Carel Peeters' literaire kroniek 05.11.2010
In zijn wekelijks satirische strip in Vrij Nederland voelt Pieter Geenen de schommelingen in de politieke stemming goed aan. Vorige week liet hij een man bij de dokter komen. Wat was de klacht? ‘Dokter, ik begin aan Wilders te wennen! Er zit sleet op mijn verontwaardiging over Wilders.’ Dat is goed gezien. Er heeft inderdaad een soort domesticatie van het gedachtegoed van de Partij voor de vrijheid plaats. Dat is ook helemaal niet zo gek. Door hun prominente aanwezigheid in de Tweede Kamer, de kranten en de televisie krijgen de leden van PVV-fractie iets vertrouwds, het worden bekende gezichten. Ze nemen zelf ook een iets mildere houding aan (ze domesticeren zelf ook), omdat ze anders snel onmogelijk worden, zeker op de televisie. Ze kunnen zich die mildere houding ook permitteren met zoveel zetels in de kamer.
Bovendien hebben ze het over maatschappelijke problemen die ook voor andere partijen problemen zijn, alleen snijden de PVV-ers ze in extremere bewoordingen aan. Bij Groen Links, de SP en de Partij van de Arbeid wordt de nuance gezocht in de discussie over de islam, maar de problemen worden niet ontkend. De sleet op de verontwaardiging ontstaat door de gewenning en de overmacht aan aandacht voor de Wilders. Zoals Geenen zijn patiënt laat zeggen: je kunt niet in een permanente staat van verontwaardiging blijven hangen, dat kost je je leven en je humeur.
Toch zou het goed zijn wanneer het vuurtje van de verontwaardiging zou blijven branden. Aanleiding daarvoor zou alleen al het boek van Martin Bosma kunnen zijn, De schijnélite van de valse munters. Bosma, kamerlid voor de PVV, heeft de in de politiek zelden voorkomende eigenschap dat hij in elke zin die hij schrijft laat blijken zijn tegenstanders te minachten. Ook in zijn motoriek, in de bewegingen van zijn hoofd, zijn glimlachje, de manier waarop hij zijn handen houdt: het straalt één ding uit: wegwezen jullie. Bij deze minachting hoort het schrijven en spreken in incriminerende frasen, zo heeft hij het steevast over ‘socialisten’ (of zelfs ‘shariasocialisten’) wanneer het over de sociaal-democraten gaat. Of door het voortdurend over ‘staatscontrole’ te hebben wanneer het over de publieke zaak gaat, zoals in het geval van de publieke omroep, die de ‘staatsomroep’ wordt genoemd, alleen omdat de directeur door een ministerie wordt benoemd.
Deze demagogie en fraseologie is een opvallend kenmerk van Bosma’s boek. Onbelezen is hij niet, maar hij leest wel louter en alleen om bevestiging te zoeken van wat hij al vindt. Van nieuwsgierigheid naar andere denkbeelden kan Bosma niet beticht worden. Deze fraseologie, het denken en schrijven in woorden die de bedoeling hebben iets krachtig te typeren, maar een krasse minachting van de werkelijkheid zijn, was ook kenmerkend voor het fascisme. Alles werd daarin teruggebracht tot simplificerende slogans. In die geest heeft Bosma het steeds over de ‘elite’ wanneer hij daar de leden van de Tweede Kamer van andere partijen mee bedoelt, in tegenstelling natuurlijk tot ‘het gewone volk’ dat hij zegt te vertegenwoordigen. In die Tweede Kamer, schrijft hij, ‘viert de morele superioriteit van de boven ons gestelden hoogtij’, terwijl iedereen weet dat de leden van de Tweede Kamer niet boven ons gesteld zijn, maar door ons, de kiezers, zijn gekozen.
Toch is het jammer dat Rob Riemen, oprichter en directeur van het Nexus Instituut ter bevordering van de cultuur, in zijn zojuist verschenen pamflet De eeuwige terugkeer van het fascisme met het fascisme aan komt. ‘Geert Wilders en zijn beweging zijn het prototype van hedendaags fascisme’, schrijft hij. Ook dit is een vorm van fraseologie. Het begrip ‘fascisme’ draagt een hele geschiedenis met zich mee waarvan maar een deel op Wilders van toepassing is. Zulke krachtige typeringen als ‘fascisme’, samenvattingen van een reeks indrukken en feiten, zijn niet altijd te vermijden, soms zelfs heel verhelderend, maar het kunnen ook slagen in de lucht zijn.
