Laten we zeggen dat hij niet teleurstelt. Bij binnenkomst in de Keulse hotelkamer waar Bootsy Collins zijn intrek heeft genomen, moet je een paar keer flink knipperen met de ogen om niet verblind te worden door zijn boomlange verschijning. Alles aan hem blinkt en glimt: de hoge hoed met studs, de paarse bandana, de spiegelende zonnebril met stervormige glazen, de gouden voortand, de ster om zijn nek, het gigantische horloge, de acht enorme ringen aan evenzoveel vingers. ‘Maar dit is nog niks,’ zegt hij lachend, als hij de vorsende blikken van zijn bezoek opmerkt. ‘Dit is Bootsy’s dagelijkse kloffie. Wacht maar tot je me ziet bij de televisie-opnamen van vanavond. Then we be ready.’

Bootsy Collins (59): één moddervette noot als muzikale erfenis.
Bootsy Collins (59): één moddervette noot als muzikale erfenis.

Zelfs zittend lijkt zijn lijf van elastiek. William ‘Bootsy’ Collins (59) is energiek, goedlachs en een tikje clownesk – precies zoals je zou verwachten, of hopen, van een man die een hoofdrol speelde in de geschiedenis van de funk, een van de weinige muziekstijlen waarin een dergelijke status is weggelegd voor basgitaristen. Bootsy is een fenomeen, bekend bij iedere funkliefhebber over de hele wereld. Zijn basspel is te horen op onverwoestbare James Brown-klassiekers als ‘Sex Machine’, ‘Super Bad’ en ‘Talkin’ Loud and Sayin’ Nothing’. Daarna werd hij een dragende kracht – en een van de bizar uitgedoste gezichten – van het funkleger van George Clinton, met de uitzinnige groepen Parliament en Funkadelic. Het was de geboorte van de zogeheten P-funk. In 1976 bracht hij zijn eerste elpee onder eigen naam uit, Stretchin’ Out In Bootsy’s Rubber Band, waarop hij zich met zijn uit duizenden herkenbare hysterisch hoge stem bij het publiek introduceerde met een langgerekt ‘Hallelujah!’.

Je kunt zeggen dat Bootsy’s muzikale erfenis bestaat uit het precies goed plaatsen van één moddervette noot op de eerste tel van de maat, ofwel: The One. Maar op papier klinkt dat een stuk minder indrukwekkend dan wanneer je het ondergaat. Bootsy Collins is de hogepriester van De Een. Hij levert de puls die de boel gaande houdt, en die tegelijkertijd de muziek de ruimte geeft om, eehm, funky te zijn. Veel concreter kun je het niet verwoorden, maar latere generaties, van Prince tot Snoop Dogg, deden er hun voordeel mee.

Blackground

Hij is in Duitsland vanwege een nieuwe cd, Tha Funk Capital Of The World. Het is een plaat die bijna uit zijn voegen barst van de gastbijdragen, zowel van artiesten die door Bootsy beïnvloed werden (rappers als Ice Cube, Chuck D en Snoop Dogg), als van oudere figuren die hém inspireerden: George Clinton himself, de activistische dominee Al Sharpton, een postume Jimi Hendrix en acteur Samuel L. Jackson, die zijn eikenhouten stem uitleende. Zij vormen een deel van zijn ‘blackground’, legt hij uit. ‘En de mensen willen nou eenmaal graag weten waar ik mijn funk vandaan heb.’

Die vraag mag je overigens gerust overdrachtelijk nemen. ‘Making do with what you got – voor mij is dat de funk.’ Hij groeide op in Cincinnati, zonder vader, in een gezin dat het niet breed had. ‘We moesten creatief zijn. Zelf spelletjes bedenken bijvoorbeeld, omdat er geen speelgoed was. We hadden niks, maar wel plezier. En ik geloof echt dat dat de vonk was van mijn latere creativiteit. We realiseerden ons niet eens dat we niks hadden, en daarom was het ook geen trieste tijd. Not knowing you didn’t have nothing, and dealing with it: dat was zéker de funk.’

