Carel Peeters' literaire kroniek 10.05.2010

Door Carel Peeters

Michiel Leezenberg
Michiel Leezenberg

Alle woorden met wereld (wereldmuziek, wereldmuseum, wereldregering) kun je het beste wantrouwen. Ze willen altijd iets groter maken dan het is. Als we de hele wereld nemen zal het wel indruk maken, is te veronderstelling, maar het omgekeerde is het geval: die wereld wordt er heel lokaal van. Toch gaat er ook weer een prikkelende uitnodiging vanuit om je horizon te verbreden: kijk verder.

Deze dubbele reactie gaat ook op voor ‘wereldfilosofie’. Dat woord suggereert dat er filosofie bestaat die voor de hele wereld geldt. Maar ook hier is het effect omgekeerd: die filosofie wordt er juist heel lokaal van, zoals in een wereldwinkel juist lokale artikelen uit verre landen te koop zijn.

Het is niet de bedoeling dat dit gedacht wordt, al moet er wel iets van meespelen in Wereldfilosofie, het boek met essays over Afrikaanse, Islamitische, Japanse, Indiase, Chinese en Westerse filosofie dat Hans van Rappard en Michiel Leezenberg samenstelden. Het gaat om ‘wijsgerig denken in verschillende culturen’. Het is onmiskenbaar de bedoeling van Leezenberg en Van Rappard dat de niet-Westerse ‘denktradities’ als filosofie serieuzer worden genomen dan tot nu toe. Er mag wat hem betreft wel kosmopolitischer en wereldser gedacht worden.

- In het Oosten werd vooral statisch en cyclisch gedacht

De bekende uitspraak van Hegel dat het in de niet-Westerse tradities niet om filosofie gaat, maar om vormen van wijsheid, heeft er de hele negentiende en twintigste eeuw voor gezorgd dat het Westerse denken als het echte denken werd beschouwd. Dit leidde zelfs tot iets dat heel bedenkelijk klinkt: ‘eurocentrisch denken’. En dat zou weer uiterst bevorderlijk zijn geweest voor het respectabel maken van de koloniale overheersing in diverse landen.

Er werd op die manier een onoverbrugbare tegenstelling tussen Europa en de rest van de wereld gecreëerd. Verschil was er natuurlijk wel. In het Oosten werd vooral statisch en cyclisch gedacht. In het Westen was de filosofie een doorgaande rationele ontwikkeling in de richting van steeds meer inzicht: vanaf Francis Bacon, Descartes, de Verlichtingfilosofen tot in onze tijd ging de kennis, en ook de filosofische kennis, vooruit. Er deden zich grondige veranderingen voor, meestal parallel lopend met wetenschappelijke ontwikkelingen. Van vooruitgang in kennis kon in de niet-Westerse filosofie (zoals het confucianisme, boeddhisme, taoïsme) nauwelijks gesproken worden. Volgens Leezenberg is voor de academische filosofie de niet-Westerse filosofie altijd een buitenbeentje gebleven, in het midden latend of het veel anders gekund had.

Al ligt het er niet dicht op, de bedoeling van Wereldfilosofie is toch om aan enige intellectuele dekolonisatie te doen. Door alleen al te spreken van ‘stijlen van denken’ in verschillende culturen zorgt Leezenberg ervoor dat de verschillende denktradities gelijkwaardig worden. ‘Stijl’ veronderstelt een grammatica van het denken. Een van de manieren om die gelijkwaardigheid te bewerkstelligen is aan vergelijkende filosofie te doen. Door je alleen al te verdiepen in denktradities die als gelijkwaardig worden gezien verdwijnt vanzelf het alleenzaligmakende van de eigen filosofie.

Kwame Anthony Appiah
Kwame Anthony Appiah

Maar het blijft toch een dans van grote verschillen en kleine overeenkomsten. En het is op eieren lopen: Leezenberg moet de verschillende denktradities wel met één woord typeren om er het gewenste belang aan te kunnen hechten. Maar hij wil ze ook weer niet voor altijd, ‘essentialistisch’ vastpinnen. Zelf zal hij van de Afrikaanse filosofie niet gauw zeggen dat zij uit een en al ‘gevoel’ bestaat. In de bijdrage van Heinz Kimmerle mag de Afrikaanse dichter en president van Senegal Léopold Senghor dat doen: ‘Gevoel is evenzeer Afrikaans als de rede Grieks is.’ Exit de rede.

In Wereldfilosofie komen van tijd tot tijd discussies en controverses langs die te maken hebben met het ‘imperialisme’ van het Westerse denken. Dat ging altijd ten koste van de lokale tradities. Maar dat had niet altijd louter slechte bedoelingen. Leezenberg schaart zich niet zomaar achter Edward Saids boek Oriëntalisme uit 1978 waarin beschreven wordt dat het Westen alleen maar neerbuigend kon doen over de niet-Westerse culturen. Er was volgens Leezenberg van veel meer interactie sprake dan Said wil toegeven. Hij herinnert ook aan de nog steeds voortdurende controverse over het boek Black Athena van Martin Bernal uit 1988. De oude Grieken zouden volgens Bernal nauwelijks beïnvloed zijn door de Indo-Europese volken, maar veel meer door zwarte Egyptenaren en Foeniciërs. Wanneer Bernal gelijk heeft, zou dat een flinke knauw voor het Westerse zelfbeeld betekenen. Maar Bernals visie wordt nog steeds heftig bestreden.

Ook al laat je de afzonderlijke denktradities uit Afrika, het Midden-Oosten, Japan en China in hun waarde, mijn nieuwsgierigheid gaat toch speciaal uit naar de bruggenbouwers tussen verschillende culturen en filosofieën. Die zoeken in andere manieren van denken iets dat ze missen. Zoals Schopenhauer die zich voor zijn De wereld als wil en voorstelling grondig verdiepte in het boeddhisme. Of de zichzelf ‘trans-europeaan’ noemende Nietzsche. Hij interesseerde zich ook voor het boeddhisme, maar vooral als instrument om de eigen cultuur mee te bekritiseren. En Kwame Anthony Appiah, een bruggenbouwer uit onze eigen tijd: opgegroeid in Ghana, schoolgegaan in Engeland en nu al geruime tijd hoogleraar aan Harvard. Hij is zich scherp bewust van het problematische karakter van vermenging van Oosterse en Westerse filosofie. Hij pleit voor een ‘kosmopolitische conversatie’ tussen culturen en denktradities. Hij definieert kosmopolitisme niet onaardig als ‘universaliteit plus verschil’. Daar moet op de brede sofa van de wereldfilosofie over gepraat kunnen worden.

[reageren]

The Literary Saloon