Carel Peeters' literaire kroniek 18.06.2010
Het zag er zo rooskleurig uit. Elk mens bezit een hormoon dat er voor zorgt dat hij vriendelijk kan zijn tegenover mensen in zijn omgeving: oxytocine. Het wordt wel het knuffelhormoon genoemd omdat het evolutionair teruggaat tot het vrouwelijke zoogdier dat door dit hormoon goed voor haar kinderen kon zorgen.
Voor primatoloog Frans de Waal is het stofje, dat in de hypothalamus wordt aangemaakt, de bron voor de gevoelens van empathie. Dat aanmaken van oxytocine heeft plaats bij allerlei vormen van verbroedering: bij het vrijen, in de sfeer van een bruiloft, bij het samenwerken of bij het baren. Er heeft dan ‘gemoedsoverdracht’ plaats. Wanneer een vrouw niet snel genoeg bevalt schrijft Frans de Waal in Een tijd voor empathie, wordt er extra oxytocine toegediend. Er bestaat zelfs oxytocine neusspray. Proeven hebben uitgewezen dat mensen met een beetje extra oxytocine al beter gaan samenwerken. Het stofje is bevorderlijk voor de ontwikkeling van mentale flexibiliteit, mededogen, generositeit en vrijgevigheid.
Een tijd voor empathie als titel suggereert dat we een tijd tegemoet gaan waarin het knuffelhormoon bezit van ons zal nemen. Maar zo ver wil De Waal niet gaan, anders dan Jeremy Rifkin in zijn The Emphatic Civilization. Voor De Waal is empathie weliswaar een in mensen aanwezige neiging, maar dat wil nog niet zeggen dat men er ook altijd naar handelt. Empathie kun je reguleren en zelfs uitschakelen. In een interview in De Morgen gaf De Waal als voorbeeld: ‘Stel dat je over straat loopt en je ziet iemand die in grote problemen is. Dan kun je wel empathisch reageren, maar of je die persoon ook daadwerkelijk gaat helpen moet je daarna nog beslissen. Misschien ben je wel op weg naar je tante die een groot feest geeft en heb je geen tijd om die man of vrouw te helpen. Dan krijg je dus rationele zelfzuchtige overwegingen die je empathie niet in actie laten uitmonden.’
De Waal beschouwt empathie ook niet als een louter altruïstische neiging. Er speelt altijd eigenbelang in mee. Eigenbelang en altruïsme lopen wat hem betreft altijd in elkaar over. Daar wordt empathie niet minder van, zoals cynici graag denken. Eigenbelang als onderdeel van empathie is bij Jeremy Rifkin niet helemaal afwezig, maar het moet wel onderdrukt worden om zijn ‘empatische beschaving’ mogelijk te maken. Rifkin legt alle nadruk op het ‘empathische bewustzijn’ dat in de loop van de evolutie is ontstaan. Dat, en niet het oorlogzuchtige bewustzijn, bevat de eigenlijke kern van de menselijke geschiedenis, ook al heeft die van de historici geen serieuze aandacht gekregen. Als er geen empathisch bewustzijn zou zijn geweest zouden we ons onafgebroken in een staat van crisis, conflict en oorlog bevinden. Hoeveel oorlog en crisis er ook is, er is een permanente behoefte aan bevrediging van de verlangens van het empatische bewustzijn: rust, vrede, begrip en samenwerking. De empatische momenten zijn volgens Rifkin ‘the most intensively alive experiences we ever have’.
- Agressief gedrag naar concurrerende groepen is een indirecte vorm van loyaal, altruïstisch gedrag in de richting van de eigen groep
Dit ziet er rooskleurig uit voor het saamhorigheidsgevoel bij mensen, ware het niet dat bij de werking van oxytocine, de biologische voorwaarde voor het ontstaan van empathie en saamhorigheid, sinds kort kanttekeningen worden geplaatst. Het ziet er minder rooskleurig uit. Volgens onderzoekers in Amsterdam en Leiden zorgt oxytocine niet alleen voor empathie en altruïsme, maar tegelijk ook voor agressie.
In het tijdschrift Science schrijven Carsten de Dreu en Eric van Dijk deze week* dat oxytocine er ook voor zorgt dat mensen de eigen groep bevoordelen en zich agressief gedragen naar concurrerende andere groepen. Zo bezien, luidt de samenvatting van drie experimenten met proefpersonen, ‘is agressief gedrag naar concurrerende groepen een indirecte vorm van loyaal, altruïstisch gedrag in de richting van de eigen groep; die wordt relatief sterker als concurrerende groepen zwakker worden.’
Darwin merkte al op dat groepen waarvan de leden altruïstisch zijn naar de eigen groep, en agressief naar andere groepen, een grotere kans hebben te overleven dan groepen waarin dat altruïsme ontbreekt. Door de werking van oxytocine wordt dit bevestigd: oxytocine stuurt het neurobiologische mechanisme aan dat tegelijkertijd altruïsme en agressie veroorzaakt.
Voor Jeremy Rifkin zou dit teleurstellende informatie moeten zijn. Voor hem staat beschaving gelijk aan empathie en altruïsme, agressie kan hij daar niet erg bij gebruiken (‘When we say to civilize, we mean to empathize’). Toch is er ook teleurstelling voor de Amsterdamse en Leidse onderzoekers. De resultaten van hun onderzoek vertellen Frans de Waal niets nieuws: dat er sprake is van altruïsme binnen de groep en van agressie naar buiten was hem al bekend. In het eerder genoemde interview in De Morgen zegt hij: ‘zo voelen we ook empathie voor wildvreemden, maar zo gauw er competitie ontstaat, of oorlog, is dat soort empathie weer verdwenen. Dan blijft de trouw aan de groep nog over.’
De redding is dan weer dat we de empathie volgens De Waal kunnen reguleren: als we hem kunnen uitschakelen kunnen we hem (in geval van dreigende oorlog) ook aanzetten.
*C.K.W. de Dreu, E. van Dijk: The neuropeptide oxytocin regulates parochial altruism in intergroup conflict among humans. Science (Vol. 328, no. 5984, p. 1343)
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
