wil zijn visie wel geven, maar z’n vrijheid niet inleveren’, zegt advocaat Ronald van der Horst namens zijn cliënt bij aanvang van de zitting op de vijfde dag van het Holleeder-proces. Senol wil dus wél komen, maar alleen als hij niet weer vast komt te zitten, vat de rechter de gedachtegang van de niet-aanwezige verdachte samen. Officier van justitie Koos Plooy vindt er het zijne van en ziet het als chantage: ‘Senol T. heeft volkomen lak aan de beslissing van de rechtbank.’ Na een korte schorsing blijven de vier rechters bij hun eerdere besluit: Senol T. moet zijn zaak ‘binnen’ afwachten. Het logische gevolg: justitie zal haar best doen om de verdachte opnieuw op te pakken.

Geen familie
Dus staat er op dinsdag 18 september slechts één Turkse verdachte terecht: Ozan T., vriend van Senol T., maar geen familie. Ozan wordt verdacht van afpersing, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Hij zou samen met zijn maat onder leiding van Willem Holleeder grote bedragen (5 miljoen euro) hebben afgeperst van de Aerdenhoutse vastgoedman John Wijsmuller (Zie ook: De nevelige nering van John Wijsmuller).

De casus is ingewikkeld, maar het probleem van Ozan is simpel te vatten. Hoe kan het dat deze Amsterdamse student in de rechten de aandelen van een villa aan de Côte d’Azur bezit, een luxueus onderkomen dat voorheen behoorde tot Wijsmuller? De rechter vindt het verdacht en citeert uit de Achterbank-gesprekken van Willem Endstra met de recherche. ‘Hij is helemaal bont en blauw geslagen’, zegt Endstra over zijn zakenpartner Wijsmuller. Dat is gebeurd door de Turken, in opdracht van Holleeder. Wijsmuller heeft onder andere zijn villa moeten afstaan, weet Endstra.

Ozan tegen de rechter: ‘Ik ken Willem Endstra niet. Wijsmuller ken ik wel. Ik heb een bespreking met hem gehad, ben met hem naar de notaris gegaan en heb de aandelen van de villa op mijn naam laten zetten. Ik had niet gedacht dat ik in de problemen zou komen door hem te helpen. Ik wil graag van die aandelen af. Wijsmuller wil ze niet terug. Ik zit met de gebakken peren.’

Veiligstellen
De casus is vooral zo delicaat omdat het vermeende slachtoffer, Wijsmuller, ontkent te zijn afgeperst. Hij stelt dat de Turken – oude zakenkennissen – hem juist hebben geholpen. Een voormalige relatie van Wijsmuller, Henk van Scherpenzeel, viel hem lastig, bedreigde hem, ja heeft hem zelfs mishandeld, zegt Wijsmuller. Van Scherpenzeel eiste de villa op. Om het Franse bezit veilig te stellen, werd het maar op naam gezet van Ozan T.. Tijdelijk, bezweren de betrokken. Maar ‘tijdelijk’ is nu al vijf jaar.
Ozan: ‘John Wijsmuller heeft me uitgelegd dat hij problemen had. Ik heb me niet afgevraagd wie die Van Scherpenzeel was. De vraag was slechts of ik de aandelen tussentijds op m’n naam kon zetten.’
Officier van justitie Saskia de Vries begrijpt het niet. ‘Maar dan loopt u toch het risico dat die Van Scherpenzeel bij u aan de deur komt met zijn eisen?’
Ozan: ‘Dat weet ik niet. Ik heb niet doorgevraagd. Er is mij gezegd dat er niets met die vennootschap waar die aandelen in zitten zou gebeuren. Ik heb Wijsmuller op zijn woord geloofd.’
De Vries: ‘Iemand die u niet kende.’
Ozan: ‘Inderdaad, iemand die ik niet kende.’
De rechter: ‘Waarom moesten die aandelen op uw naam en niet op die van uw vriend Senol?’
Ozan: ‘Omdat ik geen strafblad had.’
De rechter: ‘Maar u weet als bijna afgestudeerd jurist dat het voor een aandelenoverdracht niet uitmaakt of iemand een strafblad heeft!’
Ozan: ‘Ja, maar dat hadden de heren (Wijsmuller en Senol T.) nou eenmaal zo afgesproken.’
De rechter: ‘Dan had meneer Wijsmuller de aandelen toch net zo goed op naam van zijn secretaresse kunnen zetten? U wist dat Wijsmuller werd bedreigd. Waarom stuurde hij geen sterke man naar die Van Scherpenzeel? Zo van: boem, boem boem! Wil jij meneer Wijsmuller wel eens met rust laten?’
Ozan: ‘Wat moet ik zeggen? Ik weet niet waar u naartoe wilt.’
De rechter: ‘Ik had het logisch gevonden als Senol T. de aandelen zelf op naam had gezet. Hij heeft vastgezeten voor doodslag. Van hem gaat een afschrikwekkende werking uit. Toch? Ik zie u ja knikken.’
Ozan: ‘Nee. Ik probeer uw gedachtengang te volgen. Maar volgens mij begrijpen wij elkaar niet.’