Achttien jaar oud was Bootsy toen hij, samen met zijn gitaarspelende broer Catfish, plotseling midden in het echte muzikantenleven werd gegooid. In Cincinnati speelde hij basgitaar in de lokale band The Pacemakers. ‘Nou ja, het was niet eens een bas. Het was een gitaar waarop ik van die dikke snaren had gezet. Ik had mijn moeder gevraagd om een gitaar, omdat ik op mijn broer wilde lijken. Maar al snel ontdekte ik dat sámenspelen met hem veel leuker was. Aan twee gitaren hadden we niet veel, aan een bas wel. Making do with what you got, huh? Later wilde iedereen weten hoe ik aan dat geluid kwam.’

Eén keer hadden The Pacemakers in een studio gejamd met James Brown. Toen die in 1970 te maken kreeg met een opstandige muzikanten die loonsverhoging eisten, ontsloeg hij hen op staande voet en liet vervolgens The Pacemakers telefonisch weten dat ze meteen op het vliegtuig naar Columbus, Georgia, dienden te stappen. De volgende avond al stonden Bootsy en Catfish op het podium met de Godfather of Soul.

Harde leerschool

Als lid van The JB’s, zoals Brown de groep al snel doopte, kreeg hij een goede, maar ook berucht harde leerschool. Allereerst moest zijn geliefde gitaar eraan geloven. ‘“Can’t have it, man, Gotta be professional.'” imiteert hij de gruizige hijgstem van zijn voormalige baas. Dat begreep ik best. Ik bedoel: je bent wel James Brown, en dan staat er naast je een bassist met een groene gitaar? Voor mij was het een prachtig groen, maar James vond het lelijk. En met lelijk kun je niet het podium op.’

Goed, hij was ‘een beetje gekwetst’, maar dat trok snel bij toen Brown een gloednieuwe Fender Jazz-bas voor hem kocht. ‘Dat was nogal een cadeau. Hij mocht me, ook al was ik een brutaal mannetje. James was als een vader voor me.’ Een strenge vader, als we de verhalen mogen geloven. Bootsy knikt. ‘En dat was heel goed voor me, want thuis had ik geen vader. Hij hielp me mijn weg te vinden. Momma kon ook maar zoveel voor ons doen.’

Als broekie (rechts) in de band van James Brown. Getty Images.
Als broekie (rechts) in de band van James Brown. Getty Images.

Ook in muzikale zin was James Brown veeleisend. Bootsy was vanzelfsprekend een talent, maar hij mocht ook graag een beetje pielen. Brown liet hem voor het eerst kennismaken met het geheim van The One. ‘Ik wist eigenlijk niets van het hele concept van basspelen, deed allemaal van die snelle dingetjes. Dat vond James wel leuk, maar hij zei: “Wacht nou even, jongen. Speel eens wat langzamer, en geef me De Een. Als je maar zorgt dat die er is, dan kun je verder lekker je gang gaan.”’

En daarop geeft Bootsy met zijn stem en zijn hele bovenlijf een muzikale instructie van het bovenstaande, waarbij diverse keelklanken alsmede het woord ‘uhhn’ te hulp worden geroepen. ‘See?’ vraagt hij dan.

Roze luier

Bootsy zou uiteindelijk maar elf maanden met James Brown spelen, waarna hij werd ingelijfd door George Clinton en een compleet andere wereld betrad. Clinton was de verpersoonlijking van een zwarte variant van het hippiedom, met een grote voorliefde voor psychedelica. ‘Na de driltactieken van James kreeg ik te maken met George Clintons… afwezigheid. Van het ene uiterste viel ik in het andere, en voor mij was het het beste van twee werelden.’

Tijdens de Europese tournees met James Brown had Bootsy zich al een nieuwe flowerpower-garderobe aangemeten, maar net als de groene gitaar waren bontjassen, plateauzolen en sterrenbrillen op het podium volstrekt uit den boze. Bij Parliament/Funkadelic kon het juist niet maf genoeg. Of, in hun eigen terminologie: ‘the roof’ moest ‘off the sucker’. Het was een kleurrijke, losgeslagen bende: bandleden droegen, bijvoorbeeld, alleen een roze luier, of waren getooid met een olifantenslurf. Dit alles ‘because of the funky’, natuurlijk. Op het podium landde een compleet ruimteschip (The Mothership), waaruit Clinton in zijn hoedanigheid van Dr. Funkenstein tevoorschijn kwam om zijn boodschap te verspreiden. Bootsy voelde zich er als een vis in het water. ‘Bij James had ik geleerd wat discipline was, nu mocht ik me gedragen als de grootste idioot op aarde.’

