VN MediagidsVerdeel en heers (niet)

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Afghanistan 22.04.2010

Door Bette Dam

Weer twee onnodige Nederlandse doden in Uruzgan. En nee, weer niet door de taliban.

Het gebied ten noorden van het stadje Tarin Kowt, waar dit weekend Jeroen Houweling en Marc Harders omkwamen, is met haar vruchtbare valleien een van de mooiste streken van Uruzgan. Maar Afghanen komen er nauwelijks meer.

Twee jaar geleden kwam de zoon van de Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm er om. Vorig jaar schoten opstandelingen er raketten af op Kamp Holland, waarbij soldaat Azdin Chadli stierf. En dit weekend was het weer raak.

Een prominente arts in Tarin Kowt slaakt een zucht als ik hem vraag naar het verzet waar de Nederlanders op stuiten in dit gebied. Is het de verdediging van de opiumoogst, zoals Van Uhm stelde? 'Nee,' zegt hij direct, 'dat is niet het grootste probleem.' Is het - een andere verklaring van Van Uhm - omdat het zomer wordt en de wegen nu beter begaanbaar zijn, ook voor degenen die mijnen leggen? 'Die verklaring,' zegt de dokter, 'leidt af van de essentiële vraag: waarom werken deze mensen niet mee? Dat is vanwege het gevecht tussen stammen.'

Sinds de komst van de Sovjets in 1979 staat een groep leiders, van wie vele deel uitmaken van de Popolzai-stam, tegenover een andere groep leiders van onder meer de Tokhi-stam. Die laatste groep woont vooral in Deh Reshan. Toen in 2001 Jan Mohammed, een Popolzai, in Uruzgan aan de macht kwam, ontstonden er spanningen. De partijdige gouverneur werd ondersteund door zwaar bewapende Amerikaanse Special Forces, die daarvan geen idee hadden. 'Dat zijn taliban,' riep de gouverneur tegen de Amerikanen over iedereen die hem niet welgezind was. De Special Forces lieten een spoor van vernieling achter in de prachtige valleien.

Internationale troepen en de media beschrijven het aanhoudende verzet in Deh Reshan als werk van 'de taliban', maar eigenlijk is het afkomstig van een groep gefrustreerde leiders die in het begin van de Karzai-regering welwillend was, maar vijandig werd doordat de Popolzai-kliek ze steeds verder van zich afduwde. Experts kijken al langer kritisch naar de NAVO-patrouilles in het gebied. Wat moeten ze daar, vragen ze, wijzend op de interne aard van de stammenconflicten. De gedesillusioneerde leiders van Deh Reshan willen de Nederlanders niet langer steunen, nu ze zien dat er ondanks beloften niets is veranderd. Ze leggen mijnen om indringers buiten te houden, of het nou Popolzai zijn of Nederlanders.

Een recent verschenen vertrouwelijk rapport over Uruzgan dat in handen is van Vrij Nederland, waarschuwt dat rust en stabiliteit in Deh Reshan ver weg ligt, door falend beleid van de Afghaanse overheid en van de Nederlanders. Het rapport adviseert, niet verrassend, om de macht beter te verdelen tussen de stammen, zodat de leiders in Deh Reshan weer mee mogen delen in de overheidsuitgaven en mee mogen praten in de traditionele vergaderingen. Eerlijke machtsverdeling en een einde aan de aanhoudende militaire operaties: het is wat velen in 2001 ook al zagen als de enige weg naar duurzame vrede.

Alle artikelen van Bette Dam over Afghanistan en meer vindt u in ons Dossier Afghanistan

[reageren]