VN MediagidsDe feiten over de toegenomen gezinsmigratie
Het aantal importbruiden lijkt sinds kort sterk gestegen, en minister Eberhard van der Laan wil er iets aan doen. Maar op zijn remedie valt nogal wat af te dingen.
Ferme taal van Eberhard van der Laan, afgelopen zaterdag in Het Parool. De minister voor Wonen, Wijken en Integratie opende frontaal de aanval op de PVV. Die partij, zei de PvdA'er, is gevaarlijk omdat ze 'bij bepaalde problemen generaliseert en pseudo-oplossingen kiest die ver van de rechtsstaat af staan'.

Van der Laan had natuurlijk een punt. Wel jammer dat hij zich een week eerder nog aan hetzelfde had bezondigd. Toen sprak de minister in De Telegraaf zijn ongenoegen uit over de onwil van sommige allochtonen om te integreren, en over de voortdurende overlast van 'een paar duizend rotzakken', waarbij hij vooral doelde op jongeren van Marokkaanse afkomst. Zijn oplossing: beperk de instroom van laag opgeleide huwelijkspartners. Want, zei hij: 'Deze voortdurende immigratie gaat onze spankracht te boven.'
Twee dagen later zette de minister in de Kamer zijn voorstel kracht bij met cijfers. Het aantal importbruiden, zei hij, was in 2008 met dertig procent gestegen. En dat terwijl onder het ministerschap van Rita Verdonk nog een daling van zevenendertig procent waarneembaar was. Verdonk had dat voor elkaar gekregen door de eisen voor het laten overkomen van een partner van buiten de EU fiks aan te scherpen. Wie een vrouw of man naar Nederland wilde halen, moest voortaan honderdtwintig procent van het minimumloon verdienen. Daarnaast dienden beide partners voortaan eenentwintig jaar of ouder te zijn. Onder Verdonk werd ook de Wet inburgering in het buitenland van kracht, die bepaalt dat iedereen die van buiten de EU naar Nederland wil migreren, eerst in zijn thuisland een inburgeringcursus moet doorlopen.
De conclusie van Van der Laan: 'De wetten van Verdonk zijn goed, maar onder de huidige omstandigheden niet toereikend.' Oftewel, het kabinet moet volgens de minister op zoek naar een beter slot op de deur.
Geen examen in eigen taal
Het waren onmiskenbare problemen, die Van der Laan in De Telegraaf had aangestipt. Maar op zijn oplossing valt nogal wat af te dingen. Zo blijkt uit gegevens van de IND dat niet zozeer Marokkanen of Turken verantwoordelijk zijn voor de toegenomen gezinsmigratie, maar vooral Somaliërs, Irakezen en Afghanen. Groepen die in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen omdat het in hun eigen land oorlog is. Dat sommige van deze vluchtelingen een partner uit hun thuisland laten overkomen, is vaak een kwestie van gezinshereniging, en heeft met importhuwelijken niets te maken. Om al deze nieuwe Nederlanders maar meteen over één kam te scheren met de allochtonen die nu voor problemen zorgen in de oude wijken, lijkt iets te gemakkelijk.
Komt bij dat het uitgerekend voor deze groepen nogal lastig is om zich aan de Wet inburgering in het buitenland te houden. In Afghanistan is niet eens lesmateriaal voorhanden in het Dari of het Pasthu, de twee meest gesproken talen in het land. Dat het inburgeringsexamen moet worden afgelegd op een Nederlandse ambassade, is voor deze groepen evenzeer een zware opgave. In Somalië, Irak en Afghanistan is namelijk geen Nederlandse ambassade. Inburgeraars moeten daar twee keer een kostbare en soms gevaarlijke reis naar een buurland maken, één keer om examen te doen, en één keer om hun visum op te halen.
In algemene zin lijkt verdere aanscherping van de regels voor gezinsmigratie niets om al te lichtvoetig mee om te springen. De regels staan namelijk nu al op gespannen voet met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Zo haalde de Amsterdamse rechtbank in juli 2008 een streep door de bepaling dat partners in hun eigen land een inburgeringexamen moeten volgen, al werd dat vonnis later door de Raad van State vernietigd. In dezelfde maand oordeelde een rechter in Roermond dat de inkomenseis van honderdtwintig procent haaks staat op het EVRM. Het beroep tegen die uitspraak loopt nog.
Als voormalig advocaat had minister van der Laan zich daarvan toch moeten vergewissen, voordat hij aan Rita Verdonk een pluim uitdeelde.



