Landschap met de val van Icarus. Gemaakt in de tweede helft van de zestiende eeuw door de Vlaamse schilder Hans Bol Landschap met de val van Icarus. Gemaakt in de tweede helft van de zestiende eeuw door de Vlaamse schilder Hans Bol

Literaire Kroniek

Na de hybride auto de hybride mens

19 mei 2014
Leestijd:

Wil de alomtegenwoordigheid van de technologie zeggen dat we zelf ook in een technisch snufje zullen veranderen?

Het is lang geleden, maar er was een tijd, in de jaren zeventig en tachtig, dat de ‘structuren’ heel populair waren. In de Franse filosofie sprak men van ‘structuralisme’: het ging niet meer zozeer om mensen, maar om de structuren, die bepaalden de gang van zaken.

Toen het structuralisme enigszins was uitgewoed bleek het zich in de jaren negentig in een andere gedaante te hebben genesteld in de zakenwereld en het bedrijfsleven: in de vorm van organisatiestructuren en management. Het ging weer niet zozeer om mensen, maar om macht en het managen van structuren aan de hand van ‘management tools’. We weten inmiddels waartoe de hausse in de aanschaf van managementboeken heeft geleid: tot de crisissen in het bedrijfsleven, de diverse corruptieschandalen, failliete banken en de dans om de gouden bonussen.

Het structuralisme en de daarmee verwante filosofieën keerden zich af van het ‘humanisme’: het was een gepasseerd station om te denken dat individuele mensen (‘subjecten’) nog invloed zouden kunnen hebben op de grote gang van zaken in de samenleving. Dat was liberale nostalgie, burgerlijke onnozelheid en vrijzinnige illusie. Het ‘rationele autonome subject’ was niet meer. Het was ontstaan toen Kant tijdens de Verlichting opriep voortaan je eigen verstand te gebruiken.

De Franse filosoof Michel Foucault verklaarde dat het subject niet meer autonoom was, maar ‘modern’. Modern wilde zeggen: niet meer op zichzelf, maar gesitueerd, ingepast en onderdeel van een groter structureel geheel. ‘Tegenover het eenzame isolement van het zuivere, redelijke en autonome subject ontwikkelt Foucault een gesitueerd en historisch gevormd subject’, schrijft Peter-Paul Verbeek in Op de vleugels van Icarus, het boek waarin hij beschrijft ‘hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen’.

Peter-Paul Verbeek Peter-Paul Verbeek

Ook al heeft Michel Foucault nooit zo expliciet over technologie geschreven, Verbeek gebruikt zijn visie op het ‘moderne subject’ om zijn eigen positie te bepalen als het gaat om te verhouding van mensen ten opzichte van de techniek. Ook bij Verbeek is het autonome subject verdwenen: zoals de mens bij Foucault niet losgezien kon worden van de structuren, zo kan de mens bij Verbeek niet meer los gezien worden van de technologie. De scheiding die het humanisme maakt tussen de mens en de technologie, subject en object, moet verdwijnen wil de mens niet vreemd tegenover de technologie blijven staan. Ze moeten in elkaar overvloeien. Er is een ‘techniekethiek’ nodig om te bemiddelen tussen de mens en de nieuwe vindingen, van de Google Bril tot biotechnologie, van de lopende band tot de echografie.

Michel Foucault was geobsedeerd door macht. Die zag hij overal. Verbeek committeert zich zo met Foucaults preoccupatie met macht (‘wat subjecten zijn en het beeld dat ze van zichzelf hebben komt tot stand in relaties en in netwerken van macht’), dat hij mensen ondergeschikt maakt aan de technologische structuren. Er zich tegen keren heeft geen zin: ‘Als macht ons tot subjecten maakt die we zijn, dan biedt een subversieve en rebellerende houding daartegen per slot van rekening geen werkelijk alternatief,’ schrijft Verbeek.

