Carel Peeters' literaire kroniek 28.06.2010

Door Carel Peeters

Het is een slecht teken wanneer iemand de wereld verdeelt in optimisten en pessimisten. Dan is het simplificeren begonnen. Maar het gebeurt niet altijd voor de lol, er zit vaak een groot belang achter: wanneer iemand zich een optimist noemt wil hij tegelijk de pessimist een hak zetten, en andersom. Pessimisten beschouwen optimisten als onnozele halzen die nog als kinderen in de wereld staan, onwetend van het onheil dat zich dagelijks over wereld uitspreidt. En niet alleen onwetend: ze willen het ook niet weten, ze sluiten zich er voor af.

De optimisten verwijten de pessimisten hun moedwillige miserabelisme, de masochistische behoefte om zich in de modder van alles wat niet goed gaat te wentelen. De pessimisten zeggen dat ze zijn voorbereid op onheil, er niet door verrast willen worden. Ze zeggen dat ze wijzer zijn dan optimisten. Jammer is wel dat je van dat pessimisme een humeur krijgt waar je liever uit te buurt blijft. Een gelukkige pessimist bestaat niet.

Het is een onderdeel van een algemene radicalisering van het denken - de behoefte om het maar eens duidelijk te zeggen – om optimisten en pessimisten tegenover elkaar te zetten. Het is denken in grote gehelen, ten koste van de nuances. Wanneer de Engelse zoöloog en darwinist Matt Ridley zijn nieuwe boek The Rational Optimist noemt, is hij bezig witte schapen van de zwarte te scheiden. Zijn boek gaat over de manier waarop de welvaart zich ontwikkelt (de ondertitel luidt ‘How prosperity evolves’). In de titel moet je lezen dat Ridley een boek heeft geschreven dat zich teweer stelt tegen een overmacht aan boeken en ideeën met een pessimistische tendens: dat het niet goed gaat met de opwarming van de aarde, dat er te veel mensen op de wereld komen, dat het voedsel door chemicaliën wordt verpest, dat we onze grondstoffen uitputten, dat bij de banken je geld niet meer veilig is, dat het religieuze geloof in de economische groei verwoestend werkt. Mensen die worden aangetrokken door al het negatieve en risicovolle op aarde noemt Ridley ‘apocoholics’.

The Rational Optimist zou je de perfecte tegenhanger van De val van Prometheus van Ton Lemaire kunnen noemen. Het boek van Ridley gaat over al het goeds van vooruitgang, dat van Lemaire over ‘de keerzijden’. Toch is de tegenstelling niet compleet. Ridley is wel een grote scepticus in vele opzichten (bijvoorbeeld als het gaat over de vraag of de opwarming van de aarde wel zo rampzalig zal uitpakken), maar zijn optimisme berust op geloof in het menselijk vermogen om oplossingen te verzinnen. Hij is geen optimist uit temperament of instinct.

Ridley geeft dat oplossend vermogen van de mens een evolutionaire geschiedenis. Het is ontstaan door culturele evolutie. Anders dan de darwinistische verloopt deze evolutie niet door de selectie via de genen, maar door de uitwisseling van ideeën. Dan wordt er nagemaakt, veranderd, geselecteerd, beconcurreerd en verzameld. Door de vrije uitwisseling van kennis en ideeën hoopt de kennis zich op en ontstaat een collectieve intelligentie. ‘De moderne geschiedenis’, zegt Ridley, ‘is de geschiedenis van de ontmoeting, de vermenging, het paren en het wijzigen.’ Deze geschiedenis zorgt voor innovaties, want creativiteit en inventiviteit ontstaan door ‘ideas having sex.’ ‘Uitwisseling is voor de culturele evolutie wat sex is voor de biologische evolutie’. ‘Creatie is opnieuw combineren’. Ridley’s voorbeeld van heel verschillende ideeën die het met elkaar doen is het internet: het is een kind van de telefoon en de computer.

- De bescherming van de natuur loopt via de cultuur

Ridley is ervan overtuigd dat globalisering vooral zal leiden tot vermeerdering van kennis en samenwerking. Door vrije uitwisseling van ideeën komen oplossingen voor grote problemen sneller voorhanden. De overbevolking die in de jaren zeventig nog als een ramp werd gezien hoeft door grotere oogsten en verbetering van gewassen niet meer rampzalig te zijn. Aan het probleem van de energie wordt door duizenden specialisten gewerkt, met als gevolg dat binnen niet al te lange tijd op grote schaal zelfs energie gewonnen zal worden uit algen van de oceaan. De millennium bug en de zure regen zijn op deze manier geen probleem meer geworden. Wanneer Ridley schrijft: ‘Hoe beter we onze auto’s maken, hoe minder vuil ze uitstoten’, voegt hij er een cijfer aan toe: sinds 1970 zouden de uitlaatgassen van auto’s met 98% verminderd zijn. Vandaar dat hij geen aanhanger is van ‘terug naar de natuur’. De bescherming van de natuur loopt via de cultuur.

The Rational Optimist staat in vele opzichten haaks op De val van Prometheus van Ton Lemaire. Maar ook al licht Lemaire de doopceel van alles wat fout dreigt te lopen, ik zou hem geen pessimist noemen. Daarvoor heeft ook hij te veel belangstelling voor zinnige innovaties. Ridley richt zijn hoop vooral op de vernuftige knutselaars op de werkvloer (‘bottom-up innovators’) die onverwachte combinaties maken. Die (deze ‘private individuals’ en niet grote fabrieken) vonden de zoekmachines uit die nu niet meer weg te denken zijn uit de computer.

Toch is Ridley ook wel een optimistische onnozele hals. In een lange opsomming voorspelt hij voor de rest van de eeuw dat ‘de welvaart zich verder zal verspreiden, de technologie zich gestaag blijft ontwikkelen, de honger zal verminderen, ziekten zullen verdwijnen, het geluk zal toenemen, dat het geweld wegkwijnt, de vrijheid toeneemt, de kennis bloeit, het milieu verbetert en de wildernis zich zal uitbreiden.’ Zoveel zegeningen, dat kan niet meer rationeel zijn.

[reageren]

The Literary Saloon