O wee de AOW
O wee de AOW
De AOW-leeftijdsgrens ligt onder vuur. De Tweede Kamer debatteerde onlangs over verhoging van de leeftijd naar 67 jaar. Voor zware beroepen geldt een uitzondering. Maar wat is zwaar?
-
'Creatieve klasse' wil doorwerken
In Amerika ga ik altijd even naar de bioscoop. Niet vanwege de popcorn en de megabekers Diet Coke maar in de hoop die prachtige reclamefilm van Harley-Davidson te zien. Een bejaarde hippie rijdt – zijn grijze haren wapperend in de wind – een steile heuvel op en af. Tekst: ‘We’re not over the hill yet.’
Een normale boodschap in een land dat van senioren verwacht dat ze tot op hoge leeftijd een handje blijven helpen als baliemedewerker van de bibliotheek of bij de kassa in de Wal-Mart. Een land dat 50-plussers niet afschildert als een ‘grijze plaag’ van nietsnutten die van de jongeren profiteren (NRC Handelsblad van 14 april 2007) of ‘hangouderen, met of zonder rollator’ die het verkeer op straat hinderen en de vooruitgang van de economie blokkeren (de Volkskrant van 17 november 2005).
-
Wat is 'willen' werken tot je 65ste?

De AOW-leeftijd schuift op termijn van 65 naar 67 jaar. Dat heeft het kabinet besloten, een meerderheid in de Kamer is ervoor, en de oppositie noch de vakbeweging slaat een deuk in een pakje boter bij het bestrijden van dit besluit. De vraag is: wat doet het ophogen van de AOW-leeftijd met de manier waarop mensen denken over werken op wat hogere leeftijd?
Het, op het eerste gezicht, verbazingwekkende antwoord: veel mensen willen graag tot op latere leeftijd doorwerken. De voorkeuren van mensen lijken zich verbazingwekkend snel te schikken naar een door de overheid geformuleerde norm.
Kijk even naar de cijfers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde vorige week dat het percentage werknemers dat wil doorwerken tót hun vijfenzestigste is gegroeid van 21 in 2005 tot 36 eind 2008. Het percentage mensen dat ná hun vijfenzestigste wil doorwerken, is veel lager: slechts een op de tien werknemers voelde er eind 2008 wat voor. -
DSB en AOW: degelijk pand, blijkt kaartenhuis
Illustratie Bas van der Schot
DSB en AOW; het waren de economische hersenkrakers van afgelopen week. Op het eerste gezicht hebben ze niets met elkaar te maken. Nader beschouwd vertellen het DSB-debacle en de AOW-verhoging dezelfde verhalen over onze economie. Het eerste verhaal gaat over kwetsbaarheid, het tweede over macht. Want wat is de massa machtig, als het erop aankomt.
Eerst die kwetsbaarheid. DSB en AOW laten zien dat de fundamenten van onze economie fragieler zijn dan we denken. Banken kunnen failliet, ook in Nederland. Bestaande zekerheden, zoals pensioen met 65 jaar, kunnen worden weggenomen met een Haagse pennenstreek. Het zijn ontluisterende ervaringen. Wat voelde als een degelijk pand, gefundeerd op rotsvaste waarden, blijkt een kaartenhuis, gebouwd op louter vertrouwen en conventies. -
Doe-het-zelf-pensioen
Eerder stoppen kan nog steeds
Het kabinet vindt dat we tot ons 67ste moeten doorwerken. Maar eerder stoppen blijft mogelijk. Het geheim: treed buiten de platgetreden paden.
Er bestaan mensen, we vinden ze vooral in de kunsten en de wetenschappen, die niets liever willen dan op volle kracht doorwerken tot ze er dood bij neervallen. Die mensen liggen van hun pensioen geen seconde wakker.
Helemaal aan de andere kant van het spectrum vinden we de lageropgeleiden. Stratenmakers, beveiligers, verpleeghulpen. Ze werken hard in een weinig flexibele omgeving. Hun loon is aangevreten door lasten en inflatie. Ze zijn kwetsbaar voor de grillen van conjunctuur en beleid. De pensioenplannen van het kabinet zullen hen het hardst treffen. -
Asociale partners
De opstelling van werkgevers en werknemers in de discussie over de pensioenen dwingt tot een weinig vrolijk stemmende conclusie: de sociale partners zijn asociaal.
Hoezo asociaal? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we eerst vaststellen wat sociaal betekent. De term 'sociaal', een afstamming van het Latijnse woord voor metgezel, betekent oog hebben voor de belangen van anderen en dan vooral die van de zwakkere metgezellen in de samenleving. Echt sociaal wordt het als we ook rekening houden met de belangen van onze metgezellen in de toekomst. Sociaal houdt in dat partijen afstand nemen van hun eigenbelang op de korte termijn en zich richten op het algemeen belang op de lange termijn. Dit klinkt idealistisch, maar is niet onmogelijk. Verenigd in de Stichting van de Arbeid (STAR) en de Sociaal-Economische Raad (SER), hebben de sociale partners in het verleden hun naam eer aangedaan, denk aan het Akkoord van Wassenaar, of meer recent, het Flexakkoord.
