Multatuli is niet stuk te bewerken

Tegen het einde van Max Havelaar komt Multatuli uit de coulissen van het verhaal te voorschijn en zegt dat hij Ernest Stern en Droogstoppel tot op dat moment heeft gebruikt om het verhaal van Sjaalman/Multatuli te vertellen.
Nu komt hijzelf naar voren om duidelijk te maken dat zijn lezers weliswaar een roman hebben gelezen, maar niet minder een aanklacht tegen de mensonterende koloniale toestanden in Nederlands-Indië. Dat tweede moet men niet vergeten, ook al is het boek mooi geschreven. Multatuli zegt dat het hem niet veel kan schelen hoe het boek is geschreven, als men vanaf nu, honderdvijftig jaar geleden in 1860, maar weet dat ‘de Javaan wordt mishandeld!’
Om dat duidelijk te maken ‘wil ik gelezen worden’, schrijft hij, en wel door iedereen, staatslieden, letterkundigen, uitgedroogde koffiehandelaren, gouverneurs-generaal in actie en in ruste, druk bezette ministers, hun lakeien, predikanten die wel zullen zeggen dat hij God heeft beledigd, het hele droogstoppelras, en natuurlijk door de leden van het Parlement, want die moeten weten wat er omgaat in het grote Rijk overzee. ‘Ja’, besluit hij zijn opsomming, ‘ik zal gelezen worden.’
Maar dat is tegenwoordig de vraag. Het antwoord is dat ook Multatuli nauwelijks nog wordt gelezen, behalve als het moet voor een studie. Dat komt vooral omdat hij een negentiende eeuwse schrijver is. Hij schreef weliswaar levend en soepel Nederlands, maar helaas in een oude spelling en met een nu archaïsch aandoende woordkeuze. Dat schrikt af. Havelaar had ‘veel ondervonden’ staat er bij Multatuli, waar wij nu zouden schrijven dat hij ‘veel had meegemaakt’.

In zijn toespraak tot de Hoofden van Lebak zegt Havelaar dat ‘er veel te arbeiden is’ in hun landstreek, waar in hedendaagse Nederlands zou komen te staan dat ‘er veel werk is te verzetten’. Er valt alles voor te zeggen dat die enigszins archaïsche taal zijn eigen charme heeft, en echte liefhebbers willen hun Multatuli inclusief zijn Griekse lange y wanneer hij schrijft dat het ‘in myn natuur ligt om my te verdiepen in zonderlinge smaken.’
Max Havelaar verscheen 150 jaar geleden voor het eerst. Toegegeven moet worden dat een van de origineelste en controversieelste romans van de Nederlandse literatuur, naast de ietwat gedateerde taal, teveel ruis bevat, althans voor een niet extra speciaal in Multatuli en zijn tijd geïnteresseerde lezer. Die ‘ruis’ is een ander woord voor uitweidingen.
Meteen al op de eerste pagina van het eerste hoofdstuk vertelt Batavus Droogstoppel in een lange alinea dat hij zweert bij ‘waarheid en gezond verstand’ en dat hij helemaal niets moet hebben van de leugenachtige versjes van Van Alphen waarin verteld wordt dat je vader je beste vriend is en dat je hond je zo dankbaar is. ‘Alles leugens!’ roept Droogstoppel. Zijn vader was niet zijn beste vriend, dat was Pauweltje, en ze hielden thuis geen honden want dat waren onzindelijke beesten. Dit typeert de man, maar er zijn genoeg andere passages waarin dat ook gebeurt.
- Hij had dus gelijk: ‘Ik zal gelezen worden!’
Uitweidingen horen bij Max Havelaar, vandaar dat Multatuli in hoofdstuk 13 een uitweiding heeft over... uitweidingen. Ze zijn zelden overbodig, en kleuren het hele boek, al kunnen ze als het moet gemist worden. Het zijn divagaties voor de fijnproevers.
Droogstoppels uitweiding in het begin is dan ook gesneuveld in de hertaling en bewerking die Gijsbert van Es van Max Havelaar heeft gemaakt ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum. Van Es, redacteur van de NRC, heeft een uitweiding-detector in zijn hoofd gehad, want waar er een opdook heeft hij hem de nek omgedraaid. De toespraak tot de Hoofden van Lebak heeft een paar flinke zijsprongen, onder meer over de uitdrukking ‘zo sterk als een leeuw’, maar ze zijn weg. Zo lang de echte Max Havelaar niet in de buurt is, leest Van Es’ bewerking goed.
Ga je vergelijken, dan mis je snel het een en ander. Zijn archaïsme-detector doet het ook goed: hij maakt van 'Saidjahs vader was zeer bekommerd’, 'Saidjahs vader maakte zich grote zorgen’. Van ‘Sluikmoord’ maakt hij ‘sluipmoord’. Soms vraag je je af waarom hij iets inhoudelijks verandert: de nieuwe buffel van Saidjah doet met een ‘vingerdruk’ wat de jongen wil. Daar maakt Van Es ‘vingerwijzing’ van, wat heel iets anders is. Sommige weglatingen zijn verarmingen, zoals aan het slot van hoofdstuk 6 wanneer verteld wordt dat Havelaar tijdens een verlof in Nederland een uithangbord heeft afgebroken waarop een geboeide neger aan de voeten van een pijprokende Europeaan was geschilderd. Dat is heel karakteristiek voor Havelaar.
Soms heeft Van Es zich vrijheden veroorloofd die te ver gaan, zoals op pagina 66 waar hij een hele pagina weglating heeft vervangen door een alinea van eigen makelij die op niets in het boek terugslaat. Van Es’ bewerking is een vereenvoudiging, maar geen versimpeling. Het boek ondergaat zo’n bewerking glansrijk omdat de structuur en stijl zo krachtig zijn: het Pak van Sjaalman, de contrastfiguur van Droogstoppel die zijn bedoelingen helemaal ziet vervliegen wanneer Stern het verhaal van Havelaar vertelt op basis van Sjaalmans materiaal. Aan belangrijke onderdelen, zoals de toespraak van Havelaar tot de Hoofden van Lebak, de interventies van Droogstoppel en het tragische verhaal van Saidjah en Adinda valt niet veel te veranderen. Multatuli is niet stuk te bewerken. Hij had dus gelijk: ‘Ik zal gelezen worden!’
P.S. Tot 16 mei is in Bijzondere Collecties aan de Turfmarkt in Amsterdam een tentoonstelling over 150 jaar Max Havelaar onder de titel 'Het is geen roman, 't is een aanklacht!'
Categorie
Literaire Blogs
De Papieren Man
De Contrabas
The Literary Saloon

