VN MediagidsDag 1: Holleeders eerste woorden

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / holleeder / crime 11.09.2007

Door Harry Lensink / Marian Husken

Afbeelding bij Dag 1: Holleeders eerste woorden

Voor het eerst was zijn verhaal te horen. Op maandag 10 september verklaarde Willem Holleeder in de Amsterdamse Bunker over de hem ten laste gelegde afpersing van Rolf Friedländer. ‘Ik heb hem juist gewaarschuwd.’

Het is de meest simpele casus. De zoon (Pel Friedländer) van een vastgoedhandelaar (Rolf Friedländer) stalkt het vriendinnetje (Sanne) van een topcrimineel (John Mieremet). De gangster en zijn maatjes (Sam Klepper en Willem Holleeder) gebruiken dit gegeven om vader af te persen. Daarbij treedt Holleeder op als boodschappenjongen. Zo luidt in grove lijnen een van de vier afpersverdenkingen jegens Holleeder (Zie ook: De Friedländer-casus: mot om een meisje).

Maandag mocht Holleeder aan de rechters uitleggen wat hij van de zaak vond. Één ding bevestigde de hoofdverdachte meteen: er was ruzie om een meisje. Maar verder heeft hij he-le-maal niets te maken met de vermeende afpersing van de Amsterdamse vastgoedhandelaar. Nee, de affaire zit heel anders in elkaar. ‘John Mieremet heeft opdracht gegeven aan Sam Klepper om Pel Friedländer te vermoorden. Daar ben ik zo van geschrokken dat ik ‘s avonds naar z’n vader ben gegaan, naar Rolf Friedländer. Rond etenstijd. Ik heb gezegd dat hij z’n zoon weg moest houden bij dat meisje. Dat ging niet om geld, dat ging niet om betalen. Zo was het niet op te lossen.’

Het was helemaal niet de bedoeling dat hij van de moordplannen op de hoogte was, stelt Holleeder. ‘Ik zou een broodje gaan eten met Sam in de PC Hooftstraat. We haalden Mieremet op bij z’n vriendinnetje, bij Sanne. Daar had Pel Friedländer die nacht voor de deur gestaan. Mieremet was helemaal door het dolle. Toen hij in de auto stapte begon hij er gelijk over.’

Achterbank
Mieremet gaf Klepper ter plekke opdracht om Pel Friedländer te vermoorden, zegt Holleeder. ‘Toen hij instapte en meteen begon te praten, had Johnny niet in de gaten dat ik op de achterbank zat. Het was een auto met geblindeerde ramen.’ Toen hij het hele verhaal had gehoord en Mieremet weer verdwenen was, sprak Holleeder naar eigen zeggen Sam Klepper daarop aan. ‘Ik vroeg aan Sam of hij wel goed bij z’n hoofd was. Hij zei: “Als Johnny het wil, gebeurt het zo.” Mieremet was de baas van die twee. Hij was de gezelligste, maar was ook een echte psychopaat.’

Holleeder meende dat hij moest handelen. Hij was Friedländer wel eens tegengekomen op het kantoor van Willem Endstra. Ook had hij vroeger een relatie gehad met Friedländers vrouw Ankie. ‘Ik ben er naar toe gegaan. Ankie deed open. Ik vroeg of ik Rolf kon spreken. Ik vertelde hem dat een zware crimineel het op zijn zoon had voorzien. Dat hij voorzichtig moest zijn. Ik heb niet de naam van Mieremet genoemd. Het speelde zich allemaal buiten af en heeft niet langer dan vijf minuten geduurd. Rolf schrok. Hij was perplex. “Pel heb altijd wat. Wat moet je ermee?” Ik zei: “Je hebt het niet van mijn.” Het was voor mij een risico. Als Mieremet en Klepper er achter zouden komen, dan zou met mij hetzelfde gebeuren als met Pel.’

Pakketje
Er is er nog eentje die op de hoogte is. Holleeder heeft het dan al aan Willem Endstra verteld. ‘Wij waren vier handen op één buik, we waren 24 uur per dag bij elkaar.’ Endstra vond het volgens Holleeder een goed idee om de vader van het beoogde slachtoffer te waarschuwen. ‘Als weer zou gebeuren, zou ik het hetzelfde weer doen. Maar verder heb ik me er buitengehouden. Klepper heeft me nog een keer gevraagd naar het adres van Pel, maar dat wist ik niet. Ik heb het er nooit meer met Mieremet en Klepper over gehad. Ik heb daarna nog wel eens wat afgegeven bij Friedländer. Een pakketje. Ik weet niet meer precies wat. Een fles wijn of zo. Maar ik ben daar nooit aan de deur geweest met Klepper of Mieremet. Ik vond dat het verder aan Friedländer was om zijn zoon te beschermen.’

Ook kent Holleeder de andere twee hoofdrolspelers, Jan Femer en Ferry de Kok, die volgens het OM bij Friedländer hebben aangedrongen om te betalen. ‘Da’s natuurlijk een beetje mijn probleem, dat ik te veel mensen ken. Maar als Jan Femer in de drugs zit, zit ik nog niet in de drugs. Dan kan ik nog wel een broodje met hem eten.’

Hoe was zijn verhouding tot Klepper en Mieremet, met wie Holleeder eind jaren negentig vaak werd gezien? Dat willen de rechters graag weten. ‘Het waren kennissen, geen vrienden. Willem Endstra heeft mij gevraagd tussen hem en Mieremet en Klepper te gaan staan. Hij had geld van ze aangepakt en hij wilde geen direct contact meer met ze. Ik had het met hen eigenlijk alleen maar over dat geld en over Willem Endstra.’

Brochure
Mieremet ging over de centen, stelt Holleeder. ‘Hij en Sam hebben 35 miljoen gulden aan Endstra gegeven. Daar hebben ze ruzie over gekregen. Klepper wilde z’n geld terug. Hij was bang dat hij anders zou worden doodgeschoten, net als anderen die hun vermogen hadden belegd bij Endstra. Ik heb in IJmuiden nog een paar gesprekken meegemaakt met Johnny en Wim Endstra, waarbij Mieremet de investeringen kwam opeisen. Maar dan schonk Wim een wijntje en legde een brochure op tafel en dan had Johnny zo weer 700.000 uitgegeven. Klepper opnieuw kwaad. ‘Johnny, je doet het niet’, zei hij dan.

Dat Endstra en hij in het Telegraaf-artikel van september 2002 door John Mieremet als afpersers en moordenaars te boek worden gesteld, daar heeft Holleeder ook een verklaring voor. ‘Endstra en ik hebben nooit afgeperst. Mieremet was een kat in het nauw. Dat interview is de verklaring voor alle ellende. Ze hebben een gigantische pak geld aan Endstra gegeven. Daar is gigantisch mee verdiend. Vervolgens kreeg Johnny niks van Endstra. Omdat ik Willem Endstra altijd verdedigde heeft hij mij daar ook op aangekeken. Ik heb tegen Wim gezegd: “Als iemand heeft verdiend, dan heeft hij daar recht op.” Maar Wim betaalde niet. Daardoor kwam hij in de ellende. Door die giftige tong van John Mieremet. Maar ik begrijp Mieremet wel.’

Dat hij hoofdverdachte is in deze zaak, snapt Holleeder niet. Hij vermoedt een hetze van justitie. ‘M’n zus kwam nog niet zo lang geleden Ank Friedländer tegen. Die zei dat ze dag en nacht is lastig gevallen door de recherche. En elke keer vroegen ze naar mij. Ik word er een beetje moe van, van die reclamecampagne van het OM tegen mij.’