Darfur

Darfur

Sinds 2003 woedt er een bloedige oorlog in Darfur, een regio in Soedan. Minstens 300.000 doden en 2 miljoen vluchtelingen zijn het voorlopige gevolg van dit conflict tussen de regering en een door de regering bewapende militie, de Janjaweed, en Afrikaanse rebellengroepen.

  • Radio Darfur, een jaar later

    Het in Nederland opgerichte Radio Darfur is wat betreft bekendheid en luisterdichtheid een succesverhaal.

    Een lange zwarte arm reikt vanonder een deken naar de radio op de grond. De swingende tune van Radio Dabanga weerklinkt via de kortegolf. Een slaperige Nur Eddin (21) luistert naar het vroege ochtendnieuws. Kamergenoten in het kleine pension in El Fasher, de hoofdstad van Darfur, genieten mee. 'Ik sla geen uitzending over,' zegt Nur Eddin. Dat geldt ook voor het gros van de 2,5 miljoen ontheemden in kampen. Voor hen vormt Radio Dabanga vaak de enige navelstreng met mensen en gebieden waarvan zij door de oorlog gescheiden zijn geraakt.

    Radio Darfur, in de regio bekend als Radio Dabanga, is ongekend populair sinds de oprichting in Nederland, nog geen jaar geleden. Het initiatief vloeide voort uit de nationale campagne Tot zover Darfur van NCRV-reporter Aart Zeeman en Vluchtelingenwerk. Sinds december 2008 is de zender in de lucht en verzorgen ervaren Soedanese redacteuren vanuit Hilversum het actuele nieuws uit en over Darfur. De berichten worden dagelijks in vijf lokale talen uitgezonden via de kortegolf. Het signaal is vanuit Soedan niet te verstoren en de redactie in Hilversum heeft geen last van censuur door een manipulatieve overheid.

    'Radio Dabanga is niet meer weg te denken als politieke factor,' zegt hoofdredacteur Hildebrand Bijleveld, die zijn functie omschrijft als waakhond omdat hij let op kwaliteit van berichtgeving en zelfcensuur. In het krappe kantoor in Hilversum somt Bijleveld enkele wapenfeiten van radio Dabanga op. Rebellenleiders worden op de radio ter verantwoording geroepen door de achterban. Soms lukt het om strijdende partijen in de uitzendingen met elkaar te verzoenen. En ondanks tegenwerking kan ook de Soedanese overheid niet langer om Radio Dabanga heen. 'Politici en ambtenaren praten tegenwoordig met reporters.'

    Duizenden kilometers verderop in El Fasher, de hoofdstad van Noord-Darfur, schudt dr. Ahmed Hood ontkennend zijn hoofd. De consultant reist veel door Darfur en vindt dat het wel meevalt met de invloed van de radiozender. 'Nieuwsberichten zijn prima, maar ik mis goede discussies.' Voor dat laatste zijn gesprekspartners nodig. Maar een eigen mening op de radio ventileren, daar voelt de adviseur niets voor. 'Staat de volgende dag de politie voor mijn deur.'

    Door Arita Baaijens / 19 november 2009
  • Weggestuurd uit Darfur

    Buitenlandse hulporganisaties moeten Sudan verlaten vanwege de aanklacht tegen de Sudanese president al-Bashir. ‘We hebben tot de laatste uren doorgewerkt.’

    In 2003 begon de Sudanese regering met de etnische zuivering van Darfur. Miljoenen sloegen op de vlucht, honderdduizenden kwamen om het leven. Bijna drie miljoen Darfuri's wonen op elkaar gepakt in vluchtelingenkampen, waar internationale hulporganisaties ze in leven houden. Die organisaties moeten nu vertrekken, als represaille voor de aanklacht wegens oorlogsmisdaden tegen president Omar al-Bashir door het Internationale Strafhof in den Haag.

    In totaal moeten 6500 medewerkers van veertien organisaties stoppen met hun werk. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties heeft laten weten dat het vijfendertig procent van zijn distributiecapaciteit heeft verloren nu partners als Care en Save the Children hun kantoren hebben moeten sluiten. Dit betekent dat er geen voedsel meer kan worden uitgedeeld. De VN schatten dat de komende tijd meer dan een miljoen mensen zonder eten of schoon water komen te zitten. Een hongersnood dreigt.

    Door Harm Ede Botje / 21 maart 2009 / Reageer (0)
  • Radio Darfur; van metafoor naar realiteit

    De grote actie voor Darfur vorig jaar heeft een vervolg gekregen: Radio Darfur. Het station zendt programma’s uit voor bewoners van het door etnische zuiveringen geteisterde gebied.