Bootsy (linksboven) bij Parliament/Funkadelic: meer dan alleen maar maf.
Bootsy (linksboven) bij Parliament/Funkadelic: meer dan alleen maar maf.

Bij Clinton werd het spelen op The One allesbepalend, de ruggengraat die de chaos bijeenhield. ‘Bij James was het nog subtiel. De Een was er altijd, maar we speelden er een beetje omheen. Bij Parliament...’ Bootsy’s lach wordt breder en breder. ‘We hadden De Een al leren kennen. George Clinton zei: oké, ik snap hem, die Een. We begonnen De Een een beetje te overdrijven. En toen we De Een eenmaal helemaal domineerden, zeiden we tegen elkaar: en nou vermoorden we hem! So we ganged up on The One!’

Militant zwart bewustzijn

Clowns waren het, stripfiguren, die zich ver hielden van expliciete statements als James Browns ‘Say it loud: I’m black and I’m proud’. Maar achter het krankjorume P-funk-universum ging wel degelijk een militant zwart bewustzijn schuil. Waar de soul-artiesten uit de jaren zestig gaandeweg ook een blank publiek aantrokken, was Parliament/Funkadelic in de eerste jaren een vrijwel exclusief zwarte aangelegenheid, zowel op het podium als in de zaal. De muziek en de presentatie waren simpelweg te raar voor blanke ogen en oren, en zo hadden ze het graag. Zoals Bootsy het ooit fraai verwoordde: ‘Those who have ears, hear. And those who don’t get funked up.’

‘We vonden het leuk om de clown uit te hangen,’ zegt hij nu, ‘maar tegelijkertijd was dat ook ons standpunt. We stonden pal voor wat de funk was. En vul daar maar voor in: alles wat ‘echt’ is. Funk is één zijn met het publiek, de liefde bedrijven met het publiek. Er zijn twee partijen nodig, en ze komen allebei klaar. Wij preekten niet, vertelden je niet hoe je je leven moest leiden. We zeiden: kom maar zoals je bent. En dat is best belangrijk. Want weet je: in die tijd zei de kerk dat je zulke kleren niet kon dragen, dat je haar te lang was, dat je een broek aan moest, of dat je je broek juist uit moest doen. Maar bij ons kon alles. De P-funk van George en mij was bevrijdend.’

'Funk is één zijn met het publiek.' Getty Images.
'Funk is één zijn met het publiek.' Getty Images.

‘Funk’ was, kortom, een nogal ver doorgevoerde metafoor voor waarachtigheid en individualisme. Toen hij aan zijn solocarrière begon, borduurde Bootsy daarop voort met zijn eigen ‘Pinocchio Theory’, die als volgt luidt: als je de funk vervalst, zal je neus groeien. De hotelkamer vibreert mee op het ritme van zijn lach. ‘En kijk naar de wereld van nu: de neuzen worden almaar groter en groter. Iedereen loopt tegen de lamp, de priesters, de bankiers – iedereen. I is telling you: the noses is growing! En wanneer zal het eindigen? Wanneer? Daarom is het… de funk... belangrijk.’

Behoorlijk wild

Na een aantal jaar begon het leven in Clintons gevolg zijn tol te eisen. Drugs waren er in overvloed, en Bootsy vereenzelvigde zich compleet met het uitzinnige personage dat hij op het podium vertolkte. ‘Onze levensstijl was – wat zal ik zeggen? – behoorlijk wild. En ik geef eerlijk toe: ik genoot ervan. Maar velen van ons gingen er aan onderdoor. Ik zelf ook. Althans: bijna.’

Zijn alter ego had hem in vele opzichten bevrijd, zegt Bootsy, maar hij was ook wat kwijtgeraakt. Plotseling serieus: ‘Ooit was ik William, een verlegen jongetje dat meisjes niet durfde aan te spreken. Maar op school wilde ik al niet dat leraren me zo noemden. Ik was ook Bootsy, en Bootsy had geen problemen met meisjes. Logisch dus dat hij het overnam. Maar Bootsy gooide William zomaar weg, zonder te beseffen dat hij zonder hem nooit had bestaan. Tot op een zekere dag zijn moeder hem daar aan herinnerde – op een goede manier.’

Het precieze jaartal weet hij niet meer, waarschijnlijk was het 1979. Na afloop van een tournee bracht Bootsy in vol ornaat, met zijn hele band en een stel meiden, een bezoekje aan zijn ouderlijk huis. ‘Toen mijn moeder aan de deur kwam en mij zag, aarzelde ze geen moment en haalde vol uit. Pats: daar ging mijn bril. Ik had het niet zien aankomen, het kwam totaal uit de lucht vallen. Ik was gewoon Bootsy, en dat was wat Bootsy deed.’

Hij kan het moment nog altijd als een film afdraaien, zegt hij. ‘In slowmotion. Mijn gezicht ging de ene kant op, mijn bril de andere. En mijn vrienden, die konden het gewoon niet geloven. Ik was hun kapitein, weet je, de kapitein van het schip. Maar nu zagen ze wie de échte kapitein was.’ Lachend gaat hij verder. ‘Nadat ze de klap had uitgedeeld, zei mijn moeder met een zware stem: “Ga naar binnen en zet het vuilnis buiten.” En ik ging naar binnen en zette het vuilnis buiten, om meteen daarna mijn kamer op te ruimen. Dat was het begin van mijn herstel.’

De dood tartend

Nou ja, in elk geval een deel ervan. Niet veel later had hij een zwaar ongeluk met de motor die op de hoes van zijn solodebuut staat afgebeeld. Hij bezat er zeven, destijds. En hij scheurde er graag mee door de bossen. ‘High als ik weet niet wat, met een meid achterop, de dood tartend.’ Op een dag reed hij door hoog gras. ‘Ik wist niet dat iemand de bomen had gekapt, en ik reed zo tegen een van de stronken. Keihard. Ik vloog omhoog, de motor draaide rond in de lucht, het meisje ging er achteraan. En toen ik eenmaal was geland, kon ik alleen maar denken: hoe is het met mijn motor? Het meisje vroeg me om hulp, maar ik hoorde haar niet eens, ik ging direct naar mijn motor. Zo ver heen was ik.’

In het ziekenhuis vertelde de dokter dat hij nooit meer zou kunnen spelen. Hij wijst op zijn arm, waar de forse littekens van de operaties nog steeds duidelijk te zien zijn. ‘Toen ik dat hoorde, dacht ik: dan heeft het allemaal geen zin meer. Muziek was mijn leven. Zonder dat kan ik er beter gewoon ook niet meer zijn. Er een einde aan maken.’

Dat hij toch genas, is volgens hem een wonder. ‘Iemand had me verteld over een spirituele healer. Ik wilde mijn arm terug, ik wilde spelen, dus stelde ik mijn geloof in een man die een gebed prevelde, mijn arm aanraakte en me vertelde dat ik hem weer zou kunnen gebruiken. Een week later gingen de pinnen eruit. Blijf hem bewegen, had de healer gezegd. En dat deed ik, tegen het advies van de doktoren in. Een paar weken later was ik alweer aan het oefenen.’

Het was op het randje geweest. En dat was de wake-up call die hij nodig had. Tegenwoordig, zegt Bootsy, vindt hij William Collins eigenlijk best een aardige gast. Ze leven nu beiden vreedzaam in Cincinnati. ‘En het vuilnis zetten we samen buiten. Ik weet wie hij is, en hij weet wie ik ben.’ Tegen zijn vrouw, die al die tijd zeer waakzaam de voortgang van het gesprek in de gaten hield: ‘Wow, heb je dat gehoord??!! Damn, ik kan niet geloven dat ik dat zojuist gezegd heb. Maar zo is het precies. Het heeft lang geduurd voordat ik wist hoe ik Bootsy aan en uit kon zetten. Nu weet ik dat er meer voor nodig is dan alleen je bril, je hoed en je leren broek uitdoen als je naar bed gaat.’