Verbeek wil dat we ons overgeven en onderwerpen aan de macht van de techniek

Het is natuurlijk heel vreemd dat ‘machtstructuren’ zouden bepalen wat mensen zijn. De verhouding van mensen tot macht kan ook erg verschillen. Bovendien zijn mensen eerst van zichzelf en daarna ingebed in zelf gekozen relaties en verhoudingen. Verbeek schrijft zelfs: ‘Het zou onzinnig zijn tegen die structuren in het geweer te komen,’ alsof de verwevenheid al zo groot is dat er eerder sprake is van samenvallen, zonder enige persoonlijke ruimte. Het ‘morele subject’, schrijft Verbeek, ‘is geen autonoom subject, maar het product van actieve subjectie’. Subjectie betekent onderwerping: men zou zich dus ‘actief onderwerpen’ aan de technologie.

In heel veel gevallen is techniek geen enkel probleem: veel technologische vindingen kunnen eenvoudig gedomesticeerd worden omdat ze nauwelijks een morele lading hebben. Ze zijn alleen maar praktisch. Maar er zijn genoeg technische vindingen die zo moreel ‘geladen’ zijn dat we onze houding moeten bepalen, zoals ten opzichte van niet zo onschuldige vindingen als kernenergie, de atoombom of genetische manipulatie. Ook kostbare operaties en echografie hebben met morele afwegingen te maken.

Verbeek maakt te weinig onderscheid tussen moreel geladen en moreel niet geladen techniek, terwijl hij als algemene regel heeft dat de grens tussen de mens en de techniek moet vervagen. In veel gevallen moet die grens helemaal niet vervagen en moet de autonome redelijke mens tegenover de techniek blijven staan. Met gepaste afstand, om uitvindingen goed te kunnen beoordelen. De onzalige Google Bril is zo’n vinding. Er is ook heel wat technologische industrie die zonder bemiddeling nonsens genoemd kan worden.

De techniek en technologie moeten volgens Verbeek niet beoordeeld worden, maar de implantatie en acceptatie ervan moet worden ‘begeleid’ en ‘bemiddeld’. We zijn al een en al techniek, en ook altijd al geweest zegt hij (en andere technofielen als Jos de Mul en Bruno Latour). Verbeek wil dat we ons overgeven en onderwerpen aan de macht van de techniek. Soms schrikt hij er zelf van en schrijft hij een enkele keer dat we ‘niet slaafs’ moeten volgen. Hij doet alsof mensen nog vrijheid hebben als het gaat om techniek, maar hij heeft van de hedendaagse en toekomstige mens al een standaard een hybride gemaakt, half mens, half techniek. Het enige is dat de hybride geen last van hybris mag krijgen want stort dan hij als Icarus neer.

Verbeek zegt voorstander te zijn van ‘het juiste midden’ tussen mens en techniek. Dat klinkt sympathiek. Maar het betekent wel dat de mens meer techniek moet worden en de techniek meer mens: een hybride, half mens, half techniek. Toch is het volgens mij veel beter de mens gewoon mens te laten. Als een redelijk en autonoom subject kan hij dan kiezen met wat voor technologie hij zich inlaat. Het is nergens voor nodig om je aan wat voor structuur ook te onderwerpen. 

Op de vleugels van Icarus is verschenen bij Lemniscaat.


Over Carel Peeters

Carel Peeters (1944) werkt sinds 1973 bij Vrij Nederland en stond aan de wieg van de Republiek der Letteren.

Literaire Kroniek

Carel Peeters

Hoe op een beschaafde manier hard te botsen

'De kunst van het vreedzaam vechten' is een kraakhelder geschreven boek en geeft een originele kijk op de fenomenen geweld en beschaving

Literaire Kroniek

Carel Peeters

Empathie is mooi, maar moet er ook een empathie-beweging komen?

Roman Krznaric vindt dat de wereld moet veranderen door empathie. Helaas slaat hij een beetje door

Literaire Kroniek

Carel Peeters

In de schaduw van het linkse denken

Nieuwe linkse denkers houden zich verre van de praktische politiek en macht

Recensie

Rob Schouten

De losers in de letteren

Een lofzang op mannelijke losers, de tijdloze (anti)helden in de literatuur

Literaire Kroniek

Carel Peeters

De onsterfelijkheid van de brief

Twee boeken laten zien hoe de handgeschreven brief in de geschiedenis heeft geglorieerd

Heeft de artistieke autonomie zijn grens bereikt? 'Ja'

Carel Peeters

P.C. Hooftprijs voor bewegelijke essays 'van eigen makelij'

Carel Peeters

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal