De zaak Wesam Al Delaema: driemaal uniek

Wesam Al Delaema is geboren in Fallujah, Irak, op 15 februari 1973. In 1993 vluchtte hij naar Europa. Eerst naar Griekenland, waar politiek asiel aanvroeg. Dat werd geweigerd en hij werd het land uitgezet. Eind 1993 vroeg hij in Nederland om politiek asiel, wat hij kreeg (hij verzweeg zijn eerdere poging in Griekenland). In 2001 kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Hij werkte als dameskapper in Amersfoort en was in alle opzichten een model van integratie.

Tot de Amerikaanse inval in Irak. De oorlog werd een obsessie. Hij nam deel aan een anti-Amerikaanse demonstratie in Amsterdam. Bij het in brand steken van een vlag raakte hij gewond. Tegen een Arabisch sprekende politieagent en later tegen een Canadese journaliste zei hij dat hij zichzelf uit protest in brand wilde zetten. Hij reisde enkele keren naar Fallujah en trouwde er met een Iraakse vrouw. In mei 2005 werd hij gearresteerd op verdenking van terroristische activiteiten.

In januari 2007 werd hij aan Amerika uitgeleverd. Twee maanden voor zijn proces begon bekende hij schuld in een plea agreement. Volgens zijn advocaten had hij voor een proces gekozen als hem geen tweede rechtszaak boven het hoofd hing: in de gevangenis in Washington zou hij een gevangenbewaarder hebben mishandeld. Was hij daarvoor veroordeeld, dan had hij zijn straf in Amerika moeten uitzitten. Hij bekende ook in deze zaak schuld en kreeg achttien maanden cel opgelegd. Deze straf viel samen met de vijfentwintig jaar die hij kreeg voor het beramen van een moordaanslag op Amerikaanse militairen.

Het beeld dat het Openbaar Ministerie en Wesams advocaten van hem schetsen is vrijwel identiek. Hij wil in het middelpunt van de belangstelling staan, is emotioneel en ‘zegt soms stomme dingen’. Hij ziet zichzelf als een journalist die de ‘waarheid’ over de bezetting van Fallujah naar buiten wil brengen.