
Het jaar 1998 mag wel een jubeljaar in het leven van het uitgeven van boeken worden genoemd. In dat jaar richtte de Amerikaanse schrijver Dave Eggers de uitgeverij McSweeney’s op. Iedereen die met zijn hoofd in de wolken van de e-reader zit en niet meer weet hoe aantrekkelijk boeken uitgegeven kunnen worden, kan worden aangeraden het boek Art of McSweeney’s aan te schaffen. Om in één klap te weten wat ook weer het echte uitgeven van boeken (en tijdschriften) is.
Dave Eggers (1970) is voor de meeste mensen vóór alles de schrijver van A Heartbreaking Work of Staggering Genius (2000), What is the What (2006) en het vorig jaar verschenen Zeitoun, het boek over een Syrische Amerikaan die als dank voor zijn hulp tijdens de ramp in New Orleans wordt gearresteerd. In Art of McSweeney’s komt Eggers als schrijver ook regelmatig voor, maar toch vooral als een staggering genius, een man van elastiek die voor geen enkel idee terugschrikt dat in zijn hoofd opkomt, van alle kanten ideeën en suggesties toelaat, verhalen en tekeningen vraagt en een geniaal gevoel heeft voor het vormgeven van boeken en tijdschriften. McSweeneys’ is nu meer dan tien jaar een experimentele uitgeverij waarin aan de lopende band geïmproviseerd wordt, maar waarbij altijd deadlines worden gehaald.
Te zeggen dat aan de vorm en de typografie van de uit te geven boeken en tijdschriften speciale aandacht wordt besteed is een understatement. Alleen al de gekozen letter voor de naam McSweeney’s en de lay-out van de website zijn een genot om te zien. Elk boek, en elk nummer van het kwartaaltijdschrift McSweeney’s is een typografisch avontuur zonder dat de typografie al te zeer een eigen leven gaat leiden. Er zijn inmiddels 35 nummers van McSweeney’s verschenen en elk nummer is een creatieve daad. Er zijn nummers in de vorm van een doos waarin 6 of tien afzonderlijke uitgaven van verhalen zitten, allemaal afzonderlijk ook weer schitterend vormgegeven.

In het kloeke, volledig in kleur geïllustreerde Art of McSweeney’s wordt teruggekeken op meer dan tien jaar uitgeven met degenen die bij het ontstaan en produceren van de boeken en tijdschriften direct betrokken waren. De gesprekken gaan over de manier waarop oplossingen werden gevonden voor wat er in hun (en vooral dat van Dave Eggers) hoofd is opgekomen. In het begin van het boek staat een foto over twee pagina’s van de inmiddels uitgegeven boeken. Ze zijn allemaal anders, ze zijn allemaal tot in de puntjes verzorgd, ze zijn gebonden, met leeslint, met een speciale kleur papier, met een uitgekiende letter, met omslagen die klassiek en modern tegelijk zijn. Ernst en frivoliteit gaan bij McSweeney’s samen.
Dit is Eggers grote kracht: de fontein aan eigen ideeën die hij kan aanspreken en zijn bereidheid zich te laten inspireren door wie hem voor zijn gegaan. In het boek is een reeks omslagen afgedrukt van de oude boeken die hij verzamelt, als voorbeeld van hoe het vroeger werd gedaan. Hij heeft een neus voor talent, hij is niet bang een risico te lopen. Hij wil de onmogelijkste dingen, maar er is geen drukker die niet bereid is om alles te doen om het te realiseren. Hij vond in Reykjavik in IJsland een drukker (Oddi Printing) die in alles met hem mee wilde denken. De naam McSweeney’s, overigens, komt van een man die zijn moeder (een McSweeney) brieven placht te schrijven waarin hij beweerde familie van haar te zijn, maar zijn moeder kende de man niet.
McSweeney’s geeft sinds maart 2003 het maandblad The Believer uit, ook weer met een originele, maar typisch Amerikaanse typografie. ‘Nothing glossy, nothing standard-sized’: The Believer heeft een reeks tradities in ere hersteld: de lange boekrecensie, het lange interview, het degelijke het essay. Het blad nam vier jaar lang geen advertenties op om de typografie goed tot zijn recht te laten komen. Het blad onderscheidt zich door het krachtige typografische omslag met de portrettekeningen van Charles Burns. The Believer verschijnt elke maand op tijd, maar redactrice Heidi Julavits kan zich niet herinneren dat de redactie ooit bij elkaar in één kamer heeft vergaderd. De uitgeverij zit sinds enige tijd in San Francisco (eerder in New York/Brooklyn), maar de redacteuren zitten her en der.
Door zijn zorgvuldige manier van werken weet Eggers de beste schrijvers aan te trekken: Roddy Doyle, Nick Hornby, William T. Vollmann, Michael Chabon schrijven speciaal voor The Believer verhalen. Hij liet Chris Ware zelfstandig een heel nummer van McSweeney’s maken. Michael Chabon stelde ook een nummer naar eigen inzicht samen. Eggers geeft ook boeken uit die niemand anders uit wil geven, zoals de zeven delen in cassette van Rising Up en Rising Down van William T. Vollmann.
Art of McSweeney’s kan geen compleet overzicht geven van wat McSweeney’s allemaal uitgeeft en doet, dat kan alleen de website McSweeney’s Internet Tendency. Een van die andere activiteiten is 826 Valencia, de cursussen voor aspirant schrijvers van verhalen, romans, artikelen en essays. Dit soort activiteiten horen bij McSweeney’s: Eggers is een openlijk geëngageerde schrijver en uitgever, een verheffer van zichzelf en zo mogelijk van anderen. Zeitoun, zijn laatste boek, is een uitgesproken aanklacht tegen de vooroordelen tegen vreemdelingen bij de politie en de bureaucratie in het Zuiden van Amerika. Eggers gelooft in de goede zaak. The Believer zou eerst The Optimist of The Balloonist heten.
PS: Art of McSweeney’s is uitgegeven door Chronicle Books, San Francisco, en te koop bij de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam, € 40,95.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
