Carel Peeters' literaire kroniek 16.04.2010

Door Carel Peeters

Luuk van Middelaar, de winnaar van de Socrateswisselbeker met zijn boek De passage naar Europa, debuteerde in 1999 met een boek waarin hij beschreef hoe drie generaties filosofen in Frankrijk zich na de oorlog van het politieke handwerk hadden afgekeerd. Ze verschansten zich in ideologieën (de generatie van Sartre en Merleau-Ponty), in postmoderne machteloosheid (de generatie van Foucault en Deleuze) en moralisme (de generatie van Glucksmann en Bernard Henry-Lévy).

Van Middelaar noemde zijn boek Politicide want deze Franse filosofen hadden ‘moord op de politiek’ gepleegd. Ze hadden zich van de normale politiek afgekeerd. In de geest van Machiavelli, Hannah Arendt en Claude Lefort beschouwt Van Middelaar ‘het politieke’ als een apart domein.

Er kunnen wel allerlei invloeden in doordringen, maar het politieke, en daarmee ‘de staat’, moet zich van een eigen politieke logica bedienen. ‘Politiek’ is voor Van Middelaar een ‘pijnlijk-prachtig kind’ van de Franse Revolutie. Het is niet speciaal iets om schone handen bij de houden, laat staan dat er in naar het Goede, Schone en Ware gestreefd moet worden. Die Franse filosofen wilden liever grote illusies koesteren en moraliseren dan aan democratische politiek doen. Vandaar die ‘moord’.

- ‘Politicide’ doet onmiddellijk aan ‘genocide’ denken, volkerenmoord

Het boek had onvermijdelijk een polemisch karakter. De titel Politicide kon er daarom mee door, maar wel op het randje. Dat al die filosofen bezig waren aan ‘politicide’, aan moord op de politiek, noemt Van Middelaar zelf ‘een wat grimmige conclusie’. En dat is het. Bij ‘politicide’ denk je dat die filosofen daadwerkelijk moorden aan het plegen waren, als moordenaars of terroristen. Het woord dekt de lading niet. ‘Politicide’ doet onmiddellijk aan ‘genocide’ denken, volkerenmoord. Dat is geen woord dat je lichtvaardig in de mond neemt.

Van Middelaar bedient zich in zijn boek wel meer van branie-achtige taal. Hij is dol op woorden die eindigen op –cide, het woord dat in het latijn voor slaan, slachting en doden staat. Wanneer hij de historische achtergronden schetst van de filosofen van na de Tweede Wereldoorlog komt hij bij de achttiende eeuwse Verlichting en de Franse Revolutie. De denkbeelden van Sartre c.s., schrijft Van Middelaar, gaan terug op de ‘regicide’ en op de ‘deïcide’ tijdens de Franse Revolutie. Dat wil zeggen: op de koningsmoord op Lodewijk XVI en op de moord op God en religie. Van Middelaar maakt met een zekere wellust gebruik van die woorden regicide en deïcide. Maar ze dekken de lading maar tot op zekere hoogte.

Het is taalgebruik met spierballen. Dat kon voor die ene keer in het boek van Van Middelaar, maar, zoals dat gaat in een epigonencultuur waarin alles nageäapt wordt: nu gaan anderen het ook doen. Twee jaar geleden, juist voor de crisis van september 2008, verscheen een interessant boek met essays over de uitwassen van het neoliberalisme met de titel Liberticide. Dat het boek geen enkele impact heeft gehad moet aan deze titel gelegen hebben. Hij is achterlijk en afschrikkend: je ziet een massaslachting op de vrijheid (liber) voor je.

De titel dekt de lading nauwelijks: het neoliberalisme, schrijven de redacteuren van het boek, Tiers Bakker en Robin Brouwer, heeft juist voor de inperking van de vrijheid gezorgd, terwijl de privatiseringen, de deregulering en de ‘marktwerking’ die vrijheid beloofden te vergroten. Ze spreken van ‘liberticide’ omdat het neoliberalisme ‘de moord op de vrijheid’ zou betekenen, het was ‘het aantasten van de autonomie van de burger’. We zien hier hoe losjes er met grote woorden wordt omgesprongen: eerst heet het ‘moord’, daarna is het ‘aantasten’.

Met Politicide en Liberticide bevinden we ons in politieke sferen, maar de behoefte aan grote woorden kan zich ook in een heel andere intellectuele sfeer voordoen. Marli Huijer en Martijntje Smits stelden een boek samen met essays over de verhouding tussen moraal en technologie onder de titel Moralicide. Ook hier is sprake van pijnlijke slordigheid bij het bedenken van een titel: het is een boek over de verandering van de moraal als gevolg van technologische uitvindingen. Er is helemaal geen sprake van ‘moord’ op de moraal, zoals de ondertitel van Moralicide zelf aangeeft: ‘Nieuwe morele vocabulaires voor technologie’. In de inleiding van Marli Huijer gaat het ook helemaal niet over moord, integendeel, de teneur is dat de moraal met de techniek mee verandert (‘Technieken komen op, en de moraal verandert mee’).

Het terugkerende woord is ‘lijkt’: er lijkt geen houvast meer te zijn, er lijkt geen archimedisch punt meer voorhanden – alles lijkt en niets is. En toch heeft de moord op de moraal plaats. Hier is sprake van moordzucht.

[reageren]

The Literary Saloon