Buitenstaanders
De rechter is ook nieuwsgierig naar de manier waarop de aandelen zijn overgedragen. Ozan heeft niet de juridische eigendom, maar de economische. Dat betekent zoveel als: in feite is de villa van Ozan, maar voor buitenstaanders lijkt het alsof Wijsmuller nog steeds de eigenaar is. En dat is raar, omdat het juist voor de buitenwacht – vooral voor die lastige meneer Van Scherpenzeel – moest lijken alsof Wijsmuller er niets meer mee te maken heeft.
De rechter: ‘De villa is van u. De aandelen zijn van u. Hoe ziet u dat?’
Ozan: ‘De aandelen heb ik slechts in bewaring voor Wijsmuller. Ze zijn van hem. Zo simpel is het.’
De rechter: ‘Dat kunt u wel zo beleven, maar juridisch zijn ze van u.’
Ozan: ‘Ik wil ze niet hebben. Wilt u ze hebben? Wat kon ik doen? Ik kan het toch niet terugdraaien?’
Officier van justitie Koos Plooij: ‘Mijn gevoel zegt me dat u het helemaal niet terug wilde draaien. Nog steeds niet.’
Ozan: ‘Dat is úw gevoel. Dat zegt me niks.’

Nee, hij heeft slechts een ‘vriendendienst’ bewezen aan Senol. Die heeft hem gevraagd de villa op naam te nemen. Op verzoek van Wijsmuller. Justitie gaat er echter vanuit dat Wijsmuller naar de pijpen van de Turken moest dansen. Dat ie gedwongen werd het Franse huis af te staan en dat er vervolgens een ingenieuze constructie is verzonnen om de transactie de schijn van legaliteit en logica te verlenen. Het mediterrane vastgoed is ingebed in een nogal omslachtige vennootschapsstructuur. Maar er kwam een kink in de kabel. De huurders wilden er niet uit. Daarop werd onderwereldadvocaat Evert Hingst ingeschakeld om het probleem op te lossen. Werkte Hingst in opdracht van u of van Wijsmuller, wil de rechter weten.
Ozan: ‘Wijsmuller.’
De rechter: ‘Maar in een van die brieven heeft Hingst het over “my client Ozan T.”. Hoe kan dat dan? En hoe kan het dat Hingst schrijft dat Wijsmuller niet meer gerechtigd is om de aandelen van de villa te beheren? Wat vindt u ervan?’
Ozan: ‘Niet goed. Ik word in positie gedwongen. Ik kan nergens antwoord op geven.’
De rechter: ‘Dat komt door uw goede vriend Senol.’
Ozan: ‘Het was een gunst. Voor mij is het nooit de bedoeling geweest dat een jarenlange zaak zou worden.’
Rechter: ‘Had u niet de behoefte achteraf om uitleg? Over de rol van Hingst bijvoorbeeld?
Ozan: ‘Nee.’
De rechter: ‘Maar Senol T. is een goede vriend van u. Verbaast u het niet dat hij u niets heeft verteld?’
Ozan: ‘Dat is inderdaad niet correct geweest.’
De rechter: ‘Dat is nogal bescheiden uitgedrukt! Dacht u niet: verdorie, die Senol is ook een mooie!’
Ozan: ‘Ja, dat is schrikbarend. Volgens mij kennen Senol en Wijsmuller elkaar al sinds de jaren tachtig. Het is een zakelijke relatie, daar was ik niet in geïnteresseerd.’

Het lijkt alsof Ozan T. zijn rol zo klein mogelijk probeert te maken. De Amsterdamse rechtenstudent is naar eigen zeggen misbruikt. Door z’n ‘goede vriend’ Senol T., door John Wijsmuller of door beide. Of veinst de jurist-in-wording zijn onschuld en heeft hij zijn naam als dekmantel geleend voor de kwalijke praktijken van z’n Turkse gabber en diens partner in crime De Neus? Uit de kritische vragen en de arwanende houding van de rechtbank valt op te maken dat Ozan vooralsnog niet van het ‘villaprobleem’ is verlost.