VN MediagidsDag 2: Holleeder haalt uit naar Endstra’s
Wat was zijn relatie tot het vreeswekkende onderwereldduo Klepper en Mieremet? Dat wilde het OM weten van Willem Holleeder op de tweede dag van zijn proces. ‘Sam Klepper was bang voor Haico Endstra.’
Een opvallend energieke hoofdverdachte zet dinsdagochtend meteen de toon in de rechtzaal van de Amsterdamse Bunker. Willem Holleeder schmiert openlijk met de rechters van de meervoudige kamer, terwijl hij zijn afkeur van het openbaar ministerie niet verhult. Hij wenst zelfs in eerste instantie geen vragen te beantwoorden van officier van justitie Koos Plooij. Slechts als rechtbankvoorzitter Rino Verpalen de vragen aan hem stelt, wil Holleeder reageren. ‘Ja, maar dan wordt het wel een potsierlijke vertoning’, meent Verpalen. ‘Daar hebt u gelijk in. Dat is belachelijk’, beaamt Holleeder. Hij is uiteindelijk bereid om Plooijs vragen te beantwoorden ‘uit respect voor de rechtbank’.
Dan gaat het in de rechtzaal meteen over zijn relatie tot het onderwereldduo Mieremet en Klepper. Holleeder wordt er van verdacht samen met hen de vastgoedman Rolf Friedländer te hebben afgeperst (Zie ook: Holleeders eerste woorden en De Friedländer-casus: mot om een meisje). Vandaag wil het OM graag weten hoe hecht die verhouding met ‘Spic en Span’ was.
Gezworen vijanden
Holleeder vertelt dat hij Mieremet en Klepper sinds midden jaren negentig kent. In eerste instantie stond het duo tegenover de Heineken-ontvoerders. Vooral Cor van Hout en Sam Klepper waren gezworen vijanden. De oorzaak lag volgens Holleeder mede in een schietpartij in de PC Hooftstraat. Daar zouden Klepper en Mieremet op een winkel hebben geschoten, waarop Cor van Hout dat verhaal had doorgespeeld naar de politie. In 1996 werd Van Hout voor zijn woning in de Amsterdamse Deurloostraat beschoten. Hij overleefde de aanslag. Volgens Holleeder hebben Spic en Span later toegegeven dat ze achter die aanslag zaten.
In de tweede helft van de jaren negentig ontstaat er een verwijding tussen Cor van Hout en Willem Holleeder. De laatste wordt steeds meer gezien in het gezelschap van Willem Endstra en samen met het moorddadige tweetal Klepper en Mieremet, zijn voormalige vijanden. Volgens Holleeder treedt hij op verzoek van Endstra in contact met het duo. ‘Willem Endstra heeft me die positie gegeven. Ik was de spreekbuis van Endstra. Dat zal in de periode zijn geweest dat Sam en John geld bij Endstra hebben gestald, ergens tussen 1996 en 1998. Endstra wilde niet dat ze op kantoor kwamen.’
Hij was een ‘goede kennis’ van Mieremet en Klepper, maar geen vriend, zegt Holleeder. ‘Ik at vaak een broodje met Sam en John, ik ging eens naar een feestje. Bijvoorbeeld als John een partijtje gaf voor z’n kinderen. Ja, dan ga je daar naar toe. Ze zagen mij als een stukje Endstra, een stukje zekerheid.’
Volgens Holleeder hebben Klepper en Mieremet 35 miljoen gulden bij Endstra belegd. ‘Tien of elf miljoen kwam van Kleppers rekening in Oostenrijk. Hij had in een procedure van het openbaar ministerie gewonnen en heeft het geld toen daar opgehaald. De rest kwam van Johnny. Ik heb gezien dat ze het aan Endstra gaven.’ Contant, wil de rechter weten. Holleeder, lachend: ‘Ja, dat gebeurde in porties. In zo’n sporttas zat dan een paar miljoen aan duizendjes.’
Koos Plooij wil graag weten waar dat gebeurde. Misschien in de lobby van een hotel, suggereert de officier. ‘Ja, meneer Endstra gaat in vol in de camera’s zitten van de lobby van een hotel’, gnuift Holleeder. ‘Natuurlijk niet! Dat gebeurde bijvoorbeeld in het Amsterdamse Bos. Ik was daar dan bij.’
Gierigaard
Holleeder schetst hoe hij in die periode op verzoek van Mieremet en Klepper kwam opdraven. ‘Ik zag ze twee, drie keer per week. Ze woonden in het weekend in België, maar kwamen elke maandagochtend naar Amsterdam. Ik was gewoon bang voor ze. Iedereen was bang voor ze. Als Sam en John zeiden dat je moest komen, dan kwam je. Dan reed ik met ze door de stad. Ik zat op de achterbank en Johnny wees dan panden aan: dat is van ons, en dat is van ons. Mieremet, die gierigaard, schreef alles op. Ik werd er flauw van. Ik had een hekel aan die maandagen.’
Of het criminele koppel vertrouwen in hem had, wil rechtbankvoorzitter Rino Verpalen weten. Holleeder: ‘Ze hadden vertrouwen in zichzelf. Ze lazen in de Quote dat Endstra 200 miljoen had en dachten: we krijgen het geld wel terug. Goedschiks of kwaadschiks.’
Babbelaar
Problemen ontstonden toen Klepper en Mieremet daadwerkelijk hun inleg opeisten. Officier van justitie Koos Plooij vraagt of er alleen wrijvingen waren met deze twee schuldeisers. Holleeder: ‘De hele onderwereld heeft z’n geld niet gehad. Alleen Mieremet heeft uiteindelijk z’n centen gekregen. En pas toen Endstra met z’n rug tegen de muur stond.’ Ondanks het gebrek aan bereidwilligheid van Endstra om zijn crediteuren ter wille te zijn, zegt Holleeder dat hij de vastgoedman altijd trouw is gebleven. ‘Hij deed wat ‘ie zelf wilde. Wim was een mooie babbelaar, maar hij was ook mijn vriend. De criminelen zagen mij als de bewaker van de bank. Ik heb altijd de belangen van Willem Endstra verdedigd en dat heb ik altijd verantwoordelijk en eerlijk gedaan.’
De hoofdverdachte vermoedt dat de familie Endstra het allemaal voor zichzelf wilde houden. ‘Wim gaf het aan het eekhoorntje. Die stapelde het op, die verborg het. Nu wilt u natuurlijk graag weten wie dat is… Haico Endstra. Die heeft het geld nog steeds.’
Het was Sam Klepper die op een gegeven moment zijn aandeel opeiste, aldus Holleeder. Volgens hem was de crimineel bang dat het anders verkeerd zou aflopen. De investering was inmiddels zo hoog opgelopen, dat de Endstra’s wel eens voor een rigoureuze oplossing zouden kunnen kiezen. Althans, dat is volgens Holleeder de verklaring waarom Klepper bang is. ‘Op Ronald van Essen is ook geschoten. Dat was een echte vriend van Willem Endstra. En we weten allemaal wat er met hem is gebeurd, toen hij z’n geld kwam opeisen.’ Holleeder laat doorschemeren dat Klepper vooral angst had voor Haico Endstra. Ook zegt hij met een omineuze ondertoon over Willem Endstra: ‘Die had veel meer contacten dan u denkt.’