- Dit is cultuurkritische speculatie met een kern van waarheid, maar met ook veel ruis.
Riemens gebruik van ‘fascisme’ in zijn pamflet hangt tussen een slag in de lucht en een treffende typering in. Het past niet, maar toch is het niet helemaal onzin. Dat komt omdat Riemen het ontstaan van de beweging van Wilders heel ergens anders situeert dan gebruikelijk. De beweging van Wilders is, zo kan men zeggen, ontstaan uit onvrede over de (vermeende) steeds grotere invloed van de islam. Rob Riemen ziet dat veel breder en algemener. Het ‘hedendaags fascisme’ schrijft hij, ‘is opnieuw (zoals in de jaren dertig, CP) het gevolg van politieke partijen die hun eigen gedachtegoed verloochenen, intellectuelen die een gemakzuchtig nihilisme cultiveren, universiteiten die deze naam niet waardig zijn, de geldzucht van de zakenwereld en de massamedia die liever de buikspreker van dan een kritische spiegel voor het volk zijn. Dit zijn de gecorrumpeerde elites die de geestelijke leegte cultiveren waarin het fascisme groot kon worden.’
Dit is cultuurkritische speculatie met een kern van waarheid, maar met ook veel ruis. Intellectuelen die een ‘gemakzuchtig nihilisme’ cultiveren zijn er in Nederland niet zoveel. Wel zijn er te veel intellectuelen die hun oren laten hangen naar de conjunctuur, zoals hun meegaandheid met de reactionaire en populistische tendensen, met het vergoelijken van rechtse hobby’s zoals het graaien en de corruptie, en met het zoeken van populaire instemming. Er zit sleet op hun weerstand tegen de verleiding van de populistische mode.
Riemen beziet de beweging van Wilders vanuit de positie die hij altijd heeft ingenomen: hij leeft voor het bevorderen van waarheid, gerechtigheid, compassie, redelijkheid en schoonheid, dus voor de hoogste, universele geestelijke waarden. Wanneer je zo hoog gaat staan, dan heb je gauw gelijk, want de slordige werkelijkheid kan daar moeilijk aan beantwoorden.
Riemen ziet een totale ‘trivialisering en debilisering’ plaatshebben en beschouwt dit als voedingsbodem voor de sentimenten die Wilders met zijn beweging oproept: nationalisme, eigen volk eerst, materialisme, anti-kunstzinnig, bekrompen wereldbeeld, snelle behoeftebevrediging, sensatie, weg met de nuance. In zijn eigen woorden: ‘Wat ons daadwerkelijk wordt geboden door de Partij voor de vrijheid, is het schaamteloze tegendeel van de joods-christelijke en humanistische tradities: plat materialisme, benauwend nationalisme, vreemdelingenhaat, voedsel voor ressentiment, een diepe afkeer van de kunsten en van oefening in geestelijke waarden, een verstikkende geestelijke bekrompenheid, een fel verzet tegen de Europese geest en het voortdurend liegen als politiek.’
Hier is geen woord Frans bij, het is geen fraseologie, maar een tamelijk nauwkeurige samenvatting. Dat Riemen soms komisch wordt neem je dan op de koop toe, zoals wanneer hij uit de losse pols Socrates citeert die in gesprek met vrienden de levensstijl kritiseert die ‘uitsluitend gericht is op het aangename en het hoogste goed negeert.’ Een leven louter gericht op het aangename lijkt me nog een hele opgave, en bijna een kunst. Wanneer Riemen aan het slot van zijn pamflet de teugels laat vieren en in een lyrisch-kritische stemming komt, heet het dat we in ‘een kitchcultuur’ leven waarin ‘het hoogste goed, geestelijke waarden, wordt genegeerd.’ Op zulke momenten dreigt hij een dominee te worden die makkelijke kanselpraat verkoopt.
De eeuwige terugkeer van het fascisme is uitgegeven door Atlas.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