    NCRV-presentator Aart Zeeman kon de moordpartijen in de Soedanese regio Darfur vorig jaar niet langer aanzien. Hij moest iets doen en begon samen met Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling een project onder de noemer ‘Tot zover Dar­fur’. Radio­stations, tele­visieprogramma’s, kranten en tijdschriften besteedden in november vorig jaar extra aandacht aan het conflict, waarbij honderdduizenden mensen de dood vonden en miljoenen anderen werden verdreven. Ook Vrij Neder­land publiceerde in die week een Darfur-special.

    Hoogtepunten van de actie waren een slecht bekeken televisieavond en een bijeenkomst in Amster­dam waar ministers Bert Koenders en Maxime Verha­gen maar net boven roezemoezende bezoekers aan de bar uitkwamen.

    Door Harm Ede Botje / 06 december 2008
  • Terug naar Darfur, 'Het kan elk moment mis gaan'

    Na zes jaar keerde Arita Baaijens terug naar Noord-Darfur. Tot haar verrassing trof ze een relatief rustig gebied aan, waar soms fragiele bondgenootschappen tussen inheemse boeren en Arabische nomaden zijn gesloten. Maar vrede is ver weg.

    De oorlog heeft El Fasher zichtbaar goed gedaan. Kon ik zes jaar geleden kiezen uit een gammel vliegtuig en een vrachtwagen om in de hoofdstad van Noord-Darfur te komen, nu somde een reisagent in Khartoem geroutineerd alle maatschappijen op die dagelijks op het stadje vliegen. Er is meer veranderd. Gladde banen asfalt, een stroom Toyota Land Cruisers en minitaxi's, overal huizen in aanbouw. In het centrum van de stad is een pizzabakker voor buitenlandse hulpverleners en VN-soldaten, die als spreeuwen over het stadje zijn uitgezwermd. En het ziekenhuis waar voor de oorlog nog geen injectienaald te vinden was, is zo goed uitgerust dat medische studenten er stage lopen.

    'Je kunt best naar Darfur komen,' had woestijngids Yussuf Gamaa (58) laatst door de telefoon gezegd. Ik kende Yussuf goed; we hadden Noord-Darfur verschillende keren per kameel doorkruist tot de oorlog het reizen vanaf 2003 onmogelijk maakte. Yussuf had mensen zien doodgaan, had kamelen verloren tijdens een ernstige droogte en had stammenoorlogen meegemaakt. Op een leugen had ik hem nooit betrapt. Zelfs zijn sterkste verhalen bleken waar te zijn, maar nu leek hij te overdrijven. Hoe kon het rustig zijn in het door oorlog geteisterde Darfur? 'De zware gevechten in het noorden zijn allang voorbij,' zei Yussuf, alsof hij tegen een onwetend kind sprak. De situatie was overzichtelijk. Dorpelingen waren vermoord, verjaagd of hadden een regeling getroffen met krijgsheren. Administratieve centra waren in handen van de regering. Rebellen en milities waren de baas op het platteland.

    Door Arita Baaijens / 31 mei 2008 / Reageer (0)
  • Een op dertig

    Minister van Middelkoopv ziet de uitzending van een veldhospitaal naar Soedan steeds minder zitten wegens gebrek aan internationale steun en beveiliging. Goed, dan doen we het op eigen houtje, zou je denken. Maar dan horen we steevast dat de hele krijgsmacht zo ongeveer zou bezwijken. Hoe zit dat? Waarom kan een defensieorganisatie waar 65.000 man werken nog geen veldhospitaal naar Soedan sturen zonder overbelast te raken? Onderzoeker Jaïr van der Lijn (Clingendael) zocht dat uit en schreef er een leuk stuk over in de Internationale Spectator. Het sturen van een vredesmissie lijkt op een eindeloos piramidespel en dat loopt zoals bekend altijd wel ergens vast.

    Stel: je wilt een piepklein ziekenpostje in de woestijn neerzetten met vijf artsen. Die hebben tien verpleegkundigen nodig om hun werk te doen. In vredestijd staan ze meestal in gewone ziekenhuizen te opereren. Ze kunnen daar niet zomaar uitgeroosterd worden, dus de pool van uitzendspecialisten moet veel groter zijn, bijvoorbeeld vijfenveertig. Ze moeten eten, drinken en wassen en naar huis kunnen e-mailen en bellen.

    Daar zijn koks en installateurs voor nodig en mensen die een waterput kunnen slaan. Weer tien mensen. Die hele groep moet beschermd worden door gewapende guards. Ook die moeten eten en drinken, kunnen ziek worden en ze voeren regelmatig patrouilles uit buiten het kampement. Hun terreinwagens moeten worden onderhouden door monteurs. De benzine moet met tankauto’s worden aangevoerd. Daar heb je chauffeurs voor nodig, die benzine aanvoeren in konvooien uit verre aanvoerhavens. Die konvooien worden bestookt. Dus hang je er helikopters boven om de aanvallers af te schrikken.

    Door Ko Colijn / 19 april 2008